Speedbike v2

Vorig jaar schreef ik hier een stukje over mijn speedbike.  Na de hielontstekingen en de terugroepoperatie reed ik zowat iedere dag dat het mogelijk was (geen verplaatsingen, geen late vergaderingen) én dat het geen hondenweer was (te veel wind of hoosbuien) met de fiets naar ’t werk. Zo reed ik toch nog 25 dagen met de fiets (dus 2500 km). Eigenlijk amper 25 dagen, maar gezien alle problemen ben ik toch blij dat nog aan die 25 ritjes ben geraakt. Vanaf begin oktober begon het me een beetje te donker en koud te worden zodat de fiets op stalling werd gezet.

Voor 2018 had ik toen al grootse plannen: een bijkomende batterij bijkopen, zodat ik de afstand nog wat sneller zou kunnen afleggen, en vooral niet langer last zou hebben van ‘range anxiety’ en minstens 70 keer heen en weer met de speedbike.

Maar ondertussen is de fiets verkocht.

Want die tweede batterij, die zou in mijn rugzak moeten omdat de fiets geen bagagerek heeft… Dat is dus 4 kg extra in de rugzak, gebogen over een koersfietsstuur. Bovendien is de fiets zonder spatborden ook niet bruikbaar voor gewone verplaatsingen van zodra de weg er ook maar een beetje modderig bijligt. Zoals die éne dag dat ik de speedbike nam om naar de bakker te gaan en ik met een broek die vuil was tot boven de knieën aankwam bij de bakker, op een ritje van ocharme 3 km…

En er was nog een probleem, het voorlicht was voldoende sterk om goed gezien te worden, maar onvoldoende om over donkere wegen te fietsen tegen snelheden > 35 km/h. Daarom begon ik dus uit te kijken naar een andere speedbike, met een grotere autonomie, een krachtig voorlicht, een bagagedrager én spatborden.

Opzoekwerk en enkele korte testritten (20 km fietsen op minder dan een half uur tijd) wezen uit dat de Stromer ST2 mijn voorkeur wegdroeg. Met zijn grote batterij (983 Wh) moet ik probleemloos de 55 km enkele rit kunnen afleggen, zelfs tegen de wind in.

De kleur? Verschrikkelijk saai wit. Maar de enige andere keuze was zwart. Nog saaier dus. Nu moet ik dus 6 weken wachten op mijn nieuw stalen ros met motor. Had ik al gezegd dat ik geen geduld heb?

Ik ga de komende weken af en toe schrijven over mijn relaas met deze fiets. Voor veel mensen is zo’n speedbike een perfect woon-werk verkeersmiddel (velen komen trouwens in aanmerking voor een fietsvergoeding van 23 cent), omdat het snelheidsverschil met de wagen erg beperkt is.

De speedbike is nog onbekend en onbemind, en vaak omschreven als gevaarlijk, asociaal of als fietsen voor luie mensen… Maar ’t voorbije jaar heb ik me maar zelden onveilig gevoeld op die fiets. Door het aanpassen van mijn route heb ik een veilig traject gevonden, dat wel 5 km langer is dan mijn autorit, maar zo’n ommetje is door de snelheid geen probleem (minder dan 10 minuten extra). Ik slaag er ook op zo’n fiets in om rekening te houden met de zwakke weggebruikers (dus geen fietsers of voetgangers passeren aan 45 km/h) én je 3 uur per dag in ’t zweet werken (gemiddelde hartslag 150) is niet direct een teken van luiheid.

Wat mij betreft is dit de toekomst, om een idee te geven van de energie-efficiëntie: met één volle batterij geraakt de fiets gemiddeld 75 km ver. Een Tesla zou met die energie  nog geen 4 km ver geraken, een Renault Zoë ongeveer 8 km.

