De laatste stap van de vijveraanleg: het introduceren van water- en moerasplanten. Zoals al eerder gezegd gebruik ik hiervoor alleen inheemse planten. Eigenlijk is dit het leukste deel van het vijverontwerp. In totaal heb ik 15 m² moeraszone om in te plannen en aan te planten. Zaterdagochtend begaf ik me dus richting de waterplantenkwekerij om mij het nodige plantgoed aan te schaffen.
Doordat de vijver nog niet helemaal gevuld was, kon ik aanplanten zonder het water echt troebel te maken. In de toekomst ga ik de vijver ook ten dele leegpompen (tot aan de lemen wanden) wanneer ik de planten wil uitdunnen. Maar dan nog is plantjes aanplanten in de modder in ieder geval geen evidentie. Je kan ook niet steunen op de modder want dan zak je er makkelijk 10-15 cm diep in weg.
Maar de aanhouder wint, en alles heeft ondertussen een plaatsje gevonden. Op de foto vallen de planten amper op, maar dat zal de komende weken en maanden snel veranderen, de meeste waterplanten zijn flinke groeiers. De allerfelste groeiers worden in ieder geval de toegang tot mijn vijver ontzegd, onder meer Mentha aquatica (watermunt), ook al is de kans reëel dat ik die later toch nog aanplant.
Werden aangeplant als moerasplanten: Alisma plantago-aquatica (grote waterweegbree), Butomus umbellatus (zwanenbloem), Calla palustris (slangenwortel), Sagittaria sagittifolia (Pijlkruid), Menyanthes trifoliata (waterdrieblad), Hippuris vulgaris (lidsteng), Iris pseudacorus (Gele lis), Veronica beccabunga (Beekbunge), Pilularia globulifera (Pilvaren), Stachys palustris (moerasandoorn) en Hydrocotyle vulgaris (waternavel). Door de dikke laag leemgrond zouden de meeste van deze planten het erg goed moeten doen in de vijver.
Rondom de vijver plantte ik enkele oeverplanten die voor mij echt aan een vijverrand horen: Lythrum salicaria (Kattenstaart), Filipendula ulmaria (Moeraskoningin), Cardamine pratensis (Pinksterbloem) nog wat Iris speudacoris en Epipactis palustris (Moeraswespenorchis). Ik verplantte ook nog enkele plantjes Lychnis flos-cuculi (echte koekoeksbloem) uit de nectartuin naar de vijver.
De keuze aan zuurstofplanten was nog erg beperkt in de handel, wegens te vroeg. Ik kon wel Hottonia palustris (waterviolier), Potamogeton lucens (glanzend fonteinkruid) en Ranunculus aquatilis (waterranonkel) aankopen. Zowel waterviolier als waterranonkel zijn niet direct de makkelijkste zuurstofplanten, later op ’t jaar koop ik me nog wat Blaasjeskruid en Hoornblad bij, of een anders soort fonteinkruid, als het glanzend fonteinkruid niet wil wortelen.
Op het water drijft Stratiotes aloides (Krabbenscheer). Waterleliebladen zal je niet aantreffen op mijn vijver, omdat ik die daar te klein voor vind (3,5 x 5,5 m). En die miniatuurwaterlelies, dat is niet direct iets voor mij. Ik kocht Nymphoides peltata (watergentiaan), dat heb ik vroeger ook in de vijver gehad, heel leuk plantje.

Na alle aanplantwerk werd de vijver verder gevuld. Zoals je kan zien op de foto ligt er ondertussen ook één steen in de vijver. Eén maaskei van 34 kg; deze zal de komende jaren dienst doen als springplank voor de kikkers, en als badplaats voor vogels.
Na het aanplanten van de planten heb ik dus toch enkele plantenmandjes in de tuin: ééntje voor de watergentiaan, en enkele voor het fonteinkruid. Maar die zullen op termijn 1 meter onder water staan, en dus quasi onzichtbaar worden.