Dit week-end bracht ik een bezoek aan de rozenkweker om een vervanger te kopen voor de Clerodendron bungei. Ik koos na even twijfelen voor Rosa ‘Open Arms’, een mini-rambler die in 1995 werd geïntroduceerd. Deze plant zou 3-4 m hoog moeten worden en wil ik met een gietijzeren boog over de beukenhaag laten groeien.

Een gezond plantje dat ik me aankocht, in een flinke pot.

Doorslaggevend in de selectie was het gezonde, donkergroen blad en de kleine, half gevulde bloemen. Ik vind kleinbloemige rozenvariëteiten gewoon ietsje natuurlijk aandoen dan de grootbloemige.
Wat heeft de titel van dit logje nu te maken met deze rozelaar?
Wel, veel. Deze rozelaar vervangt hier Clerodendron bungei, een mooie struik met geurende bloemen die de neiging om zich met worteluitlopers te verspreiden. In de hoop dat te voorkomen had ik de plant aangeplant in een metserskuip (zonder bodem). Maar ik zag twee weken geleden een eerste uitloper die uit de metserskuip was ontsnapt. Aangezien deze struik in een border staat, zorgt dat voor gedoe waar ik echt geen zin in heb. Ik heb in de nectartuin nu al voldoende problemen met de uitlopers van de perzik en de abrikozen.
En ik ga hem ook niet in een pot op het terras zetten. Indien er iemand geïnteresseerd is in deze struik, mag hij/zij zich bij deze melden. De plant verlangt een (beschut) plekje in volle zon en groeit uit tot ongeveer 2 meter hoog. Het is een uitstekende nectarplant, maar hij houdt wel niet van zeer droge condities. Hij is voldoende winterhard voor onze contreien (-10C tot -15°C), hij kan na een extreme winter bovengronds afvriezen maar zou dan opnieuw uitlopen. Ik ga de plant dit week-end opgraven (stiekem hoop ik dat dat niet lukt vanwege te nat). Het is geen grote struik. Het was wel een vrij grote struik vorig jaar, maar de plant is 2/3 van zijn takken kwijt geraakt door de dakwerken einde vorig jaar. Maar laat dat je vooral niet tegenhouden, wanneer die plant op de juiste plek in je tuin staat, ga je je na een paar jaar echt geen zorgen maken over ’t feit dat de plant niet zo goed groeit.
Er staat hier ook nog een forse Clerodendrum trichotomum, de kansenboom, in een pot. Deze is een iets vaker aangeplante struik/boom uit dezelfde familie die ook wat hoger wordt, maar die het niet goed deed op de plek waar ik hem had aangeplant. Ik had die voor iemand opzij gezet, maar hij mag nu dus weg. De plant staat wel op een schaduwplekje op dit ogenblik (niet ideaal) en heeft even wat te droog gestaan, maar die komt er nog zeker door. Hij verlangt een vergelijkbare standplaats als de Clerodendrum bungei.
De planten zijn allebei goede nectar- en stuifmeelleveranciers.




































