Boodschap

Na een vrij lange blogsiesta ben ik hier weer terug. Ik ga de hele reden hier niet in ’t breed uitsmeren, laten we maar zeggen dat het erg druk was met ’t werk en dat ik er geen zin in had.

Ondertussen pikken we de draad terug op, en probeer ik ook terug op tijd en stond een tekstje te schrijven . Op het bord dat de eco-tuindagen aankondigt staat een heel belangrijke precisering. Ik weet dat dahlia’s terug in zijn, maar dus niet in mijn tuin. Hier zijn ze NIET welkom.

Net zoals Tagetes en bloemriet.

Veel volk

’t Is op dit ogenblik behoorlijk druk in de tuin. Het aantal Atalanta’s blijft toenemen, ik zie nu in totaal 40-50 vlinders in de tuin rondfladderen. Ik zie ondertussen ook wel een tiental dagpauwogen, een distelvlinders, nog redelijk wat koolwitjes en één Gehakkelde Aurelia.

Naast deze aster novae-angliae zijn het vooral de klimop, Verbena bonariensis en de Heptacodium miconioides die veel volk trekken. Het blijft ook volgende week nog warm, ik vermoed dat er alleen maar meer volk richting onze tuin zal afzakken.

Veel volk

Na mij deze morgen met wat wereldse dingen bezig te houden (winkelen), begon ik deze namiddag onder een heerlijk zonnetje te werken in de tuin. Onder meer de abrikozenbomen moesten nog gesnoeid worden. Terwijl ik mijn ladder probeerde te laveren tussen de planten in de nectartuin, viel me ineens op dat er wel redelijk wat Atalanta’s zaten. De voorbije dagen zag ik er wel sporadisch enkele fladderen, maar nu zag ik er veel. Even een pauze nemen (tsja, technisch gezien was dat zelfs geen pauze want ik was nog niet aan ’t werken) om wat te tellen, en ik zag alleen in dat stukje tuin 32 Atalanta’s. Met de exemplaren in de rest van de tuin kom ik ergens rond de 40 exemplaren. Zoveel zag ik er nog nooit hier.

Veel minder zichtbaar dit jaar zijn de solitaire bijen, ik vraag me af of de soorten die ondergronds nestelen veel last hebben gehad van de veelvuldige regen? Ik zie alleen enkele behangersbijen, af en toe een kegelbij en vooral heel veel tronkenbijtjes. En dat zijn soorten die nestelen in boorgaten (en dus gebruik maken van insectenhotels).

Daarna alles wat gesnoeid moest worden gesnoeid, het snoeiafval onmiddellijk in de hakselaar gegooid en nog even wat genoten van het mijn ‘wildernis’.* Kortom, een ideale vakantiedag.

Dagpauwoog

Een aantal jaar geleden leek onze tuin wel afgeladen vol te zitten met vlinders, voornamelijk dagpauwogen, waarvan ik er op één moment 65 van telde. Door de droogte van de voorbije twee zomers was de vlinder er flink op achteruit gegaan. Dit jaar doet de vlinder het duidelijk beter, en een maand geleden zag ik echt heel wat dagpauwogen foerageren in de tuin.

Op dit ogenblik is die generatie van de vlinder opnieuw verdwenen en zie ik wel veel koolwitjes, enkele atalanta’s, een kleine vos en wat bosblauwtjes. Maar er zitten wel een honderdtal rupsen van de dagpauwoog op de brandnetels in mijn tuin, en de voorbije dagen is me tijdens enkele wandelingen opgevallen dat de brandnetels in de bermen op dit ogenblik gewoon afgeladen vol zitten met rupsen van de dagpauwoog. Op mijn wandeling van zondag zag ik – en ik overdrijf niet – duizenden rupsen, in allerlei formaten. Hier en daar zie je plekken waar de brandnetels gewoon helemaal kaalgevreten zijn.

Wat ik rond mij zie bewijst nogmaals dat je echt geen netels in je eigen tuin moet laten staan om vlinders te helpen. Ik heb één “nest” in mijn tuin, in de beemden rondom mij zitten er honderden van die nesten. Ik heb mijn brandnetels laten groeien omdat er hier de voorbije weken veel vlinders zaten en ik er van uitging dat sommige van hen mijn netels wel als nestplaats zouden uitkiezen.

