De mensen die mijn druivenrek zien vragen steevast hetzelfde… “Ga je wijn maken?” Mijn antwoord is steeds een categoriek “Neen, dat is zonde van de druiven”.
De laatste twee weken zijn alle druiven flink aan’t zwellen, en beginnen enkele van de blauwe rassen ook te kleuren. Ik begin er nu toch gerust in te worden dat de meeste van deze trossen nog gaan afrijpen (midden september de eerste trossen met de huidige weersvoorspellingen). De planten zien er wel niet zo mooi uit vanwege de droogte…
Een goed resultaat dankzij het snoeiwerk … De foto hieronder is van één van de stokken uit de snoeigids (de druivelaar in dubbele guyot). Een beperkt aantal trossen overhouden geeft grote trossen met dikkere bessen.
“Heb je een idee voor een cadeau?” vroeg mijn vrouw. Het is jaarlijks wederkerende gewoonte dat mijn leeftijd zo midden in de maand augustus de hoogte in gaat.
“Tja, misschien een goede takkenschaar” stelde ik voor. Mijn huidige takkenschaar (hamer-aambeeld) heeft ondertussen al een gezegende leeftijd bereikt en is tijdens de verbouwingswerken ook voor klusjes gebruikt die niet in het lastenboek van de ontwerper stonden.
“Hoe weet ik wat een goede takkenschaar is. Ga ze anders zelf maar kopen”. Tja, daar heeft ze wel een punt… ik ben nogal pietje precies als het op materiaal aankomt. “Eigenlijk heb ik zo’n takkenschaar pas in de winter nodig. Anders koop ik voor ’t zelfde budget nog wat planten bij.”
En zo stond ik dus vrijdag in de kwekerij om nog wat plantgoed bij te kopen . Enkele borders beginnen zo echt vorm te krijgen(ook al blijven er nog veel gaten over die wachten op gescheurde/gestekte/gezaaide soortgenoten).
Zaterdagmorgen kwam de Velt-lesgever langs om te controleren of mijn tuin in aanmerking komt voor deelname aan de Eco-tuindagen van 2014. Van bij de inschrijving vroeg ik me af hoe de tuinen geselecteerd werden, zo’n bezoek lijkt me eigenlijk niet meer dan logisch zeker als je dit wedervaren van Menck naleest. Half oktober zou de definitieve beslissing vallen, maar er waren zeker geen grote problemen bij ’t overlopen van de checklist.
De rest van ’t week-end heb ik de laatste hand gelegd aan het afzomen van de borders. Dat is nu definitief klaar. Na een lange droge periode wordt leem zo hard als beton, ik heb hier de voorbije dagen als een halve gare staan springen om de spade om de greppels te graven. Groot was dan ook mijn vreugde toen het varmorgen regende, alhoewel dat enthousiasme minderde toen het bleef regenen. Dankzij de veel drogere namiddag bleef mijn werkkledij deze namiddag wél droog en gleedt de spade nog altijd als een mes doorheen boter.
De kasseiberg is nog steeds niet helemaal ‘op’. Tijdens het ontstapelen merkte ik een rijke fauna tussen de kasseien (heel veel padden, veel springspinnetjes en nog heel wat andere insecten). Een deel van de overgebleven kasseien ga ik onderaan tegen het tuinscherm stapelen, zodat die fauna naar daar kan verhuizen. Zodra het terras is aangelegd (midden september) wordt de rest van de berg definitief van mijn erf verwijderd, zodat ik ook dat stukje tuin kan ontginnen.
Terwijl vlinders, hommels en zweefvliegen in grote getale aanwezig zijn in mijn tuin, blijven de honingbijen afwezig.
Ik ga er dan meestal van uit dat er geen imkers in mijn omgeving actief zijn, en dat ik misschien zelf eens een korf zou moeten plaatsen. Maar dan kom ik dra tot het besef dat ik daar geen tijd voor heb.
De voorbije dagen zie ik de bijen toch af- en aanvliegen, maar er is slechts één plant die deze dieren bezoeken: de wilde wingerd, die volop in bloei staat. Het gezoem van wespen, bijen en zweefvliegen is duidelijk hoorbaar.
