Schaalvergroting

Vorig jaar waren enkele insectenhotels redelijk volgeboekt. Tijd om nog wat extra ruimte te voorzien voor de solitaire bijen. Terwijl de metselbijen beginnen uit te vliegen legde ik gisteren de laatste hand aan die uitbreidingen.  Twee flink uit de kluiten gewassen hotels komen de anderen vervoegen. De vele grote bamboestengels in deze hotels zijn onder meer voor die metselbijen, uitstekende bestuivers voor fruit en kleinfruit.

Heel veel cynici geven aan dat in een echte ecologische tuin de dieren voldoende nestplaatsen vinden, maar terwijl mijn tuin niet direct de properste tuin van het westelijk halfrond is, zie ik dat de bezettingsgraad van mijn hotels erg hoog is, en dat die nestplaatsen dus wél in de smaak vallen. Bovendien vind ik zo’n hotel wel mooi. De meeste solitaire bijen vliegen maximaal enkele honderden meters op zoek naar een nestplaats / nectar, maar voor sommige kleinere soorten is dat nog aanzienlijk minder.

De meeste insectenhotels (ook de twee hotels op de foto’s van dit logje) voorzien alleen plaats voor stengelbewoners. Die leggen hun eieren in holle stengels en boorgaten van houtwormen. In België komen bijna 400 solitaire bijen voor en slechts 14% onder hen zijn stengelbewoners.

Het leeuwendeel (> 50% van de soorten) maakt hun nest in de grond/zand/leem/klei. Enkele open plekjes in volle zon is voor veel van deze diertjes voldoende, ook al zijn er soorten die alleen in een verticale wand willen broeden (de zogenaamde steilwandbewoners). Een talud uit zandleem of de zonnige flank van een holle weg zijn de habitat van deze bijen. Met de leembakjes probeer ik zo’n talud in ’t klein na te bootsen. Ze werden het voorbije jaar ook redelijk bezocht, maar de constructie van die eerste versie was niet vrij van ontwerpfouten. Op de tweede foto zie je trouwens in de achtergrond  zo’n leembakje, half leeggeroofd door een specht. De nieuwe leembakjes liggen nu te drogen, en hoop ik dit week-end een plaatsje in de tuin te geven. Volgende week vertel ik er meer over (als mijn opzet geslaagd is tenminste).

Alle insectenhotels worden aan de voorzijde afgespannen met mollengaas van 12 x 12 mm, dit om mezen, spechten en muizen te weren. Dat is nog een klusje voor volgend week-end.

Een klein aandeel van onze solitaire bijen (6%) maken knaagnesten: ze eten het merg uit houtstengels en leggen daar hun eitjes in.  Onder meer maskerbijen horen in deze categorie thuis. Een deel van deze solitaire bijen broeden in verticale takken, en laten het gemiddeld insectenhotel dan ook links liggen. Als experiment heb ik nu her en der enkele stengelbundels van vlier, framboos en vlinderstruik in de tuin opgehangen.

Onrechtstreeks voorzie ik met deze hotels ook broedplaatsen voor de parasieten onder de solitaire bijen (25%). Alleen voor hommels, bijen en wespen (wasnesten) en enkele échte specialisten (er is een solitaire bij die in slakkenhuisjes broedt) heb ik nog geen bijzondere voorzieningen getroffen.

Indien je zelf ook overweegt om een insectenhotel te bouwen, raad ik je aan dit uitstekende tekstje van AnneTanne eens te lezen.

Gevogelte

Gisteren en eergisteren was het een prachtig tuinweer, ondanks de voorspellingen. Zo worden de tuinklussen langzamerhand afgevinkt. De kippen die de voorbije weken lachten met het begrip kippenren, zijn sinds zaterdag opnieuw opgesloten in de vernieuwde vogelkooi. De vorige constructie was bezweken on ’t gewicht van de sneeuw. De kooi dient hier in eerste instantie om de kippen binnen te houden, maar ’t feit dat de kersen onder een net zitten is natuurlijk ook goed meegenomen. Groot was mijn verbazing toen de kippen vandaag opnieuw door de tuin wandelden, was ik gisteren vergeten de deur van de kippenren goed af te sluiten, dan kunnen de beestjes wel nog buiten natuurlijk.

Nu de kippen niet langer op stap kunnen, moet ik ze ook nog overtuigen om in het nachthok te gaan slapen. Want ze slapen nu met zijn vijven boven in één van de kersenbomen, en de takken daaronder hangen vol kippenstront. Morgennacht vang ik de kippen één voor één uit de boom. Ik plan ze dan te kortwieken en manu militari in het nachthok over te brengen. Ik hoop dat ze na enkele nachten dan spontaan terug het nachthok verkiezen.

