Overijverig

Ik hou nogal van eenvoud. Design dat sober is. Geen tierlantijntjes. Passiflora caerulae, en eigenlijk zowat alle leden van het geslacht, geloven niet in eenvoud. Ze lijken wel ontwikkeld door iemand die teveel tijd had en dan maar dingen bleef toevoegen aan het ontwerp. Maar toch kan ik ze wel smaken. Dit jaar bloeit de plant voor het eerst.

Het merkwaardigste aan deze grote bloemen maar één dag bloeien…

Deze plant is een uitstekende bijen-en hommelplant, de bloemen leveren veel nectar en stuifmeel, de nectar heeft een zeer hoog suikergehalte (48%).

Een mooie

Toen ik vanmorgen door de tuin liep, viel me deze akelei-bloem op. Aangezien ze net naast een ‘normale’ akelei stond met dezelfde kleur, dacht ik eerst dat het een bloem was van die plant waarbij de bloemblaadjes weggevallen waren.

Maar toen viel me op dat deze bloem dus ook geen sporen heeft.

Ze is bovendien een heel stuk groter dan een normale akelei-bloem.

Ook het bonte blad maakt deze toch een aparte verschijning.

Ik heb het plantje gemarkeerd, ik ga alvast het zaad van deze plant gecontroleerd uitzaaien, en het plantje dit najaar verplaatsen naar een andere plek in de tuin, zodat ik de bestuiving kan controleren. Deze zou ik echt wel graag houden.

Olla – Olla Olla-Olla

Iedereen die niet onder een steen leeft en geen IQ van een goudvis heeft zal de voorbije weken wel begrepen hebben dat het extreem droog is. Het had de laatste weken zo goed als niet geregend. In combinatie met het warme weer en de vaak aanwezige droge, krachtige wind zorgt dat ervoor dat we – ondanks de natte winter – opnieuw in het zelfde schuitje zitten als een jaar geleden.

De overheid vraagt ons allemaal om spaarzaam om te gaan met water, met het oog onze drinkwatervoorziening niet in gevaar te brengen. De neerslag die hier gisteren en vandaag gevallen is, lost het droogteprobleem niet op : om het grondwaterniveau op peil te brengen zou het 20 à 30 dagen aan een stuk moeten regenen zoals het vandaag regende in Vlaanderen. Maar die 10-15 mm die vandaag uit de hemel viel, zorgt wel voor een stabilisatie van de situatie.

Veel mensen denken nog altijd dat de overheid dit kan oplossen door extra grondwater op te pompen of zelfs zeewater te ontzilten. En terwijl de overheid wel zal moeten investeren om tijdens perioden van regen de neerslag zo efficiënt mogelijk om te zetten in grondwaterpeilstijgingen en ook nieuwe regels dient op te stellen rond drainage, ligt de oplossing toch ook vooral bij ons zelf: we moeten gewoon spaarzamer omgaan met ons drinkwater. De lange droogtes vormen daar trouwens al een eerste obstakel: na 6 weken zonder regen zijn de regenwaterputten bij bijna iedereen helemaal leeg, waardoor het drinkwaterverbruik aanzienlijk stijgt (want de dadakaka-knop gebruikt in de meeste huishoudens dus terug drinkwater).

In Vlaams-Brabant is sinds vorige week een verbod op de verspilling van drinkwater ingesteld (dus geen auto wassen, geen zwembad vullen, geen tuin besproeien, geen vijvers vullen, …) en ook een captatieverbod op een hele resem waterlopen (dus een verbod om nog water uit de rivierbekkens op te pompen, behoudens enkele uitzonderingen).

Zelf heb ik, bij de verbouwingen van onze woonst, beslist om onze regenwaterputten te overdimensioneren. Voor ons dakoppervlakte werd een regenwaterput van 5000-7500 l aanbevolen, we hebben hier twee regenwaterputten van 7500 l geplaatst. Maar zelfs 15000 l water geraakt op wanneer het niet regent. En nieuw aangeplante plantjes (en bomen) redden het echt niet zonder ze van water te voorzien…

Midden mei was er één waterput leeg. Ik heb toen beslist de andere aan te wenden voor de tuin, en wil ook met dat watervolume de zomer doorkomen*. Aangezien ik de waterput nooit helemaal leeg krijg, ben ik ervan uitgegaan dat ik 6500 liter water ter beschikking had om de droge periode door te komen. En omdat ik op een bepaald ogenblik ook het vijverwater zal moeten aanvullen, ben ik uitgegaan van 4000 liter water voor een periode van 80 dagen, of dus maximaal 5 gieters water per dag. Ik reserveer sowieso één gieter voor het jonge plantgoed. Daarna loop ik ’s avonds even door de tuin en bekijk ik welke planten het meest nood hebben aan een geut water. De rest moet dan wachten tot de dag erna.