Af en toe dwaalt er een honingbij af naar de Sedum, maar de andere planten worden niet bezocht door bijen, er is nochtans keuze te over…
Hommels zie ik des te meer in de tuin. Toch viel mij gisteren op dat er enkele (vier) dode hommels onder de Eupatorium purpureum liggen. Wat zoeken op internet levert informatie over Pyrrolizidin-Alkalide (PA), maar dan alleen wat betreft honingbijen, en weinig nuttige informatie. De plant wordt al weken veelvuldig bezocht door hommels (ik heb er op een bepaald ogenblik meer dan 30 geteld op deze pol), de vraag is dus of de vele hommellijken onder deze plant een gevolg zijn van het frequente bezoek, of omdat deze planten schadelijk zijn voor hommels? Als er iemand verdere info mocht hebben over dit fenomeen, dan hoor ik het graag.
Ondertussen ga ik dit week-end wat me nog rest van mijn rug en knieën de vernieling in werken door nog wat met kasseien te sleuren.
Vanaf morgen opnieuw werken. Niet dat ik niet gewerkt heb tijdens deze verlofperiode. De 11 dagen dat ik thuis was werd er gesnoeid, gewied, uitgebogen, water gegeven, aangebonden, geborderzoomd, gras gemaaid, compost omgezet en gewied. Maar dat werken was grotendeels genieten. En er was ook tijd om gewoon te genieten van de tuin, de hangmat, het prachtige weer, de oogst en om nieuwe bewoners te ontdekken.
Vandaag ontdekte ik deze vlinder op de frambozen. Zoals steeds was ik zéér enthousiast, een beestje om te determineren…
Van dat enthousiasme bleef niet veel meer over na enkele minuutjes determinatie op internet. Het is de Frambozenglasvlinder, een beestje dat heel wat schade zou aanrichten bij frambozen (de larve overwintert in de stengel van de framboos).
Exemplaren die ik morgen vind zullen dus weggevangen worden. Ik ga de planten de komende weken ook in ’t oog houden wat betreft vraatschade aan de planten…
Maar dat was dus niet het onderwerp van dit logje. Wel mijn verlof. Had ik al gezegd dat het geweldig was? De vorderingen in de tuin overtreffen mijn stoutste verwachtingen (met dank aan het mooie weer). Vanavond lag de tuin er abnormaal netjes bij (maar ik ben er zeker van dat dat niet lang gaat duren).
Met een mooie zonsondergang valt het doek over dat verlof. Het blogritme zal dan ook opnieuw wat zakken.
De zwarte framboos (Rubus occidentalis) is, net als de framboos en de braam, een plant uit het geslacht ‘Rubus’. De plant levert in juli kleine zwarte bessen. De smaak is niet vergelijkbaar met frambozen en bramen, de bessen hebben een erg aangename, kruidige smaak. Het verwondert me dat deze plant niet vaker in onze tuinen wordt aangeplant. Dat heeft misschien te maken met de vreselijk vervelende doornen…
Net zoals de braam en de (zomer)framboos draagt de zwarte framboos op éénjarig hout (= takken die het jaar ervoor gegroeid zijn). Maar toch is de snoeitechniek anders.
Voor de zomersnoei, de takken die dit jaar hebben gedragen zijn al aan ’t afsterven.
Vorig jaar vond ik de vruchten op mijn zwarte framboos ontiegelijk klein. Met wat speurwerk een aantal Amerikaanse snoeihandleidingen gevonden, die ik (weliswaar een beetje te laat toepaste).
Na de zomersnoei
En met succes, want de bessen waren dit jaar beduidend groter. ’t Blijven wel – ook na deze snoeibeurt – kleine vruchten…
Van zodra de jonge scheuten 75-80 cm hoog zijn, knip je ze 5 cm terug. De plant gaat nu een hele reeks zijscheuten maken op deze takken. Van zodra de plant vruchten draagt stop je met snoeien.
Na de oogst worden de oude stokken verwijderd (nu dus, zie foto). De plant wordt met rust gelaten. In de winter worden deze zijscheuten teruggezet op 8-12 ogen en de zwakste scheuten verwijderd. De bedoeling is de vruchten te beperken zodat we minder, maar wel grotere bessen bekomen.
