Carnaval

Een reactie op een bericht van groengenot.

Ik heb met de fruitberg een account op facebook gestart, maar ben daar ondertussen al een hele tijd niet meer geweest. Het is een soort virtuele, schreeuwerige, wereld die me niet zo fel kan boeien. Ik wil me ook niet associëren met de onzin die je er leest. Wanneer je zowat iedere dag mensen met fascistisch gedachtengoed of samenzweerders moet weren van je digitaal erf, dan is de fun er voor mij snel af.

Groengenot schreef over haar caranavalsmengsel. En dat ze de kinderen eigenlijk niet het juiste leerde, want dat zo’n carnavalsmengsel bestaat uit uitheemse planten en dus niet nuttig is voor insecten. Dat je beter een mengsel van inheemse planten aanschaft. “Op heel wat groepen op facebook wordt een ware kruistocht gehouden tegen uitheems plantgoed”, klaagt lefabuleuxjardin aan in een antwoord op het berichtje van Hilde.

En dat is eigenlijk ook net mijn stokpaardje. De hele discussie is een mooi voorbeeld van hoe sociale netwerken functioneren en mensen de kans geven om hun eigen mening door gelijkgezinden bevestigd te zien.

Ik krijg hier tijdens tuinbezoeken ook vaak de vraag. Mijn antwoord is drieledig en een beetje contrair. Ik heb niet de pretentie om te zeggen dat dat antwoord correct is. Ik wil mensen vooral doen nadenken over het vraagstuk.

  1. Ik wacht nog steeds op de eerste veldstudie die bewijst dat een tuin die uitsluitend inheems plantgoed aanwendt meer biodiversiteit oplevert.
    Er bestaat geen twijfel over het feit dat er een aantal voedselspecialisten zijn onder de insecten die alleen bepaalde planten uitkiezen als drachtplant (nectar/stuifmeel) of waardplant (voedsel voor de larven). Om die voedselspecialist eten aan te bieden in jouw tuin, heb je die planten dus nodig. Maar om op basis van deze informatie te concluderen dat een tuin met alleen maar inheemse planten meer biodiversiteit lokt, is wel heel kort door de bocht.

    Want ik ken twee veldstudies die daar geen bewijs voor vonden. Ken Thompson geeft in de analyse van zijn veldstudie aan dat inheems plantgoed geen significant verschil in biodiversiteit oplevert.
    Verder is er ook een veldstudie van de universiteit van Bristol die aangeeft dat er evenveel bestuivers in steden en dorpen leven dan in natuurgebieden. Er was ook geen significant verschil in aantal soorten zeldzame bijen.
    En nog eentje, het boek ‘Solitary bees of Great Britain’ geeft aan de grootste diversiteit aan solitaire bijen in het VK aangetroffen wordt in een vrij formele tuin in Sussex, met voornamelijk uitheems plantgoed.

    Er zijn dus misschien nog andere parameters in het spel. De insectenwereld bestaat niet alleen uit voedselspecialisten. Er zijn ook heel wat voedselgeneralisten (honingbijen, hommels, vlinders, zweefvliegen,…) die minder kieskeurig zijn, en ik heb de indruk dat die vaak uitheemse nectarplanten verkiezen boven die inheemse planten… Door het aanbieden van uitheemse planten hebben voedingsspecialisten mogelijk minder concurrentie op ‘hun bloemen ‘. De veldstudie van universiteit van Bristol geeft ook aan dat er in steden en dorpen een grotere specialisatie is bij de bestuivers (veel bestuivers beperken zich dus tot enkele plantensoorten).

    Let wel, ik schrijf zou. Ik weet het niet. Ik heb tot nu toe geen enkel veldonderzoek gezien dat eenduidig bewijst dat uitsluitend inheemse planten aanwenden meer biodiversiteit garandeert. Je mag me in commentaar altijd een link naar zo’n onderzoek doorsturen (ik spreek dan over een echte veldstudie). En neen, het artikel van Nils van Rooijen toont dat niet aan. Die geeft aan dat er solitaire bijen zijn die voedingsspecialisten zijn en alleen leven van één inheemse plant of familie planten. En dat is helemaal correct. Of toch bijna, want sommige van die voedingsspecialisten foerageren ook op nauwverwante, uitheemse soorten. Knautiabij foerageert niet alleen op de inheemse Knautia arvensis, maar ook op Knautia macedonia, om maar een voorbeeld te nemen.

