Dit amandelboompje was ’t zelfde lot ondergaan begin van ’t jaar. Vorige week maandag heb ik de takken uitgebogen (op een warme dag zijn takken makkelijker uit te buigen). Altijd spannend, dat uitbuigen, want te ver uitbuigen is een eufemisme voor een tak afbreken.
Ik heb een soort ‘plan’ in mijn hoofd van hoe ik wil dat de waaierbomen er gaan uitzien. Ik probeer ze dan ook zo te snoeien. Zoals gezegd is dit de eerste keer dat ik zoiets probeer (met niet minder dan 6 bomen tegelijkertijd)
Het boompje is gisteren ook gesnoeid, met dat Masterplan in’t achterhoofd
Nu is het aan ’t boompje om opnieuw te groeien zodat ik verder kan vormsnoeien.
Een (grote) tuin aanleggen kost aardig wat geld. En dan spreek ik nog niet over de kosten voor de tuinaannemer of -architect, want ik wil écht alles zelf doen (behalve het terras en de oprit), maar over het plantgoed. Een vaste plant kost al snel 1,5-2,5 EUR per stuk, en speciale of zeldzame planten of struiken een veelvoud daarvan. Als je dan 500 m² border moet opvullen met planten, wordt dat een kostelijke zaak.
Zaaien, stekken, ruilen, krijgen : iedereen kent de verschillende manieren om goedkoop plantgoed te bekomen of te vermeerderen.
Zaaien is niet helemaal aan mij besteed. Gebrek aan discipline luidt de diagnose. Er zijn hier weer enkele zaaisels in volle grond magistraal mislukt (de meeste kruiden en een bloemenweide). In bakken lukt het beter, maar ook daar durft mijn aandacht wel eens afglijden met een reeks wegkwijnende of uitgedroogde zaailingen als gevolg.
De zaailingen waar ik een tijdje geleden over berichtte zijn ondertussen verspeend en geïdentificeerd, ze worden over enkele weken in de tuin uitgeplant.
Enkele uren werk. Resultaat : een hondertal verspeende zaailingen (ik vraag me af wat ik met al die Cephalaria gigantea ga doen).
Stekken/scheuren is veel meer mijn ding. Ik koop vaak slechts één of twee planten met het oog die nadien te vermenigvuldigen. Veel planten stekken vrij makkelijk. Zo zijn deze Hydrangea allemaal opgekweekt uit stekken begin vorig jaar, en zijn nu uitgegroeid tot flinke struiken.
Ik heb hier de voorbije weken opnieuw tientallen stekken genomen, als ’t meezit ga ik weer veel extra plantgoed hebben (Gillenia, Nepeta, Impatiens omeyana, en enkele Geraniumsoorten).
Meestal laat ik de planten eerst ontwikkelen (om te zien of ze het goed doen op mijn grond) Maar dit week-end kocht ik 4 Geranium macrorrhizum aan 1,5 EUR per stuk. Grote potten vol uitlopers. In totaal kon ik niet minder dan 42 uitlopers afzonderen. Als alles wat meezit levert me dat 46 planten op voor 6 EUR, voorwaar niet slecht! Ik heb ondertussen ook nog eens veertig wortelstekken genomen, want dat zou ook erg goed werken bij deze plant)
Deze stekken liggen plat omdat ik er een plastiek folie opleg om ze goed nat te houden, niet omdat ze uitgedroogd zijn. Mijn propagators zitten vol met andere stekken
Maar het kan nog eenvoudiger: vorig jaar boodt de Biodiverse een mooie partij Alchemilla mollis aan. Deze staan hier ondertussen als bodembedekkers in de struikenborder (ze zullen pas volgend hun definitieve stek toegewezen krijgen)
En mijn broer gaf me niet minder dan 40 flinke pollen Geraniums versicolor ‘Snow white’ aan, omdat hij ging verbouwen. Een mooie, wintergroene witbloemende geranium.
En hij gaf me ook nog heel wat van deze prachtige rode wolfsmelk.
Dus : nogmaals een bedankje aan de gulle schenkers.
Met de warmte van de voorbije dagen beginnen de druiven nu echt te groeien. Eindelijk. Tijd om eens te kijken hoe het onze gesnoeide druivelaars vergaat. In theorie moet volwassen druivenstokken niet gesnoeid worden in de lente, maar de jonge stokken die we opkweken dienen wel wat gesnoeid te worden.
