De oude terrastafel hadden we in 2005 gekocht, en moest toen in de eerste plaats passen op ons piepklein terras in de stadstuin. Op het grote terras in onze nieuwe woning stond ze een beetje verloren en was het ook niet de ideale tafel om gasten te ontvangen. Bovendien lagen enkele latjes van het tafelblad na > 15 jaar los.
Deze oude terrastafel staat vanaf nu in de schaduwhoek waar we in de zomermaanden kunnen genieten van wat extra schaduw. Een schaduwtuin die er trouwens erg goed uitziet op dit moment…
Op ons terras staat ondertussen een wat grotere tafel, uit aluminium met een gehard glazen tafelblad.
Mijn favoriet tuingereedschap : dit Japans hakje (het oude hakje is nu twee jaar in dienst, het Japanse etiket is er afgesleten). De zijkanten van dit hakje zijn vlijmscherp (je ziet de slijprand) en erg handig om een wat groter oppervlak mee te schoffelen//wieden. Grote planten en planten met penwortel steek ik uit met de punt van het hakje, en het doet ook dienst om plantgaten te graven. Ik slijp het af en toe bij met een Silicar 100 slijpsteen (daar is nu weer dringend behoefte aan).
Toen ik me enkele jaren geleden een haarapparaat kocht bij terra-tools was ik langs gereden om een korte demonstratie te krijgen over het gebruik van dat apparaat. In het atelier lag dit hakje. Ik nam het even vast en het viel onmiddellijk op dat het vederlicht was (gewicht 215 gram). Ik vroeg de zaakvoerder wat dat hakje kostte. Hij vertelde me dat hij het niet zolang daarvoor had besteld om zelf uit te testen, maar dat hij me het wel wilde verkopen.
Een nieuw hakje en eentje dat al twee jaar in dienst is. Zoek de zeven verschillen.
Toen ik het begon te gebruiken in de tuin was ik onmiddellijk overtuigd. Met mijn eerste hakje heb ik tot eigen schade en schande geleerd dat de zijkanten te fragiel zijn om tegen of tussen tegels,klinkers en kasseien te wieden (de slijpranden zijn zo fragiel dat ze omplooien). Dat eerste hakje gebruik ik nog steeds om tussen de kasseien te wieden, maar ik heb nu een tweede in gebruik voor alle normale tuinwerkzaamheden. Ik nog een batterij van deze hakjes ingekocht als reserve (waarvan er eentje ook als fotomodel mocht opdraven…
Van Allium ‘Purple Sensation’ kocht ik me bij de eco-bollen actie van Velt een behoorlijk volume in (50 stuks. Met wat puzzelen kreeg ik ze allemaal de grond in. Deze week kwamen de eerste bloemhoofden in bloei. Enkele foto’s gespreid over een week.
8 jaar geleden kocht ik me deze plant aan. Na 8 jaar heb ik nu vier bloeiende takken. Deze plant met bruin blad staat gekend als een notoir trage groeier. Het blad wordt wel lichter naarmate het seizoen vordert.
Deze vermoedelijke kruising tussen P. multiflorum en P . Odoratum werd gevonden in Betberg, een dorpje in, je raadt het nooit, het Zwarte Woud… Hieronder een foro van twee weken geleden, toen het blad nog veel donkerder was.
Alle Polygonatum (Salomonszegel) hebben de naam trage groeiers te zijn, maar wanneer ze aangeplant zijn op de juiste plek (het zijn bosplanten, dus schaduw en een humusrijke grond) groeien ze behoorlijk enthousiast. Alleen die ‘Betberg’ dus niet.
Ik vind het prachtige planten, met zeer leuke bloemen. En dat vinden de hommels duidelijk ook.
De droogte van vorig jaar heeft één plant bijna een kopje kleiner gekregen. Eén van mijn absolute favorieten , Paeonia delavayi. De meeste takken van de struik waren in juli vorig jaar volledig afgestorven, ondertussen groeit de plant wel opnieuw uit. Het dode hout moet ik nog weg knippen.