  2. Maar eigenlijk is dat zelfs allemaal niet belangrijk. Volgens mij is de boodschap contraproductief omdat ze te extremistisch is. Ga maar eens langs bij alle buren, en vertel ze eens dat ze alle planten moeten vervangen door brandnetels, distels, boerenwormkruid, duizendblad,… om “de insecten te redden”. 99% van de mensen gaat gewoon zijn middenvinger opsteken en gewoon verder doen. Wanneer je mensen gaat vragen om ook enkele inheemse planten aan te planten in de tuin, voor insecten, ga je waarschijnlijk meer succes hebben. Het demoniseren van de uitheemse planten (zoals de pejoratieve term carnavalsmengsel) is gewoon nutteloos en contraproductief.
    Hilde van groengenot heeft inderdaad een carnavalsmengsel uitgezaaid. Maar dat is beter dan er gras laten staan, ik vermoed dat onder meer de hommels daar erg tevreden mee waren. Ja, voedselspecialisten gaan op die plek van de honger sterven. Tenzij dat carnavalsmengsel die hommels wegtrok van de inheemse planten in het grasveldje van Hilde ernaast…. En niet te vergeten, als daar gewoon een strak gemaaid gazon lag, hadden die bijen ook geen eten.
    Theoretisch had Hilde er beter aan gedaan van rolklaver, steenklaver, duizendblad, korenbloem, distels, brandnetels, boerenwormkruid, knoopkruid, paardenbloemen en klaproos in te zaaien. Maar dat mengsel is wat moeilijker om te vinden. En hoeveel van die kinderen zouden thuis distels mogen inzaaien voor de vlinders? Juist. Waarschijnlijk geen enkel.

    De pragmaticus in mij denkt dat je meer inheems plantgoed gaat hebben wanneer 5%-10% van de planten in iedere tuin inheems zijn, dan wanneer je 100% inheemse planten hebt staan in 1% van alle tuinen. En negatieve boodschappen ‘Je mag dit of dat niet’ zijn niet direct boodschappen waar je veel zieltjes mee wint. Positieve boodschappen doen dat wel. Een actie als maai-mei-niet is volgens mij veel, maar dan ook veel geschikter.
  3. En dan is er nog een derde element. Zelfs inheemse planten verschillen genetisch van regio tot regio. De Beemkroon (Knautia arvensis) die als inheemse plant wordt verkocht, is helemaal niet de Knautia die hier in de beemden staat. De plant bloeit op een ander tijdstip, ziet er lichtjes anders uit en heeft veel meer last van meeldauw dan de échte lokale variëteit. Ik ben er niet van overtuigd dat dat goed is voor de biodiversiteit wanneer zo’n plant mijn tuin zou verlaten en zich mengt met de lokale variëteit. Het zou in ieder geval een verlies aan biodiversiteit zijn. Er bestaat in Rillaar ook een populatie Blauwe knoop (Succissa pratensis) die op een ander ogenblik bloeit. Ook de margrieten die hier in de beemden staan zijn niet overal dezelfde planten. Inheemse planten of zaad gaan kopen bij een handelaar is volgens Nils Van Rooijen niet zo’n goed idee omdat je dan die lokale diversiteit verliest. En nochtans wordt het artikel steevast gelinkt als bewijs om geen carnavalmengsel te kopen, om er dan in één adem bij te vertellen dat je inheems plantgoed te kopen bij een Nederlandse zaadhandel of ecoflora. Niet iedereen heeft het volledige artikel gelezen of begrepen denk ik dan. Indien je achter de boodschap van de man staat, gebruik alleen echt lokaal plantgoed, geen inheems plantgoed.

    Ik vind dit argument eigenlijk wel belangrijk. Ik heb dit jaar alle aangekochte Knautia’s en de zaailingen gewied en vervangen door zaailingen die ik heb opgekweekt uit lokaal zaad.
    Ik heb lokaal stekjes genomen van boerenwormkruid, rolklaver, steenklaver, heelblaadjes, … De Knautia is opgekweekt uit zaad dat ik heb geoogst. Maar kan je dat van iedereen verwachten? Want ik heb geen weet van een lokale zaadhandel die zaad verkoopt van mijn regio. En wat is mijn regio? Mijn straat? Mijn gemeente? Mijn provincie?