Dit is een vervolg op de wintersnoei van mijn druiven, hier vind je de theorie
Jonge planten
Bij de kleinste planten is het doel dit jaar dikte kweken. Ondertussen zijn de planten voldoende gegroeid om de sterkst groeiende rank te selecteren. Deze mag nu verdergroeien. Later in het seizoen zal deze plant nog bijkomend snoeien ondergaan om diktevorming te stimuleren. De sterkst groeiende scheut blijft over. Deze mag nu 1,5 m hoog groeien
Voorbereidende snoei
Deze planten worden dit jaar voorbereid op guyot-snoei volgend jaar. Alleen de twee bovenste ranken mogen nog vrij verder groeien, de andere worden ingekort op drie bladeren. Ik verwijder ook de trosjes, dit jaar moeten deze stokken alleen groeien. De twee stevigste scheuten blijven over, de andere worden teruggesneden op 2-3 bladeren
Guyot-snoei
Een aantal druivenstokken ontwikkelen erg veel vruchtranken. Hoe meer ogen/vruchtranken, hoe later de oogst. Gezien de 3 weken achterstand dankzij Koning Vorst zet ik het aantal vruchtranken terug tot 8 stuks, en kies daarvoor de meest forse en best geplaatste ranken. Zonder die achterstand had ik waarschijnlijk 10 ranken laten staan. Iedere rank mag maximaal 2 trossen vormen.
De boog kan niet altijd gespannen staan. De schaduwtuin wordt op termijn de plek om uit te rusten in de tuin als het warm en zonnig is. In die schaduwtuin is ook een zithoek gepland maar dat is pas voor volgend jaar.
Vanaf vandaag moet het uitrusten in de schaduw alvast geen probleem meer vormen.
Tenminste, als de kinderen de hangmat niet ingenomen hebben.
Dit is een eerste stap in het inrichten van de schaduwtuin. het gras is er sinds gisteren afgedekt, zodat ik midden juli de aangeschafte planten kan uitplanten.
Met de precisie van een Zwitsers uurwerk een nieuwe aflevering van het eerste gezicht, een stokje dat vorig jaar in mei werd gegooid door Annetanne. Iedere eerste dag van de maand tonen meerdere bloggers een overzichtsfoto van hun tuin, om de evolutie van die tuin te laten zien.
Er is deze maand heel wat vooruitgang geboekt in de tuin. En niet alleen door mij, ook de planten en struiken deden hun duit in het zakje door flink te groeien.
De voortuin.
De hagen zijn zeer goed uitgelopen. Er is één stukje rode beuk (pal in beeld) dat het minder goed doet. Vóór die beukenhaag is een perkje lavendel aangeplant, en er is ook nog wat bijkomende taxushaag aangeplant. Ook de pioenenborder voor ’t huis is nu vrij goed gevuld (onder meer met pioenen). Een totaal fiasco : de ingezaaide bloemenweide in de twee taxusvakken komt helemaal niet op. Ik denk dat ik er mijn zonnebloemen ga planten.
De tweede foto is een overzicht van de vlindertuin. Ook hier zijn sporen van mijn activiteit de voorbije maand te zien. De perziken- en abrikozenbomen staan in blad.
Hier en daar zijn al enkele planten aan ’t bloeien. De jaloeziën bewijzen ook dat de afwerking van de uitbreiding vorm neemt.
Foto van de tuin achter het huis, met zicht op de struikenborder. De hoogstamappelaar is ondertussen uitgelopen. De struiken van de struikenborder zijn, nu ze in ’t blad staan, zichtbaar. Maar ’t gaat natuurlijk nog even duren alvorens ze écht gaan opvallen. De Philadelphus delavayi staat sinds eergisteren in bloei. De Rhododendron van de buren ook. Het gras zaaien is voor ’t najaar, van zodra het wat droger wordt ga ik starten met het egaliseren van het stuk grond. De tuintafel en stoelen staan ook buiten (links op het tijdelijke terras).
’t Valt me ook op dat ik misschien beter eerst even wat had opgeruimd voor die foto’s te maken.
Foto van de tuin achter het huis, vanuit het salon. De vaste planten in de borders links zijn uitgelopen, de notelaar komt in blad alsook de haagbeuk-haag en ook de appelhaag (rechts in beeld) staat in ’t blad.
