Kapers op de kust

Niet alleen de solitaire bijen zijn enthousiast over mijn insectenhotelletjes. Blijkbaar is er ook een vogel (specht/boomkruiper/mees ?) die er erg enthousiast over is. De voorbije weken werden beide bamboekastjes geroofd: alle bamboestokjes op de grond, en meerdere duidelijk (gedeeltelijk) leeggeroofd. Dat was nu net de reden waarom ik geen al te groot hotel wou maken, maar aparte kleine hotelletjes. maar dat opzet is dus mislukt.

Daarom ga ik beide bakjes van gaas voorzien, in de hoop zo de vogels te weren. Het mollengaas is 19 mm breed, ik hoop dat dat geen barrière opwerpt voor de solitaire bijen.

De leembakjes blijken geen succes te zijn, nog steeds geen enkele bezoeker. Ook de gaten in de oude boomstronk kunnen de interesse van de solitaire bijen niet wekken. Wel een succes: de kleine houten blokjes.

Daarom ben ik al bezig met de uitbreiding van de insectenhotels volgend jaar : ik heb hier enkele (10) houtschijven liggen die ik de komende maanden ga klaarmaken voor volgend jaar. Wel veel werk, die gaten boren. Een mooi werkje voor deze winter.

Bramenhaag

Nu de appelbloesem uitgebloemd is, zijn de (vroege) bramen en frambozen aan de beurt. Terwijl frambozen nietszeggende bloemetjes produceren, moet bramenbloesem absoluut niet onderdoen in pracht voor de fruitbomen.

Mijn blogvolgers van het eerste uur weten dat de trosbessenkamer volledig omringd wordt door een leisysteem voor braamhagen. Dat is een manier om op weinig plaats heel wat bramenstruiken te planten, maar ’t helpt ook om de planten onder controle te houden en ’t vereenvoudigt het plukken. Ik bind de vruchttakken horizontaal op aan  leidraden (horizontale takken leiden tot maximale bloemknopvorming) .

Deze bloem is open, zei de hommel en ze wrong zichzelf tussen de kroonblaadjes

De aanplanting is hier nog redelijk jong, en nog niet helemaal volgroeid, maar de Taybes en Boysenbes zijn flink gegroeid en geven een goed beeld van hoe zo’n bramenhaag er in de lente uitziet.  Laat het duidelijk zijn dat er in de Fruitberg heel wat braambessen zullen gegeten worden dit jaar. Ik heb ondertussen al een recept voor bramenijs, maar ik vermoed dat bramentaart hier ook op het menu zal staan.

Ondertussen lopen de nieuwe grondscheuten al uit. Ze zijn nu ook hoog genoeg om ze te beginnen opbinden aan de leidraden. Deze  scheuten moeten me volgend jaar voorzien van bramen, want alle vruchtdragende takken worden na de oogst volledig verwijderd. Omdat makkelijk te maken heb ik de draden op 20 cm afstand gezet. Zo kan ik nieuwe takken aanbinden tussen de oude takken. En wanneer de oude takken afgedragen zijn, kunnen die eenvoudig verwijderd worden. De takken van vorig jaar staan dus steeds op 40  cm afstand, en de nieuwe takken worden er tussen geleid.

Veel mensen adviseren om de nieuwe braamtakken pas aan te binden in de lente (en ze tijdens de winter op de grond te leggen om invriezen te voorkomen). In de Fruitberg hebben de planten zowel dit als vorig jaar geen vorstschade opgelopen. Ik blijf dus opbinden voor de winter, dat spaart me heel wat werk.

Misschien is zo’n haag ook iets voor jouw tuin? Door de enorme groeikracht van braamstruiken kan je erg snel een dichte haag bekomen. Eentje die je ook nog vruchten levert. Als je de haag in eerste plaats zet om je af te schermen van de buren, zou ik meer planten zetten (eentje per meter) en de takken vertikaal leiden (een tak per 20 cm). De meeste bramenrassen behouden hun blad gedeeltelijk gedurende de winter, maar er zijn zelfs bramenrassen die echt wintergroen zijn (Thornless Evergreen). Deze heeft trouwens ook erg decoratief, diep ingesneden bladeren.

