Enkele maanden geleden vertelde ik over transportperikelen van een plantenbestelling. De 3 plantjes Helenium ‘Kupferziegel’ die ik toen redde, zijn ondertussen verder gegroeid en beginnen nu te bloeien.
Ze blijven wel wat achter qua groei bij de andere planten (lijkt me logisch) en normaal is dit een zeer rijk bloeiende variëteit, maar valt dit jaar wat tegen. Maar goed, de plantjes zijn nog maar net uit revalidatie.
Ik ben vooral tevreden dat ik toch 3 levende exemplaren van deze Helenium heb. Elk van die planten heeft minstens 4 ogen. Dat wil zeggen dat ik volgend jaar zonder problemen voldoende stekken kan nemen van deze planten.
Enkele jaren geleden schreef ik hier een stukje over Echinacea. De meeste van die planten deden het enkele jaren vrij goed maar kwijnden na een aantal jaren toch weg. Ik heb nog één plant in volle glorie staan, dat is E “Cheyenne’s Spirit”, wat gewoon een groep zaailingen is, en die het hier erg goed blijft doen.
Helenium is eigenlijk een veel betere tuinplant (of toch alvast in mijn tuin). H. ‘Sahin’s Early Flowerer’ kocht ik me dit jaar aan. Het zou één van de gezondst groeiende en langstbloeiende Heeniums zijn. Ik vind het een merkwaardige plant, vanwege de variëteit aan bloemkleuren op één en dezelfde plant.
De bloemen openen als volledig gele bloemen met een fijn rood randje, en kleuren dan langzaamaan roder. Wanneer de bloemen bijna ‘fin de carrière’ zijn, worden ze dof oranje van kleur.
Zo buiten slapen is toch ook maar niets, met alle dauw op je lijf. Dit is volgens mij hetzelfde beestje (of een soortgenoot) als deze hieronder. De Zwartsprietwespbij (Nomada flavopicta). Ja, je leest dit goed, dit is een wespbij. Wespbij zijn “koekoeksbijen”. In plaats van zelf stuifmeel te verzamelen in een broedcel, leggen ze hun eitjes in het nest van een solitaire bij. De larve van de wespbij doodt de larve van die solitaire bij en kan zich vervolgens laven aan de voedselvoorraad die de solitaire bij had voorzien voor haar kroost. Wespbijen hebben meestal het uiterlijk van een wesp, maar het zijn en blijven bijen, het zijn geen carnivoren, ze eten ook nectar en stuifmeel.
De Kameelhalswesp van gisteren was een echte solitaire wesp, ze vangt een prooi (in haar geval meestal een grasmot), deponeert die in een broedcel en legt een eitje in die mot. Die grasmot is dan het eten voor de larve.
Een beestje dat ik nog niet eerder in de tuin zag. Dit is een Kameelhalswesp, volgens waarnemingen.be een zeldzaam beestje, 72 keer waarnemingen dit jaar.
Ik heb even wat verdere informatie opgezocht over dit beestje, het is een vlinderdoder, die voornamelijk wespvlinders en grasmotten vangt. Ik vermoed dat de wesp zelf leeft van nectar en stuifmeel en die vlinders vangt voor de larven.
De Stadsreus (Volucella zonaria) is hier al enkele keren aanbod gekomen. Deze Witte Reus (Volucella pellucens) kon ik nu voor de eerste keur voldoende goed in beeld brengen. Deze is iets kleiner (15-18 mm) en imiteert een hommel. De larven parasiteren in wespennesten en hommelnesten.
Na de dagpauwogen gisteren zag ik vandaag ook meerdere (5) landkaartjes in de tuin.
Verder zie ik ook (ik kan me niet herinneren die al eens gezien te hebben in de tuin) een Groot dikkopje
Waren gisteren ook van de partij: boomblauwtjes (2), gehakkelde aurelia (1), groot en klein witje (8), een kaasjeskruiddikkopje, atalanta(4), bruin zandoogje (2) en stel copulerende bont zandoogjes.