De andere boompioen, Paeonia lutea, heeft ook wat last gehad van de droogte maar staat op een iets betere plek. Die maakt nu voor de eerste keer een hele resem bloemknoppen aan, en staat nu in bloei.
De bloemen van P. lutea zijn groter dan die van Paeonia delavayi, maar lang niet zo groot als die van de veredelde boompioenen.
Nog een nieuwe. Ik zag vorige week op een website een foto van Stinkende gouwe (Chelidonium majus). Iemand had die plant in haar tuin staan en vroeg een identificatie. Er kwam zo goed als onmiddellijk reacties binnen in de trend van ‘Dat is onkruid, stinkende gouwe’.
Nochtans is Stinkende gouwe een mooie plant, die in veel tuinen een nuttige plant kan zijn op zeer moeilijke plekjes. Ik heb tijdens de eco-tuindagen al enkele tuinen gezien die nuttig gebruikt maakten van deze plant als beplanting onder bomen.
Deze Stylophorum lasiocarpum is duidelijk verwant aan Stinkende gouwe. De bloemen zijn wel een flink stuk forser, en tonen ook beter dat deze planten nauw aanleunen bij Papaver. Ook het blad is uitzonderlijk mooi. De plant staat liefst in halfschaduw of schaduw (ook op droge plekjes).
De plant zou zich ‘voldoende’ uitzaaien. Ik ben benieuwd. Het lijkt me een ideale plant om te laten groeien doorheen de schaduwtuin (en ik ga haar daar zelfs een handje bij helpen).
Dit plantje stond vorig jaar in bloei, in de schaduw in het Hessenhof. Ik vermoed dat het voor velen wel duidelijk is dat ik een zwak heb voor Boraginaceae, met hun vaak kleine blauwe bloempjes. Het fijne lancetvormig blad is wel apart. Deze moest en zou ik dus ook hebben, en ik kocht met de laatste drie exemplaren op de kwekerij.
Deze Buglossoides purpurocaerulea kan zowel in halfschaduw als in volle zon, en staat in de nectartuin in de halfschaduw als bodembedekker.
Het is een redelijke snelle groeier, en ik lees hier en daar dat hij op de ideale standplaats zelfs lichtjes zou kunnen woekeren. Ik zie in ieder geval wel dat de plantjes redelijk enthousiast gegroeid zijn vorig jaar. Indien nodig, houd ik ze wel in toom. Het is een klein plantje, ik zie dat plantje niet direct de Asters, Eupatorium, de Vitex en Monarda die er rond staan overwoekeren.
De andere bodembedekker onder één van de vlinderstruiken, Galium odoratum, staat er nu trouwens prachtig bij. Toch gek dat zo’n klein plantje er keurig in slaagt de groei van andere kruiden te stoppen.
De eerste akeleien staan hier in bloei. Dat is uitzonderlijk vroeg. Zowat alle planten zijn dit jaar wat vroeger aan ’t opkomen. De laatste planten in de borders zijn steevast de Asclepias incarnata en de Vernonia’s. Sinds dit week-end beginnen deze ook een teken van leven te geven. Planten die dat nu nog niet doen, zijn dus waarschijnlijk dood.
Het klinkt misschien idioot, maar je kon mij het voorbije week-end op verschillende plaatsen in de tuin de laatste twijfelgevallen zien inspecteren. Op mijn hurken zittend, op zoek naar een teken van leven. Twee plantensoorten lijken niet terug te komen, een Hongaarse vorm van Lythrum virgatum en Thalictrum finetii.
De voorbije jaren was deze periode er eentje waarin ik steevast enkele verlofdagen inplande om de tuin op orde te krijgen. Maar door de corona-omstandigheden heb ik nu meer vrije tijd (de dagen dat ik werkloos ben) en heb ik in ‘ week-end geen sociale activiteiten. Ik moet nog steeds enkele stukjes tuin in orde zetten, maar ik heb eigenlijk een zee van tijd, en heb dus tijd voor wat andere dingen in de tuin.
