All posts filed under: Ecologisch tuinieren

ds1_1482

Klimop

De klimop staat nu volop in bloei. Klimop is één van de weinige laatbloeiende inheemse planten die nu volop nectar en stuifmeel leveren. Op de 6 meter klimophaag die ik hier heb staan zitten steevast enkele vlinders en nog veel meer hommels, solitaire bijen en zweefvliegen. Ook de klimopzijdebij is hier nu voor het derde of vierde jaar present. Dit is een erg laat vliegende solitaire bij die voornamelijk op klimop foerageert. Een andere late inheemse plant die het hier uitstekend doet (en pas dit jaar werd aangeplant) is de blauwe knoop (Succisa  pratensis). In het begin van ’t jaar had ik per vergissing 20 Succisa pratensis aangekocht om in de bloemenweide aan te planten in plaats van 20 Knautia arvensis. Net zoals bij natuurlijk-rijk een absolute voltreffer dus. De planten hebben een stekje gekregen in de bessenkamer en varen er wel. Ze lokken ook veel vlinders.

ds1_1466-1

Heptacodium mincoïdes en de dagpauwogen

Heptacodium mincoïdes is een prachtige laatbloeiende struik die ik nog wel eens in detail ga voorstellen. Toen in vandaag de vlinderpopulatie in de tuin controleerde, zag ik in vergelijking met vorige week toch wel erg veel dagpauwogen, in totaal telde ik er 15. Tot ik deze zevenzonenboom zag. Op een struik van nog geen 2 m hoog en breed telde ik 16 extra dagpauwogen. De plant wordt door sommige mensen beschouwd als een goede drachtplant voor bijen, andere noemen hem waardeloos als drachtplant. Aangezien laatbloeiende heesters van groot belang zijn voor insecten, en aangezien de plant een echte schoonheid is, kreeg hij toch een plaats in de nectartuin. Oververdiend blijkbaar. edit : ondertussen tel ik nu 48 dagpauwogen. Ook atalanta’s beginnen nu in grotere getallen rond te fladderen in de tuin, koolwitjes lijken iets aan “t minderen. Benieuw of de teller de komende dagen nog stijgt…

DS1_8889

Vlinderweelde

De resultaten van de vlindertelling waren dit jaar erg bedroevend. Toen schreef ik dat er na twee weken warmer weer alsnog heel wat vlinders zouden opdagen in de tuin. Maar ondanks de warme augustusmaanden bleven de vlinders afwezig. Vorig week-end kwam er een eerste kentering, met een flinke toename van het koolwitjesbestand. Ik telde een twintigtal koolwitjes, maar op een afgevlogen koninginnepage, een blauwtje en een atalanta na  blonken de vlinders nog steeds uit in hun afwezigheid. Dit week-end was dat beeld helemaal anders. De fruitberg krioelde van de koolwitjes (ik telde er net geen dertig), maar telde ook 7 dagpauwogen, 5 atalanta’s, 2 distelvlinders, een boomblauwtje, een gehakkelde aurelia (eerste waarneming dit jaar) en een kleine vos. Zulke aantallen heb ik, net zoals natuurlijk-rijk, nooit getzien. Laten we hopen dat deze nieuwe generatie vor voldoened nakomelingen kan zorgen voor volgend jaar, zodat het vlinderbestand zich terug kan optrekken.

DS1_1364 (1)

Enigszins cynisch

Zondagnamiddag nog snel wat tijd gemaakt om de vlinders in de tuin te tellen. Net zoals in alle andere tuinen telde ik ook dit jaar beduidend minder vlinders, en net zoals alle vorige jaren zag ik opnieuw een Spaanse vlag. Natuurpunt geeft in een eerste verslag aan “In een gemiddelde Vlaamse tuin vlogen afgelopen weekend 14 vlinders van 5 verschillende soorten. Daarmee geldt 2016 als een matig vlinderjaar.” Ook hier waren de cijfers beduidend lager dan andere jaren (22 stuks). Zoals al zo vaak op andere blogs aangegeven, je kan zo’n telling absoluut niet wetenschappelijk noemen, ook niet met zoveel deelnemers. Vooral omdat het weer de week voor en tijdens de vlindertelling van zo’n groot belang is. Ik heb, ondanks de natte juni-maand, nog nooit zoveel vlinders in de tuin gezien als in juli (zowel dagpauwogen, atalanta als distelvlinders), na anderhalve week zwoele warmte. Toch blijft het leuk, en ik denk dat het als reclame, ledenwerving en bewustmaking ook wel helpt. Wat mij vooral opvalt is dat ik dit jaar nog geen enkele kleine vos zag.

