Op verschillende plaatsen in de tuin zie ik nu rupsen op de brandnetels. Van de rupsen bovenaan op de foto heb ik geen flauw benul om welke vlinder het gaat, de tweede foto is een portret van een kudde dagpauwooglarven.

Op verschillende plaatsen in de tuin zie ik nu rupsen op de brandnetels. Van de rupsen bovenaan op de foto heb ik geen flauw benul om welke vlinder het gaat, de tweede foto is een portret van een kudde dagpauwooglarven.

Over het zeisen heb ik hier al eerder een stukje geschreven. Een zeisblad wordt op twee manieren scherp gehouden: door te wetten en te haren. Het wetten (met een wetsteen) doe je om de 5 – 10 minuten terwijl je aan ’t zeisen bent, en neemt enkele luttele seconden in beslag. Het haren, waarbij het snijvlak van de zeis met een haarhamer wordt platgeslagen met kleine hamerklopjes (zodat het harder en scherper wordt) neemt toch makkelijk een kwartier in beslag, maakt een hels geluid en is een aanslag op mijn elleboog. Een zeis haar je om de 4 tot 8 uur (hangt wat af van het gebruik).

Enkele weken geleden zag ik dat er ook een haarapparaat bestaat. Een kleine pers waarmee je steeds een stukje van de zeis tussen twee aambeelden klemt. In een aantal opeenvolgende bewegingen bekom je zo een uitstekend resultaat, waarbij het haren ook een pak sneller verloopt.
Na een vakkundige uitleg van de verkoper heb ik mijn zeisblad eens flink onderhanden genomen, met een uitstekend resultaat tot gevolg. Voor lezers die geregeld een zeis gebruiken: dit is een absolute aanrader. Het toestel is wel redelijk duur maar absoluut zijn geld waard wat mij betreft.
Je kan met dit toestel vrij eenvoudig sturen hoe je wilt haren, maw hoe breed je het gehaarde oppervlak wil hebben.
“Scheer jij je hagen niet?” vroeg een vriendin van mijn vrouw vorige week vrijdag tijdens een fietstocht.
Dat was dus een werkje dat zaterdag was ingepland. Ik snoei bewust niet vroeger in ’t jaar, en de reden daarvoor zie je op de foto hierboven. Hagen vormen een ideale broedplek voor heel wat vogels en die wil ik niet verstoren. Dus snoei ik pas einde juli. Ik vind ieder jaar tijdens het snoeien enkele (lege) vogelnesten terug, vroeger op ’t jaar zouden die nog bewoond zijn… .
In mijn tuin staan heel wat hagen. Die leveren veel haagscheerwerk met zich mee. De voorbije jaren behielp ik me met een elektrische heggenschaar van Metabo die ik van mijn grootvader zaliger erfde. Maar het gedoe met de stroomkabel is bij zo’n elektrische heggenschaar een probleem. Je moet voortdurend uitkijken of je met de heggenschaar je kabel niet inkort. Het geeft veel gesleur aan die lange kabel, en in the end snij je toch door de kabel. Dat betekent wat knutselwerk met het inkorten van de draad alvorens je opnieuw aan de slag kan. Om dan nog te zwijgen van de talloze keren dat je de stekker van de heggenschaar uit ’t stopcontact van de verlengkabel trekt.
Het was dus uitkijken naar een alternatief. Tot voor kort bestond er maar één alternatief: een heggenschaar op benzine, maar die dingen maken een teringherrie en de uitlaatgassen zijn ook niet direct een pretje. Met de vooruitgang in accu-technologie is daar verandering in gekomen. Vorig jaar kocht ik me een accu-heggenschaar van een gekend merk.
Ik kan nu probleemloos twee uren hagen scheren op één batterijlading. De snellader laadt de batterij daarna in een half uurtje tijd op. De geluidshinder is vergelijkbaar met die van een gewone elektrische heggenschaar, gehoorbescherming dragen blijft dus aangewezen. Maar: ik moet me absoluut geen zorgen meer maken over die vervelende elektrische kabel, zodat het hagen scheren ook een heel pak sneller verloopt.
Ik had hier al eerder aangegeven, ik wou absoluut Butomus umbellatus (zwanebloem) in mijn vijver tot bloeien krijgen. Het is wat mij betreft de mooiste inheemse waterplant maar een plant die het vaak slecht doet in de vijver, omdat de plant graag in rijke grond staat, in leem of kleigrond en dus niet in substraat of te kleine bemeten plantenmandjes. De planten zijn hier dit jaar op een 50-60 cm hoogte blijven ‘steken’, de bloemstengel is 70 cm hoog. In theorie kan die stengel meer dan 100 cm hoog groeien.