En, neen, een grondwaterput laten aanleggen is geen oplossing. Het probleem is net dat ons grondwater te laag staat, dat grondwater nog extra aanboren om je tuin te irrigeren is water naar de zee dragen, of beter grondwater in de lucht verdampen.

Er zit maar één ding op : efficiënter worden in het aanwenden van water, ook in de tuin. Dat doe ik in de eerste plaats met de juiste plantenkeuze, maar dat het is toch allemaal een beetje complexer dan dat.

Wat ik vandaag sowieso al toepas

  • Nieuwe bomen krijgen bij mij in hun eerste jaar systematisch 10 liter water per week. Ik zie adviezen op internet staan om nieuw aangeplante bomen iedere dag 10 liter water te geven (ik las zelfs ergens een advies om een boom één keer week uren water te geven met de tuinslang) maar mijn manier van werken heeft voor mij altijd gewerkt.
  • In theorie moet je een plant pas water geven wanneer hij ’s morgens nog slap hangt. Wanneer planten even de blaadjes laten hangen in volle zon, hoeft dat nog geen probleem te zijn.
  • Planten in potten krijgen voorrang. Die kunnen met hun wortels niet buiten die pot. Ik plaats een opvangschaaltje onder iedere plant in pot. Zo gaat er geen water verloren.
  • Daarna komt het pas aangeplante plantgoed aan bod, die hebben nog geen uitgebreid wortelstelsel kunnen vormen
  • Ik probeer de bodem ook te mulchen, zo verdampt er minder vocht
  • Ik heb het aantal planten in potten drastisch teruggeschroefd.

Sinds vorige week heb ik mijn techniek om planten water te geven aangepast. Water geven met een gieter is eigenlijk vreselijk inefficiënt, want vaak stroomt het water over het oppervlak weg en bij veel planten maak je ook het blad nat bij het water geven. Je bevochtigt er ook vooral oppervlakkig mee. Dat is allemaal ‘verloren’ water, want dat verdampt.

Gewoon een demo-opstelling, dit is een plant die ik nog geen water heb gegeven dit jaar. Het was hier vooral makkelijk om een duidelijke foto te maken.

Daarom gebruik ik nu een hulpmiddel bij het water geven: bloempotten (met een gat in de bodem). Ik zet deze bloempotten naast de planten die ik water wil geven, en druk die potten wat in de grond (en aangezien ik minder bloempotten op het terras heb staan, heb ik meer lege bloempotten over). Daarna giet ik die bloempotten (half)vol, het water sijpelt dan langzaam door dat gaatje de grond in. Op de plek waar ik het wil. Wanneer je ziet dat het water toch nog te snel wegloopt duw je de bloempot met een draaiende beweging nog wat verder aan. Je kan hetzelfde bekomen door de bodem van een PET fles te verwijderen en die een stukje in de grond in te graven.

Deze techniek gebruik ik ook bij de nieuwe bomen, daar maak ik gebruik van een grote bloempot (10 liter) die ik helemaal vol giet. Het duurt uren voor het water volledig is verdwenen. En wanneer je die pot wegneemt, zie je dat je niet gewoon het oppervlak hebt natgemaakt. En het water is op hellingen ook niet weggestroomd naar ergens anders….

Maar ik wil dus nog minder water verbruiken. Vorige week zag ik op internet informatie over Olla’s. Dat is een eeuwenoude techniek om water te geven die al 4000 jaar zou gebruikt worden, in onder meer het oude Romeinse rijk, in Noord-Afrika en China. En terwijl ik eerst moeite had om een plek te vinden waar ik me zo’n pot kon aanschaffen vond ik enkele dagen een lokale pottenbakkerij die ze dus ook maakten.

Een olla is een pot uit gebakken klei die je, met de opening naar boven, ingraaft in de grond. Daarna vul je die met water. De onbehandelde gebakken klei laat het water zeer langzaam door de wand heen sijpelen. De hoeveelheid water die zo’n pot afgeeft hangt ook af van de relatieve vochtigheid van de bodem. Wanneer het langdurig regent en de bodem vochtig is blijft het water in de olla.