    Of kunnen we gewoon niet beter wat pragmatisch proberen te zijn? In plaats van andere mensen met goede bedoelingen neer te sabelen omdat het nog beter kan?


Hier zijn we terug

Het is ondertussen weer enige tijd geleden dat ik nog eens tijd neem voor mijn blog. Daar zijn verschillende redenen voor, ik ga jullie het hele verhaal besparen.

Even over de tuin. De voorbije maand is de tuin echt op een waanzinnige manier geëvolueerd. De combinatie van warmte en vocht doet heel wat planten duidelijk goed.

Na het klaarzetten van de tuin tegen begin juni, heb ik de gewoonte om de tuin even zijn gang te laten gaan tot midden juli. Een periode waarin ik zelf wat andere tuinen heb bezocht, en verder vooral bezig ben geweest met wat spielerei in de tuin (vermeerderen) en wat te genieten van ’t leven in de tuin. Maar er zijn ook nog enkele andere bezoeken aan de tuin geweest die ik had toegezegd, en die nemen toch steeds wat tijd in beslag.

Vanaf midden juli starten we dan opnieuw met tuinonderhoud, alles eens wieden, wat snoeiwerk in de fruittuin en gisteren en eergisteren de hagen scheren. Ik heb hier heel wat hagen. Veel mensen die de tuin bezoeken vragen of dat niet enorm veel werk is om die allemaal te scheren. Eigenlijk valt dat best mee, ik heb goed materiaal (accu heggenschaar en accu heggenschaar op steel van Stihl). En ik moet geen snoeiafval wegbrengen naar het containerpark, ik gebruik dat als grondstof in de composthoop nadat ik dat haksel (Daarom staat er ‘logisch’ in Ecologisch tuinieren). Het is eigenlijk niet veel meer dan een dag werk. De tuin is nu terug ‘bijgewerkt’.

Het heeft ook hier hard geregend de voorbije week. Geen waterschade, maar de grond is nu duidelijk verzadigd van het vocht en ik zie enkele droogteminnende planten die het wat moeilijker lijken te hebben. En heel wat hoger groeiende planten zijn er door de combinatie van water en wind bij gaan liggen. Kortom, niets om over te klagen of druk te doen. Door het natte weer lijkt de volledige druivenoogst wel naar de Filistijnen, maar ook dat is geen drama. Wanneer andere mensen hunnen hebben en houden verliezen, lijkt het me ongepast te klagen over wat druifjes en plantjes die omgeregend zijn.

Want de meeste planten staan er dit jaar gewoon veel beter bij dan andere jaren, alles is frisser en groener.

Zeker fris en groen is de vijver, die zit weer overvol, niet alleen met water (een groot verschil met de voorbije jaren), maar ook met Krabbenscheer. Indien er mensen wat Krabbenscheer willen komen ophalen, laat het me dan weten. Het vocht zorgt voor het eerste sinds vele jaren voor heel wat slakken, maar de schade van die slakken valt al bij al best mee. En wanneer ik laat in de tuin zit, zie ik wel eens een egel een ronde doen. Ecologisch evenwicht dus.

Positief: veel vlinders. De dagpauwogen die hier enkele jaren afwezig bleken, zijn nu in grote getale aanwezig. Verder ook heel veel atalanta’s. Redelijk wat koolwitjes, veel hooibeestjes en bruine zandoogjes en, af en toe ,een verdwaalde citroenvlinder of distelvlinder. Maandag telde ik net geen 40 vlinders. Blinken wel uit in hun afwezigheid: blauwtjes. Daarvan heb ik er de voorbije twee weken geen enkele waargenomen.

De komende weken heb ik nog drie weken verlof, en tijd om van de tuin te genieten. Dan volgen er zeker nog wel enkele posts.

Terwijl ik dit berichtje intypte heeft het hier weer flink geregend. Geen waanzinnige hoeveelheden, maar zie zo net op het nieuws dat het weer in de provincie Namen weer voor veel problemen zorgt…

Voorbij

Ondertussen zijn de eco-tuindagen al weer enkele dagen achter de rug. De opkomst viel – zelfs met het verplicht reserveren – zeer goed mee. En bijna iedereen die reserveerde was ook van de partij. Zaterdag was het weer niet al te best, zondag was de zon wel van de partij.