Over ander gevogelte… De plek waar de voorbije weken gevoederd werd ziet er vreselijk uit , een jaarlijks ‘probleem’ dat over twee of drie weken vergeten is. Er zullen ter plekke wel wat gekke onkruiden opduiken, maar dat lost de grasmaaier wel op. De voedersilo’s zijn nu ook opgeborgen tot volgende winter, vogels voederen tijdens het broedseizoen wordt afgeraden door de Vogelbescherming.

En dat broedseizoen, dat zit wel goed. Voor het vierde opeenvolgende jaar broeden de boomkruipers onder ons dak. Ik vraag me af of dat nog steeds dezelfde vogeltjes zijn of dat anderen hun plekje hebben ingenomen. Gisteren merkte ik op dat er een boomklever onophoudelijk richting mussenhotel vloog. Boomklevers zijn geen holenbroeders, maar deze verkiest toch duidelijk een nestkastje. Wel erg leuk, aan de ene kant van de woning een nest van een boomkruiper, aan de andere kant een nest van een boomklever.

En ik bedenk me ook net dat ik me had voorgenomen alle vogelkastjes eens uit te kuisen, maar dat ben ik weer vergeten. Nu vind het te laat, ik wil de beestjes niet storen tijdens het broeden. Volgend jaar misschien?

 

Hakselen

In de Fruitberg wordt alle tuinafval benut. Het meeste afval komt terecht op de composthoop, de rest gebruik ik om te mulchen. Lange takken op de composthoop gooien heeft weinig zin. Het duurt niet alleen te lang voor ze composteren, ze maken ook het omzetten van de composthoop tot een zware karwei, omdat ze vast zitten onder een berg tuinafval, en ze los trekken met de compostvork vormt een aanslag op je rug.

Sids vorig jaar knip ik alle snoeiafval in kleine stukjes voor ik het aan de composthoop toevertrouw, met de snoeischaar. Maar dat is een vreselijk saaie en tijdrovende klus, zeker wanneer je net 50 frambozenstokken van 2 m hoog gesnoeid hebt.

Daarom plan ik al even de aanschaf van een hakselaar, zodat ik alle snoeiafval in een handomdraai tot kleine snippers zou kunnen herleiden. Het maakt het omzetten van de composthoop tot een veel lichtere klus worden, en bovendien kan ik een goede menging van grasafval en houtsnippers verzekeren, waardoor het composteren een pak sneller verloopt.

Gisteren schafte ik me dit oranje gevaarte aan. Duur, maar wel 100% made in Belgium en van topkwaliteit. Dat mag dan wat meer kosten, vind ik. Op een uurtje tijd heb ik enkele kruiwagens in mootjes gehakt, best wel een leuke activiteit. Mijn composteringsstijl is anders als die van zem, maar gezien de volumes tuinafval (> 10m³ per jaar) moet ik wel zorgen voor een snellere compostering,  Deze bruine snippers zal ik de komende maanden mengen met het gazonafval om te composteren, of aanwenden als mulchlaag op andere plekken.

Fotoverhaal van de week 13: Gent

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Toen ik 18 was ging ik in Leuven te studeren. Dat was een ‘logische keuze’ als in “dichterbij”, “waar ook mijn broers studeerden” en “waar al mijn vrienden studeren”. Gent of Brussel werden geen moment in overweging genomen. Tijdens mijn studies geraakte ik verknocht aan Leuven, een enorm mooie stad, die er de laatste 20 jaar alleen maar op verbeterd is (sinds ik er weg ben, zou dat toeval zijn?). In Gent kwam ik nooit voor ik afstudeerde. Een beetje ver van mijn bed.

Toen een bevriende fotograaf me uitnodigde om samen in Gent te gaan fotograferen, viel me op hoe mooi Gent wel is, en dat het er ook best gezellig was. Veel meer een stad waar mensen in leven dan in Brugge, dat bij mij een beetje overkomt als een groot Bokrijk, een openlucht museum vol toeristen.

Daarna ging ik er nog meerdere keren met mijn camera in de hand op stap. Deze foto is van één van deze uitstapjes.Ik hou van de bruine kleuren op deze foto.

Aardbeien

De dagen duren nu opnieuw langer dan de nachten. Vandaag hadden we recht op 12 uur 13 min zonlicht, en daar komt nu iedere dag bij 4 minuten bij. De lente klopt dus steeds harder op de deur. Na twee weken droogte is de tuin opgedroogd en overal goed betreedbaar. Ik vind het nog altijd te vroeg om de borders helemaal op te ruimen, ik beperk me tot het wieden van straatgras en andere pioniers, het terugzetten van grassen en allerlei andere klusjes in de tuin. 

