All posts filed under: Natuur in de tuin

Landkaartje

Vandaag twee nieuwe waarnemingen gezien in de tuin. De eerste was een geaderd witje, kan me in ieder geval niet meer herinneren die ooit gezien te hebben in de tuin. En de andere was dit landkaartje. Ik had al meerdere malen landkaartjes in zomerkleed gezien in de tuin, maar nog nooit eentje in voorjaarsvorm. Bij deze is dat ook weeral ‘geregeld’.

Vogeltelling 2017

In vergelijking me de voorbije jaren is het hier deze winter redelijk mager gesteld met de vogels. In ’t begin van de winter bezochten talrijke groenlingen onze voedertafel, maar tegenwoordig komen de vogels slechts met mondjesmaat op bezoek. De resultaten: 10 Vink 5 Merel 3 Koolmees 2 Pimpelmees 3 Groenling 1 Tortel 3 Houtduif 2 Bonte Specht 13 Kauw 1 Gaai 1 Roodborst 1 Sperwer 1 Ekster De allereerste keer dat ik twee spechten tegelijkertijd in de tuin zie.

Solitaire bijen

Deze “Field Guide to the Bees of Great Britain and Ireland” was één van mijn kerstcadeautjes. Ik begon vrijwel onmiddellijk de inleiding te lezen die me al direct een illusie armer maakte rond identificatie van de beestjes. Niet alleen verschillen wijfjes van mannetjes, daarnaast bestaan er ook regionale verschillen , seizoensverschillen, verschillen in functie van de ouderdom en zijn sommige soorten gewoon variabel van uitzicht. Om een solitaire bij correct te identificeren moet je het beestje doden en onder meer ’t hoofd en de poten onder de microscoop bestuderen. Alleen zo kan je met zekerheid de juiste identificatie realiseren. Laat het duidelijk wezen, geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om hier beestjes te gaan vermoorden om ze juist te kunnen identificeren. Eerlijk gezegd stoor ik me bij het lezen van dit boek aan de evidentie waarmee het lezers aanzet om dit te doen. In de determinatiesleutels bots je al redelijk snel op enkele kenmerken die je alleen kan bepalen door ’t beestje onder de microscoop te leggen. Ik snap dat wetenschappers wel eens wat van …

Bezettingsgraad

Enkele maanden geleden schreef ik over de schaalvergroting van mijn insectenhotelketen. Alle klassieke insectenhotels zijn ondertussen zo goed als volgeboekt. De alternatieve  insectenhotels zijn een gemengd succes. In de takkenbussels is zeker leven te bespeuren (een aantal takjes zijn uitgeknaagd en opgevuld). De leembakjes zijn een totale mislukking, omdat ik teveel kalk heb toegevoegd zijn ze beenhard geworden bij volledige uitdroging. Ondertussen heb ik met een boor gewone gaten geboord in deze leem, zodat ze volgend jaar kunnen dien als klassiek insectenhotel voor holbewoners. Volgend voorjaar probeer ik nogmaals leembakjes te maken, maar dan met de juiste hoeveelheid kalk. De aanhouder wint!

Ratelaar

De bloemenweide leek dit jaar al iets meer op een bloemenweide dan op een bloemenakker. Voor volgend jaar wil ik ook ratelaar inzaaien. Ratelaar is een geslacht van planten die parasiteren op grassen en klavers.  Mijn grond is misschien nog iets te vruchtbaar voor ratelaar, maar we starten toch nu al met een eerste poging om hem in te zaaien. Ratelaars zouden de groei van grassen in de bloemenweide onderdrukken… De introductie van ratelaar is een oefening die niet zo eenvoudig blijkt. Onder meer Annetanne had heel wat jaartjes nodig om succes te boeken. In een uitzending van Gardeners’ world besteedde Monty Don een maand geleden ook aandacht aan ’t inzaaien van ratelaar. Zijn techniek bestond er in het gras erg kort terug te maaien, daarna het zaad uit te zaaien en alles goed aan te stampen. Omdat het contact van ’t zaad met de grond van groot belang blijkt te zijn. Ik dacht toen al onmiddellijk terug aan ’t logje van AnneTanne, en ’t succes rond de wandelpaadjes… Ik heb hier in ieder geval een stukje bloemenweide erg kort afgemaaid en na het inzaaien nog even …

Klimop

De klimop staat nu volop in bloei. Klimop is één van de weinige laatbloeiende inheemse planten die nu volop nectar en stuifmeel leveren. Op de 6 meter klimophaag die ik hier heb staan zitten steevast enkele vlinders en nog veel meer hommels, solitaire bijen en zweefvliegen. Ook de klimopzijdebij is hier nu voor het derde of vierde jaar present. Dit is een erg laat vliegende solitaire bij die voornamelijk op klimop foerageert. Een andere late inheemse plant die het hier uitstekend doet (en pas dit jaar werd aangeplant) is de blauwe knoop (Succisa  pratensis). In het begin van ’t jaar had ik per vergissing 20 Succisa pratensis aangekocht om in de bloemenweide aan te planten in plaats van 20 Knautia arvensis. Net zoals bij natuurlijk-rijk een absolute voltreffer dus. De planten hebben een stekje gekregen in de bessenkamer en varen er wel. Ze lokken ook veel vlinders.

Enigszins cynisch

Zondagnamiddag nog snel wat tijd gemaakt om de vlinders in de tuin te tellen. Net zoals in alle andere tuinen telde ik ook dit jaar beduidend minder vlinders, en net zoals alle vorige jaren zag ik opnieuw een Spaanse vlag. Natuurpunt geeft in een eerste verslag aan “In een gemiddelde Vlaamse tuin vlogen afgelopen weekend 14 vlinders van 5 verschillende soorten. Daarmee geldt 2016 als een matig vlinderjaar.” Ook hier waren de cijfers beduidend lager dan andere jaren (22 stuks). Zoals al zo vaak op andere blogs aangegeven, je kan zo’n telling absoluut niet wetenschappelijk noemen, ook niet met zoveel deelnemers. Vooral omdat het weer de week voor en tijdens de vlindertelling van zo’n groot belang is. Ik heb, ondanks de natte juni-maand, nog nooit zoveel vlinders in de tuin gezien als in juli (zowel dagpauwogen, atalanta als distelvlinders), na anderhalve week zwoele warmte. Toch blijft het leuk, en ik denk dat het als reclame, ledenwerving en bewustmaking ook wel helpt. Wat mij vooral opvalt is dat ik dit jaar nog geen enkele kleine vos zag.

Wolbijterreur

Vorig jaar gaf ik al met een foto aan dat de Verbascum chaixii vooral ’s ochtends heel wat insecten lokt.  Op de foto zie je een typisch stukje bloem van de plant in de ochtend. Ik vermoed dat de afwezigheid van insecten later in de dag ook te maken heeft met de activiteit van de grote Wolbij. Ook die zijn dit jaar opneuw actief in de tuin, en één van de mannetjes heeft een extreem groot territorium afgebakent; alle vingerhoedskruid in de voortuin, alsook de Stachys ‘Hummelo’  én de Verbascum.Sommige van deze pollen liggen wel 10 m van mekaar verwijderd, en het mannetje vliegt steeds rond iedere pol om indringers te verdrijven, met de aanwezige vrouwtjes te paren en dan door te vliegen naar een andere pol van deze planten. De zweefvliegjes bovenaan de foto vallen me trouwens voor de eerste keer op in de tuin (ondanks de grote aantallen). Het zijn volgens mij slanke driehoekszweefvliegjes. zonnehoed