Hosta ‘Blushing Blue’

De voorbije jaren heb ik een vrij uitgebreide verzameling Hosta verzameld. Op internet vind je foto’s van een mooie Hosta, en in de zoektocht naar die Hosta kom je steevast uit bij een verzamelaar die nog véél meer leuke hosta heeft staan, en vaak ook zelf hosta veredelt.

Er zijn ondertussen 5000 verschillende hostacultivars geregistreerd, en er komen er ieder jaar enkele honderden bij. En dus wou ik dat ook eens proberen.

In de zomer van 2009 probeerde ik iedere morgen een aantal kruisingen tussen een enkele cultivars te verwezelijken. In eerste instantie had ik enkele “doelen” voor ogen. Een kleine blauwe hosta met rode stelen. En een gele hosta met dieppaarse bloemen. Dus iedere morgen bij het ochtendgloren in de tuin om die geplande kruisingen te maken. Maar als je om 06h00 ’s morgens merkt dat de plant toch niet bloeit, kruis je wel  andere cultivars die op dat moment wel bloemden, zonder een echt plan.

Deze zaailing is het resultaat van zo’n toevallige kruising tussen H. longipes var hypoglauca x H.”salute”. Vanaf het eerste jaar viel deze plant op door de redelijk fel gekleurde bladstelen, maar dat maakte deze plant niet direct speciaal… De voorbije tien jaar worden er tientallen nieuwe hosta met rode bladstelen geregistreerd.

Vorig jaar had deze plant een verassing in petto, het rood in het blad verscheen vrij ver in het blad en de plant viel ook op door een zeer mooie bladvorm, zodat het wel een speciale hosta werd…

Ook dit jaar bevestigt deze plant die goede eigenschappen. En dus wordt deze zaailing mijn eerste registratie. De naam die ik voor deze plant heb gekozen : Hosta ‘Blushing Blue’.

Nu alleen nog wachten tot deze plant volgroeid is, zodat ik hem correct kan registreren door dit formulier helemaal in te vullen.

Enkele van de meer doelbewuste kruisingen moeten dit jaar bevestigen, dus misschien volgen er eind van dit jaar nog andere planten.

Hoorn des overvloeds

Iedereen die mijn tuin of mijn tuinplan ziet stelt zich dezelfde vraag. Wat ga je toch met al dat fruit doen? Verkopen? Neen dus. Confituur maken? Ook niet. Inmaken? Pfffft…

Terwijl ik besef dat er meer fruitbomen en -struiken in mijn tuin staan dan strikt noodzakelijk, blijf ik die vraag enigszins eigenaardig vinden.

Zo heb ik vrij veel aandacht geschonken aan de rasselectie. En naast smaak en ziekteresistentie ook rekening gehouden met de rijping.
Acht frambozenrassen zijn meer variëteiten dan je in de gemiddelde tuin aantreft, maar je hebt niet alleen zomer- en herfstframbozen, je hebt ook vroege en late zomerframbozen, alsook vroege tot zeer late herfstframbozen. Zo kunnen we frambozen van juni tot december oogsten.
Dat geldt ook voor pruimen (juli-oktober) en bramen (juli-november) en in mindere mate voor kruisbessen, blauwbessen, appels en peren. Ook vijgen rijpen gedurende een vrij lange periode af.

Frambozen, kruisbessen, blauwe bessen en druiven kan je volgens mij niet teveel hebben. Een grote tros druiven heeft ten huize Supermasj een gemiddelde levensverwachting die eerder in minuten dan in uren wordt uitgedrukt.
Kiwi’s kunnen vrij lang bewaard blijven en narijpen. Noten zijn erg lang houdbaar. Appels en peren kunnen en zullen tot sap verwerkt worden.

Alleen bramen en pruimen heb ik met zekerheid teveel. Maar liever te veel dan te weinig.
Want als er fruit overblijft, kan je daar nog andere mensen een plezier mee doen.

En zo kan ik mijn verzamelobsessie gedeeltelijk goed praten. Maar kan ik vooral heel de zomer en de herfst ongeremd van fruit snoepen. Een hele luxe.

Een man met een plan

Voilà. Mijn tuinplan. Het begint nu eindelijk definitief te worden. Het voorbije jaar heeft het kippenhok virtueel alle hoekjes van de tuin ingenomen. Ondertussen heeft het zijn definitieve stek gevonden, grenzend aan de kippenren van de achterbuur.

Ieder boek over tuinontwerpen spreekt over de absolute noodzaak om een plan te maken, en dat dan ook op te volgen, zelf vind ik het plannen een heel leuke bezigheid, en dus blijft het plan ook  veranderen. Iedere deel van de tuin dat concreet wordt ingevuld, ligt een deel van het plan definitief vast.

