Polygonatum x ex ‘Betberg’

8 jaar geleden kocht ik me deze plant aan. Na 8 jaar heb ik nu vier bloeiende takken. Deze plant met bruin blad staat gekend als een notoir trage groeier. Het blad wordt wel lichter naarmate het seizoen vordert.

DS1_6626

Deze vermoedelijke kruising tussen P. multiflorum en P . Odoratum werd gevonden in Betberg, een dorpje in, je raadt het nooit, het Zwarte Woud… Hieronder een foro van twee weken geleden, toen het blad nog veel donkerder was.

DS1_6545

Alle Polygonatum (Salomonszegel) hebben de naam trage groeiers te zijn, maar wanneer ze aangeplant zijn op de juiste plek (het zijn bosplanten, dus schaduw en een humusrijke grond) groeien ze behoorlijk enthousiast. Alleen die ‘Betberg’ dus niet.

DS1_6627

Ik vind het prachtige planten, met zeer leuke bloemen. En dat vinden de hommels duidelijk ook.

DS1_6629

DS1_6631

 

Droogte

De droogte van vorig jaar heeft één plant bijna een kopje kleiner gekregen. Eén van mijn absolute favorieten , Paeonia delavayi. De meeste takken van de struik waren in juli vorig jaar volledig afgestorven, ondertussen groeit de plant wel opnieuw uit. Het dode hout moet ik nog weg knippen.

DS1_6612

De andere boompioen, Paeonia lutea, heeft ook wat last gehad van de droogte maar staat op een iets betere plek. Die maakt nu voor de eerste keer een hele resem bloemknoppen aan, en staat nu in bloei.

DS1_6568

De bloemen van P. lutea zijn groter dan die van Paeonia delavayi, maar lang niet zo groot als die van de veredelde boompioenen. DS1_6588

 

Stylophorum lasiocarpum

Nog een nieuwe. Ik zag vorige week op een website een foto van Stinkende gouwe (Chelidonium majus). Iemand had die plant in haar tuin staan en vroeg een identificatie. Er kwam zo goed als onmiddellijk reacties binnen in de trend van ‘Dat is onkruid, stinkende gouwe’.

Nochtans is Stinkende gouwe een mooie plant, die in veel tuinen een nuttige plant kan zijn op zeer moeilijke plekjes. Ik heb tijdens de eco-tuindagen al enkele tuinen gezien die nuttig gebruikt maakten van deze plant als beplanting onder bomen.

DS1_6586

Deze Stylophorum lasiocarpum is duidelijk verwant aan Stinkende gouwe. De bloemen zijn wel een flink stuk forser, en tonen ook beter dat deze planten nauw aanleunen bij Papaver. Ook het blad is uitzonderlijk mooi. De plant staat liefst in halfschaduw of schaduw (ook op droge plekjes).

DS1_6585

De plant zou zich ‘voldoende’ uitzaaien.  Ik ben benieuwd. Het lijkt me een ideale plant om te laten groeien doorheen de schaduwtuin (en ik ga haar daar zelfs een handje bij helpen).

 

Buglossoides purpurocaerulea

Dit plantje stond vorig jaar in bloei, in de schaduw in het Hessenhof. Ik vermoed dat het voor velen wel duidelijk is dat ik een zwak heb voor Boraginaceae, met hun vaak kleine blauwe bloempjes. Het fijne lancetvormig blad is wel apart. Deze moest en zou ik dus ook hebben, en ik kocht met de laatste drie exemplaren op de kwekerij.

Deze Buglossoides purpurocaerulea kan zowel in halfschaduw als in volle zon, en staat in de nectartuin in de halfschaduw als bodembedekker.

DS1_6579

Het is een redelijke snelle groeier, en ik lees hier en daar dat hij op de ideale standplaats zelfs lichtjes zou kunnen woekeren. Ik zie in ieder geval wel dat de plantjes redelijk enthousiast gegroeid zijn vorig jaar. Indien nodig, houd ik ze wel in toom. Het is een klein plantje, ik zie dat plantje niet direct de Asters, Eupatorium, de Vitex en Monarda die er rond staan overwoekeren.