Mijn indruk is dat de ‘maai – mei – niet’ campagne echt wel succes heeft gehad. Terwijl het publiek de voorbije jaren bestond uit oudere tuinliefhebbers die eens een bezoekje kwamen brengen en jonge koppels die wat ideeën op komen doen (of advies kwamen vragen) voor het aanleggen van hun tuin, waren er dit jaar opvallend veel 50-ers die advies kwamen vragen voor de aanleg van een bloemenweide of een ‘wilde tuin’.

Nog een positieve noot: eigenlijk deed er niemand moeilijk over de covid-maatregels, geen gezeur over het verplichte mondmasker. Zoals Ludo me ooit aangaf, de mensen die je tuin komen bezoeken zijn ‘velt-volk’, correcte en toffe mensen.

In de tuin is het ondertussen ook feest, met de warmte hebben heel wat planten een flinke groeischeut gekregen.

Nog een stukje dat ik vorig jaar flink onder handen nam/

Kleur

Er begint ondertussen heel wat kleur in de tuin te komen. De eerste akeleien staan in bloei, maar ook de adderwortel.

Ook de eerste pioenen staan in bloei: Paeonia ‘Early Glow’ (onder) doet zijn eer aan en Paeonia ‘Early windflower’ (boven).

Ook in bloei en op dit ogenblik een echte blikvanger : Viburnum plicatum ‘Watanabee’.

Blikvanger in de nectartuin: Nepeta Walkers’ Low

Op Gardener’s World gaf Monthy Don twee weken geleden aan dat hij deze variëteit had uitgekozen omdat de plant wat lager blijft. Dat was dus desinformatie. De plant is aangetroffen in een ruin die ‘Walkers Low’ heet, en wordt eigenlijk vrij groot, ik schat 70-80cm hoog.

Verder wemelt het weer van de hommels rond de Geranium phaeum. Ook leuk, maar (nog?) niet op foto: je ziet hier meerdere akkerhommels alle akeleien afvliegen en gaatjes maken in de sporen van de bloem, om zo toch aan de nectar te geraken.

Lente

Ondertussen zijn alle borders een tweede keer ‘onder handen’ genomen. Wat lenteonderhoud betreft moet ik alleen nog een stukje verharding in orde zetten.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is p2525656943-6.jpg

In de bloemenweide eist de dagkoekoeksbloem, Silene dioica, nog even alle aandacht op, dioica staat bij deze voor tweehuizig. Planten maken ofwel mannelijke ofwel vrouwelijke bloemen. Ik vind het vooral een dankbare plant omdat hij zij vroeg in bloei staat.

Nog een foto voor Menck: de vijver is niet aan ’t verzanden, wel aan het ver-krabbescheren. Binnenkort nog eens een kruiwagen of twee planten ‘verwijderen’.

2021

Het was in februari meerdere dagen flink koud. Veel kouder dan de voorbije jaren. Het kwik daalde hier tot bijna -10°C, en het was vooral meerdere nachten na mekaar vrij koud. Meerdere planten leken op dat ogenblik flink wat vorstschade op te lopen maar er bleek uiteindelijk amper permanente schade te zijn.

Ook belangrijk, dit jaar eens geen late vorstprik die heel wat jong blad beschadigde. Ik heb dus – voor de eerste keer in jaren – geen vorstschade aan de kiwibessen en zou – voor ’t eerst in al die jaren – kiwibessen moeten kunnen oogsten.

Heel wat delen van de tuin staan er nu goed bij. Onder meer de bloemenweide, de vijver, de schaduwtuin en de nectartuin.

In de rest van de tuin zie je wel dat er vorig jaar een wereldwijde pandemie was. Daardoor werk ik sinds maart vorig jaar grotendeels thuis en was ik in het tweede kwartaal van vorig jaar zelfs 1-2 dagen per week economisch werkloos. In combinatie met de beperkte mobiliteit, had ik vorig jaar dus een zee van tijd om ‘projecten’ tot uitvoering te brengen in de tuin, waardoor een aantal stukken tuin flink vernieuwd werden en nu de indruk geven pas aangelegd te zijn.

