Bramen in bloei

Rubus ‘Loch Maree’ staat nu volop in bloei. Deze trage groeier bloeide de voorbije drie jaren eerder bescheiden. De halfgevulde bloemen maken ‘Loch Maree’ verreweg de mooiste braam in de tuin, van de vruchten ben ik zelf niet zo’n fan.

Mensen vragen me soms waarom ik meerdere rassen van ’t zelfde fruit zet. Een braam is toch een braam? Maar wanneer je de bloemen met die van de andere bramen vergelijkt, zie je al dat er flinke verschillen zijn…

Rbus ‘Helen’
Rubus ‘Loch Tay’

Het is dan toch niet zo verwonderlijk dat er ook smaakverschillen zijn? Een ‘Granny Smith’ smaakt toch ook niet zoals een ‘Pink Lady’ of een ‘JonaGold’?

Bovendien rijpen de bramen ook op andere ogenblikken af. De bloemknoppen van ‘Triple Crown’ zijn nog niet open, ‘Helen’ is bijna over haar hoogtepunt.

We gaan dit jaar veel bramen hebben, héél veel bramen.

De Taybes is dit jaar veel minder een succes, de plant loopt nu aarzelend uit en de heeft enkele nietszeggende bloemscheuten op het eenjarig hout. De plant is gevoelig voor vorstschade, maar dat zou dan dit jaar de eerste keer zijn. En het heeft absoluut niet zo hard gevroren deze winter. Laten we gewoon hopen dat de plant het volgend jaar opnieuw beter doet, de flink groeiende nieuwe grondscheuten doen me alvast het beste hopen.

Taybes

Pioenen, vervolg

De gevulde ‘Laura Dessert’ geurt heerlijk. Als gevulde bloem waardeloos vanuit ecologisch standpunt, maar wel beter geschikt als snijbloem.

 

Pioen ‘Jan Van Leeuwen’ is een wonderlijk mooie plant, zolang de bloemen halfopen staan

 

Eens de bloemen helemaal overstaan neigt de plant echter naar iets te bombastisch. Goed dat de bloem wit is. Terwijl ‘Laura Dessert’ een meter verder heerlijk ruikt, geurt deze meer zoals chrysanten, geen hoogvlieger dus.

 

Delavay

Jean Marie Delavay was een Franse missionaris/botanist die in de 19de eeuw drie keer in China  verbleef, en naast zieltjes winnen toch ook heel wat tijd stak in het verzamelen van planten. Hij zou niet minder dan 1800 nieuwe plantsoorten hebben verzameld, een toch wel indrukwekkend cijfer. Het feit dat hij waarschijnlijk als één van de eersten ongerept gebied kon ontdekken heeft hem hier zeker bij geholpen, maar dan nog getuigt het aantal van een flinke werklust…

Enkele van de planten die hij ontdekte dragen ook zijn naam: Magnolia delavayi, Osmanthus delavayi, Philadelphius delavayi, Thalictrum delavayi, Rhododendron delavayi,… Sommige van die ontdekkingen staan ook in mijn tuin. Enkele dagen geleden sprak ik over de Paeonia delavayi. Twee jaar geleden kocht ik Philadelphius delavayi aan, één van de weinige boerenjasmijnen die echt hoog worden (4m) en toch goed zouden ruiken. Over de struik vond ik op internet erg weinig informatie, dus het was een beetje een gok.

De struik is na twee jaar flink gegroeid, en alleen de geur vind ik zelf enigszins teleurstellend in vergelijking met andere Philadelphius-soorten. De bloeiwijze is wel erg leuk ; de plant groeit met takken die doorhangen en waaraan de bloemen zelf ook als klokjes naar beneden hangen. En de bloei is erg rijk. Al bij al best tevreden dus.

Krulziekte

Twee jaar geleden vertelde ik dat ik een platte perzik en platte nectarine tegen de zijgevel van de woning plantte, en dat ik daarbij gewoon een impulsaankoop in de winkel deed, zonder kennis te hebben van de ziektebestendigheid van de aangeplante bomen.