Zo had ik me in’t begin van dit jaar voorgenomen om de neteldruk in de tuin een beetje te verlagen. Ik heb geen probleem dat er wat brandnetels staan, maar langzaamaan zijn de brandnetels een paar stukjes tuin aan ’t overnemen(een stukje bloemenweide en een stukje fruittuin). Die kan ik nu dus ook op mijn gemak en met chirurgische precisie verwijderen. Ook het kweekgras in de borders krijgt dit jaar extra aandacht van me (ik ben wel niet zeker dat dat kweekgras daar zo blij mee is). Kweekgras verwijderen doe ik met behulp van een voegenkrabber, om zo de ondergrondse uitlopers op te sporen en mee te verwijderen. Met de extra tijd kan ik dit jaar ook werk maken van het manueel vormsnoeien van mijn taxusrups in de insectentuin.
Maar er is meer…
Vorig jaar schreef ik al over de lavendelstekken. In de drukke lenteperiode zou het oppotten van de plantjes typisch iets zijn waarvoor ik geen tijd vind. Gisteren heb ik, geheel zonder stress, de tijd genomen om de plantjes op te potten. Het resultaat van die stekken viel me toch tegen, ik heb uiteindelijk 49 lavendelplantjes overgehouden aan de oefening. De bedoeling is dat die plantjes volgend jaar aangeplant worden in de voortuin.
Vorige week schreef ik al een stukje over het scheuren van planten. Ik heb vandaag nog heel wat bijkomende planten gescheurd, onder meer enkele Astrantia-pollen van meer dan 50 cm diameter, Calamintha, nog enkele asters,…
Voor de blauwe knoop (Succisa pratensis) heb ik een andere techniek gebruikt, door de twee grootste pollen op te nemen, en die met de hand oog per oog te scheiden. Het resultaat zijn 17 opgepotte plantjes, allemaal met een flink wortelstelsel. Deze planten kunnen snel terug de grond in, zodat ik de plantengroepen van deze geweldige insectenlokker nog flink kan uitbreiden.
Nog een andere methode heb ik toegepast op Helenium ‘Loysder Wieck’. Daar heb ik gewoon één takje van de nog redelijk jonge planten afgetrokken aan de grond. Wanneer je zo’n stevige tak voldoende lateraal wegtrekt, komt er meestal een stukje wortel mee. Ook deze zouden erg snel moeten wortelen. Ik had deze planten ook kunnen opnemen en ze oog per oog kunnen scheiden, maar ik had nog maar enkele extra plantjes nodig van deze schoonheid.
H. ‘Loysder Wieck’
H. ‘Loysder Wieck’ is een Helenium die ik vorig jaar heb aangeplant in de tuin, en die het veel beter doet dan de andere variëteiten die ik in de tuin heb staan. De groeiwijze van de planten lijkt ook helemaal niet op die van mijn andere Heleniums, zoals deze H. ‘Fata Morgana’, die eerder rozetten lijkt te vormen.
H. Fata Morgana
In het tweede jaar in de tuin hebben zowat alle aangeplante H. ‘Loysder Wieck ‘ plantgoed evenveel ogen als de 7-8 jaar oude H. ‘Fata Morgana’…
Ondertussen staat de eerste Camassia leichtlinii ‘Caerulea’ in bloei. De bollen van deze plant, afkomstig uit de Verenigde Staten zouden een lekkernij zijn, maar ik ga toch gewoon genieten van de bloemen. Ik twijfelde al enkele jaren om deze in de borders te zetten, met de eco-bollen actie van velt heb ik ze dan toch maar gekocht.
Ook het laatste tulpje staat nu in bloei, Tulipa batalinii ‘Bronze Charm’, oorspronkelijk uit Oezbekistan. Tulpje, want dit plantje is nog geen 20 cm hoog. Dit tulpje is een nauwe verwant van Tulipa clusiana en zou zich zeer vlot vegetatief vermeerderen.
Op de sieruien na zijn dit de laatste bollen voor dit jaar.