Een olla met een diameter van 30 cm zou moeten volstaan om een cirkelvormig oppervlak met een straal van 60 – 90 cm te irrigeren.

Ingegraven en helemaal gevuld, tussen de Cardiandra alternifolia ‘Gotemba red Flower en Cardiandra alternifolia ‘Pink Geisha’, die zich met de regen van gisteren en vandaag in hun nopjes voelen.

De opening van de olla laat je enkele cm boven de grond en dek je af om verdamping te vermijden én om te vermijden dat er vuil in de olla terecht komt, wat de efficiëntie zou verminderen. De bedoeling is de olla bij te vullen met water.

En hoe efficiënt is zo’n olla dan? Verschillende bronnen geven aan dat irrigatie via olla’s tot 10 keer efficiënter is dan besproeien met water. De werking van olla’s hangt wel af van je bodemtype, het is dus afwachten of deze goed gaan werken in mijn tuin.

En ga ik nu heel de tuin vol olla’s zetten? In principe blijf ik er bij dat planten na het eerste jaar moeten verder kunnen zonder water gift. Ik heb enkele uitzonderingen op die regel, planten die gewoon af en toe een watergift nodig hebben (Deinanthe, Cardiandra). Daar ga ik dus wel zo’n Olla voor aanwenden. Verder heb ik een aantal zeer moeilijke plekjes in de tuin waar het door mijn zware grond in de winter zeiknat is. Ik heb op die plekken planten gezet die een wat vochtigere bodem verlangen, maar die bij lange periodes van droogte toch flink beginnen afzien (in deze droge periode pas gedurende de laatste week). Ook daar voorzie ik enkele potten, die ik alleen ga gebruiken wanneer de planten echt last krijgen van de droogte. En verder ga ik er zeker enkele in reserve houden om in te graven tussen jong plantgoed.

Er gaat natuurlijk wel wat werk mee gepaard, want in de winter moet je zo’n olla dus wel uit de grond halen, omdat er een risico is dat hij anders kapot vriest.

De dekseltjes waren even niet op voorraad. maar dan dekken we dat dus gewoon af met een steen. En je moet die olla ook een beetje inwateren, zodat de aarde mooi contact maakt. De Cardiandra’s maken dit jaar ook bloemknoppen aan…

De olla’s die ik heb aangekocht hebben een inhoud van respectievelijk 2 en 3.5 liter. Het is nog afwachten om te zien hoe vaak ik ze moet hervullen en hoe goed ze hier dus werken. Maar daar houd ik jullie zeker van op de hoogte. Stiekem hoop ik dat ik er dit jaar geen verslag van kan uitbrengen, omdat er sowieso elke twee weken eens behoorlijk wat hemelwater valt.

.

*Ik besef maar al te goed dat dit een kromme redenering is, want door die regenwaterput niet aan te wenden in het huis verbruik ik meer drinkwater. Maar die regenwaterput was wel voorzien voor de tuin. Zonder de tuin had ik die ook niet aangelegd. En voor een aantal planten is het gebruik van drinkwater sowieso uit den boze (kalk).

Give It Away

Dit week-end bracht ik een bezoek aan de rozenkweker om een vervanger te kopen voor de Clerodendron bungei. Ik koos na even twijfelen voor Rosa ‘Open Arms’, een mini-rambler die in 1995 werd geïntroduceerd. Deze plant zou 3-4 m hoog moeten worden en wil ik met een gietijzeren boog over de beukenhaag laten groeien.

Een gezond plantje dat ik me aankocht, in een flinke pot.

Doorslaggevend in de selectie was het gezonde, donkergroen blad en de kleine, half gevulde bloemen. Ik vind kleinbloemige rozenvariëteiten gewoon ietsje natuurlijk aandoen dan de grootbloemige.

Wat heeft de titel van dit logje nu te maken met deze rozelaar?

Wel, veel. Deze rozelaar vervangt hier Clerodendron bungei, een mooie struik met geurende bloemen die de neiging om zich met worteluitlopers te verspreiden. In de hoop dat te voorkomen had ik de plant aangeplant in een metserskuip (zonder bodem). Maar ik zag twee weken geleden een eerste uitloper die uit de metserskuip was ontsnapt. Aangezien deze struik in een border staat, zorgt dat voor gedoe waar ik echt geen zin in heb. Ik heb in de nectartuin nu al voldoende problemen met de uitlopers van de perzik en de abrikozen.