Hopla!: http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow
De schaduwtuin
De narcissen zijn nu uitgebloemd. De Hosta zijn nu allemaal mooi uitgelopen, met hagelschade. Volgende week start ik met de voorbereidingen van dit stuk tuin (afdekken van ’t gras zodat ik kan starten met aanplanten)
Bij de herfstframbozen wordt het nu tijd om de grondscheuten uit te dunnen. Die zijn nu voldoende hoog om aan te binden aan de onderste draad, ik bind de mooiste scheuten aan en verwijder de rest (ik hou één scheut per 10-15 cm). Ik geef voorkeur aan de sterkste scheuten en de scheuten die midden in de rij groeien. De rest gaat er genadeloos uit.
VoorNa
Bij de zomerframbozen moet je nu net hetzelfde doen: een tiental scheuten per lopende meter uitkiezen en de rest verwijderen. Bij zomerframbozen is dit wel een iets lastiger werkje (omdat de vruchttakken voor dit jaar er ook al staan).
Zoals gezegd : de rest gaat er genadeloos uit. Er wordt flink in gesnoeid…maar dat is nodig om goed fruit te bekomen
Niet alleen de solitaire bijen zijn enthousiast over mijn insectenhotelletjes. Blijkbaar is er ook een vogel (specht/boomkruiper/mees ?) die er erg enthousiast over is. De voorbije weken werden beide bamboekastjes geroofd: alle bamboestokjes op de grond, en meerdere duidelijk (gedeeltelijk) leeggeroofd. Dat was nu net de reden waarom ik geen al te groot hotel wou maken, maar aparte kleine hotelletjes. maar dat opzet is dus mislukt.
Daarom ga ik beide bakjes van gaas voorzien, in de hoop zo de vogels te weren. Het mollengaas is 19 mm breed, ik hoop dat dat geen barrière opwerpt voor de solitaire bijen.
De leembakjes blijken geen succes te zijn, nog steeds geen enkele bezoeker. Ook de gaten in de oude boomstronk kunnen de interesse van de solitaire bijen niet wekken. Wel een succes: de kleine houten blokjes.
Daarom ben ik al bezig met de uitbreiding van de insectenhotels volgend jaar : ik heb hier enkele (10) houtschijven liggen die ik de komende maanden ga klaarmaken voor volgend jaar. Wel veel werk, die gaten boren. Een mooi werkje voor deze winter.
Nu de appelbloesem uitgebloemd is, zijn de (vroege) bramen en frambozen aan de beurt. Terwijl frambozen nietszeggende bloemetjes produceren, moet bramenbloesem absoluut niet onderdoen in pracht voor de fruitbomen.
Mijn blogvolgers van het eerste uur weten dat de trosbessenkamer volledig omringd wordt door een leisysteem voor braamhagen. Dat is een manier om op weinig plaats heel wat bramenstruiken te planten, maar ’t helpt ook om de planten onder controle te houden en ’t vereenvoudigt het plukken. Ik bind de vruchttakken horizontaal op aan leidraden (horizontale takken leiden tot maximale bloemknopvorming) .
Deze bloem is open, zei de hommel en ze wrong zichzelf tussen de kroonblaadjes
De aanplanting is hier nog redelijk jong, en nog niet helemaal volgroeid, maar de Taybes en Boysenbes zijn flink gegroeid en geven een goed beeld van hoe zo’n bramenhaag er in de lente uitziet. Laat het duidelijk zijn dat er in de Fruitberg heel wat braambessen zullen gegeten worden dit jaar. Ik heb ondertussen al een recept voor bramenijs, maar ik vermoed dat bramentaart hier ook op het menu zal staan.
Ondertussen lopen de nieuwe grondscheuten al uit. Ze zijn nu ook hoog genoeg om ze te beginnen opbinden aan de leidraden. Deze scheuten moeten me volgend jaar voorzien van bramen, want alle vruchtdragende takken worden na de oogst volledig verwijderd. Omdat makkelijk te maken heb ik de draden op 20 cm afstand gezet. Zo kan ik nieuwe takken aanbinden tussen de oude takken. En wanneer de oude takken afgedragen zijn, kunnen die eenvoudig verwijderd worden. De takken van vorig jaar staan dus steeds op 40 cm afstand, en de nieuwe takken worden er tussen geleid.
Veel mensen adviseren om de nieuwe braamtakken pas aan te binden in de lente (en ze tijdens de winter op de grond te leggen om invriezen te voorkomen). In de Fruitberg hebben de planten zowel dit als vorig jaar geen vorstschade opgelopen. Ik blijf dus opbinden voor de winter, dat spaart me heel wat werk.