Zonnig en netjes

Na enkele druiligere week-ends was het dit week-end nog eens redelijk droog. Maar vooral vandaag was het erg mooi weer, er zijn ergere dagen om een dagje verlof te hebben gepland.

Zo kon ik vandaag eindelijk het gras maaien. Dat stond vorige week nog ongeveer een halve meter hoog, maar begon duidelijk in ’t zaad te komen. ’t Gras kwam in de fruitkamer ook veel te hoog voor de fruitstruiken. Tijd om te handelen.

Vooral de afboording tussen het gras en de bosaardbeien onder de fruitbomen was een hele klus. Ik heb vorige winter het mollennet, dat de wortels van de fruitbomen moet beschermen tegen woelmuizen, verlegd: toen ik  de eerste bomen plantte draaide ik het net rond de stam van de boom, maar tijdens het verplanten van een boom werd me duidelijk dat dat niet optimaal was : teveel overlappende stukken gaas dicht tegen de stam.

Nu ligt het gaas overal recht naar boven, op 30 cm van de stam van af, maar dat maakt dat het ook tot tegen de graskant ligt. Ik kan dus niet langer met het grasmachine de boord afrijden zonder het mollennet te beschadigen. Het wordt dus dringend tijd om het gras af te zomen met stenen,  zoals ik vorige week al aangaf.

De tuin zag er na al dat werk echt  goed uit (ik ben snel tevreden). Tuinen zien er toch  – net zoals vrouwen – mooier uit als de zon schijnt, en wanneer alles een beetje op orde staat.

Rond 20 uur zette ik me dan ook neer in mijn zetel, om te genieten van de tuin, terwijl het geraas van het verkeer begon te stillen. Luisterend naar de lijster en de vink die om het luidst proberen te zingen. En kijkend naar de boomkruiper die ook dan nog steeds heen en weer vliegt op zoek naar eten voor de kroost. Tot tijdens het schemeren buiten blijven, genietend van de warmte onder de laatste lichtstralen, tevreden over ’t geleverde werk en ’t resultaat.

Dit werd dus

dat

Links de appelhaag, daarnaast de kruisbessen in haag, daarachter de druiven (zoek de zeven verschillen met deze foto  .

Verder groei alles ook flink in de trosbessenkamer :

De trosbessenkamer, met aardbeibakken

Heen en weer

De laatste weken heb ik lang en hard gewerkt in de tuin. Daardoor heb ik soms wat minder oog voor wat er zich rondom mij afspeelt in de tuin.
Gisterennamiddag heb ik eindelijk de spandraden voor de kiwi bevestigd (dat stond al weken op mijn to-do lijstje). Een rustig werkje, waarbij ik het boomkruipernest goed in ’t oog kon houden.
Al heel de week vroeg ik me af of het vogeltje dat ik uit de klauwen van de kat had gered nog in leven was, en dat kan ik dus bevestigen. Er zitten wel enkele pluimen niet helemaal zoals het hoort, maar hij is blijkbaar ‘alive and kicking’.

Beide vogeltjes volgen een vaste vliegroute naar de grote den bij de buren. Een minuut of twee later komen ze weer terug met een lading insecten. Ik heb het altijd fascinerend gevonden hoe zo’n vogels zo snel zoveel insecten kunnen vangen. Wanneer ik zelf zo’n boom onderzoekt zie ik eigenlijk amper beestjes.


Ook bij de pimpelmezen wordt er aan- en afgevlogen dat het een lieve lust is, maar daar lijken de vogels niet direct steeds weer dezelfde vliegroute te volgen.