En ik ga hem ook niet in een pot op het terras zetten. Indien er iemand geïnteresseerd is in deze struik, mag hij/zij zich bij deze melden. De plant verlangt een (beschut) plekje in volle zon en groeit uit tot ongeveer 2 meter hoog. Het is een uitstekende nectarplant, maar hij houdt wel niet van zeer droge condities. Hij is voldoende winterhard voor onze contreien (-10C tot -15°C), hij kan na een extreme winter bovengronds afvriezen maar zou dan opnieuw uitlopen. Ik ga de plant dit week-end opgraven (stiekem hoop ik dat dat niet lukt vanwege te nat). Het is geen grote struik. Het was wel een vrij grote struik vorig jaar, maar de plant is 2/3 van zijn takken kwijt geraakt door de dakwerken einde vorig jaar. Maar laat dat je vooral niet tegenhouden, wanneer die plant op de juiste plek in je tuin staat, ga je je na een paar jaar echt geen zorgen maken over ’t feit dat de plant niet zo goed groeit.

Er staat hier ook nog een forse Clerodendrum trichotomum, de kansenboom, in een pot. Deze is een iets vaker aangeplante struik/boom uit dezelfde familie die ook wat hoger wordt, maar die het niet goed deed op de plek waar ik hem had aangeplant. Ik had die voor iemand opzij gezet, maar hij mag nu dus weg. De plant staat wel op een schaduwplekje op dit ogenblik (niet ideaal) en heeft even wat te droog gestaan, maar die komt er nog zeker door. Hij verlangt een vergelijkbare standplaats als de Clerodendrum bungei.

De planten zijn allebei goede nectar- en stuifmeelleveranciers.

Nog wat beestjes

Geen speciaal zeldzame dingen, maar wel leuke beestjes. Bloedbijen zijn moeilijk te determineren, welke dit hierboven is weet ik dus niet.

Verder zag ik ook nog deze, een stipfopwesp. Eén van de fopwespen, geen wesp maar een zweefvlieg, en velen hebben absurde namen…

En dan eentje waar ObsIdentify tilt slaat , en geen idee heeft over de identiteit.

En dan hieronder nog een (volgens mij) Grote koekoekshommel.

Fruitkamers

“Dit stuk tuin is toch niet praktisch, gaf één van de bezoeksters tijdens de eco-tuindagen een jaar geleden aan”. Ik keek haar aan en antwoordde “Een keuken moet praktisch zijn, een tuin niet hoor. Die moet voor mij vooral mooi zijn en vol leven zitten”. Ze bekeek me alsof ik van Pluto kwam.

Ik geef toe, dat het niet evident is om hier je weg te vinden tussen de fruithagen (op de foto hierboven aalbes en braambes), omdat de Geraniums de grond een beetje bedekken. Maar ik heb die dan ook aangeplant als bodembedekker, dus kan ik toch niet klagen? Uiteindelijk loop ik daar niet zo vaak doorheen. En er zijn heel wat insecten in de wolken in de bloemen met al deze geraniums.

Ook tussen de twee aalbeshagen hierboven lijkt de situatie onbeheerd, maar dat is absoluut niet zo. Ik kan er nog perfect door wandelen. Heb ik vanmorgen nog gedaan om wat te wieden. Ik moet hier alleen echt hardnekkige onkruiden, zoals heggewinde en kweekgras, bestrijden. De rest laat het zowiezo afweten tegen de Geraniums.

Ik bedacht me ook dat ik ook vanop het garagedak van deze stukken een luchtfoto kan maken, en dus een overzichtelijk beeld van de fruitplantage kan tonen…

Op de foto hierboven zie je links de Lyra-stelling met mijn druivelaars, rechts daarvan een pergola met kiwi-bessen. Naast die pergola rechts staan nog twee frambozenhagen en daar stopt mijn erf. Rechts onderaan staat de Japanse Wijnbes.

Deze foto hierboven geeft een beeld op de rest van de eerste fruitkamer. Naast de druivelaars (hier aan de rechterzijde van het beeld), zie je een rij met blauwbessen en nog meer naar links daarvan twee hagen met kruisbessen. Nog verder naar links zie je mijn appelhaag. Achter die appelhaag ligt de bloemenweide en vijver.