Misschien is zo’n haag ook iets voor jouw tuin? Door de enorme groeikracht van braamstruiken kan je erg snel een dichte haag bekomen. Eentje die je ook nog vruchten levert. Als je de haag in eerste plaats zet om je af te schermen van de buren, zou ik meer planten zetten (eentje per meter) en de takken vertikaal leiden (een tak per 20 cm). De meeste bramenrassen behouden hun blad gedeeltelijk gedurende de winter, maar er zijn zelfs bramenrassen die echt wintergroen zijn (Thornless Evergreen). Deze heeft trouwens ook erg decoratief, diep ingesneden bladeren.
Na enkele druiligere week-ends was het dit week-end nog eens redelijk droog. Maar vooral vandaag was het erg mooi weer, er zijn ergere dagen om een dagje verlof te hebben gepland.
Zo kon ik vandaag eindelijk het gras maaien. Dat stond vorige week nog ongeveer een halve meter hoog, maar begon duidelijk in ’t zaad te komen. ’t Gras kwam in de fruitkamer ook veel te hoog voor de fruitstruiken. Tijd om te handelen.
Vooral de afboording tussen het gras en de bosaardbeien onder de fruitbomen was een hele klus. Ik heb vorige winter het mollennet, dat de wortels van de fruitbomen moet beschermen tegen woelmuizen, verlegd: toen ik de eerste bomen plantte draaide ik het net rond de stam van de boom, maar tijdens het verplanten van een boom werd me duidelijk dat dat niet optimaal was : teveel overlappende stukken gaas dicht tegen de stam.
Nu ligt het gaas overal recht naar boven, op 30 cm van de stam van af, maar dat maakt dat het ook tot tegen de graskant ligt. Ik kan dus niet langer met het grasmachine de boord afrijden zonder het mollennet te beschadigen. Het wordt dus dringend tijd om het gras af te zomen met stenen, zoals ik vorige week al aangaf.
De tuin zag er na al dat werk echt goed uit (ik ben snel tevreden). Tuinen zien er toch – net zoals vrouwen – mooier uit als de zon schijnt, en wanneer alles een beetje op orde staat.
Rond 20 uur zette ik me dan ook neer in mijn zetel, om te genieten van de tuin, terwijl het geraas van het verkeer begon te stillen. Luisterend naar de lijster en de vink die om het luidst proberen te zingen. En kijkend naar de boomkruiper die ook dan nog steeds heen en weer vliegt op zoek naar eten voor de kroost. Tot tijdens het schemeren buiten blijven, genietend van de warmte onder de laatste lichtstralen, tevreden over ’t geleverde werk en ’t resultaat.
Dit werd dus
dat
Links de appelhaag, daarnaast de kruisbessen in haag, daarachter de druiven (zoek de zeven verschillen met deze foto .
Verder groei alles ook flink in de trosbessenkamer :
De laatste weken heb ik lang en hard gewerkt in de tuin. Daardoor heb ik soms wat minder oog voor wat er zich rondom mij afspeelt in de tuin.
Gisterennamiddag heb ik eindelijk de spandraden voor de kiwi bevestigd (dat stond al weken op mijn to-do lijstje). Een rustig werkje, waarbij ik het boomkruipernest goed in ’t oog kon houden.
Al heel de week vroeg ik me af of het vogeltje dat ik uit de klauwen van de kat had gered nog in leven was, en dat kan ik dus bevestigen. Er zitten wel enkele pluimen niet helemaal zoals het hoort, maar hij is blijkbaar ‘alive and kicking’.
Beide vogeltjes volgen een vaste vliegroute naar de grote den bij de buren. Een minuut of twee later komen ze weer terug met een lading insecten. Ik heb het altijd fascinerend gevonden hoe zo’n vogels zo snel zoveel insecten kunnen vangen. Wanneer ik zelf zo’n boom onderzoekt zie ik eigenlijk amper beestjes.
Ook bij de pimpelmezen wordt er aan- en afgevlogen dat het een lieve lust is, maar daar lijken de vogels niet direct steeds weer dezelfde vliegroute te volgen.
Vanmorgen hoorde ik gepiep uit één van de “paalwoningen” – zo omschrijven mijn kinderen de nestkastjes op palen. Een koppel koolmezen is daar blijkbaar druk bezig met het verzorgen van het nageslacht.
Toen ik de nestkastjes enkele maanden geleden ophing was er bezoek, dat zich afvroeg of je nu veel plezier beleeft aan het ophangen van nestkastjes. Ik herhaal dus nogmaals volmondig ‘Ja’