Geur

Het mag dan wel putje winter zijn, de geur van Lonicera fragrantissima was vanmorgen bedwelmend. De Dit jaar uitbundig bloeiende Chimonanthus praecox (onder), die overal als de absolute geurende winterbloeier wordt beschreven, kan absoluut niet tippen aan het parfum van de Lonicera, gisteren niet, vandaag en morgen waarschijnlijk ook niet. De Lonicera staat als sinds november in bloei, en lijkt niet direct van plan er mee op te houden.

DS1_4395.jpg

Aan eenieder die zich zorgen maakte over de kippen, die lopen nu vrij rond in de tuin, zodat het groen in de kippenren terug wat kan aangroeien. Ze waren op het ogenblik van de storm waarschijnlijk elders in de tuin aan ’t foerageren.

Afdak/ophokplicht

Tot einde december beperkte het overdekte gedeelte van mijn kippenhok zich tot een schamel strookje van 120 x 90 cm, met name onder het nachthok. Volgens de pluimveesector meer dan ruimte genoeg om 15 kippen te houden, maar zelf vond ik dit te krap voor 5 kippen.

Bovendien staan voederbak én de drankklok best ook beschut, zodat ze niet vervuild geraken door opspattend water. Daarom maakte ik begin januari een extra stukje afdak van ongeveer 4m², ruim voldoende plek voor de kippen, een voederbak en een drankklok. Verder maakte ik ook een 3 meter lange winddichte wand, zodat de kippen niet alleen droog maar tegelijkertijd ook uit de wind kunnen zitten.

DS1_4413 (1)

Een schoonheidsprijs ga ik niet winnen met een plastiek golfplaten dak, maar dat is eigenlijk het minste van mijn zorgen.

Dat afdakje was duidelijk niet bestand tegen de storm. Of beter gezegd, wel bestand tegen de storm maar niet tegen vallende bomen. De blauwe spar van de buren verloor tijdens de storm eergisteren een groot stuk van zijn harttak. Dat stuk ligt nu in mijn tuin. Op mijn afdakje en mijn kriekenboom.

DS1_4407

De boom maakte deel uit van een van de “Eerste gezichten’. Hieronder een beeldje zoals het er nu uit ziet, en daaronder dezelfde positie maar dan op 2 januari.

DS1_4412.jpg

DS1_4402.jpg

Volgend week-end wordt de schade hersteld, vandaag had ik daar even geen zin in. Nieuwe golfplaten op het dakje, een nieuwe dakgoot, het hout in stukken zagen en verwijderen en de kriekenboom uitdoen. Over die kriekenboom was ik al een tijdje aan ’t twijfelen of ik die niet zou uitdoen. De beslissing is nu gevallen, of beter een andere boom is er op gevallen.

Let wel op : ik ga niet klagen over stormschade, andere mensen hebben écht shade geleden.

 

Alsnog…

2017 zit er ondertussen al enkele dagen op. Het nieuwe jaar is nog maar net van start gegaan, en doet dat met veel bravoure op dit ogenblik. Op persoonlijk vlak was de start van 2017 een bittere pil, maar naar mijn vaste gewoonte ga ik daar niet verder over uitweiden op mijn blog.

Ik wens al mijn lezers en alle mensen van goede wil een prachtig 2018 toe. Aan alle anderen – en dan vooral alle politici die de moed niet hebben om enkele lange termijn beslissingen te nemen in ’t belang van onze toekomst – wens ik veel jeuk en korte armpjes toe.

Tok Tok Tok

De voorbije weken was de Fruitberg kipvrij. Een roofdier heeft de twee laatste hennen een kopje kleiner gemaakt. De dieren waren verzwakt door de rui, iets wat de dader waarschijnlijk in de smiezen had. Ik betrapte twee keer een forse, verwilderde kat bij het zo goed als volledig opgegeten dier, maar daarmee ben ik nog niet zeker dat zij de hennen doodde.