Vanmorgen hoorde ik gepiep uit één van de “paalwoningen” – zo omschrijven mijn kinderen de nestkastjes op palen. Een koppel koolmezen is daar blijkbaar druk bezig met het verzorgen van het nageslacht.

Toen ik de nestkastjes enkele maanden geleden ophing was er bezoek, dat zich afvroeg of je nu veel plezier beleeft aan het ophangen van nestkastjes. Ik herhaal dus nogmaals volmondig ‘Ja’

HagelHosta

Toen ik gisterenavond thuis kwam was het aan ’t hagelen. Korrelhagel, zag ik onmiddellijk. De voorspelde hagel zou mijn planten dus geen schade berokkenen. Toen ik wat later in de tuin aan ’t werken was begon het opnieuw te hagelen. Dit keer was de hagel een pak groter. Boerenerf (in vogelvlucht nog geen 10 km hier vandaan) plaatste een fotoverslag .

Een half uurtje later was ik opnieuw borders aan ’t ontgrassen, een rotwerkje, zeker als ’t zo nat is (als ’t hier wat droger is ga ik dat oplossen zoals mevrouw onderdeappelboom). Ik deed ook niet de moeite om te controleren of de hagel schade had berokkent.,

De hosta stonden er van ’t week-end redelijk goed bij. Ze zijn allemaal opgekomen, en worden ieder jaar groter zodat de collectie mooier wordt. Maar toen ik gisterennacht mijn dagelijkse slakkenronde uitvoerde stelde mijn lodderig oog vast dat er nu toch heel veel gaatjes in de bladeren zate vooral bij de grootbladige planten. Hagelschade dus.

Terwijl ik hier van ’t week-end nog wat fotokes maakte van enkele bontbladige planten, omdat de mooie kleurenschakeringen vast te leggen. Eigenlijk gaat mijn voorkeur uit naar grootbladige, monotone hosta. Maar die gaan de komende maanden net iets minder mooi zijn door al die gaten in de bladeren.

Andere bestuivers


Enkele weken geleden toonde ik hier al wat foto’s van mieren die aalbessen aan ’t bestuiven waren. Toen ik dit week-end langs de aardbeien kwam zag ik één van de sympathiekste bestuivers aan ’t werk.
Deze vogelnestkever is maar 5 mm lang en eet nectar en stuifmeel. Er zitten tientallen van deze kevertjes verspreid over de aardbeien.


Ze zijn familie van de museumkever, die ik de voorbije jaren terugvond  op de Astrantia

De mieren waren nu trouwens ook van de partij in de aardbeibloemen.

Dit kevertje is een onbekende (en vloog na twee foto’s al weer weg)

Bladluizen

Vooral de braamstruiken zitten dit jaar onder de bladluizen

De jaarlijkse opstoot van bladluizen is nu begonnen. Aardbeien, pruimelaars, braambessen, zwarte bessen,… overal verschijnen nu bladluizen.  Zelf maak ik me weinig zorgen over bladluizen (eigenlijk maak ik me alleen zorgen over de overdracht van virussen). Het is namelijk een typisch voorbeeld van een plaag waar je beter de natuur zijn gang laat gaan. Het bewijs dat zonder niet alleen gezonder is, maar ook écht werkt.

Er zijn meer dan voldoende natuurlijke vijanden voor deze diertjes. En dan spreek ik niet alleen over de lieveheersbeestjes die hier overal in de tuin van jetje liggen te geven, maar ook zweefvlieglarven, oorwormen, roofmijten, spinnen, gaasvlieglarven, vogels, …

Indien je bestrijdt met insekticides vernietig je ook al die natuurlijke vijanden, terwijl de bladluizen minder dan een week later terug aanwezig zijn en ongebreideld kunnen vermeerderen wegens gebrek aan die natuurlijke vijanden. Zo kom je in een vicieuze cirkel van gif spuiten terecht.

