Helder

Ik geef eerlijk toe, ik heb een slecht karakter.

Ik kocht me zaterdag nog wat zuurstofplantjes in een vijverwinkel (nogmaals dank aan de eenden die alles hebben opgegeten) en de verkoper wou me plantenmandjes mee verkopen.

“Neen, die gebruik ik niet”, antwoordde ik.

“Je moet die planten wel in een plantenmandje met substraat zetten” gaf hij aan.

“Ahh maar mijn plantjes staan rechtstreeks in de modder”, zei ik met een grote grijns. “Modder ?’ vroeg de verkoper.

“Ja, ik heb gewoon enkele tientallen kruiwagens tuingrond in de vijver gekapt” vertelde ik erg trots, wetende dat ik nog wat olie op ’t vuur aan ’t gooien was  (en eigenlijk niet helemaal correct, ik heb geen teelaarde gebruikt maar aarde die meer dan 50 cm diep onder de grond zat).

De verkoper draaide met zijn ogen en schudde meewarig met zijn hoofd.  En toen volgde de liturgie van algen, troebel water, en blablabla. Om van het gezeur af te zijn zeg ik dat ik een poel heb, zonder vis.

De foto bovenaan is gisterenochtend  gemaakt. Na meer dan 6 weken is het water   helder (wel een bruine schijn door de leem) en zie ik de bodem (95 cm diep). Er is wel een beperkte draadalgvorming. En dan zeggen dat ik geeneens één van die ab-so-luut noodzakelijke filters in die vijver heb staan.

Let wel, indien ik vissen zou toevoegen zou het een pak moeilijker worden om zo’n plas in evenwicht te houden.

Door dat helder water slaag ik er nog in redelijk OK foto’s te maken  van de fauna op de bodem.  Op dit ogenblik zwemmen er erg veel van deze ‘beestjes’ rond. Dit is volgens mij een larve van de geelgerande watertor.

DS1_2777 (1) .jpg

Niet direct een lieverdje, de larve wordt 5-7 cm lang en is een geduchte rover die zelfs kikkers en jonge vissen opeet. Ze zijn enkele weken geleden meegekomen met een lading planten. Ook de volwassen tor is geen lieverd, maar wel één van de mooiste waterkevers. Er zwemt trouwens ook een volwassen exemplaar rond in de vijver. Veel mensen beginnen dan te panikeren, maar in mijn vijver is ’t beestje absoluut welkom.  Ik vind het fascinerende dieren. Ik kan ervan genieten wanneer ’t beestje opduikt om te ademen, en dan weer voor ettelijke minuten onderduikt. Het diertje straalt gewoon macht uit.

Vlak voor die larve kruipt nog een ander diertje (gestreept) over de bodem (je ziet er nog zo  één rechts onder), maar dat is voor mij een onbekende. Waarschijnlijk ook leven dat via planten de oversteek naar mijn vijver heeft gemaakt. Vanmorgen zal ik zelfs een dikkop rondzwemmen.

Eén dierensoort is hier de voorbije weken wel flink achtergegaan; op ongeveer één week waren vrijwel alle muggenlarven verdwenen. Je hebt dus blijkbar echt geen vissen nodig om muggenlarven te bestrijden.

Klaver

Deze Trifolium ochroleucum is een dankbaar onderwerp voor een macro-opname. Deze klaver wordt een halve meter hoog, de bloemen zijn bijna 5 cm groot.

DS1_2689

Om verder te gaan in het thema wit : Cornus kousa ‘Blue Shadows’ bloeit dit jaar voor ’t eerst echt uitbundig. Deze variëteit onderscheidt zich van andere cultivars door de diepgroene bladeren.

DS1_2683

En nog meer wit : de Crambe cordifolia staat nu voor de eerste keer in bloei. Een wolk van kleine witte bloemetjes. Het duurde 3 jaar voor deze plant bloeide. Hier en daar lees ik dat de plant na het bloeien zou verdwijnen, maar ik zie dat mijn plant alvast enkele jonge scheuten heeft gevormd, zodat ik er goede hoop op heb dat ik de plant kan overhouden. De plant zou ook erg lekker zijn (daar zijn de slakken het iig over eens), maar staat hier als sierplant. En dit is niet onze inheemse Crambe maritima (zeekool) maar een kaukasisch familielid (Crambe cordifolia).