DS1_1317

Niet helemaal zoals gepland

In mijn tuinplan voorzag ik aan de westerzijde van de woning een ‘vlindertuin’. Een tuin vol drachtplanten voor onze gevleugelde vrienden. Na vele uren opzoekwerk via Google, observaties in andere tuinen en tuincentra werd een selectie planten aangeplant die van dit stukje tuin een absoluut vlinderparadijs zouden maken. De border aan de andere kant van de woning, langs de “oprit”, was één van de laatste stukjes tuin die ik aanplantte. Om niet teveel werk te hebben aan dit stuk tuin werden vooral flinke groeiers aangewend in dit gedeelte van de tuin, met enkele grote velden ‘Verbena bonariensis’. Lekker makkelijk en weinig gedoe. Dit stukje tuin, op  aan de oosterzijde van de woning, baadt van ’s morgens vroeg tot in de vroege namiddag in de zon. De ‘officiële’ vlindertuin een beetje later. En zo is het stukje border naast de oprit een veel betere vlindertuin dan de tuin die ik die naam gaf. Niet alleen door de extra zon, maar waarschijnlijk ook door de uitbundige aanwezigheid van Verbena bonariensis.

DS1_1300

Bezoek

Ook al ben ik in vergelijking met andere ecologische tuiniers nog iemand die af en toe flink wiedt in zijn tuin, toch laat ik sommige onbekende zaailingen staan, uit nieuwsgierigheid. Zo had ik vorig jaar deze mooie distel in de insectenborder staan. Ondertussen begint de plant op verschillende plekken iets te enthousiast uit te breiden naar mijn zin, maar dat zijn probleem die makkelijk op te lossen zijn. Met een beetje opzoekingswerk kom ik tot de conclusie dat dit de Gewone klit ( Arctium minus) is. Blijkbaar een goede drachtplanten voor vlinders, zweefvliegen en vlinders. ’t Leven kan soms eenvoudig zijn.

DS1_1307

Distelvlinder

Op dit ogenblik vormen zijn de Distelvlinders zonder enige twijfel in de meerderheid in de Fruitberg. Niet in de grote getale die ik zag tijdens de open tuindagen (18 exemplaren) , maar ik zie nu soms tot een tiental van deze vlinders in de tuin. Deze vlinder plant zich niet voort in onze streek, maar is afkomstig uit het Zuiden. De aanwezigheid van dit diertje hangt van jaar tot jaar af, sommige goeden jaren worden afgewisseld met jaren zonder distelvlinders.

DS1_1216

Orega – no

Oreganum vulgare is volgens veel mensen één van de beste vlinderlokkende planten. Wanneer ik in ’t week-end met de fiets rijd, zie ik ook overal vlinders en bijen op de Oreganum die hier weelderig groeit in de beemden. Vorig jaar zag ik geen enkele vlinder of insect op mijn marjolein-veldje van pakweg 2 m². Omdat me opviel dat mijn planten toch net iets anders groeiden dan de wilde versie in de beemden, heb ik stekken genomen van wilde planten. Maar ook dit jaar is het nog niet direct de grote trekpleister voor vlinders: ik zie er wel heel veel zweefvliegen op vliegen, maar deed er wel de eerste waarneming van kleine vuuvlinder in mijn tuin. Twee weken warmte zorgen wel voor veel vlinders in de tuin: ik telde van ’t week-end 8 atalanta, 5 dagpauwogen, een tiental witjes, een landkaartje, een citroenvlinder, twee distelvlinders, het vuurvlindertje, een bosblauwtje, een icarusblauwtje en een kolibrivlinder. Geen echt overweldigende aantallen, maar toch bemoedigend na de verschrikkelijke natte en koude lentemaanden.