Linksonder staan de honingbessen (Lonicera). De grote bladerenmassa achter de druivelaars zijn mijn hazelaars, links daarvan, haaks op de appelhaag, staat ook nog een perenhaag (en achter die perenhaag staan dan de zwarte bessen).

Op de foto hierboven zie je een deel van de tweede fruitkamer. Links op de foto de Japanse wijnbessen (die we ook op de eerste overzichtsfoto al zagen), bovenaan en midden in beeld twee aalbessenhagen, onderaan zie je nog een haag met braambessen en braambozen, helemaal onderaan zie je het blad van de kiwi die tegen muur van de berging geleid wordt. Op de foto zie je maar de helft van de kamer (er zijn nog zwarte frambozen, jostabessen, wat extra bramen en een Amandel (tegen de muur), en die zie je op de foto hieronder.

Bladluis/Bloedblaarluis

Eerst even een foto van de rozelaar die vorige week nog volledig onder de luis zat. Die is dus ondertussen helemaal opgeruimd, door de twee beestjes die je hier boven in beeld ziet: links een zweefvlieglarve, rechts de larve van een lieveheersbeestje.

Maar ik wil het hier eigenlijk hebben over de bloedblaarluis, een familielid van de bladluis. Ze zorgt voor bladdefecten op aalbessen zoals je die hieronder ziet.

Het algemene advies is om aangetaste bladeren te verwijderen. Zo neem je inderdaad de meeste van die luizen weg (ze zitten aan de onderkant van het blad), maar zelf doe ik dat dus niet. Want ik heb gemerkt dat ook deze beestjes op het menu staan van de dezelfde predatoren. En ik stoor me niet aan dat zogezegd ‘lelijk’ blad. Op de foto hieronder zie je de onderkant van zo’n blad, en de bloedblaarluizen die verantwoordelijk zijn voor die plekken.

Rond

Vandaag is de laatste compost gezeefd en uitgestrooid tussen de borders, en zijn de composthopen een keer omgezet. Daarmee ben ik eigenlijk rond met het grote voorjaarsonderhoud.

Ik wil wel nog een beetje verharding in de schaduwtuin aanleggen (dat worden gewoon 5 m²tegels op rijnzand, zonder stabilisé of cement) en ik moet mijn stekgoed nog uitplanten, maar uiteindelijk blijf je bezig.

Ik ben in vergelijking met andere jaren nog nooit zo laat klaar geweest, terwijl ik ook nog nooit zoveel vrije tijd had, maar ik heb ook wel wat extra dingetjes gedaan dit voorjaar. Ik heb voor het eerst sinds jaren alle compost verwerkt, tunnels gegraven,…

Schijnboktor op ‘Krinkled White’

Boven op de foto Paeonia ‘Krinkled White’, ééntje waarvan de bloemen uitzonderlijk lang mooi blijven (minimaal twee weken). Het is ook één van de veredelde pioenen in mijn tuin die helemaal geen ondersteuning nodig heeft en flink geapprecieerd wordt door bestuivende insecten. Die bloemen zijn zo groot dat je soms wel 5 insecten ziet op één bloem.

Deze Paeonia ‘Red Sarah Bernhardt’ is hier fin de carrière wegens onvoldoende natuurlijk. Ze probeerde nog even een afleidingsmanoeuvre door een serie enkelvoudige bloemen te produceren maar dat is blijkbaar een tijdelijk fenomeen bij dubbelbloemige pioenen die veel bloemknoppen aanmaken : ze hebben onvoldoende energie om bij iedere bloem zoveel bloemblaadjes te maken. Ik had deze plant aangekocht om te gebruiken als snijbloem, maar ik doe dat eigenlijk nooit.

Deze plant gaat daarom volgende week op de schop, ik heb enkele jaren geprobeerd om er aan te wennen maar ik blijf ze gewoon veel te opvallend en schreeuwerig vinden. Ik vervang ze door een andere, botanische pioen, Paeonia veitchii var leiocarpa.

Clerodendron bungei

Nog een plant die hier waarschijnlijk weg moet; de Clerodendron bungei. Ik wist dat hij wel vlot uitlopers maakte, maar had de plant daarom speciaal in een metserskuip (met open bodem) gezet. Ik zie nu toch uitlopers verschijnen in de border, en ik heb daar echt geen zin in. Misschien probeer ik de plant in pot te houden, maar ik denk dat ik hem toch gewoon op de composthoop ga zwieren.