Voor mijn twee vorige tuinen heb ik het plan uitgewerkt met potlood, gezien de grootte van de tuin ben ik dit keer aan de slag gegaan met Excel. Kolommen en rijen van 15 pixels, iedere blokje stelt 25 cm voor, dit helpt om plantafstanden in te rekenen.
Een grotere versie van dit plan in bijlage

Mijn tuin is ingedeeld in 7 kamers. Ten zuidoosten van de woning een grote bloemenborder (met voornamelijk bijen- en vlinderlokkende planten) en daarna in wijzerszin, een speelgazon , een hostatuin onder twee notelaars en twee kastanjelaars, een wat wilder stuk achteraan (met kippenhok, compostbakken en een stuk gras dat minder frequent afgereden wordt – op termijn misschien een bloemenweide…), een kamp voor de kinderen omhaagd door perelaars, en ook nog twee bessentuinen.
De twee bessentuinen en de wilde tuin achteraan zijn ongeveer klaar. Dit najaar zou de rest moeten afgewerkt worden.

Zoals je kan zien noteer ik op mijn plan de exacte positie van iedere plant/struik. Zo weet ik over enkele jaren nog perfect welke stekelbes-perelaar-appelaar waar staat. Veel meer fool-proof dan die ellendige, vaak lelijke labels.

Blauwbessen

Een echte meerwaarde in de tuin. Ze vormen niet alleen zeer mooie struiken met een uitzonderlijke herfstkleur, maar leveren in de zomer gedurende enkele weken lekkere bessen, die je ook in de supermarkt kan aanschaffen, maar erg prijzig zijn…
Er bestaan zelfs enkele wintergroene variëteiten, maar dan ruil je de mooie herfstkleuren in voor groen blad in de winter.

Het zijn niet direct eenvoudige planten, want ze doen het alleen goed in zure grond. En dus worden in heel wat tuinen getracht een stukje grond zuur te maken, met behulp van turf, dennennaalden of houtschilfers. Toen ik in 2011 enkele extra planten aankocht, vertelde Marc Geens van de proeftuin me over een kwekerij  waar alle blauwbesplanten in potten worden opgekweekt.

Dat bracht me op een idee voor het aanplanten in mijn tuin…

Voor iedere plant werd een gat ter grootte van een metserskuip van 65 liter gegraven. Onderaan de bodem van de metserskuipen werden enkele gaten geboord om drainage te verzekeren. De metserskuipen werden daarna gevuld met een mengsel van compost, zure potgrond, turf en houtschilfers en afgedekt met houtsnippers. Zo ben ik er zeker van dat de zure grond niet geneutraliseerd wordt door bodem rondom.

De planten doe het uitstekend in deze kuipen. Eén van de blauwbesplanten die ik al wat langer heb, maar waarvan ik de naam niet ken, gaf vorig jaar voor het tweede jaar op rij tegenvallende vruchten. Daarom heb ik deze plant gerooid en vervangen door een andere blauwbes. Op één jaar tijd had die plant (die in een plantpot van 5 liter stond) het volledige oppervlak van die kuip doorworteld. Ik had dus waarschijnlijk beter een nog grotere kuip gebruikt…

Neem geen al te diepe kuip, want de plant wortelt helemaal niet diep (10-15 cm).

Tuin vol Palen

Bramenhagen rond de aalbessentuin

Dit week-end heb ik als volleerde mol de laatste kastanjepalen in de grond gewerkt. Na weken zoeken uiteindelijk toch kastanjepalen van 300 cm lang op de kop kunnen tikken. Omdat gaten boren in zware leemgrond met een manuele grondboor een helse klus is, toch maar een motorische grondboor gehuurd en alle palen 80 cm in de grond gewerkt. Daarbij tot de conclusie gekomen dat gaten maken met een motorische grondboor ook een flink karwei is, alleen gaat het wel iets sneller.

De voorbijgangers kijken ondertussen verwonderd naar de tuin met palen, maar over enkele jaren zouden deze palen de steun en toeverlaat moeten worden voor bramenhagen, druiven en kiwi(bessen). Als de blaren tijdig van mijn handen verdwenen zijn, start ik volgende week met het uitwerken van de staaldraad als leisysteem.

Lyrasysteem voor de druivelaars en pergola voor de kiwi(bessen) op de achtergrond, vooraan palen voor de kruisbessenhaag

Jonge fruitbomen

De fruithagen in mijn tuin zijn in de kerstvakantie aangeplant. Uit vrees voor schade door woelmuizen heb ik gezocht naar een manier om eventuele vraatschade van deze knagers in te tomen. Na veel wikken en wegen zijn er  “kooien” gemaakt van fijnmazig mollennet. Deze kooien moeten de wortels vrijwaren van vraatschade.
Voor iedere jonge boom werd een gat gegraven van 60 x 60 x 60 cm. Daarna werd het mollennet geplaatst en het gat gevuld met grond , boom en steunpaal. Tijdens deze werken heb ik me dikwijls afgevraagd of de soep de kool wel waard was – een half uur werk om één boom te planten. En terwijl enkele mollen vorige zomer molshopen buiten categorie maakten zoals ook zichtbaar in de achtergrond van de foto – en dit tot groot ongenoegen van mijn grasmaaiende vrouw – gaven de woelmuizen niet thuis.