Eén van die klussen was het vullen van de aardbeibakken met nieuw plantgoed. Zoals al eerder aangegeven, de rekken zijn verplaatst en in aantal flink geslonken. Ook het aantal rassen is flink teruggeschroefd. Ik heb nu nog vier rassen over: Elliany (vroeg), Lambada(vroeg), Malwina  (laat) en Evie2 (doordrager).

In totaal 240 plantjes, dus nog steeds ruim voldoende voor een gezin van 4. Tussen de aalbeshagen heb ik nu een zee van ruimte, die ik ga opvullen met bodembedekkers, zodat ik af ben van die blote bodem. Eerst nog wat compost zeven en aanbrengen, daarna ben ik klaar voor het grote werk.

De zwarte bessen staan nu niet langer in de fruitkamer (ze moesten hun plaats afstaan aan de aardbeirekken), maar hebben een apart plekje in de tuin gekregen. Ook dat stukje tuin werd al een eerste keer geschoffeld, volgend week-end is ook dit stukje tuin helemaal netjes en klaar voor een compostgift én het aanplanten van bodembedekkers. 

Niet iedereen lust zwarte bessen, ik ben hier eigenlijk de enigste die ze graag eet. Zes struiken is dus zonder meer “overkill”, maar er zijn nog wel enkele fruitsoorten waarvan de oogst onze behoefte overstijgt. En nu we een iets ruimere diepvriezer hebben, willen we dit jaar bessen gaan invriezen.

 

Fotoverhaal van de week 12: Melkwezer

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren. Hier vind je meer info.

Wanneer we op reis zijn op een ander, valt de schoonheid ons onmiddellijk op. De weidse landschappen, de bergtoppen, de diepe dalen, de uitgestrekte zee. Maar ons eigen vlakke Vlaanderen kan ook best mooi zijn. Dit is een foto die ik maakte tijdens een wandeling op enkele km van onze woning, op een redelijk zonnige (maar erg koude) winterdag.

Het grappige van deze foto is dat dit uitzicht a-typisch is voor Tienen. In de verte zie je iets wat op een bos lijkt, eerder zelden in deze streek. De gewone weiden vooraan zijn dat ook, want het leeuwendeel van de vruchtbare grond in onze streek wordt gebruikt om bieten, graan of fruit te telen. En dit is ook het enige ‘vlakke’ landschap in de buurt, de meeste vergezichten zijn meer glooiend. En net zoals overal in Vlaanderen, is er meestal wel ergens bebouwing, hier dus niet. Wel een mooi plekje.

 

Lente?

Het eerste zonnige week-end zonder zompige bodem. U kan al raden waar je me dit week-end kon vinden. Na de winter is er altijd zoveel werk dat je eigenlijk niet goed weet wat eerst te doen. Enkele borders werden al helemaal lenteklaar gezet, maar daarna probeerde ik vooral overal zoveel mogelijk straatgras te verwijderen voor het zaad kon zetten, dat grasje heeft in de warme november- en decembermaanden erg enthousiast voor nakomelingen gezorgd,. Ik schat nog wel enkele weken zoet te zijn alvorens alle borders zijn opgeruimd.

Zoals vorige week al aangegeven, er lijken erg weinig planten gesneuveld te zijn deze winter. En de koude nachten houden de groei nog erg beperkt, zodat het risico op vorstschade beperkt is en blijft.

Hier en daar staat al een bloempje open, zo staat in de schaduwtuin een plukje speenkruid in bloei, en ook de Ribes sanguineum staat er traditiegetrouw weer erg vroeg in bloei. Maar het zijn nog steeds de bolgewassen die de overhand houden (narcissen, krokus, sneeuwklokje).

Nog een teken dat de lente op komst is: zondag heb ik een eerste hommelkoningin  zien foerageren van krokus naar krokus. Verder is er nog altijd erg weinig leven te bespeuren in de tuin (op de tientallen lieveheersbeestjes die tussen de planten overwinteren).

Over krokussen gesproken, tijdens het wieden zag ik tientallen jonge krokuszaailingen in de border staan. Dat lukt dus ook op zwaardere bodem, dat uitzaaien! Volgens mij wordt het nu snel lente, het is tijd voor een nieuw tuinseizoen.

.

