Nieuwe generatie

Sinds gisteren vliegen hier opnieuw meer verschillende vlinders rond, de derde generatie van deze zomer. De kleuren van de meeste vlinders zijn in die eerste dagen veel kleurrijker (dat zie je zeer goed op de foto van de dagpauwoog).

Vooral het grote aantal blauwtjes is erg opvallend, deze foerageren voornamelijk op Eupatorium.

DS1_3741
Boomblauwtje

Boven : Mannetje Icarusblauwtje.

DS1_3680
Dagpauwoog
DS1_3670
Distelvlinder
DS1_3728
Icarusblauwtje
DS1_3735
Kleine vuurvlinder

Over een week tel ik opnieuw meer dan 50 vlinders in de tuin, indien het mooi weer is.

Nectartuin

Nu ik geniet van mijn jaarlijks verlof, en de tenniselleboog me al wat minder hindert, kan ik werk maken van een aantal dingen in de tuin. Zo onder meer in de nectartuin. ’t Was er de voorbije dagen ’t perfecte weer voor. ’s Morgens 70 km fietsen, in de namiddag in de tuin werken.

Enkele jaren geleden geleden schreef ik dat ik nooit een vlinderstruik (Buddleja) in de tuin zou aanplanten, vanwege het invasieve karakter van deze plant.

Ondertussen stonden er hier al 5 planten uit dit geslacht in de nectartuin. Nu zijn drie van deze planten geen Buddleja davidii variëteiten (B. globosa, B. alternifolia en B. x ‘morning mist’), en dus an sich niet vermeld op de bewakingslijst van invasieve exoten in Belgë, maar de twee andere exemplaren zijn dus wel B. davidii (‘Royal Red’ en ‘Empire Blue’).

En toch vind ik geen enkele zaailing van B. davidii meer in de tuin, omdat de struik bij de buren is gerooid en ik alle uitgebloeide bloemen wegknip, en zo zaadvorming vermijd.

Gisteren voegde ik nog twee B. davidii toe aan de tuin (Miss Ruby en Nanho Blue), twee relatief klein blijvende vlinderstruiken (1,50 m hoog). Waarom nóg bijkomende vlinderstruiken? Het zijn mooie struiken die lang en uitbundig bloeien. En in een vlindertuin mogen wel enkele vlinderstruiken staan, maar er is nog een bijkomende reden: ik wil deze struiken niet allemaal tegelijk snoeien maar over een periode van 6-8 weken; van midden maart tot midden mei, en zo ook de bloei over een langere periode strekken. En ik wil ook eens testen of er tussen deze verschillende struiken een verschil in aantrekkingskracht zit, maw oordelen of de ene vlinderstruik ‘beter’ is dan de andere.

DS1_3568.jpg

Initieel wou ik nog een extra vlinderstruik aankopen, maar die verving ik – op aanraden van de kweker – door een Hydrangea panicula ‘Great Star’, een pluimhydrangea met enkele uitzonderlijk grote lokbloemen maar vooral, zeer veel fertiele bloemen, die sterk naar honing ruiken en in zijn tuin meer vlinders en bijen lokt dan de vele vlinderstruiken.

ds1_1493

Zoals ik al eerder schreef, de nectartuin is redelijk vochtig. Eén plekje had ik er bewust vrij gelaten, om nog één geschikte plant toe te voegen (om Perovskia te vervangen die er echt niet op zijn plaats stond, gezien de natte winters). Die vervanger mocht niet te hoog zijn, moest in volle zon kunnen staan, geen grote problemen hebben met natte voeten, bij voorkeur blauw of paars bloeien én vlinders of andere insecten lokken. En niet nog een andere soort Aster of Eupatorium. Ik was al een tijdje aan ’t twijfelen, maar de juiste plant stond al elders in de tuin, Blauwe knoop. Twee groepjes van 6 stuks kunnen vanaf nu hun ding doen, en staan over enkele dagen in bloei.

Aan de andere kant van diezelfde nectartuin heb ik het omgekeerde probleem, door de grote muur op het oosten en de grote vensterpartij op ’t Zuiden bezweken Geraniums er van de hitte in de zomer. Een groepje Gaura lindheimeri heeft nu die plaats ingenomen.

