Bloesem

De winterprik van midden maart was net vroeg genoeg om geen schade te veroorzaken bij de meeste fruitbomen. Alleen de abrikozenbloesem is hier grotendeels bevroren. Enkele dagen na de vrieskou is de amandel in bloei gekomen. Ook andere notoire vroegbloeiers, zoals de perzik, mirabel en de Japanse pruim stonden nog niet in bloei op 17/03. Ik reken dus op een goede oogst van deze vruchten.

Met die laatste vriesnachten wordt het sowieso een laat jaar. In 2012, 2013, 2014 en 2015 maakte ik foto’s van Prune de Prince, een pruimelaar. Hieronder de foto’s. 2018 wordt dus opnieuw een vrij laat oogstjaar, vergelijkbaar met 2015, één tot twee weken vroeger dan 2013 maar 2 tot 6 weken later dan de andere jaren…

2018/04/01

DS1_4513.jpg

2015/04/08

DS1_6610

2014/02/24

p750841171-3

 

2013/03/31

p1508821578-3

2012/03/31

p375555570-4

The Power Of Music

Enkele weken geleden. Ik zap puur uit verveling. Ik kijk tegenwoordig erg weinig TV, het medium kan me niet echt meer boeien. Zelfs de gemiddelde film duurt mij te lang. Ik kom terecht op MTV, en hoor een liedje dat ik niet onmiddellijk kan plaatsen, maar toch herken.

Even later valt me op dat het een ‘unplugged’ versie is van een liedje uit mijn jeugd . Erg verrassend, het nummer is in deze versie veel sterker dan’t origineel. Je merkt ook dat de Morten Harket (heb ik moeten opzoeken) een uitstekende zanger is.

’t Was de eerste keer dat ik echt naar de tekst luisterde. Maar meer nog, de song slingerde me ook gewoon 33 jaar terug in de tijd. Leuke herinneringen, uit een ver verleden. Wanneer je naar het publiek kijkt in deze ‘clip’, merk je dat dat voor veel mensen het geval is. Alsof ze die jeugd opnieuw beleven.

33 jaar geleden… ik word oud.

Daphne bohlua: herkansing

Ik heb me voorgenomen om hier niet alleen maar te spreken over dingen die goed lukken in de tuin.

Na de nominatie tot plant van de maand van januari twee jaar geleden leefde mijn exemplaar van Daphne bohlua teveel met d’er hoofd in de wolken, want enkele weken later gaf ’t plantje de geest. Eén felle sneeuwbui en enkele koude nachten waren voldoende om ’t struikje naar de eeuwige jachtvelden te sturen. In de kwekerij waar ze me het plantje hadden verkocht, waren alle exemplaren in de serre doodgevroren. Nochtans was het al bij al niet zo koud geweest die winter (de koudste nacht was -8 °C vorige winter) .

En dus twijfelde ik of ik deze schoonheid toch nog een tweede kans zou geven, en contacteerde ik een gespecialiseerde kweekster in Engeland. Die verzekerde mij ervan dat de plant écht voldoende winterhard is en zonder ’t minste probleem en bescherming lagere temperaturen overleeft  maar vooral ten onder gaat aan natte voeten in de winter of grote droogtes in de zomer. De plant groeit in de Himalaya tussen de 1700 en 3500 m hoogte, en daar kan het ook flink vriezen.

Uit de tientallen cultivars die ze in voorraad had, adviseerde ze me te kiezen voor Dahne bohlua  ‘Lympsfield’, de meest groeikrachtige en robuuste variëteit die ook vrij goed wntergroen is. De planten van die kwekerij zijn geënt op een Daphne tangutica onderstam, waardoor ze  sowieso wat minder kieskeurig zijn qua bodem. Als bijkomend advies kreeg ik de tip om een verhoogd bed  te maken voor de plant. Aangezien de plant in een volledig aangeplante border komt, was dat laatste geen evidentie. Maar zoals jullie allemaal wel weten, ik durf me wel eens uitsloven.

Ik heb voor mezelf besloten om geen structurele aanpassingen aan de bodem te doen, zoals grind aan de bodem toevoegen om de grond beter water doorlaatbaar te maken (wat volgens haar ook niet werkt, want dan krijg je een put die in de winter vol water staat). Maar een plant 15 cm hoger op een heuveltje aanplanten, dat vind ik nog wel acceptabel.