DS1_2713

Een detail van de bloemetjes:

DS1_2717

 

Rosa ‘Brise parfum’

Een vreselijke naam heeft deze roos gekregen. Het lijkt wel de naam van één of andere toiletverfrisser. En eigenlijk moet ik roosje zeggen, want de bloemetjes van deze klimroos zijn niet veel groter dan 2 cm. En ik had ook klimroosje moeten schrijven, want de plant wordt maar 2 meter hoog.

Maar… die kleine bloemetjes ruiken echt onwaarschijnlijk sterk én lekker. In vergelijking met de andere rozen is het aroma overweldigend. En de plant zou zowat het hele jaar blijven doorbloeien en nieuwe bloemknoppen aanmaken. Ik ben blij dat ik begin dit jaar blindelings het advies van de rozenkweker volgde.

De rozen staan er hier trouwens allemaal erg mooi  en gezond bij. Want de twee rozelaars die ieder jaar wat last hadden van roest heb ik simpelweg gerooid. Selectie heet dat proces, zoals al eerder aangegeven,  op dat vlak ben ik nogal streng. Ik plantte nog één nieuwe, ziekteresistente roos,  “The Lark Ascending”.

DS1_2767.jpg
Rosa ‘The Lady of  the Lake’

In mijn tuin vind je alleen kleinbloemige, enkele of halfgevulde variëteiten… De meest gevulde is de andere klimroos die ik me deze winter aankocht, ‘The Lady of The Lake’, waarvan de bloem op dit ogenblik helemaal niet helemaal lijkt op die van de catalogus, maar dat zal hopelijk nog veranderen.

 

DS1_2670

DS1_2679

DS1_2667

DS1_2675

Winterhard

Ondertussen zijn alle planten hersteld van de late wintervorst.  Alle sierstruiken zijn opnieuw uitgelopen en de vorstschade lijkt dus niet blijvend.

DS1_2699

De vorstschade bij de fruitgewassen : de peren- en kweeperenoogst zal zo goed als nihil zijn, de pruimenoogst beperkt en de abrikozen zeer beperkt. Ook kiwibessenoogst en Paw-Paw zal niet voor 2017 zijn.

Bij het klein fruit zie ik alleen wat beperkte vorstschade bij de Taybes, maar zelfs daar lijkt er nog een redelijke oogst in ’t verschiet.

Eén plant overleefde deze winter niet, de Arbutus unedo, ondanks het feit dat de lang niet zo koud was deze winter, temperaturen waarbij de plant het normaliter altijd overleeft. Ik vermoed dat de plek waar ik hem aanplantte te weinig beschut was,  de plant had in februari al de geest gegeven.

In mijn tuin experimenteer ik wel eens met planten die ‘borderline’ winterhard zijn. Op die Arbutus unedo na met redelijk succes, want de andere planten overleefden ook deze winter (minimum temperatuur – 8,5 °C) met vlag en wimpel, zelfs de jonge, buiten aangeplante granaatappel.

Toen ik vorig jaar deze Salvia candelabrum op de tuindagen van Beervelde zag aangegeven als winterhard (-16 °C), was ik eerder cynisch. Maar ook deze planten overleefden de winter zonder problemen.

DS1_2712.jpg

Eerste Gezicht Jaargang 5 / Juni

1 Juni 2017.

Voortuin.

In de voortuin is de aandacht van de pioenen naar de rozen verschoven. Vooral de rambler is op dit ogenblik een blikvanger. De hagen beginnen nu ook duidelijk structuur te geven aan de wildernis in de borders.

Slideshow : Evolutie http://supermasj.zenfolio.com/p898793373/slideshow.

Nectartuin

In de nectartuin is alles nog redelijk groen. De Buddleja alternifolia staat in bloei, de akeleien en de astrantia’s, alsook wat geraniums maar ’t is hier vooral kaal omdat er nog enkele flinke gaten dienen opgevuld te worden.

Slideshow : http://supermasj.zenfolio.com/p692170129/slideshow

Terras

Rondom het terras is zowat alles frisgroen

En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow

Tuin achter de woning

Dit stukje tuin ziet er nu nog redelijk saai uit, de borders hier komen pas echt op kleur in de zomer. Het gras werd vorige week iets te kort afgereden, zo heb ik de komende weken geen omziens naar het gazon, en kunnen de madeliefjes vrolijk groeien en bloeien.

http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow

Vijver

Ten opzichte van vorige maand zijn de plantjes toch al wat gegroeid. Je ziet op de foto ook dat het water best helder is. Vooral rondom de vijver is alles nog kaal, ik hoop dat ook dat langzaam aan ‘vergroent’.