Op naar nieuwe bewoners. De belangrijkste eisen: een ras dat niet ten allen tijde uit de ren zou vliegen, want dat bleef bij brakels toch een probleem. En forse kippen, geen krielen (die laatste vliegen sowieso allemaal). Ik heb me ook voorgenomen om de diertjes tijdens de rui in het ophokplicht-conforme deel van de ren op te sluiten. Daar zitten ze lekker veilig. En dat stuk ook permanent af te dekken én aan één zijde af te schermen.

Tijdens mijn zoektocht kwam ik uit op uitzonderlijk levend erfgoed, dat eind van de 19de eeuw voor ’t eerst beschreven werd: de Tiense vechter. Dit ras was volledig verdwenen in 1960, maar enkele liefhebbers slaagden erin het ras opnieuw op de kaart te zetten.

De dieren zijn erg fors. Een volwassen haan weegt 5 kg en is een imposante verschijning. In absolute schoonheid moeten de haan het wel afleggen tegen de goudbrakelhaan, maar de kracht die ze uitstralen en de fiere houding geeft ze toch hun charme. Zeker wanneer ze volgroeid zijn, maar dat duurt 18 maanden, ik moet dus nog wat geduld uitoefenen. En de hennen, die zijn gewoon zeer mooi, wat gespierder dan een andere kip. Ze hebben wel allemaal een eerder gemene blik.

En neen, ik ga met deze dieren niet deelnemen aan hanengevechten. Die zijn al bijna honderd jaar verboden in België, ik hoop dat er ook geen illegale gevechten meer worden georganiseerd in België. Wat mij betreft zou het wel zonde zijn indien zo’n kippenras zou verdwijnen. Het is nog steeds een erg zeldzaam ras, waarvan er niet meer dan een handvol kwekers zijn, zo goed als allemaal in regio Tienen.

Net omdat dit ras zo zeldzaam is, plaatste ik ook een brahma-hen en een Wyandotte x Barnevelder-hen bij het trio, onder de groethoenders wordt de brahma als één van de vaakst broedse rassen beschouwd, die andere hen heeft sowieso de genen van een Wyandotte en zou meerdere keren per jaar broeds zijn. En zo hoop ik dat één van beiden deze lente een broedsel uitbroedt…  Ik ga ervan uit dat ik eventuele jongen makkelijk kwijt geraak, is dat niet het geval, dan zoeken we daar wel een oplossing voor. De dieren werden ook als vleeshaan gekweekt vroeger.

Het samenvoegen van de kippen liep niet van een leien dakje, maar na twee dagen en nachten samen in het nachthok, gescheiden door gaas, is de rust wedergekeerd. Sinds vandaag lopen de dieren rond in de hen, en alles in relatief rustig.

Konijn

Weer een tijdje geleden dat ik nog eens een berichtje schreef.

Vorige week was er hier een verjaardagsfeestje. Het konijn dat mijn petekindje op het flipboard tekende had duidelijk last van het perspectiefvirus, of zou het toch opgegroeid zijn in de buurt van een scheurtjescentrale?

Eén van de  blikvangers tijdens het feestje: de vogels in de tuin. Sinds 4 weken krijgen de vogels hier opnieuw voedsel aangeboden, en ze gaan daar erg gretig op in. De silo’s hangen nu allemaal vlak tegen een haag aan, een tip die ik ergens las : zo kunnen de vogels zich verbergen in de haag, ze blijven ook veel langer in de buurt van de silo’s hangen.

Op een bepaald ogenblik stond zowat de helft van de bezoekers de vogels in de tuin te tellen/bewonderen (drie pimpelmezen, vier koolmezen, één zwarte mees, zes staartmezen, een boomklever, een heggenmus, een roodborstje, tientallen vinken, een keep, een bonte specht en nog een tiental groenlingen). Wat later dook één van de eekhoorntjes op in de notelaar.

Dat zijn dus weer enkele mensen die de meerwaarde van ecologisch tuinieren kennen.  Het kost wel aardig wat geld, dat vogels voederen. De eerste 10 kg silozaad was na drie weken al op. Maar je krijgt er dus heel veel voor terug.
DS1_4356

DS1_4352

Maaien

Het voorbije week-end werd de zeis nog eens bovengehaald. Zaterdag om mee te helpen met het maaibeheer in een natuurgebied, zondag om mijn bloemenweide kort te zetten.