De plant heeft dit jaar dus wel die vervelende, natte winter overleefd. Bloemen heb ik niet gehad, maar dat mag deze schoonheid volgend jaar goed maken. Deze plant was niet direct een goedkope aankoop (stijlvorm eufemisme). Maar als ik de volgende winters kan genieten van het aangename parfum, zal dat het allemaal dubbel en dik waard geweest zijn.

Dagvlinders in Vlaanderen

Wanneer mensen me een tip vragen voor een cadeau op ’t einde van ’t jaar, geef ik ze vaak een lijstje met boeken op, dikwijls natuurgidsen.

Dit boek kocht ik eind vorig jaar, ik wou het al een tijdje kopen en het stond in promotie in de Natuurpuntwinkel.  Het boek wordt als het standaardwerk over vlinders beschreven en is niet minder dan 543 pagina’s dik. Het bevat, naast de mooie foto’s, ook heel wat informatie. Voor mensen die meer willen weten over vlinders een onwaarschijnlijk leuk boek.

 

Plant van de maand Maart: Edgeworthia chrysantha

De plant van de maand maart is een apart geval. Eigenlijk had ik verwacht en gehoopt dat deze plant de plant van de maand februari zou zijn, maar de eerste bloemen op deze plant verschenen pas midden maart.

Edgeworthia wordt beschouwd als winterbloeier, maar is dus eerder een vroege-lentebloeier. De gele pomponnetjes verspreiden, net als zoveel andere winterbloeiende struiken, een heerlijk aroma, maar het de geur is niet zo sterk. Wat de plant nog gemeen heeft met enkele andere winterbloeiers: het is niet de makkelijkste plant en nogal kieskeurig qua bodem: een leemgrond met humus zou ideaal zijn, en dat kan ik haar in ieder geval aanbieden.

DS1_4502.jpg

De buisvormige bloemen hangen in trosjes naar beneden. De plant heeft iets magisch wanneer ze in bloei staat, en die magie wordt dan nog versterkt door het meegeleverde aroma. De plant is nauw verwant aan het geslacht Daphne. Er bestaan ook enkele variëteiten die met oranje-rode bloemen bloeien, maar die zijn heel wat moeilijker te vinden (en zouden ook minder winterhard zijn).

Volgens sommige bronnen is de plant slechts winterhard tot – 5°C, maar op internet vond ik mensen die de plant in Delaware, Berkley en Long Island groeien, en daar zakt het kwik in de winter geregeld tot -15 °C.  Eén eigenaar geeft aan dat de plant een winter van – 8°F overleefde met flinke vorstschade (dat is -22°C). De plant overleefde hier in ieder geval vorige en deze winter  (- 8,0 °C), maar liep vorig jaar wel heel wat vorstschade op bij de late winterprik, toen de plant al in blad stond.

Maar de plant is nadien helemaal hersteld van die schade. Dit jaar stond de plant ook al in bloei toen het midden maart nog enkele dagen flink koud werd (-1°C over dag, -3 °C ’s nachts), en dat blijkt geen probleem te zijn.

 

DS1_3414.jpg

En terwijl heel wat andere winterbloeiers in de zomer saaie groene struiken zijn, heeft Edgeworthia prachtig bladeren, die echt tropisch aandoen. De schors van de plant is ook erg mooi, en wordt in Japan gebruikt om bankbiljetten mee te produceren. De takken van de plant zijn ook merkwaardig flexibel. Je leest hier en daar op internet dat je een knoop kan leggen in de takken zonder dat die breken of barsten. Wanneer de struik wat groter is, ga ik dat zeker eens proberen.

De plant hier in de Fruitberg is nog redelijk klein (100 cm hoog), op termijn moet deze uitgroeien tot een struik van ongeveer 1,5 – 2,5 meter hoog.