Bloemenweide

In dit stukje tuin is er eigenlijk meer kleur dan wat je op de foto ziet. Er staan heel wat margrieten in bloei, maar dat is niet zo duidelijk (witte stipjes op de foto). Het ingezaaide bloemenakker is nu ook ontkiemd, volgende maand is dit stukje rood van de klaprozen.

Schaduwtuin

De schaduwtuin wordt overwoekert door hondsdraf en robertskruid. Door selectief te wieden probeer ik alles onder controle te houden

Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow

Pruimenhaag

De pruimen- en perenbomen dienen dringend gesnoeid te worden.
Met de bijhorende slideshow http://supermasj.zenfolio.com/p1045601173/slideshow

Toorts

Het zal nog enkele weken duren alvorens deze toorts (Stalkaars of Koningskaars volgens mij) in bloei staat. Maar het bladrozet (met bloemaanzet) is nu al meer dan de moeite waard.

Dit exemplaar staat net naast de oprit, en is wel 75 cm breed. Ik vermoed dat de bloemstengel makkelijk 2 meter hoog zal worden.

Speciaal plantgoed

Vorig week-end heb ik nogmaals een twintigtal zaailingen opgepot. Maar kenners zien onmiddellijk dat het hier over een reeks bijzondere planten gaat: paardenbloem, brandnetel, winde, geel nagelkruid, varkensgras, bastaardwederik, zuring, melganzevoet, kruipende boterbloem, varkensgras, kweek, straatgras… Kortom, planten die je uitermate zelden in de handel aantreft.

Dit plantgoed dient niet voor één of andere plantenruilbeurs. Het zijn dit week-end ecotuindagen van velt. Onze lokale afdeling (velt-Tienen) baat in twee van ‘onze’ deelnemende tuinen een boekenstand uit, en met behulp van deze plantjes organiseren we de ‘Grote Onkruidkwis’, onder het motto ‘Weet wat je bestrijdt”.

De paardenbloem en de melkdistel zijn nog aan ’t recupereren (het weer was niet ideaal om plantjes op te potten), de andere plantjes stellen het wel.  En ja, ik leg deze plantjes nu extra in de watten. Iedere dag een watergift en de slakken die het op mijn lieve onkruidjes hebben gemunt worden ook iedere avond en ochtend aangepakt. Toch gek dat die slakken die planten in de tuin gewoon met rust laten, maar van zodra ik ze oppot wel toeslaan?

Indien iemand geïnteresseerd is in deze uitzonderlijke en exclusieve plantencollectie (zoals al gezegd, je gaat ze niet in de winkel vinden), kan hij/zij zich kandidaat stellen en deze op 5 juni gratis komen afhalen in de fruitberg.

Gezien ik een grote toevloed aan inschrijvingen verwacht voor deze uitzonderlijke prijs is er ook nog een schiftingsvraag: hoeveel mensen zullen zaterdag tijdens de ecotuindagen minstens 15 van deze planten herkennen?

Slakken

Vorig jaar kloeg zo wat iedereen steen en been over de slakken die als horden Hunnen door de tuinen trokken en alles wat enigszins eetbaar was opaten. Dit jaar hoor ik een oorverdovende stilte.

Maar hier in de tuin heb ik dit jaar opnieuw enorm veel last van slakken. Zo zijn  al mijn leverkruidplanten naar de eeuwige jachtvelden vertrokken, zijn enkele asters volledig kaal gegeten, en waren ook heel wat Echinacea-blaadjes gepromoveerd tot slakkenvoer.

Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat ik die allergevoeligste planten gewoon opgeef. En dus vervang door iets anders. Het leverkruid wordt vervangen door het verwante, inheemse koninginnenkruid. De fijnbladige aster die helemaal verdwenen is vervang ik door een Aster novae-angliae, die hier door de slakken helemaal met rust wordt gelaten wegens ruwer blad.

En nog enkele andere probleemplanten door iets helemaal anders. Zoals bijvoorbeeld pioenen. Die doen het namelijk altijd goed in mijn tuin. En dus komen er nog maar eens drie nieuwe pioenen de tuin vervoegen. Mijn vaste pioenenleverancier levert de planten steevast in 7 liter potten, zodat je het eerste jaar al vaak bloemen hebt. En zo kan ik nu al genieten van deze Paeonia ‘Krinkled white’, die eigenlijk toch nogal veel wegheeft van P. Jan Van Leeuwen  (foto hieronder). Ondertussen heb ik zowat alle variëteiten in haar gamma aangekocht die ik mooi vind, zodat ik toch maar eens moet stoppen met extra pioenen te kopen.