Het is dus duidelijk: de planten zijn op dat vlak waardeloos. Krulziekte van hier tot in Tokyo. Naar alle waarschijnlijkheid worden beide bomen deze winter gerooid en vervangen door iets anders. Indien ik opnieuw fruit aanplant waarschijnlijk een vruchtmeidoorn  en ofwel een rozijnenboom, Chéfruit, peervormige lijsterbes of peerlijsterbes. We hebben nog enige tijd om daar over na te denken.

Verdovend

Uit de wortel van deze inheemse Valeriana officinalis  worden slaapverwekkende middelen gemaakt, alhoewel niet alle wetenschappelijk studies deze effecten bevestigen.

Zelf vind ik het gewoon een mooie plant, die tijdens de bloei een erg aangename geur verspreid. De plant voelt zich duidelijk in zijn sas (een inheemse plant), en dat is nog een beetje een eufemisme. Na de bloei verschijnen er zaadpluizen, die zich vrolijk door de wind laten vervoeren. De plant schiet nu zowat overal in de tuin op. Het lijkt alsof ik écht duizenden zaailingen heb verwijderd dit voorjaar.

Dit jaar zullen de bloemhoofdjes verwijderd worden na de bloei. Want hoe mooi de plant ook is,  en hoe lekker hij ook ruikt, het tiental planten dat ik nu heb laten volstaat.

Paeonia delavayi

Niet alle pioenen zijn vaste planten, er bestaan ook boompioenen. Boompioenen is eigenlijk niet direct een juiste benaming, struikpioenen zou een meer passende naam zijn, want ze worden maximaal enkele meter hoog.  Terwijl ik klassieke ‘vaste plant’-pioenen wel lust, zijn de meeste boompioenen die je in de handel vindt Itoh-hybriden, nazaten van P. suffruticosa. Ik vind ze iets te protserig. Vaak te schreeuwerig.  De bloemen te groot. Kortom, niet mijn ding.

Paeonia lutea var lutea in mijn vorige tuin

Maar er bestaan boompioenen die ik wel geweldig vind, onder meer Paeonia delavayi (rood) en Paeonia lutea (geel).  Mijn ervaringen met dit duo waren tot nu toe niet direct een succesverhaal. In mijn eerste tuin verpieterde een Paeonia delavayi, in de tweede tuin leerde ik tot mijn schade dat Paeonia lutea niet direct geschikt is voor potcultuur. Na enkele ‘goede’ jaren ging het duidelijk bergaf met de plant.

En toch zou ik het nog eens proberen. En dus kocht ik me twee jaar geleden op Beervelde een erg jonge Paeonia delavayi. En de plant had er duidelijk zin in, want twee jaar later is dat jonge plantje een flinke struik geworden, waarop dit jaar een tiental bloemknoppen verschijnen. De bloemen zijn klein in vergelijking met een klassieke pioen, maar verschijnen in grote getale op de struik. Een eerder discrete pioen, zoals je op de foto hierboven kan zien. Blijkbaar zijn het ook erg goede nectar- en stuifmeelleveranciers, want de plant krijgt heel wat hommelbezoek.

De bloemen zijn niet het enige element van sierwaarde, het diep ingesneden blad is zeker even belangrijk. De struik wordt op termijn ongeveer twee meter hoog en even breed.

Lychnis flos-cuculi

Deze echte koekoeksbloem – zou er dan ook een valse bestaan ? – plantte ik twee jaar geleden aan in de nectartuin. 4 stuks had ik gekocht bij ecoflora. Overal lees je dat deze – nochtans inheemse – schoonheid moeilijk te houden is in de tuin en ieder jaar opnieuw moet uitgezaaid/geplant worden, in de fruitberg heb ik eerder moeite om het plantje in toom te kunnen houden.