Door de drukte op ’t werk (nieuwe functie) waren alle tuinwerkzaamheden dit jaar wat achteruit geschoven… Ongeveer 4 weken geleden besefte ik dat ik over 8 weken de tuindeuren nog eens open zou zetten voor de eco-tuindagen. Een echte wake-up call als het ware. Ondertussen is het grootste deel van ’t voorjaarswerk achter de rug.

Dus ja, je leest het goed, er zijn dit jaar wél eco-tuindagen van velt. In een covid-kleedje, zodat de eco-tuindagen veilig kunnen verlopen. Zo moet je jezelf op voorhand aanmelden en registreren in de beschikbare tijdssloten (dat doe je hier : https://www.velt.nu/velt/ecotuinen). Verder is er (alvast in de deelnemende Belgische tuinen) ook mondmaskerdraagplicht (21 letters)* en wordt er ook geen catering voorzien. Het aantal bezoekers per tuin is ook beperkt, in mijn tuin van 2100 m² accepteer ik 15 bezoekers per uur.

Ondertussen staan al heel wat extra planten in de nieuwe bloempluktuin.

Er nemen dit jaar veel minder tuinen deel dan andere jaren. En ik vermoed ook dat het een zeer rustig jaar gaat zijn qua aantal bezoekers, gezien de beperkte promotie (er is pas vorige week groen licht gegeven voor de eco-tuindagen). Maar indien je wat tijd vrij hebt en geïnteresseerd bent, is er misschien wel een tuin in jouw buurt die je wilt bezoeken?


*Volgens het bestaande protocol van de overheid voor culturele evenementen kunnen organisatoren aansprakelijk gesteld worden voor besmettingen indien de organisator van het evenement dat protocol niet correct volgt. Indien je die regels idioot vindt en je niet bereid bent om ze te volgen, ga dan gewoon een wandeling maken. Besef dat je te gast bent in iemands privétuin, en dat die gastheer/gastvrouw de regels vastleg voor dat bezoek.

Nieuw project

Achteraan in de tuin stond een (laagstam)pruimenhaag. Stond. Ik heb de bomen allemaal verwijderd. Om de planten voldoende compact te houden moest ik teveel snoeien waardoor ik vorig jaar een eerste boom moest verwijderen met loodglansschimmel.

Ik heb eigenlijk flink getwijfeld over de bestemming die ik zou geven aan het stukje tuin van ongeveer 75 m² dat vrijkwam. Een houtkant (daarvoor was het stuk wat smal), een verdere uitbreiding van de bloemenweide was ook een mogelijkheid,… Uiteindelijk koos ik voor iets helemaal anders. Met name een snijbloementuin, maar dan uitsluitend gebruik makend van vaste planten. Ik vind het altijd een beetje zonde om bloemen te plukken uit de tuin. Maar dit stukje tuin ligt niet in ’t zicht, en dan kan dat dus geen kwaad.

Doel zou zijn twee boeketten per week te kunnen plukken uit deze tuin. Niet alleen voor onszelf, maar ook wanneer we ergens op bezoek gaan.

De grond werd van gras ontdaan door het in de herfst met karton en compost te bedekken. Dat karton werd enkele weken geleden weggewerkt en alle overblijvende kruidgroei verwijderd. Met de gerecupereerde kasseien legde ik nog een borderzoom aan. Daarna egaliseren en ondertussen kunnen we beginnen met beplanten.

Op de foto hierboven zie je al enkele aangeplante zaailingen / stekken uit de tuin. Onder de curverboxen zitten enkele planten die ik net heb verplant. Er staan ook nog flink wat stekken te wortelen die over twee weken kunnen aangeplant worden.

Voor de nieuwe aanwinsten (die je op de foto hierboven niet ziet) ben ik vandaag naar een kwekerij gereden die hier niet zo heel ver vandaan ligt (De Vlindertuin).
Dat bezoek viel uitstekend mee: erg mooi assortiment en mooi gezond plantgoed (veelal in goed gevulde 1.5l potten). De nieuwe aanwinsten zijn vanavond nog allemaal aangeplant, het voorspelde hemelwater voor de komende week zou moeten helpen om ze goed te doen groeien.