Als het weer nog een beetje meezit, verpoppen die rupsen over een week of twee en hebben we in de tweede en derde week van september opnieuw een echte vlinderweelde. Dat is natuurlijk op voorwaarde dat de gemeente de bermen niet begint te maaien…

En wat die vlinders écht nodig hebben de komende weken, is nectar en stuifmeel. Heel wat bloemende planten zijn ondertussen uitgebloeid… Je kan dus beter wat laatbloeiende planten zetten om die beestjes te helpen.

Mijn tuin zal klaar staan om ze van harte te ontvangen…

Meer weer

Koning vorst heeft dit jaar, in tegenstelling tot de voorbije jaren, vrij laat de Fruitberg verlaten. Het heeft ook redelijk vaak wat gevroren, voldoende om planten zich ervan te weerhouden om al uit te lopen om daarna kapot te vriezen.

Hydrangea ‘Anthony Bullivant”

Je ziet dat nu duidelijk in de tuin. Niet alleen aan de bijenboom – die uitbundig bloeit nu alle uitlopend blad eens niet kapot gevroren zijn- maar ook aan de Hydrangea villosa. Deze planten hebben de voorbije jaren ook steevast vorstschade opgelopen, maar dit jaar dus niet. Ze zijn dit jaar in volume verdubbeld, en hebben eindelijk de echt mooie, grote viltige bladen die ze zo kenmerken.

Hydrangea ‘Hot chocolate’

Ik vind H. villosa een veel interessantere plant dan alle andere Hydrangea, omdat deze ook mooi blad leveren.

Nog een magneet

En nogmaals een exoot, maar een ander soort exoot. Terwijl de Tetradium danielli een pure exoot is, is deze Cephalaria gigantea een plant die nauwverwante familieleden heeft die hier wel groeien, zoals Scabiosa en Knautia. De plant is hier al enkele keren aan bod gekomen en is al jaren een ware magneet voor zweefvliegen en hommels. Zo is de hoornaarzweefvlieg wel ieder jaar een vaste gast op deze planten.
Nu er zich duidelijk een imker in de buurt heeft gevestigd, zie ik ook heel veel honingbijen foerageren op deze planten.
Solitaire bijen foerageren niet of amper op deze planten.

Ik probeer de plant sinds dit jaar wel wat in toom te houden, want hij is uitzonderlijk enthousiast wat uizaaien betreft. De plant is ook mijn basisgrondstof voor het maken van insectenhotels, de bloemstengels zijn daar ideaal voor.

Verder is het ook een uitstekende snijbloem…

Ik heb sinds vorig jaar nog een andere Cephalaria in de tuin staan, Cephalaria transylvatica, met kleine bolvormige bloemhoofdjes. De plant wordt 120-130 cm hoog en zaait zich duidelijk ook goed uit, maar lijkt niet echt winterhard.

Gezoem

De bijenboom (Tetradium danielli) staat weer volop in bloei. Wanneer je voorbij de boom loopt, hoor je gewoon het gezoem van insecten. Op de foto’s zie je voornamelijk honingbijen, maar er foerageren ook behoorlijk wat hommers, vlinders, vliegen, wespen en zweefvliegen op de boom.

Wat ook opvalt, in de bloemenweide zie ik geen honingbijen of hommels, die foerageren voornamelijk op die Honingboom, Helenium, Veronicastrum en Cephalaria. Dat past dus een beetje in mijn verhaal van begin deze week.

Toch ook even uitzoomen op de volledige boom, zodat het duidelijk is hoeveel bloemen er op zo’n boom in bloei staan. Dit is trouwens de noorderkant van de boom, aan de andere kant bloeit hij nog wat rijker.

Thalictrum

Thalictrum is één van mijn favoriete plantengeslachten: mooi blad, leuke groeiwijze en prachtige bloemen. Het is ook een plant die redelijk iel blijft, en dus overal kan staan in de border.

Nog voor de bloemen openen zijn de planten al een feest voor het oog.

Ik heb ondertussen meerdere planten staan, en die hebben het dit jaar (bijna) allemaal uitstekend gedaan. Ze houden duidelijk van dat extra vocht, en last van slakken lijken ze niet te hebben.