Daarmee is de nectartuin terug volledig gevuld, alhoewel er nog steeds wel enkele twijfelgevallen overblijven, maar dat maakt tuinieren net leuk. En ’t is trouwens veel leuker zonder last van de tenniselleboog. De bedoeling is dat al deze plantjes nu flink hun best doen zodat ze er volgend jaar op hun paasbest uitzien tijdens de eco-tuindagen van 2018.

En wat betreft het veranderen van mening van die vlinderstruik: wanneer ik hier gevulde dahlia’s,  Canna, of Afrikaantjes  begin aan te planten, reken ik op jullie om mij terug tot reden te brengen.

 

Bijsturing

Ik heb het hier al eerder geschreven, niet alles wat je uitprobeert in de tuin draait uit op succes. Soms is het vrij snel duidelijk dat een plant het ergens niet goed doet, soms komt een plant niet meer terug na de winter, in andere gevallen groeit de plant onvoldoende, of blijkt de plant de favoriete snack van slakken,….

Door de juiste plant op de juiste plaats te zetten, beperk je het risico, maar toch loopt het soms fout, omdat het ’s zomers te droog is , of ’s winters te nat. Je kan zo’n plant dan nogmaals op dezelfde plek uitzetten, maar dat heeft geen zin. De bodem aanpassen (toevoegen van grind, kiezel, …), waar wil ik niet aan beginnen. Wat ik wel soms probeer is de plant nog een tweede kans geven door hem elders aan te planten, maar als dat dan weer niet lukt, dan is die plant niet geschikt voor mijn tuin.

Hesperis matronalis (Damastbloem) deed het hier 5 jaar uitstekend in de border, maar kwam dit jaar nog amper terug. Op andere plekken in de border zie ik wel enkele gezonde zaailingen. Ik vraag me af of knolvoet hierin een rol heeft gespeeld. In ieder geval, een grote groep damastbloemen in de border op die plek mag ik dus wel vergeten, en er komt dus een plek van 9 m² vrij om opnieuw in te plannen.

Het stukje border was ondertussen ingenomen door Verbena bonariensis, maar die moest wijken voor Veronicastrum ‘Cupid’, Iris sibirica ‘Perry’s Blue’, Kalimeris incisa ‘Blue Star’ en Persicara amplexicaulis ‘JS Keep Smiling’.

De damastbloemzaailingen die ik elders in de tuin aantref ga ik hun ding laten doen, zodat de plant een beetje door de border tuin mag ‘wandelen’ en toch nog aanwezig blijft in mijn tuin . Het is vanuit ecologisch standpunt een belangrijke plant (goed als drachtplant en ook waardplant voor een aantal vlinders).

Dat is trouwens niet de enige probleemzone. Ook in de schaduwtuin zijn er twee plekken waar woelmuizen voor problemen blijven zorgen. De hosta lijden er ieder jaar schade door wortelvraat in de winter. Op die plekken werden de lege gaten nu opgevuld met Helleborus, Rodgersia en Epimedium, planten waar ik tot nu toe geen problemen mee heb gehad in de schaduwtuin.  Daarnaast plant ik ook Eurybia schreberi aan, een plant die nauw verwant is met asters en die zelfs in schaduw uitstekend zou groeien en bloeien.

Om nog wat structuur bij te brengen in die schaduwtuin, plantte ik ook een Hydrangea ‘Nadeshiko Gaku’ aan, een wondermooie Hydrangea serrata met blauwe/roze binnenbloemen en witte, gekartelde bloemenscherm eromheen en erg grote bladeren (20 cm).

 

Bijzonder (mooi) vliegje

Eigenlijk was het makkelijk om deze te identificeren,  het betreft Ectophasia crassipennis, een sluipvlieg die zelf leeft van nectar maar waarvan de jongen parasiteren op wantsen.

DS1_3582

Dit mannetje was wat aan ’t uitrusten op een nog niet bloeiende blauwe knoop, dat gaf me de tijd om enkele goede foto’s te maken.

DS1_3600

Het dier is blijkbaar redelijk algemeen, maar ’t is toch de eerste keer dat mijn lodderig oog dit beestje opmerkt.