Gedaan met voederen

Enkele maanden geleden volgde ik een uiteenzetting van een doctor in de biologie die stadsvogels onderzoekt. Dat niet alle stadsvogels het goed doen, weten we maar al te best. De evolutie van de stadsvogel bij uitstek, de huismus is daar bij uitstek een voorbeeld van. De vogel is op véél plaatsen verdwenen, maar ook met de mezen gaat het duidelijk bergaf. Sinds het einde van de jaren 80 zien we de eerste eidatum van 110 dagen zakken naar 100-105 dagen in de periode daarna. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de zachtere winters. Het effect is in stedelijke gebieden nog versterkt, waar de eerste eidatum nog eens ongeveer 5 dagen vroeger valt. In de warmere winters valt die eerste eileg na 90 dagen.

Deze vervroeging van de leg zorgt voor een desynchronisatie met de voedselketen: de jonge koolmezen komen te vroeg uit waardoor er onvoldoende voedsel voor de jonge vogels ter beschikking is. Het reproductief succes daalde daardoor met 20%: van 80% naar 60%; terwijl de legsels in dezelfde periode ook kleiner werden. ,In steden is het reproductief succes zo klein dat de onderzoekster spreekt van een ecologische val. De mezen worden door het eten in de winter tot in de steden gelokt; vinden er in de nestkastjes ook een broedplekje, maar voedsel voor hun jongen vinden ze niet. Want mezen hebben insecten nodig om hun jongen op te voeden, en die vinden ze niet in de steden.

Door de stijgende temperaturen en het voedsel dat wij uitstrooien zijn onze stadsvogels nu in blakende gezondheid, zodat ze nu starten met hun voortplanting. Ik heb sinds vorige week zondag geen eten meer bijgegeven. door nu abrupt te stoppen met voederen nu het een beetje warmer is moeten die ongeveer honderd vogels die ik hier iedere dag zag rondfladderen elders op zoek naar eten, misschien doet ze dat nog enkele dagen wachten met het bouwen van een nest.

Nog even aangeven dat dit stoppen met voederen niet door de onderzoekster als optie werd naar voor geschoven, maar ik wil er zelf toch even mee experimenteren. Ook al besef ik dat het maar een druppel op een hete plaat is.

 

Speedbike v2

Vorig jaar schreef ik hier een stukje over mijn speedbike.  Na de hielontstekingen en de terugroepoperatie reed ik zowat iedere dag dat het mogelijk was (geen verplaatsingen, geen late vergaderingen) én dat het geen hondenweer was (te veel wind of hoosbuien) met de fiets naar ’t werk. Zo reed ik toch nog 25 dagen met de fiets (dus 2500 km). Eigenlijk amper 25 dagen, maar gezien alle problemen ben ik toch blij dat nog aan die 25 ritjes ben geraakt. Vanaf begin oktober begon het me een beetje te donker en koud te worden zodat de fiets op stalling werd gezet.

Voor 2018 had ik toen al grootse plannen: een bijkomende batterij bijkopen, zodat ik de afstand nog wat sneller zou kunnen afleggen, en vooral niet langer last zou hebben van ‘range anxiety’ en minstens 70 keer heen en weer met de speedbike.

Maar ondertussen is de fiets verkocht.

Want die tweede batterij, die zou in mijn rugzak moeten omdat de fiets geen bagagerek heeft… Dat is dus 4 kg extra in de rugzak, gebogen over een koersfietsstuur. Bovendien is de fiets zonder spatborden ook niet bruikbaar voor gewone verplaatsingen van zodra de weg er ook maar een beetje modderig bijligt. Zoals die éne dag dat ik de speedbike nam om naar de bakker te gaan en ik met een broek die vuil was tot boven de knieën aankwam bij de bakker, op een ritje van ocharme 3 km…

En er was nog een probleem, het voorlicht was voldoende sterk om goed gezien te worden, maar onvoldoende om over donkere wegen te fietsen tegen snelheden > 35 km/h. Daarom begon ik dus uit te kijken naar een andere speedbike, met een grotere autonomie, een krachtig voorlicht, een bagagedrager én spatborden.

Opzoekwerk en enkele korte testritten (20 km fietsen op minder dan een half uur tijd) wezen uit dat de Stromer ST2 mijn voorkeur wegdroeg. Met zijn grote batterij (983 Wh) moet ik probleemloos de 55 km enkele rit kunnen afleggen, zelfs tegen de wind in.

De kleur? Verschrikkelijk saai wit. Maar de enige andere keuze was zwart. Nog saaier dus. Nu moet ik dus 6 weken wachten op mijn nieuw stalen ros met motor. Had ik al gezegd dat ik geen geduld heb?