Ik vervang hem dan wel door een gezondgroeiende, relatief lage (3 m) klimroos (eentje van 2 – 3 m hoog). Ik heb ondertussen geleerd dat ik rozen niet op internet moet zoeken, maar gewoon bij de rozenkwekerij hier in de buurt, omdat de geur van rozen toch echt iets individueels is.

In de schaduwtuin

Voor het derde jaar op rij verbaas ik me over iets wat op een inktzwam lijkt en in de schaduwtuin opkomt. Veel later dan alle andere planten. De saté-prikkers gaven wel aan dat ik daar een plant had staan.

DS1_6740

Maar er is progressie! Dit jaar bedacht ik me de dag nadien dat dit Polygonatuum verticillatum was, een salomonszegel die vrij laat opkomt. Vorig jaar duurde het meer dan een week voor ik er benul in had.

Het is één van de drie ‘verticale’ salomonszegels in de tuin. Tot vorige week zou ik hier hebben gesproken over twee verticale salomonszegels. Want van één van die drie planten, Polygonatum cyrtonema , die meer dan een meter hoog wordt, dacht ik al een paar jaar dat ik hem kwijt was. Maar tijdens het wieden heb ik die dit jaar zo waar terug gevonden, diep verscholen onder één van de kornoeljes. Het plantje is nog 20 cm hoog. Het heeft nu een beter plekje toegewezen gekregen, ik hoop dat deze zich nog herpakt.

DS1_6958
Polygonatum cirrhifolium

De andere is Polygonatum Cihrrfolium, een plant met zeer fijn blad die zich hier enthousiast begint uit te breiden, en hier met witte bloempjes bloeit.

Bloemen P. cihrrfolium

Eigenlijk heeft deze Polygonatum verticulatum wel wat weg van Polygonatum cihrrfolium, de bladvorm is vergelijkbaar, ook de bloemen zijn niet zo verschillend… maar ik vind Polygonatum verticillatum toch de sierlijkste van de twee planten.

Polygonatum verticulatum

En terwijl de ene een stuk later begint te groeien, staan ze nu toch ongeveer samen in bloei… Het is eigenlijk wachten tot dit grote groepen worden.

Bloemen van P. verticullatum

Nog een nieuw plantje in de schaduwtuin, Ellisiophyllum pinnatum.

“Wintergroene bodembedekker met fijn varenachtig blad, spreidende groeiwijze, humusrijke vochthoudende grond, ook als onderbeplanting”, afkomstig uit Taiwan, las ik in een catalogus. Bloeit ook nog eens met kleine witte bloempjes.

Zal wel niet winterhard zijn, dacht ik. Even snel opzoeken leerde me dat deze tot ongeveer -20 °C zou weerstaan… In die laatste beschrijving staat dan wel dat hij ‘halfwintergroen’ is.

Hij staat nu enkele weken in de tuin, en begint zich langzaam aan uit te breiden als onderbegroeiing in de schaduwtuin.

Aan de vijver

De voorbije weken zag in hier wel eens een platbuik rondvliegen, maar libellen blijven toch redelijk zeldzaam in deze periode van het jaar. Het aantal waterjuffers dat aan de vijver vertoefd is daarentegen écht wel aanzienlijk. Op zowat alle waterplanten zie je dan ook waterjufferlarvenhuidjes hangen (scrabble!). En ook aan de volgende generatie wordt duidelijk hard – euh – gewerkt. Er fladderen hier minstens 10 waterjufferkoppeltjes rond.

In de vijver zelf staan de krabbenscheren in bloei. Het waterdrieblad blinkt dit jaar uit in twee dingen: uitbundig groeien en het niet bloeien, dat laatste is mogelijk een gevolg van de late vorst? De twee planten vormen wel een mooie combinatie.

Doen het minder goed in de vijver: pijlkruid (Sagittaria latifolia ), slangenwortel (Calla palustris) en beekpunge (Veronica beccabunga), want die zijn bijna verdwenen uit de vijver. Maar er groeien zoveel andere leuke dingen in en rond de vijver dat ik me daar niet echt druk in maak.

Een oeverplant/moerasplant die hier heel vlot begint te groeien is moerasandoorn (Stachys palustris). Net niet te enthousiast. Maar de planten waarvoor men waarschuwde dat ze alles zouden overrompelen (watermunt(Mentha aquatica) en lidstengel (Hippurus vulgaris) blijven hier perfect beheersbaar). De vijverrand is hier totaal verdwenen tussen de begroeiing.