DS1_3591

Icarusblauwtje

Boomblauwtjes zie ik hier zowat altijd. Icarusblauwtjes heel wat minder vaak. Wanneer de beestjes vliegen is ’t verschil erg duidelijk, het Icarusblauwtje is veel feller blauw gekleurd. Zelf dit wijfje dat grotendeels bruine binnenvleugels heeft, heeft aan de basis van haar vleugels een stukje dat diepblauw gekleurd is (in vaktermijn spreken ze van een bestuiving), zoals je ziet op de foto hieronder (die verre van perfect is, maar ’t beestje had geen zin in een fotoreportage). ’t Is ook duidelijk te zien dat dit vlindertje al wat ouder is.

DS1_3555.jpg

Ook deze spaanse vlag is al wat ouder, de vleugels sluiten niet meer zo goed. Nu zie je duidelijk de rode ondervleugels, die niet te zien waren op de oudere foto’s.

DS1_3552.jpg

 

Salvia

Achter de woning staat een garage. Om ze met de auto te bereiken zou ik een oprit rond de woning moeten leggen (die dus door heel de tuin zou lopen). Niet dus. De auto’s staan gewoon buiten.

De garage wordt voor belangrijkere dingen gebruikt: tuingereedschap, fietsen en ergens is ook nog een plaatsje voor de aanhangwagen die één keer per jaar gebruikt wordt.

DS1_2984
Salvia ‘Amber’

Maar die aanhangwagen moet wel in die garage geraken. Dus liet ik een stukje verharding over ter breedte van dat onding. Een ‘kaal’ vlak vol kasseien van bijna 20m².

DS1_2988
Salvia chamalaegnea

Dat stuk verharding is een doorn in mijn oog en wil ik al een tijdje op één of andere manier ‘aankleden’.

DS1_2974
Salvia discolor, bijna zwarte bloem

Met planten in potten, meer bepaald vaste planten die het goed doen in potten en lang kleur geven. Daar gaan zeker enkele niet zo ‘typische’ potplanten tussen staan , zoals Eupatorium, Ecchinacea, Asters en Verbena, maar ook wel ‘klassiekers’ zoals Geranium en dus … Salvia.

DS1_2980
Salvia amarissima

Enkele weken geleden bezocht ik een salviakwekerij. Aangezien deze planten in potten komen te staan moet ik niet zoveel rekening houden met de winterhardheid van die planten (je kan de potten in de winter gewoon in de kelder of de garage bewaren), en dan is er plots heel wat meer keuzevrijheid.

DS1_3447
Salvia vitifolia, heeft viltige, grote bladeren, die helemaal niets van een Salviablad hebben.

Veel van de aangekochte planten zijn uit de kluiten gewassen exemplaren en worden 100-125 cm hoog.

DS1_3006.jpg
Salvia stolonifera

De andere vaste planten worden eind deze week opgepot (wel nog in voorlopige potten). Volgende week plaats ik wel eens voor en na foto van dat stukje tuin.

Oever

Aan den oever van de vijver, ‘mijn’ twee kikkers.  Ze kwaken ’s avonds in koor, en dat valt wat mij betreft best mee.

De vorm en de kleur van grootste doen me twijfelen of dit wel een gewone poelkikker is. Maar ik ben geen kikkerexpert, en van wat ik begrepen heb is het zelfs voor experts moeilijk om ze te determineren. Ik zal er niet wakker van liggen. Of misschien, wel; maar dan alleen letterlijk.

Ik vermoed dat er volgend jaar meer dan 2 kikkers zullen vertoeven aan den oever, en dan ook heel wat meer kabaal gaan maken. Maar dat zullen we dan wel weer zien.

 

 

Zweefvlieg

DS1_3465 (1)

 

De twee eerste foto’s zijn plaatjes van een langlijfje. Aan een nauwkeurigere determinatie waag ik me niet.

In de nectartuin is Succisella inflexa aan ’t bloeien. De plant is familie van de blauwe knoop (Succisa pratensis) en is een trekpleister voor blinde bijen, het lijkt wel of alle blinde bijen alleen op deze planten foerageren. Van deze plant kocht ik me 2 jaar geleden 5 planten, de plant heeft zich erg vlot uitgebreid.