Dat enkele planten in hun eerste groeijaar bloeien, is voor mij een verrassing, en geeft aan dat het plekje dat ik hen heb toegewezen ze enigszins bevalt. Ik zie de plant trouwens ook al enkele uitlopers maken, nog een positief teken.
De enkele bloemetjes die nu bloeien lokken meerdere insecten aan.

Maar één zwaan zwaluw maakt de lente niet. Hopen dat de plant dus ook de volgende jaren flink doorzet.

Zwanebloem is een inheemse waterplant die beschermd is en op de rode lijst is opgenomen, maar net zoals de plant van de maand is ook zij de Atlantische oceaan overgestoken en gedraagt ze zich daar niet zo netjes, vooral in de regio van de grote meren. Ze blijkt er te overleven in water tot 3 meter diep, en breidt zich uit via wortelstokken én via zaden die op ’t water blijven drijven. Met haar enthousiaste groei hindert deze frêle schoonheid zelfs scheepvaart.
In de vijver zou je de beste resultaten halen wanneer de planten 5 – 10 cm onder water staan.
De veranderingen in de tuin over de voorbije jaren zijn groot, dat zie je iedere keer weer in ’t Eerste Gezicht. Maar op deze plek is er op een jaar toch wel enorm veel veranderd, ten goede.
De foto hieronder is van uit een bijna vergelijkbare hoek gefotografeerd, in 2012. Een foto van vorige zomer heb ik niet, De fruitboompjes waren toen gegroeid, net zoals de haag, de plek achter die haag was eigenlijk een verloren plekje gras. In 2016 waren er nog extra boompjes bijgekomen en het werd het gras er minder netjes afgereden, maar verder was er weinig verschil met de situatie van 2016

Door die haag weg te halen, de bloemenweide verder door te trekken, en met de vijver erbij is dit één van de mooiste stukken van de tuin geworden. Ook vanuit de andere kant is de situatie er flink op verbeterd.

Alleen dat platgetreden looppadje, links van de vijver, nog wegwerken.

Alhoewel mensen vooral aandacht hebben voor vlinders, zijn er bij de nachtvlinders ook heel wat mooie verschijningen. Bij deze plakker zijn de grote antennes (bij het mannetje) erg opvallend. Ook de rupsen van deze nachtvlinder zijn erg mooi.


Deze maand valt de eer te beurt aan Lythrum salicaria, een inheemse schoonheid die je vaak ziet staan aan beekranden en oeverranden, maar die ook goed gedijt in (natte) graslanden. Het is een zeer makkelijke tuinplant die ik zowel aan de vijverrand heb aangeplant als in de nectartuin (als borderplant), en die zich ‘redelijk’ vlot uitzaait. Er bestaan een aantal ‘steriele’ cultivars, zo heb ik ook Lythrum salicaria ‘Dropmore Purple’ staan, maar deze steriele cultivars zijn niet 100% steriel volgens mij (want ik tref toch af en toe een zaailing aan in de buurt van die planten). De foto’s die je hier ziet zijn allemaal foto’s van Lythrum salicaria, en niet van die ‘Dropmore Purple’.