Honderden plantjes worden met de hak weggeschoffeld. Vorig jaar werden enkele zaailingen gerepatrieerd richting bloemenweide. Het plantje zat niet in het zaadpakket dat ik uitzaaide, maar hoort ook bij de rest van de vrolijke bende. Drie plantjes staan nu in bloei, ben benieuwd of dit bloemetje zich ook in de bloemenweide kan handhaven.

De volledige pol ziet er een groot deel van het jaar niet zo netjes uit, het is dus waarschijnlijk geen plant voor een al te nette tuin, maar mijn tuin hoort niet in die categorie thuis denk ik. De bloemen worden niet alleen door mijzelf gewaardeerd, maar ook door vlinders, bijen en hommels. En dus houdt deze pol zijn welverdiend plaatsje in de nectartuin.

Paeonia ‘Abalone Pearl’

Terwijl de andere pioenen nog zeker twee weken op zich laten wachten staat ‘Abalone Pearl’ volop in bloei. Deze pioen is één van de vroegstbloeiende pioenen, halfgevuld en door de koraalroze kleur niet direct de meest subtiele pioen in de tuin.

Pioenen horen thuis in het rijtje oude planten, die uit de mode zijn geraakt. Maar van modegrillen  trek ik mij geen fluit aan, en dus staan er 9 verschillende pioenen in de tuin.

Want zelf hou ik wel van de planten. Niet alleen vanwege de bloemen, maar ook het blad is erg mooi. En ze passen echt in ’t soort tuin dat ik voor ogen heb.

Hosta

Terwijl de woelmuizen vorige winter lelijk thuishielden in de schaduwtuin, is er dit jaar geen schade te merken. Ook al is er geen onweerlegbaar causaal verband bewezen, de geurbolletjes hebben in ieder geval geen kwaad gedaan, en zullen de komende jaren systematisch aangewend worden.

Nu de Hosta een jaar ongestoord hebben gegroeid in volle grond, komen de flink gegroeide planten veel meer tot hun recht.  De planten hebben nu veel groter blad, en de jumbo-variëteiten zijn nu écht groot. Het jonge blad toont ook nog uitermate fris….

Alle planten die vorig jaar werden gered in potten, gaan over enkele weken opnieuw in de grond, zodat de lelijke gaten in de hostatuin terug opgevuld zijn.

Zoals je op de foto’s kan zien, is het blad nog best in orde, en dit zonder enige vorm van slakkenbestrijding.

Plant van de maand mei: Aquilegia

De plant van de maand april in deze reeks van Natuurlijk-rijk? Geen moment twijfel, dat moet de akelei zijn.

Akeleien hebben iets sympathiek. ’t Zijn mooie ranke verschijningen met prachtig blad, die zich vrolijk uitzaaien zonder echt opdringerig te worden.

Ze mogen zich hier vrij uitzaaien, andere planten verdringen doet een akelei toch niet. In de nectartuin heb ik een akeleienborder van ongeveer 20m², waar ik de voorbije jaren een tiental verschillende variëteiten uitplantte.

De Akelei is een kortlevende vaste plant, maar zoals eerder aangegeven zaait hij zich vlot uit. Bij het uitzaaien ontstaan ook veel ‘nieuwe’ soorten in de tuin. Als je echt één bepaalde kleur in je tuin wilt hebben, moet je jezelf beperken tot die éné variëteit.

Maar persoonlijk vind ik dat de tuin dan wel saaier wordt. Want het zijn de knotsgekke combinaties in kleur en vorm die het hem doen.

De plant (of toch A. vulgaris) is inheems. Alle akeleien worden vlot bezocht door hommels.In het engels spreken ze van ‘Columbine’, een verwijzing naar de bloemvorm, waar 5 duiven in herkend worden: de bloembladen de vleugels, de puntjes de kopjes van de duiven…

De komende weken gaan er nog heel wat andere Akeleien beginnen bloeien. U bent hiermee gewaarschuwd, deze site is waarschijnlijk nog niet direct akeleivrij verklaard