Ik ga de komende weken af en toe schrijven over mijn relaas met deze fiets. Voor veel mensen is zo’n speedbike een perfect woon-werk verkeersmiddel (velen komen trouwens in aanmerking voor een fietsvergoeding van 23 cent), omdat het snelheidsverschil met de wagen erg beperkt is.

De speedbike is nog onbekend en onbemind, en vaak omschreven als gevaarlijk, asociaal of als fietsen voor luie mensen… Maar ’t voorbije jaar heb ik me maar zelden onveilig gevoeld op die fiets. Door het aanpassen van mijn route heb ik een veilig traject gevonden, dat wel 5 km langer is dan mijn autorit, maar zo’n ommetje is door de snelheid geen probleem (minder dan 10 minuten extra). Ik slaag er ook op zo’n fiets in om rekening te houden met de zwakke weggebruikers (dus geen fietsers of voetgangers passeren aan 45 km/h) én je 3 uur per dag in ’t zweet werken (gemiddelde hartslag 150) is niet direct een teken van luiheid.

Wat mij betreft is dit de toekomst, om een idee te geven van de energie-efficiëntie: met één volle batterij geraakt de fiets gemiddeld 75 km ver. Een Tesla zou met die energie  nog geen 4 km ver geraken, een Renault Zoë ongeveer 8 km.

Geur

Het mag dan wel putje winter zijn, de geur van Lonicera fragrantissima was vanmorgen bedwelmend. De Dit jaar uitbundig bloeiende Chimonanthus praecox (onder), die overal als de absolute geurende winterbloeier wordt beschreven, kan absoluut niet tippen aan het parfum van de Lonicera, gisteren niet, vandaag en morgen waarschijnlijk ook niet. De Lonicera staat als sinds november in bloei, en lijkt niet direct van plan er mee op te houden.

DS1_4395.jpg

Aan eenieder die zich zorgen maakte over de kippen, die lopen nu vrij rond in de tuin, zodat het groen in de kippenren terug wat kan aangroeien. Ze waren op het ogenblik van de storm waarschijnlijk elders in de tuin aan ’t foerageren.

Afdak/ophokplicht

Tot einde december beperkte het overdekte gedeelte van mijn kippenhok zich tot een schamel strookje van 120 x 90 cm, met name onder het nachthok. Volgens de pluimveesector meer dan ruimte genoeg om 15 kippen te houden, maar zelf vond ik dit te krap voor 5 kippen.

Bovendien staan voederbak én de drankklok best ook beschut, zodat ze niet vervuild geraken door opspattend water. Daarom maakte ik begin januari een extra stukje afdak van ongeveer 4m², ruim voldoende plek voor de kippen, een voederbak en een drankklok. Verder maakte ik ook een 3 meter lange winddichte wand, zodat de kippen niet alleen droog maar tegelijkertijd ook uit de wind kunnen zitten.

DS1_4413 (1)

Een schoonheidsprijs ga ik niet winnen met een plastiek golfplaten dak, maar dat is eigenlijk het minste van mijn zorgen.

Dat afdakje was duidelijk niet bestand tegen de storm. Of beter gezegd, wel bestand tegen de storm maar niet tegen vallende bomen. De blauwe spar van de buren verloor tijdens de storm eergisteren een groot stuk van zijn harttak. Dat stuk ligt nu in mijn tuin. Op mijn afdakje en mijn kriekenboom.

DS1_4407

De boom maakte deel uit van een van de “Eerste gezichten’. Hieronder een beeldje zoals het er nu uit ziet, en daaronder dezelfde positie maar dan op 2 januari.

DS1_4412.jpg

DS1_4402.jpg

Volgend week-end wordt de schade hersteld, vandaag had ik daar even geen zin in. Nieuwe golfplaten op het dakje, een nieuwe dakgoot, het hout in stukken zagen en verwijderen en de kriekenboom uitdoen. Over die kriekenboom was ik al een tijdje aan ’t twijfelen of ik die niet zou uitdoen. De beslissing is nu gevallen, of beter een andere boom is er op gevallen.

Let wel op : ik ga niet klagen over stormschade, andere mensen hebben écht shade geleden.