DS1_3519

Zweeft hier ondertussen nog altijd rond: hoornaarzweefvlieg. De voorbije dagen zag ik ook meerdere malen een echte hoornaar vliegen over de Eupatorium, maar die kon ik niet vastleggen. En dat is bovendien geen zweefvlieg, zou hier dus niet in dit lijstje mogen figureren. Eén van die hoornaars zag ik vandaag een prooi uit het web van een spin roven, waarbij de spin zelf veiligere oorden opzocht.

DS1_3429

 

 

Vlinders

De resultaten van de nationale vlindertelling waren dit jaar volgens mij veel minder gunstig dan de voorbije jaren. Natuurpunt heeft die nog niet gepubliceerd, ik ben benieuwd hoe Natuurpunt gaat communiceren dat er minder vlinders geteld werden dan vorig jaar maar dat het toch een uitstekend vlinderjaar is (en dus intrinsiek aangeven dat die vlindertelling als instrument nutteloos is, en voornamelijk een bewustmakingsactie is).

Veel veelvoorkomende vlindersoorten (waaronder atalanta en dagpauwoog) piekten dit jaar begin tot midden juli (een pak vroeger door ’t warme voorjaar) en vanaf midden juli zag ik de hoeveelheid en diversiteit in vlinders in de tuin gestaag afnemen. De koolwitjes zijn nu duidelijk aan een nieuwe generatie toe en zijn op dit ogenblik de enige vlindersoort die ik in grote aantallen zie, waarbij ze ook dag na dag talrijker worden.

DS1_3436

De resultaten:

  • Koolwitje 10
  • Boomblauwtje 5
  • Atalanta 3
  • Bruin zandoogje 2
  • Landkaartje 1
  • Dagpauwoog 1
  • Kolibrivlinder 1
  • Kleine vos 1
  • Gammauil 1
  • Bont zandoogje 1
  • Gehakkelde aurelia 1
  • Buxusmot 1

Wat me verder opvalt dit jaar: de vlinders lijken dit jaar veel minder interesse te hebben in de Verbena bonariensis, en meer te foerageren op de vlinderstruik, hoewel de  voorkeur bij sommige vlinders heel expliciet is. Boomblauwtjes en landkaartje zag ik nog niet foerageren op de vlinderstruiken, boomblauwtjes zie ik bijna alleen op Eupatorium. Nogmaals een bewijs dat je in een tuin best een verscheidenheid aan bloemen zet.

De Spaanse Vlag was dit jaar voor ’t eerst niet van de partij tijdens het telweek-end, maar verscheen gisteren (woensdag) voor de eerste keer op ’t toneel, enkele dagen te laat. Ook de glasvleugelpijlstaart toonde zich gisteren nog eens in de tuin, maar ook die mag dus ook niet mee op ’t lijstje.

DS1_3481DS1_3530

Binnen enkele weken hoop ik opnieuw zwermen dagpauwogen (en andere vlinders) te verwelkomen. De rupsen van de dagpauwoog groeien in ieder geval gestaag, wanneer het weer wat mee zit zijn dit begin september vlinders.

DS1_3456.jpg

Wespen

In de tuin zitten op dit ogenblik heel wat solitaire wespen. Veel van deze wespen worden aangetrokken door de Asclepias incarnata.

DS1_3537

Ik trof zowaar ook dit parend koppeltje aan.

DS1_3471

DS1_3477.jpg

Dit zijn dus geen ‘papierwespen’ (de wespen die we allemaal kennen), maar solitaire wespen die zelf nectar eten en ofwel actief prooien vangen (solitaire bijen, vliegen, rupsen,…) voor hun larve (de wesp verdoofd de prooien, brengt ze in nestholtes onder en deponeert er een eitje in), ofwel parasiteren op andere solitaire bijen of wespen (zij leggen hun eitje in ’t nest van een andere bij of wesp).

Op de foto hieronder zie je een solitaire wesp die een maskerbij als prooi heeft gevangen.

DS1_3490.jpg