De andere bodembedekker onder één van de vlinderstruiken, Galium odoratum,  staat er nu trouwens prachtig bij. Toch gek dat zo’n klein plantje er keurig in slaagt de groei van andere kruiden te stoppen.

DS1_6572DS1_6575

Legioen v2

De eerste akeleien staan hier in bloei.  Dat is uitzonderlijk vroeg. Zowat alle planten zijn dit jaar wat vroeger aan ’t opkomen. De laatste planten in de borders zijn steevast de Asclepias incarnata en de Vernonia’s. Sinds dit week-end beginnen deze ook een teken van leven te geven. Planten die dat nu nog niet doen, zijn dus waarschijnlijk dood.

Het klinkt misschien idioot, maar je kon mij het voorbije week-end op verschillende plaatsen in de tuin de laatste twijfelgevallen zien inspecteren. Op mijn hurken zittend, op zoek naar een teken van leven. Twee plantensoorten lijken niet terug te komen, een Hongaarse vorm van Lythrum virgatum en Thalictrum finetii.

De voorbije jaren was deze periode er eentje waarin ik steevast enkele verlofdagen inplande om de tuin op orde te krijgen. Maar door de corona-omstandigheden heb ik nu meer vrije tijd (de dagen dat ik werkloos ben) en heb ik in ‘ week-end geen sociale activiteiten. Ik moet nog steeds enkele stukjes tuin in orde zetten, maar ik heb eigenlijk een zee van tijd, en heb dus tijd voor wat andere dingen in de tuin.

Zo had ik me in’t begin van dit jaar voorgenomen om de neteldruk in de tuin een beetje te verlagen. Ik heb geen probleem dat er wat brandnetels staan, maar langzaamaan zijn de brandnetels een paar stukjes tuin aan ’t overnemen(een stukje bloemenweide en een stukje fruittuin). Die kan ik nu dus ook op mijn gemak en met chirurgische precisie verwijderen. Ook het kweekgras in de borders krijgt dit jaar extra aandacht van me (ik ben wel niet zeker dat dat kweekgras daar zo blij mee is). Kweekgras verwijderen doe ik met behulp van een voegenkrabber, om zo de ondergrondse uitlopers op te sporen en mee te verwijderen. Met de extra tijd kan ik dit jaar ook werk maken van het manueel vormsnoeien van mijn taxusrups in de insectentuin.

Maar er is meer…

DS1_6555

Vorig jaar schreef ik al over de lavendelstekken. In de drukke lenteperiode zou het oppotten van de plantjes typisch iets zijn waarvoor ik geen tijd vind. Gisteren heb ik, geheel zonder stress, de tijd genomen om de plantjes op te potten. Het resultaat van die stekken viel me toch tegen, ik heb uiteindelijk 49 lavendelplantjes overgehouden aan de oefening. De bedoeling is dat die plantjes volgend jaar aangeplant worden in de voortuin.

Vorige week schreef ik al een stukje over het scheuren van planten. Ik heb vandaag nog heel wat bijkomende planten gescheurd, onder meer enkele Astrantia-pollen van meer dan 50 cm diameter, Calamintha, nog enkele asters,…

DS1_6554

Voor de blauwe knoop (Succisa pratensis) heb ik een andere techniek gebruikt, door de twee grootste pollen op te nemen, en die met de hand oog per oog te scheiden. Het resultaat zijn 17 opgepotte plantjes, allemaal met een flink wortelstelsel. Deze planten kunnen snel terug de grond in, zodat ik de plantengroepen van deze geweldige insectenlokker nog flink kan uitbreiden.

DS1_6558

Nog een andere methode heb ik toegepast op Helenium ‘Loysder Wieck’. Daar heb ik gewoon één takje van de nog redelijk jonge planten afgetrokken aan de grond. Wanneer je zo’n stevige tak voldoende lateraal wegtrekt, komt er meestal een stukje wortel mee. Ook deze zouden erg snel moeten wortelen. Ik had deze planten ook kunnen opnemen en ze oog per oog kunnen scheiden, maar ik had nog maar enkele extra plantjes nodig van deze schoonheid.