De balans slaat op enkele planten wel eens even door maar dat herstelt zich meestal vrij snel nadien. In ’t uiterste geval vang ik enkele lieveheersbeestjes (of hun larven) om ze uit te zetten op de desbetreffende plant. Ik kan mezelf niet herinneren ooit een plant verloren te hebben aan bladluizen.

Wat betreft de natuurlijke vijanden : dit jaar zitten er in vergelijking met vorig jaar erg veel aziatische lieveheersbeestjes. Vorig jaar waren de inheemse duidelijk in overwicht, dit jaar heb ik nog geen enkel 7-stippelig lieveheersbeestje gezien in de tuin.

De beste manier om bladluizen te beheren is preventie: planten die veel bemest worden groeien sneller, maar zijn meer onderhevig aan bladluizen: niet teveel bemesten dus, om de vegetatieve groei onder controle te houden.

Zomersnoei kruisbessen

Enfin. ’t Is eigenlijk geen zomer, en ook geen zomers weer. Maar op dit moment start ik met het snoeien van de kruisbessenhaag.

Zoals reeds eerder uitgelegd kweek ik mijn kruisbessen op als drietakkers. Dat betekent drie vertikale gesteltakken. Daar zijn we ondertussen twee jaar geleden al mee gestart. Iedere gesteltak wordt ondersteund door een bamboestok. De bedoeling is om op deze gesteltakken hout haaks op haagrichting te laten groeien (steeds weer hetzelfde verhaal : licht en lucht tot in het centrum van de plant laten komen)

Zoals je kan zien is deze plant al flink gegroeid de voorbije weken.

In eerste instantie worden alle zijtakken onder de 40 cm weggenomen. Hier zijn verschillende redenen voor, niet alleen is de kwaliteit van ’t fruit er minder, ’t zou ook helpen bij de bestrijding van de bessenbladwesp.

Deze struik heeft ook een stevige nieuwe grondscheut. In theorie zou ik die kunnen opkweken als vervanger van één van de andere gesteltakken, maar die zijn allemaal nog vrij jong dus…

Nu verwijder ik alle zijscheuten die in het verlenge van de haag staan. Je ziet dat de hele plant daar echt luchtiger wordt.

Ook de overgebleven scheuten (die haaks staan op de haagrichting) dun ik nog wat uit. Alle kleine, traaggroeiende takjes snijdt ik zowiezo weg. Ik haal ook de concurrenten van de topscheut weg (bij deze plant was dat niet nodig).

Tenslotte bind ik de toppen van de gesteltakken nog aan aan de bamboestok. Afhangende toppen vertagen de groei.

Op de overgebleven zijtakken ga ik nu 2-3 jaar lang vruchthout verder kweken, waarna ik start met het verjongen van de scheuten, maar dat zien we dan de volgende jaren.

Vogelbestand

Dan doet ge al eens moeite om enkele nestkastjes op te hangen, en dan gaan de vogeltjes alsnog laten merken dat ons huis niet zo hermetisch dicht is. Deze boomkruipers broeden onder de kroonlijst van ’t dak.

6 m hoog in de boom heb ik dat boomkruipernest gehangen.

Gisteren zat er ééntje in huis, met de kat er vlakbij. Ik kon hem nog net redden. Hij vloog terug naar buiten, waar hij een uur lang tegen de notelaar bleef hangen. Daarna was hij weg. Ik hoop dat hij/zij dit overleefde. Vanmorgen zag ik in ieder geval nog steeds voedselbeleveringen voor het nest…

Dan doet ge trouwens ook moeite om 4 nestkastjes op te hangen, waarvan twee speciaal voor pimpelmezen. Maar die voldoen blijkbaar niet, en dus beslissen de pimpelmezen in ’t mussenhotel te nestelen.

Maar er is ook fijn nieuws. Gisteren zat ik in de tuin wat te wieden. Hoor ik gefladder naast me. Een mus! In onze tuin. Graszaden aan ’t eten. Voilà. De boycot is over.