Op dit ogenblik vormen de ‘velden’ Origanum vulgare de grootste magneet voor vlinders, behalve voor de aurelia’s die eerder op de vlinderstruiken zitten.
Zoals ik hier vorig jaar al aangaf, heeft de populatie van de dagpauwoog met de droge zomer van 2018 een flinke knauw gekregen. Terwijl het enkele jaren geleden nog de meest courante vlinder in Vlaanderen was, leek de vlinder eind 2018 en gedurende 2019 bijna verdwenen (eerste waarneming van 2019 in mijn tuin was in augustus).
De voorbije weken zie ik hier terug enkele dagpauwogen. Wanneer ik het aantal waarnemingen bekijk op waarnemingen.be, zie ik dat er gedurende de 10 eerste (druilerige) dagen van juli al bijna evenveel exemplaren zijn geteld als vorig jaar gedurende de volledige maand. Het lijkt erop dat de soort zich dus redelijk snel herstelt van die droogteschok…
Vorige week vertoefde ik ergens in de Loire, met wat vrienden. Deze weide kwamen we tegen tijdens een wandeling. En dat ligt daar dus gewoon heh, waarschijnlijk zonder dat iemand daar echt moeite voor doet.
Er is nog progressie mogelijk in de bloemenweide hier…
Enkele jaren geleden plaatste ik hier iedere maand een foto van een aantal stukken tuin. Een aantal van die zichtpunten zijn niet meer bruikbaar (wegens bomen die nu in de weg groeien).
Enkele weken geleden toonde ik een luchtfoto van de nectartuin. Na deze eerste foto volgt nu een update. Er staat ondertussen wat meer in bloei, ook al is dat moeilijk te zien op de foto vanop het dak. Wat je wel ziet is dat er nu wat minder ‘gaten’ zijn in de tuin. De nieuwe planten moeten wel nog wat in de breedte groeien om alles mooi dicht te maken, ik reken erop dat dit stuk tuin volgend jaar eindelijk aan mijn eisen voldoet. Alleen de stekken van de Erysimum ‘Bowles Mauve’ doen het voor geen meter en laten een lelijk gat over. Verder werd de Lindelofia macrostyla verplant naar een wat minder zonnige plek, en vervangen door Scutellaria serrata, wat vooraan in beeld nog twee kleine gaatjes veroorzaakt.
Ook nog twee foto’s van op de begane grond. Op de eerste foto sta ik bijna tegen de haag aan de straatkant. Er staat dus wel één en ander in bloei (je ziet Oreganum vulgare, Aster radula ‘August Sky’, Helenium ‘Sahin’s Early Flowerer’, Asclepias incarnata, Perovskia, Achillea millefolium, Phlox ‘Utopia’, Phlox ‘Little Sarah’, Veronica longifolia, Vernicastrum ‘Lavendelturn’, Echinops ritro, Verbena bonariensis, Lysimachia ephemerum, Acanthus mollis en een bloeiende Buddleja. Ook de drie Eupatoriums in dit stukje tuin starten met bloeien (Eupatorium maculatum , Eupatorium maculatum ‘Album’ en Eupatorium cannabinum).
De tweede foto is gemaakt van de ingang van de tuin, vanuit een positie, vergelijkbaar aan de positie op het dak.
Net zoals vorige keer zet ik er ook nog een foto bij van de andere kant van de nectartuin.
Dit stukje is vorig jaar helemaal vernieuwd na de dakwerken. Het ligt dus nog vrij open. Er zijn nog flink wat plantjes gestekt die ik de komende weken moet aanplanten. Het stukje achter de Buddleja alternifolia werd drie weken geleden volledig herplant, dus dat ligt ook nog redelijk kaal.
Het stuk tegen de venster (onderaan op de foto) is het moeilijkste deel van mijn tuin qua condities: het stukje tuin ligt pal op het Zuiden, en ontvangt pas zonlicht vanaf 11h30-13h30. Maar het wordt hier dan, door de hoge muur en de zeer grote glaspartij (4.80 m x 3.20m), vrij snel uitzonderlijk warm (op een warme zomerdag is het daar steevast 40 °C). Een plek die dus heel warm is, niet heel zonnig (5-6 uur in volle zon), zeer zware grond (dus in de winter vrij drassig ).