De plant is een uitstekende nectar- en stuifmeelleverancier voor bijen en andere insecten. Zo is deze plant ook in Noord-Amerika verspreid geraakt waar zij zich als een uitermate invasieve exoot heeft uitgebreid en kanalen en waterlopen helemaal volgroeid geraken door deze plant. In Europa wordt de expansie van deze plant onder controle gehouden door een aantal keversoorten die parasiteren op deze plant, door de afwezigheid van deze kevertjes op het Amerikaans continent overwoekert de plant er zelfs lisdodde. Enkele van deze keversoorten worden op dit ogenblik ingezet als biologische controlemaatregel, om de bijna 200 000 ha moerassen en natte graslanden die in Noord-Amerika ieder jaar worden ingenomen door de ‘Purple Plague’, te bevrijden van deze gesel.
Hier moet ik me in ieder geval geen zorgen maken over deze plant (op wat wieden niet te na gesproken). De plant is een waardplant voor het boomblauwtje en een drachtplant voor de grote vuurvlinder (maar de kans dat ik die laatste in mijn tuin ga aantreffen is quasi nihil).
Toen ik voor de vijver via Google zocht naar wat ideeën voor een natuurlijke vijverrand, vond ik weinig voorbeelden die me echt aanspraken. Meestal worden vijvers afgeboord met grote stenen, maar dat wou ik vermijden. Ik heb al eerder iets geschreven over mijn opzet, het is nu tijd voor een eerste evaluatie.
Op enkele maanden tijd is de folie aan de vijverranden op veel plaatsen al helemaal uit het zicht verdwenen. Het stukje onbegroeide oever moet wel nog ingenomen worden door planten om het er echt goed uit te laten zien. Ook de plantenvakken in de vijver zijn nog voor een deel kaal op de tweede foto, maar aan die zijde van de vijver staat iris, watermunt en pijlkruid, en ik reken op deze drie om dat op te vullen.

Net boven de bal zie je hier nog een stukje folie, maar voor de rest is de folie uit het zicht onttrokken door beplanting. Je ziet die folie natuurlijk nog altijd in het diepere gedeelte van de vijver…

De vijverrand ligt op de meeste plaatsen ongeveer 5 cm hoger en een 20 – 30 cm verwijderd van het wateroppervlakte, dit geeft een extra plaats voor moerasbeplanting. Deze vijveropbouw zorgt ook voor een beetje optisch bedrog, je oog zoekt ook naar de folie aan de waterrand, maar de folie ligt nog eens 20 cm verder. Alle beetjes helpen.

Alleen aan de oeverzijde waar we vaak langslopen is de vijverrand nog steeds zichtbaar. Een gevolg van het intensieve belopen van dit stukje maar ook de droogte. Ook dat zal volgend jaar wel begroeid zijn. Ik heb ondertussen enkele stapstenen gelegd aan deze zijde, in de hoop dat alle rest snel dicht kan groeien.

Van de tientallen larven van de geelgerande watertor blijven er nog één of twee over. Een week geleden zag ik nog eens twee exemplaren tegelijkertijd, de voorbije week eentje.
Ook zag ik geregeld één exemplaar een ander opeten. Uw broers en zusjes opeten, daar groei je blijkbaar snel van, want deze larve is nu bijna volgroeid, en een imposante verschijning. Op de foto zie je ook haar (gif)kaken. Ademen doen ze via de staart.

Het beestje is een groot deel van de tijd actief op zoek naar prooien, op andere ogenblikken ligt het beest op de loer voor nietsvermoedende passanten.
Veel punten waard in Scrabble…
Maar de vlinder in ’t echt waarnemen is nog een pak leuker dan scrabble spelen. Zoals ik daar straks al aangaf, zag ik een glasvleugelpijlstaart in de vlindertuin vandaag. Tijd om ’t beestje te fotograferen kreeg ik niet, maar een uurtje later had ’t beestje meer tijd voor mij over.
In tegenstelling tot de Meekrabvlinder is deze erg makkelijk te fotograferen, hij is minder beweeglijk.

De enige moeilijkheid is het beestje te zien krijgen, het is een vrij zeldzame vlinder.

Dit is de allereerste keer dat ik dit beestje in ware lijve tegenkom, en dan is dat ook nog eens in mijn eigen tuin. De nectartuin is nu echt een paradijs voor vlinders : terwijl oregano, vlinderstruiken, kogeldistels, Verbena bonariensis, Phloxen en Eupatorium cannabinum nu volop bloeien, komen ook de eerste asters en de hemelsleutels in bloei. Het leverkruid zal pas ten vroegste in einde augustus bloeien, samen met de blauwe knoop en de zevenzonenboom.
Enigste minpuntje volgens de vlinders: de begin dit jaar aangeplante Monarda is nog wat klein uitgevallen dit jaar. Maar dat zou volgend jaar ook wel in orde komen.

De fotosessie was wel erg kort, omdat ik de vlinder heb weggejaagd, hij (of zij) vloog recht in de armen van een flinke krabspin (die ook figureert op de tweede foto), en dat zou ik nu toch een beetje zonde vinden.
De foto hieronder maakt duidelijk waar de naam van dit beestje vandaan komt.
