Vlinders

Na de dagpauwogen gisteren zag ik vandaag ook meerdere (5) landkaartjes in de tuin.

Verder zie ik ook (ik kan me niet herinneren die al eens gezien te hebben in de tuin) een Groot dikkopje

Waren gisteren ook van de partij: boomblauwtjes (2), gehakkelde aurelia (1), groot en klein witje (8), een kaasjeskruiddikkopje, atalanta(4), bruin zandoogje (2) en stel copulerende bont zandoogjes.

Op dit ogenblik vormen de ‘velden’ Origanum vulgare de grootste magneet voor vlinders, behalve voor de aurelia’s die eerder op de vlinderstruiken zitten.

Terug van weggeweest

Zoals ik hier vorig jaar al aangaf, heeft de populatie van de dagpauwoog met de droge zomer van 2018 een flinke knauw gekregen. Terwijl het enkele jaren geleden nog de meest courante vlinder in Vlaanderen was, leek de vlinder eind 2018 en gedurende 2019 bijna verdwenen (eerste waarneming van 2019 in mijn tuin was in augustus).

De voorbije weken zie ik hier terug enkele dagpauwogen. Wanneer ik het aantal waarnemingen bekijk op waarnemingen.be, zie ik dat er gedurende de 10 eerste (druilerige) dagen van juli al bijna evenveel exemplaren zijn geteld als vorig jaar gedurende de volledige maand. Het lijkt erop dat de soort zich dus redelijk snel herstelt van die droogteschok…

Nectartuin 6 Juli

Enkele jaren geleden plaatste ik hier iedere maand een foto van een aantal stukken tuin. Een aantal van die zichtpunten zijn niet meer bruikbaar (wegens bomen die nu in de weg groeien).

Enkele weken geleden toonde ik een luchtfoto van de nectartuin. Na deze eerste foto volgt nu een update. Er staat ondertussen wat meer in bloei, ook al is dat moeilijk te zien op de foto vanop het dak. Wat je wel ziet is dat er nu wat minder ‘gaten’ zijn in de tuin. De nieuwe planten moeten wel nog wat in de breedte groeien om alles mooi dicht te maken, ik reken erop dat dit stuk tuin volgend jaar eindelijk aan mijn eisen voldoet. Alleen de stekken van de Erysimum ‘Bowles Mauve’ doen het voor geen meter en laten een lelijk gat over. Verder werd de Lindelofia macrostyla verplant naar een wat minder zonnige plek, en vervangen door Scutellaria serrata, wat vooraan in beeld nog twee kleine gaatjes veroorzaakt.

Ook nog twee foto’s van op de begane grond. Op de eerste foto sta ik bijna tegen de haag aan de straatkant. Er staat dus wel één en ander in bloei (je ziet Oreganum vulgare, Aster radula ‘August Sky’, Helenium ‘Sahin’s Early Flowerer’, Asclepias incarnata, Perovskia, Achillea millefolium, Phlox ‘Utopia’, Phlox ‘Little Sarah’, Veronica longifolia, Vernicastrum ‘Lavendelturn’, Echinops ritro, Verbena bonariensis, Lysimachia ephemerum, Acanthus mollis en een bloeiende Buddleja. Ook de drie Eupatoriums in dit stukje tuin starten met bloeien (Eupatorium maculatum , Eupatorium maculatum ‘Album’ en Eupatorium cannabinum).

De tweede foto is gemaakt van de ingang van de tuin, vanuit een positie, vergelijkbaar aan de positie op het dak.

Net zoals vorige keer zet ik er ook nog een foto bij van de andere kant van de nectartuin.

Dit stukje is vorig jaar helemaal vernieuwd na de dakwerken. Het ligt dus nog vrij open. Er zijn nog flink wat plantjes gestekt die ik de komende weken moet aanplanten. Het stukje achter de Buddleja alternifolia werd drie weken geleden volledig herplant, dus dat ligt ook nog redelijk kaal.

Het stuk tegen de venster (onderaan op de foto) is het moeilijkste deel van mijn tuin qua condities: het stukje tuin ligt pal op het Zuiden, en ontvangt pas zonlicht vanaf 11h30-13h30. Maar het wordt hier dan, door de hoge muur en de zeer grote glaspartij (4.80 m x 3.20m), vrij snel uitzonderlijk warm (op een warme zomerdag is het daar steevast 40 °C). Een plek die dus heel warm is, niet heel zonnig (5-6 uur in volle zon), zeer zware grond (dus in de winter vrij drassig ).

Nu is de grond er gewoon zo hard als beton. Ik heb enkele weken geleden wat extra plantgoed uitgeplant. Ik moest met mijn volle gewicht op de spade springen om de bodem te breken.
Terwijl ik de bodem in heel de nectartuin heb gemulchd met een laagje compost, is dat voor dit stuk grotendeels niet het geval. Er zijn veel solitaire bijen die vanwege de warmte op deze plek hun nest in de bodem graven, ik wil ze echt niet verstoren.

Ik heb van die warmte wel geprofiteerd om er Agapanthus in volle grond aan te planten…

Om je toe te laten te volgen, een plannetje van het stuk tuin dat zichtbaar is op deze foto… Hier een linkje naar een Google file van dit plannetje. Ik moet die plannetjes wel nog eens bijwerken, want er zijn nog enkele dingetjes veranderd…

Je vind er ook alle luchtfoto’s teug (ook ééntje van begin juni, die ik niet op de blog heb geplaatst).