DS1_2672

Maar terug naar de slakken. Die lijken vaak één plant van een groepje uit te kiezen. Daar is een logische verklaring voor.  Planten nemen stikstofverbindingen op en maken daarmee aminozuren, die dan dienen als bouwsteen voor de plant (en omgezet worden toto eiwitten). Een plant die slecht groeit heeft een teveel aan vrije aminozuren, en die zijn voor slakken makkelijker af te breken. Dus eens planten een groeistoornis kennen door slakkenvraat, worden ze des te interessanter voor de slakken (en schimmels, ziekten, insecten,…).

Hieronder zien je één van mijn pollen Rudbeckia ‘Herbstsonne’. De twee andere pollen (vlak ernaast) zijn ondertussen een meter hoog, klaar om bij het eerste flinke zomeronweder tegen de grond gegooid te worden. Deze was helemaal kaalgevreten tot op de bodem. Sinds een kleine week breng ik de plant iedere avond en ochtend een bezoekje met mijn slakkenschaartje, en de plant begint opnieuw op te schieten… Maar de vraag is of ik die moeite wel wil blijven doen, ieder jaar opnieuw. Time will tell.

DS1_2680

 

Nachtlawaai

Eén van de punten waarrond ik twijfelde bij het aanleggen van de vijver: de mogelijke overlast van het nachtelijk gekwaak van kikkers. De relatie met mijn buren is in orde, en ik zou dat zo willen houden.

Vannacht werd ik om 04h00 gewekt door een werkelijk hels gekwaak uit de tuin. Mijn eerste – slaapdronken – reactie, f*ck als die kikkers me elke nacht om 04h00 wakker kwaken, wordt dat een probleem, niet alleen voor de buren, ook voor mij.

Snel opstaan om de daders in flagrante delicto te betrappen, was de boodschap. Gewapend met een zaklamp stapte ik op de vijver af waar ik een waarschijnlijk geile woerd aantrof die een wijfjeseend probeerde te lokken met zijn kabaal. Ik maakte het beest diets dat hij niet welkom was in mijn vijver (en deed dat doorheen de dag nog twee keer, waarbij ik de eend(en) vanuit “een hindernis” belaag, in de hoop dat ze dan extra opschrikken en zich niet veilig voelen in de vijver.

Bovenaan op de foto mijn favoriete stukje tuin op dit ogenblik. Een klein stukje bloemenweide vlak achter de vijver, met de houten stronk die steeds verder desintegreert. Stelt niet veel voor, hoor ik enkele mensen denken?  Kan best zijn. Toch ben ik vandaag ’t meeste verknocht aan dit wilde stukje tuin in ’t midden van ’t gazon, met het frisse malse groen van de bloemen en grassen, de ontluikende graszaden,….

De bloemetjes in dit stukje tuin zijn dagkoekoeksbloem, gele morgenster en barbarakruid.

 

Plant van de maand Mei: Cynanchum ascyrifolium

Toen ik enkele jaren geleden door een catalogus van een vaste plantenkweker struinde, stootte ik op de volgende omschrijving bij een voor mij toen ongekende plant.

“een dunstelige opgaande kleine plant met glimmend donkergroen, puntig, hard blad. Hij bloeit in juni met kleine losse schermen heerlijk geurende witte bloemen als die van een Jasmijn, hoogte 40cm ongeveer. Een hele leuke plant om op de voorgrond een flinke groep van te planten, ze geven een mooi strak beeld en ze zijn sterk. Volle zon.”

Zeg nu zelf, dat lijkt best wel aantrekkelijk niet? Ik bestelde me enkele plantjes, maar het was geen liefde op ’t eerste zicht, toch niet  tussen mij en de planten, wel tussen de slakken en de planten. De slakken aten alle planten zo goed als kaal. Ik had niet nog eens zin in een bijkomende plant die continu wordt kaal gegeten door de slakken. Maar vorig jaar én dit jaar blijkt die schade erg beperkt of zelfs onbestaande, en de plantjes tonen hun potentieel: de witte bloemetjes contrasteren perfect bij de diepgroene bladeren. En ja ze geuren lekker, maar dat is niet vanop afstand waarneembaar. De planten lijken ook flink te groeien (in de breedte dan, want de hoogte blijft beperkt tot 45 cm).