Nu is de grond er gewoon zo hard als beton. Ik heb enkele weken geleden wat extra plantgoed uitgeplant. Ik moest met mijn volle gewicht op de spade springen om de bodem te breken. Terwijl ik de bodem in heel de nectartuin heb gemulchd met een laagje compost, is dat voor dit stuk grotendeels niet het geval. Er zijn veel solitaire bijen die vanwege de warmte op deze plek hun nest in de bodem graven, ik wil ze echt niet verstoren.
Ik heb van die warmte wel geprofiteerd om er Agapanthus in volle grond aan te planten…
Om je toe te laten te volgen, een plannetje van het stuk tuin dat zichtbaar is op deze foto… Hier een linkje naar een Google file van dit plannetje. Ik moet die plannetjes wel nog eens bijwerken, want er zijn nog enkele dingetjes veranderd…
Je vind er ook alle luchtfoto’s teug (ook ééntje van begin juni, die ik niet op de blog heb geplaatst).
Daarin kan je:
dan verder zoomen met het vergrootglasje in het menu
Present-mode selecteren (grote knop rechtsboven) en makkelijk scrollen in full screen modus
Ik probeer al een tijdje Salvia candelabrum te vermenigvuldigen via stek. Tot nu was het succes zeer beperkt.
Daarom wou ik eens testen of stekpoeder betere resultaten zou geven. Ik kocht me bijna een maand geleden een potje stekpoeder, nam nog enkele kopstekken van de plant en bepoederde deze met stekpoeder.
Om zeker te zijn dat we hier niet over toeval spraken, nam ik ook 24 lavendelstekken. 12 plantjes met stekpoeder, 12 zonder.
Verder nam ik ook nog wat stekken van twee Salvia officinalis variëteiten. Daar had ik al een serie stekken van genomen, die echt wel veel tijd namen om te wortelen. Ik dacht, waarom niet eens met stekpoeder proberen…
Alle stekken werden onder vergelijkbare curverdozen geplaatst…
Bij de terugkeer van dat verlof wachtte me een flinke verrassing: de Salvia officinalis stekken die ik met stekpoeder had behandeld, hadden als een flink wortelstelsel gevormd (voldoende om opgepot te worden, wortels verschenen al onderaan de potjes). De stekken zonder stekpoeder (die minstens twee weken ouder waren) hadden ook wortel gevormd, maar veel minder enthousiast. Bij de stekken van Salvia candelabrum zie ik krek hetzelfde.
Hier een foto van de stekken van de lavendel met en zonder stekpoeder: in de pot met stekpoeder hadden 9 stekken wortels gevormd, in de andere pot 4 stekken. En die 9 stekken hadden zo goed als allemaal een veel forser wortelstelsel…
Dat wil niet zeggen dat ik altijd en overal stekpoeder ga beginnen gebruiken, maar het lijkt toch wel een verschil te maken…
Eryngium ‘Pen Blue’ is een mooie ‘sierdistel’ die hier sinds vorig staat. Het is de eerste Eryngium in mijn tuin die geen ondersteuning lijkt nodig te hebben.
Distels hebben best wel knappe bloemen. Zelfs wanneer ze nog in de knop staan, zijn het juweeltjes (die prikken). Hieronder een bloemknop van speerdistel
De speerdistel mag hier bloeien maar verhinder ik wel van zich verder uit te zaaien. Nog een distel die hier veelvuldig staat, is de klit. Ook prachtige bloemen, deze plant heeft geen stekels op de bladeren en maakt het dus een aangenamere tuinplant. de zaaddozen haken erg makkelijk in de vacht van dieren (en aan kledij), hij verspreidt zich dus heel enthousiast wanneer je niet oppast.
Nog een sierdistel, Echinops ritro ‘Veichts’ Blue’