Door de bloemenweide nu extra kort te maaien, geef ik de gelegenheid aan zaailingen van rozetvormende planten om zich gedurende de winter goed te ontwikkelen.

Dit was een tweede maaibeurt, waarbij alle plantmateriaal onmiddellijk werd afgevoerd, met het oog op het verarmen van de bodem. Met de aanwezigheid van de vijver is het nu wel extra uitkijken naar groene en bruine kikkers die in het graslandje vertoeven…

Plant van de maand Oktober : Osmanthus fortunei

Rondom het tuinpad naast de woning staan een hele resem geurende struiken. Veel van deze struiken werden al eens ‘benoemd’ tot plant van de maand. Deze Schijnhulst verdient nu pas deze ‘eer’. Ik kocht de plant aan als Osmanthus delavayi ‘Latifolius’, maar zowel het blad, de bloemen als de bloeitijd (maart-april) zijn duidelijk anders.

Na wat opzoekwerk ben ik tot de conclusie gekomen dat het exemplaar in mijn tuin een Osmanthus fortunei is.

Het is een traaggroeiende, wintergroene plant, die vanaf begin oktober start met bloeien. De kleine bloemetjes zijn niet direct blikvangers, maar verspreiden op een warme nazomerdag een verrukkelijk aroma dat vergelijkbaar is met het aroma van meiklokjes.

 

Wissel

Het is midden oktober. Voor planten in mijn tuin is dit een gevaarlijke periode. Zeker wanneer je je als plant niet iedere dag hebt uitgesloofd om mooi te groeien of beestjes te lokken. Of net te snel en enthousiast groeit. Of niet mooi genoeg bevonden wordt.
Want vanaf begin september zoek ik op allerlei obscure websites naar planten of struiken die het op die plek wél goed of beter zouden doen.

Enkele struiken genoten een week geleden van de warme nazomer, zonder te beseffen dat hun laatste dagen in de Fruitberg geteld waren  en dat ze genadeloos door de hakselaar zouden gedraaid worden. Zo moesten onder meer alle Hydrangea paniculata ‘Silver Dollar’ mijn erf ‘verlaten’,  omdat ze me niet aanstonden.

Onder de nieuwkomers twee Deutzia (vanwege hun geur), Buddleja weyeriana (bloeit nog wal langer dan Buddleja davidii), Hydrangea villosa ‘Anthony Bullivant’ (een uit de kluiten gewassen Hydrangea met groot, viltig blad en erg mooie bloemen) en tenslotte Clerodendrum bungei.

Die laatste was een twijfelgeval, omdat het een notoire woekeraar is (uitlopers). Om de uitlopers in het gareel te houden heb ik een grote metselkuip zonder bodem ingegraven rond de plant.
Het prachtige blad en de mooie, lekker ruikende bloemen zijn die moeite meer dan waard.
De plant wordt vaak als matig winterhard omschreven, maar staat bij mijn broer al bijna 10 jaar in de tuin, zonder noemenswaardige vorstschade. Ik heb ook beslist de Clerodendrum trichotomum, die ik vorig jaar aanplantte, ook te voorzien van zo’n metselkuip, omdat die het ook wat te bont maakt.

Ook verdwenen: de boswilg (Salix caprea) in de nectartuin, omdat die gewoon te hard groeide (4-5 m per jaar). Op die natte plek komt Cephalantus occidentalis te staan, die zo de ideale standplaats krijgt: volle zon, drassige bodem én helemaal in het zicht, want tot op heden stond hij in een hoekje, zonde voor zo’n schoonheid.
Alle andere planten kunnen nu met een gerust hart de winter ingaan, er wordt dit jaar niet meer ingegrepen in de tuin.