DS1_6476
H. ‘Loysder Wieck’

H. ‘Loysder Wieck’ is een Helenium die ik vorig jaar heb aangeplant in de tuin, en die het veel beter doet dan de andere variëteiten die ik in de tuin heb staan. De groeiwijze van de planten lijkt ook helemaal niet op die van mijn andere Heleniums, zoals deze H. ‘Fata Morgana’, die eerder rozetten lijkt te vormen.

DS1_6472

H. Fata Morgana

In het tweede jaar in de tuin hebben zowat alle aangeplante H. ‘Loysder Wieck ‘ plantgoed evenveel ogen als de 7-8 jaar oude H. ‘Fata Morgana’…

Uitbollen?

Ondertussen staat de eerste Camassia leichtlinii ‘Caerulea’ in bloei. De bollen van deze plant, afkomstig uit de Verenigde Staten zouden een lekkernij zijn, maar ik ga toch gewoon genieten van de bloemen. Ik twijfelde al enkele jaren om deze in de borders te zetten, met de eco-bollen actie van velt heb ik ze dan toch maar gekocht.

DS1_6548

Ook het laatste tulpje staat nu in bloei, Tulipa batalinii ‘Bronze Charm’, oorspronkelijk uit Oezbekistan. Tulpje, want dit plantje is nog geen 20 cm hoog. Dit tulpje is een nauwe verwant van Tulipa clusiana en zou zich zeer vlot vegetatief vermeerderen.

DS1_6553

Op de sieruien na zijn dit de laatste bollen voor dit jaar.

Ecotuindagen 2020

Een beslissing die al wat langer in de lucht hing is gisteren gevallen (of toch in ieder geval gisteren gecommuniceerd) : de velt-ecotuindagen  van 2020 zijn geannuleerd. Het lijkt me in ieder geval de enige logische keuze, je kan als organisatie moeilijk energie blijven steken in een event dat naar alle waarschijnlijkheid niet toegelaten zal worden. Bovendien was het thema van 2020 ‘stadstuintjes’, over ’t algemeen ligt social distancing daar iets moeilijker.

Als alternatief worden een aantal alternatieven voorgesteld,  onder meer online eco-tuindagen (via de velt-facebook pagina) of, indien de veiligheidsraad tegen dan nog bijkomende versoepelingen zou toelaten, zou iedere tuineigenaar ook een mini eco-tuindag kunnen organiseren (met beperkte lijst bezoekers, op uitnodiging). Hier zullen de deuren naar alle waarschijnlijkheid gewoon gesloten blijven.

En die online eco-tuindagen, dat doe ik al een tijdje op deze blog. Een persoonlijk facebook-account heb ik niet, uit principe. Misschien maak ik me nu wel een fuitberg-facebook-account…

 

Telewerk

Vijf weken geleden besliste mijn werkgever dat iedereen die enigszins thuis kon werken via telewerk moest werken.

Sindsdien werk ik dus thuis, mijn vrouw volgde enkele dagen later ook, toen de lockdown een feit werd. Ons huis is redelijk open, mijn bureau maakt deel uit van het woongedeelte. Maar een goede hoofdtelefoon en mijn Spotify-playlist zorgen dat ik rustig en geconcentreerd kan werken.

Ik ben niet zo lang geleden van functie veranderd en ben nu voornamelijk bezig met analyses en projecten. Analyses die ik al langer wilde doen, maar die niet altijd lukten op kantoor – omdat je er eigenlijk zonder oponthoud een volle dag (of meer)  ongestoord moet kunnen aan doorwerken – kan ik nu ongestoord afwerken. Zonder een telefoon of een collega die me stoort met een dringend probleem. En wanneer je toch een collega moet spreken, zijn die vlot via een videogesprek te bereiken.
Als koffiepauze zet ik me even op het terras, met een glas water. En na de lunch wandel ik even door de tuin.

Maar het is toch een heuse verandering.

Want uiteindelijk mis je de gesprekken met collega’s tijdens de middag en door de isolatie van die collega’s krijg je ook wat tunnelzicht.

Maar er zijn nog meer veranderingen.