Fotoverhaal van de week 11: Op Reis

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Terwijl het thema van de Pannenkoekopdracht ‘Reisfotografie’ was, zijn er hier nog niet zoveel echte reisfoto’s gepasseerd. Wil dat dan zeggen dan ik nooit op reis ga? Toch niet, eerlijk gezegd ga ik niet zo erg graag op reis, maar we gaan toch bijna ieder jaar minstens één of twee weken op stap. De laatste jaren wordt het ook steeds moeilijker om de kinderen mee te krijgen op reis. Nooit verre reizen, gewoon omdat ik geen zin heb in vliegtuigreizen. Ik haat luchthavens, en het lange wachten, en associeer dat niet met verlof.

Deze foto’s dateren van enkele jaren geleden. Dat jaar gingen we op bezoek bij familie, die een buitenverblijf in Frankrijk hebben. Ergens in the middle of nowhere, in de Gare, op een steenworp van de Gorges de l’Ardèche. Ze leven iedere zomer als Goden in Frankrijk in hun boerderij, genesteld tegen een heuvel die denkt een berg te zijn, met een flinke lap grond (enkele ha, voornamelijk bos).

’s Morgens wordt je er steevast gewekt door een wielewaal die in de vijgenboom insecten komt eten. Lees vijgenboom zoals in : een boom van meer dan 100 jaar oud, bijna 10 meter hoog en een stamomtrek meer dan 2 meter, goed voor emmers vol rijpe vijgen. Die gele schoonheid krijg je niet te zien, maar haar gejodel hoor je des te beter.

Overdag is het er vaak zo drukkend warm dat je ofwel in de schaduw van die vijgelaar blijft zitten, of met plezier een plekje aan ’t water zoekt, en het plekje hierboven is zo één van de plekjes in de buurt. Natuurlijk kan je ook langs de Ardèche of de Chassezac gaan liggen. Maar daar is het altijd erg druk. En op dit plekje vind je meer schaduw, rust en wat privacy. Wanneer we zo’n plekje verlaten zijn er enkele honderden kg stenen verplaatst, en is er een stevige dam gemaakt. Neen, we zijn geen bevers.

En zo’n buitenverblijf, iets voor mij? Eigenlijk niet.  Maar ik snap wel dat anderen wel zo’n plekje kopen.

 

Maartse buien…

De eerste week van maart toonde zich hier bijzonder grillig. Fikse regenbuien wisselen af met zonnige periodes tegen een rotvaart. Deze ochtend was het hier flink aan ’t sneeuwen, in de namiddag probeerde een schraal zonnetje de schijn van mooi weer op te houden.

De grillen maken het schier onmogelijk om te werken in de tuin, en ik heb de voorbije maanden al zoveel plannen gemaakt, dat de pret er ook van af is. Op wat houtafval verzagen voor de verdere uitbreiding van mijn insectenhotelimperium na, niets gedaan in de tuin.

Enkele planten die al flink opgeschoten door de warmte van november en december lijden nuonder de combinatie van vocht en koude. De Agastache en Penstemon, die opnieuw de winter leken door te komen, gaan nu zienderogen achteruit.

De amandel staat hier nog steeds in bloei, eerlijk gezegd reken ik dit jaar niet op vruchten. Bestuivers zie ik ook niet rondvliegen, die wachten beter weer af vermoed ik (geef ze eens ongelijk).

Maar heel wat andere fruitbomen staan ook enthousiast te wachten op wat beter weer. Indien het nu een weekje warmer wordt, zal er in de fruitberg veel abrikozen-, perziken- en perenbloesem te zien zijn. Het is dan maar te hopen dat de temperaturen nadien niet meer te diep kelderen.

Eco-cheques

Tuincentra als Horta, Aveve,… je zal me er niet vaak vinden. Maar af en toe kom ik er toch binnen. Toen ik gisteren aan de kassa stond te wachten zag ik een jonge moeder met twee peuters afrekenen aan de kassa: één bus van 5 l anti-mos voor het terras, een doos onkruidbestrijder voor opritten en terras en nog een zak gazonmeststof met anti-moswerking.

Wat heeft een tuinier meer nodig? Selectieve onkruidverdelger? Of een breedwerkend insecticide? Die was ze dan vergeten te kopen. Mijn haren rezen ten berge toen ze afrekende. Dat deed ze namelijk met eco-cheques…

Op 4 en 5 juni doe ik opnieuw mee met de eco-tuindagen van velt. Om te laten zien dat tuinieren ook kan zonder gif. De komende maanden ga ik er nog wel één en ander over vertellen, en ook schaamteloos reclame maken. Een beetje minder low-profile dan twee jaar geleden dus.

Een maand geleden nam ik een 50-tal stekken van de roze aalbessen. Iets dat past in t’ kader van die eco-tuindagen, maar daar over later meer… En als het nu eens stopt met regenen, dan kan ik starten met de werkzaamheden  in de tuin, zodat die er keurig uitziet voor alle bezoekers.