Daar kwam enkele weken geleden verandering in. Vorige winter werd een eerste bestelling kleinfruit uitgeplant. Maar aangezien het tuinplan vorige zomer aanzienlijk werd bijgestuurd, zijn een deel van die planten deze winter verplaatst. Daarbij deed ik een onaangename verassing… de wortels van meerdere braamstruiken waren volledig weggevreten. De vraag of het aanbrengen van die woelmuizenkooi nodig was is dus vervangen door de vraag of het mollengaas wel voldoende fijn is en of het wel stevig genoeg is om woelmuizen te stoppen. Ik vermoed (en hoop) dat dat antwoord nog even op zich laat wachten. Mooi is dat net allerminst, maar ik beschouw het als een noodzakelijk kwaad.

De ongelukkige planten zijn elders in de tuin aan het herstellen, ver weg van de composthoop. En alle druivelaars en kiwi’s hebben ook een woelmuizenkooi gekregen. De kooien zijn wel iets kleiner geworden (50 x 50 x 50 cm), nogmaals 20 van die grote gaten zag ik niet meer zitten.

Op de foto zie je een jonge appelaar, met mollennet onderaan de stam, vakkundig gesnoeid en uitgebogen (dat hoop ik alvast).

Fruithaag

Pruimenhaag in de achtertuin
 

In mijn eerste tuinplan was de tuin helemaal ommuurd door een haag van groene beuk. Ik ben van dat plan afgestapt. Door heel mijn tuin te omhagen met een beukenhaag van 2 m hoog zouden we ons volledig afschermen van de buren. Maar ik zou er vooral enorm veel snoeiwerk aan over houden: meer dan 150m haag die twee keer per jaar moet gesnoeid worden. Het kan misschien therapeutisch werken, een heel week-end beukenhaagsnoeien, maar ik laat die therapie met plezier aan anderen over.

Ik vind zo’n strakke beukenhaag mooi, maar ook een beetje saai. Daarom heb ik een aanzienlijk deel van de beukenhagen vervangen door een kerselaarhaag, een appelhaag, een pruimenhaag, een frambozenhaag en een bramenhaag. 
Ze geven minder privacy, maar ze blijven voldoende open om nog contact te hebben met de buren. In de lente staan ze vol bloemen. En daarna hangen ze vol kleurrijk fruit. Niet alleen attractief, maar ook lekker.

Prune de Prince in bloei

Zo’n haag moet natuurlijk ook gesnoeid worden, maar minder strak. En door mijn fruitbomen in haag op te stellen win ik plaats. Voor de appelaars en perelaars is de plantafstand 145 cm , de pruimen en kerselaars heb ik iets verder uit mekaar gezet.

Een nieuwe tuin

Eén van de belangrijke criteria toen we voor de derde keer op zoek gingen naar een nieuw huis, was een grote tuin. Eind 2010 hebben we een woning gevonden die aan onze eisen voldeed.

Oppervlakte van het domein : 21 a. Ik zeg wel domein, en niet ‘tuin’ want ongeveer de helft van de niet-bebouwde oppervlakte is bedekt met een laag kiezel van > 10cm. En de rest van de grond was omheind en bewoond door een groep ganzen.

Het belangrijkste pluspunt van de tuin vormt een reuzenotelaar, wel 20 m hoog.
Na de verplichte renovatieoefening trokken we midden vorig jaar in ons nieuw huis. Nu is het nog wachten op een aannemer voor een uitbreiding van de woning. Zodra dat klaar is, kunnen de afbraak- en ontkiezelwerken starten.
Dat betekent wel dat ik voor de derde keer opnieuw moet beginnen met de aanleg van een tuin. Deze winter is een deel van de tuin al onder handen genomen. De ganzen zijn al lang weg en hebben plaats gemaakt voor een stel kippen. De twee “fruitkamers” zijn ook al ingericht.
 
Ik stel me als doel om de natuur een plaats te geven in mijn tuin. Hoe ik dat exact ga invullen zal zich nog moeten uitwijzen. Chemische bestrijdingsmiddelen ga ik daarbij niet gebruiken.
Op deze blog probeer ik daar wat meer over te vertellen… En me ook te dwingen terug wat meer te fotograferen.