Daarin kan je:

  • dan verder zoomen met het vergrootglasje in het menu
  • Present-mode selecteren (grote knop rechtsboven)  en makkelijk scrollen in full screen modus
nectartuin
2020-05-14 21_09_25-nectartuin - Google Slides

Stekpoeder

Ik probeer al een tijdje Salvia candelabrum te vermenigvuldigen via stek. Tot nu was het succes zeer beperkt.

Daarom wou ik eens testen of stekpoeder betere resultaten zou geven. Ik kocht me bijna een maand geleden een potje stekpoeder, nam nog enkele kopstekken van de plant en bepoederde deze met stekpoeder.

Om zeker te zijn dat we hier niet over toeval spraken, nam ik ook 24 lavendelstekken. 12 plantjes met stekpoeder, 12 zonder.

Verder nam ik ook nog wat stekken van twee Salvia officinalis variëteiten. Daar had ik al een serie stekken van genomen, die echt wel veel tijd namen om te wortelen. Ik dacht, waarom niet eens met stekpoeder proberen…

Alle stekken werden onder vergelijkbare curverdozen geplaatst…

Bij de terugkeer van dat verlof wachtte me een flinke verrassing: de Salvia officinalis stekken die ik met stekpoeder had behandeld, hadden als een flink wortelstelsel gevormd (voldoende om opgepot te worden, wortels verschenen al onderaan de potjes). De stekken zonder stekpoeder (die minstens twee weken ouder waren) hadden ook wortel gevormd, maar veel minder enthousiast. Bij de stekken van Salvia candelabrum zie ik krek hetzelfde.

Hier een foto van de stekken van de lavendel met en zonder stekpoeder: in de pot met stekpoeder hadden 9 stekken wortels gevormd, in de andere pot 4 stekken. En die 9 stekken hadden zo goed als allemaal een veel forser wortelstelsel…

Dat wil niet zeggen dat ik altijd en overal stekpoeder ga beginnen gebruiken, maar het lijkt toch wel een verschil te maken…

Distel

Eryngium ‘Pen Blue’ is een mooie ‘sierdistel’ die hier sinds vorig staat. Het is de eerste Eryngium in mijn tuin die geen ondersteuning lijkt nodig te hebben.

Distels hebben best wel knappe bloemen. Zelfs wanneer ze nog in de knop staan, zijn het juweeltjes (die prikken). Hieronder een bloemknop van speerdistel

De speerdistel mag hier bloeien maar verhinder ik wel van zich verder uit te zaaien. Nog een distel die hier veelvuldig staat, is de klit. Ook prachtige bloemen, deze plant heeft geen stekels op de bladeren en maakt het dus een aangenamere tuinplant. de zaaddozen haken erg makkelijk in de vacht van dieren (en aan kledij), hij verspreidt zich dus heel enthousiast wanneer je niet oppast.

Nog een sierdistel, Echinops ritro ‘Veichts’ Blue’

En tenslotte de speerdistel in bloei.

Kantelpunt

Terwijl de planten in de bloemenweide achteraan nog steeds veel te hoog uitgroeien ( en dus omvallen bij een flinke regenbui zoals dit week-end), is de hoeveelheid grassen in de bloemenweide toch flink verminderd. Het gaat duidelijke de juiste richting uit in de bloemenweide.

Op het oudste stuk (vooraan) zijn de planten ook al flink wat lager…

Maar het belangrijkste kantelpunt is er één qua biodiversiteit. De afgelopen weken is er volgens mij een grotere diversiteit in de bloemenweide dan in de nectartuin. Dat geldt dan voornamelijk voor solitaire bijen, waarvan er velen alleen in de bloemenweide te vinden zijn.

Weer heel wat omgevallen planten, achteraan in de bloemenweide

In de nectartuin zijn er ook wel enkele planten die een grote diversiteit aan beestjes aantrekken, maar die planten zijn toch ook grotendeels inheemse soorten, nauw aan inheemse planten verbonden planten of planten waarvan hun oorspronkelijk verspreidingsgebied niet zo ver van hier verwijderd is.

Let wel, ik spreek hier over diversiteit, want voedingsgeneralisten zoals hommels, zweefvliegen, honingbijen en vlinders zie ik meer in de nectartuin dan de bloemenweide. Vooral vlinders verkiezen duidelijk de nectartuin boven de bloemenweide.

Het zijn eigenlijk voornamelijk de solitaire bijen die een voorkeur hebben voor inheemse planten (ook al foerageren veel van die solitaire bijen alsnog op enkele van die uitheemse planten). Die hebben dus hun plekje in de bloemenweide.

Klokjesbij op Campanula lactiflora

Wil dat dan zeggen dat je best alleen inheemse planten aanschaft? Ik vind dat een moeilijke discussie. Ik denk dat je ook met een gemengde beplanting soortendiversiteit kan garanderen.Ik heb het hier al eerder geschreven, de plek in het Verenigd Koninkrijk met de grootste diversiteit aan solitaire bijen is een tuin in Surrey, die er nog steeds redelijk formeel bij ligt maar wel een zeer grote plantendiversiteit kent. Er zijn in die tuin 133 soorten beschreven.

Maar er zijn wel een hele serie inheemse planten die perfect in éénder welke border passen en die de solitaire bijen een plaatsje geven in een standaard border: Centaurea nigra, Polygonum bistorta, Campanula , Tanacentum vulgarum, Achillea millefolium, Knautia arvensis, Succissa pratensis, Eupatorium cannabinum, Anthriscus sylvestris, …