Het zal nog wat voeten in de aarde hebben vooraleer deze border echt af is (en voor ik er effectief een boeket uit kan plukken), maar de aanzet is in ieder geval gezet.

Geplande beplanting van dit stukje tuin : Pentaglottis , Verbascum , Achillea, Leucanthemum , Acquilegia, Cirsum , Echinops, Helenium, Amsonia, Lychnis, Centaurea, Aster, Aruncus, Polygonatum, Digitalis, Iris, Lythrum, Knautia, Doronicum, Geum, Astrantia, Nepeta, Phlox, Paeonia, Sanguisorbia, Scuttelaria, Veronicastrum, Penstemon, Persicaria, Isodon, Anaphalis, Foeniculum, Hesperis, Helianthus, Rudbeckia, Succisa.

Tips voor andere goede vaste planten als snijbloem zijn natuurlijk altijd welkom.

Sanguinaria canadensis ‘Paint Creek Star’

Ook deze bloedwortel staat nu in bloei in de schaduwtuin. Ook een plant met een verhaal. Toen ik deze twee jaar geleden kocht was de plant anderhalve maand later – ergens in juni – al helemaal verdwenen boven de grond.

Ik was er zeker van dat ik deze dus kwijt was, maar niets was minder waar. Vorig jaar kwam hij mooi terug uitlopen, maar één van mijn kippen vernielde beide exemplaren van deze plant volledig. De planten liepen nadien opnieuw bescheiden uit, zonder te bloeien.

Dit jaar zijn de planten toch uitgegroeid tot mooie planten. Ook de bloemen mogen er wezen, ook al had ik waarschijnlijk toch liever de wildvorm gekocht. Deze ‘Paint Creek Star’ onderscheid zich van de wildvorm doordat hij 16 bloemblaadjes heeft ipv 8, en door het feit dat deze bloemblaadjes heel wat langer zijn.

De plant is afkomstig uit de familie van de papavers en zou een trage groeier zijn. De Nederlands naam ‘Bloedwortel’ is een gevolg van het rode sap dat beschadigde wortels afscheiden. Ik kocht deze plant in eerste instantie vanwege het mooie blad. Ook hier zou de bloei zeer kort zijn.

Potplantexperiment

Ik heb er een tijdje geleden al eens over geschreven. David Goulson had vorig jaar tijdens een interview voor het programma Gardener’s world aangegeven dat rolklaver een leuke potplant was voor op het terras: zeer lange bloei, mooie bloempjes én bovendien een uitstekende dracht- en waardplant.

Rolklaver

Ik ben daarna onmiddellijk in de beemden op zoek gegaan naar het plantje, en heb één klein stekje van een grote populatie geoogst. Dat plantje is vorig jaar en ook deze winter nog enthousiast gegroeid, zodat ik heb beslist de plant op te potten in een 5 liter container. Het zaad van deze plant verspreid ik ook door de fruittuin en de bloemenweide.

Rode klaver

Ik heb nadien ook nog een rode klaver en witte klaver opgepot, en ook deze planten groeien uitstekend in containers. Ze staan er ondanks een winter buiten staan mooi en fris bij. Ook zij verlangden een grotere pot.

Witte klaver

Deze planten gaan enkele andere planten in potten vervangen die wat mij betreft te arbeidsintensief zijn wegens onder meer niet volledig winterhard,…. Deze planten bloeien ook allemaal van in de lente tot de herfst… En mensen noemen dit onkruid, maar klavers zijn gewoon prachtige planten, met mooi blad en bloemen.

Jeffersonia diphylla

Deze plant kocht ik 5-6 jaar geleden op de tuindagen van Beervelde. Ik was de naam van de plant al vergeten. De voorbije twee jaren had ik twee zaadhoofden gezien maar toen waren de bloemen al lang uitgebloeid.

Dat zou me dit jaar dus niet meer overkomen en zo kon ik deze foto’s vastleggen. Ik heb de indruk dat de bloei van extreem korte duur is, maar het blad van de plant is ook erg mooi. De plant wordt algemeen als traaggroeiend omschreven, en dat is nog een eufemisme.

Maar de plant is ’t afgelopen jaar wel verdubbeld, er is dus hoop…