Vanaf deze week ben ik ook  één dag per week ‘Werkloos door overmacht’, om de vaste kosten van mijn werkgever onder controle te houden. Ik werk nu dus nog 4 dagen op 5.

Ik probeer me niet teveel zorgen te maken. Want zorgen maken, daar los je geen problemen mee op. Je slaapt er hooguit wat minder goed van, en stress is sowieso geen goede bondgenoot. Dus probeer ik zoveel mogelijk te leven volgens een ‘carpe diem’ principe en alle zorgen gewoon te verbannen. Dat lukt me de ene dag al beter dan de andere. Op ons fruitberg-eiland, afgezonderd van de grote boze wereld.

Maar zelfs met dat besef mis ik nog steeds het rechtstreeks contact met vrienden, familie en collega’s.

Ik heb verder niet zoveel moeite met het ‘Blijf in Uw Kot’-advies. Ik heb in het verleden ook nooit moeite gehad om een week-end niets te doen of een week-end in de tuin te werken.  Ik heb nu extra tijd om in de tuin de achterstand in te halen, en dat lukt me aardig.

En ik besef dat ik in een comfortabele situatie zit, ik woon in een ruim huis met grote tuin en twee volwassen kinderen, zonder financiële kopzorgen. Vervelen kan ik me niet hier, werk genoeg in de tuin.

Maar ik besef dat dat niet voor iedereen zo is.

Ik kan me voorstellen dat deze periode voor ouders met jonge kinderen in een appartement een heuse opgave is. Of voor mensen met financiële kopzorgen. Om nog maar te zwijgen over de mensen die in krottenwijken wonen waar er ook ‘Stay – at  – home’ maatregels afgekondigd worden. Of voor de mensen die onder normale omstandigheden al moeite hebben om hun kinderen van eten voorzien, en nu zonder werk vallen omdat de consumptie in het Westen stilvalt…

Ik denk ook aan alle dokters die door een gebrek aan capaciteit moeten kiezen welke patiënt opgenomen wordt, en welke niet (daar blijven we hier in België gelukkig van gespaard). Aan de verzorgers in woonzorgcentra, die zonder middelen en begeleiding aan een ongelijke strijd zijn begonnen. Aan mensen die in alle eenzaamheid sterven. Aan de achterblijvers die geen eens fatsoenlijk afscheid kunnen nemen.

En dan denk ik weeral, ik moet gewoon dankbaar zijn.

En dus probeer ik gewoon positief te blijven, want ik heb eigenlijk geen recht tot klagen, tegenover zoveel andere mensen. En vooral te denken aan alles wat ik nog heb: tot nu stelt iedereen in de familie het goed, net zoals bij de vrienden.

En ooit komt hier een einde aan.

 

Alles komt terug

Vorig jaar overgroeide de krabbenscheer de hele vijver. Ik denk dat het dit jaar niet anders gaat zijn. Dit zijn nieuwe ‘baby-plantjes’, die door één van de planten die ik vorig jaar overhield worden aangemaakt. Dat zijn dus zes nieuwe plantjes. Ik heb een vijftiental krabbenscheren overgehouden vorig jaar, iets zegt me dat ik opnieuw zal moeten optreden, want zowat alle krabbenscheren doen mee aan het ga heen en vermenigvuldig U.

In de vijver zie je nu ook redelijk wat (draad) alg liggen. Ik verwijder die niet, ook vorig jaar was die aanwezig, maar door de groei van alle planten in de vijver wordt die draadalg gewoon grotendeels weggeconcurreerd. En ik zie er ook heel wat salamanders in rondzwemmen.

Gisteren ook nog een leuke waarneming: voor ’t eerst in twee jaar een blauwe reiger in de tuin, die landde in de notelaar en onze aangelegde poel/vijver eens kritisch bekeek. Ik vermoed dat hij de kikkers te groen vond, want hij vloog weg zonder zich te goed te doen aan onze kikkers.

Ook terug van weggeweest: de waterjuffers. Dit is een eerste exemplaar dat ik vorige week kon fotograferen, niet de beste foto, gezien de omstandigheden. Ik vermoed een pantserjuffer.

DS1_6516