Rare jongens, die tuiniers. Dan regent het de ganse dag tijdens hun vakantie, en dan zijn ze daar nog tevreden over ook. Zelfs met de onweders van de voorbije twee weken was het hier nog altijd erg droog. Gisteren viel er heel de dag zachte regen, in totaal goed voor 11mm regenwater. Omgerekend voor mijn tuin is dat niet minder dan 20 000 liter water. Het doet de tuin duidelijk deugd, want ik begon toch wat sporen van droogte te zien bij een aantal planten.
Braam ‘Triple Crown’
De laatste rassen trosbessen zijn nu volledig rijp. De vroege bramen lopen op hun einde, maar ondertussen draagt ‘Loch Maree’ bramen en kan ik ook de eerste bramen van ‘Triple Crown’ plukken.
Braam ‘Loch Maree’
Het zomerframbozenseizoen is ondertussen definitief voorbij, de hersftframbozen komen duidelijk in productie. De herfstframbozen blijven langer hangen, de smaak blijft ver achter op de zomerframbozen.
Volop te plukken (bijna over hun hoogtepunt) zijn de Japanse wijnbessen en de Dormanbessen.
Japanse Wijnbes
De Dormanbessen zijn véél groter, maar moeten het afleggen tegen de geweldige, friszure smaak van de Japanse Wijnbes. De plant is wel véél productiever, en de smaak is best OK, we hebben er dit week-end ook een geweldige confituur van gemaakt.
Dormanbes
Het blauwbessenseizoen is nog niet afgelopen. Twee planten dragen nog volop (Elizabeth en een ongekende variëteit, gezien de late rijping waarschijnlijk Elliot), de andere zijn hun hoogtepunt al even voorbij.
Er zijn ook terug aardbeien: de doordragers komen in productie, deze week heb ik de eerste rijpe (heerlijke) vruchten geplukt van Evie2.
Ook het groot fruit rijpt af! Eergisteren heb ik de eerste appels (Précoce de Wirwinges’) geplukt. Een vroege oogstappel die aangenaam smaakt (volgens de jongste zoon smaken ze naar appelmoes), binnen een tot twee maanden zullen de nog aardig wat peren, pruimen en appels volgen (ook al blijft de oogst dit jaar beperkt, onder meer door een flinke fruitdunning door mezelf).
Précoce de Wirwignes
Ondertussen is het afwachten of de druiven voldoende gaan afrijpen dit jaar. De trossen groeien nu erg snel, maar ’t zou me verbazen indien alle trossen voldoende gaan afrijpen. Alleen ‘Isabella’ zou geen probleem mogen geven, de bessen zijn nu flink opgezwollen, nu nog wachten op het juiste kleurtje.
De eerste lichting vijgen was dit jaar erg beperkt (6 stuks, wel logisch gezien de koude winter). Ook voor de tweede oogst is het afwachten of er nog veel vruchten tijdig zullen afrijpen, maar de groei zit er nu wel flink in..
Wat me wel opvalt: de vijgen in potten houden het geen volledige week uit zonder water toe te dienen bij deze warmte. De grootste plant was er het ergst aan toe en staat er nog altijd een beetje verfromfraaid bij. Aangezien de bovenzijde van deze potten is afgesloten met vijverfolie, betekent dit dat zo’n plant 2 gieters water verdampt op één week tijd.
Een week na de uitdroging, enkele weken geleden zag hij er zo uit
Nu de officiële telling achter de rug is, beginnen er zich vlinders te tonen die ik hier dit week-end niet te zien kreeg. Onder meer het Oranje zandoogje en de Citroenvlinder. Ook het Bont Zandoogje was gisteren van de partij.
Bont Zandoogje
Eén Kleine Vos zag ik dit week-end, ondertussen tel ik er acht.
De Kleine Vos was de grote afwezige dit week-end, vandaag telde ik er acht
Maar ook Koolwitjes en Distelvlinders zijn nu talrijker aanwezig dan ’t voorbije week-end. Met het minder goede weer van vandaag is er opnieuw minder gefladder. Wat me opvalt in de resultaten zijn de grote regionale verschillen, het oranje zandoogje zit in alle provincies in de top tien (vaak de derde meest voorkomende vlinder), in Vlaams Brabant tekent deze schoonheid afwezig, en ook in Tienen staat hij niet in de top 10. In de tuin is het een eerder zeldzame verschijning, terwijl de omgeving volgens mij perfect aangepast is voor het beestje (redelijk wat grasland hier in de omgeving).
De Eupatorium maculatum was met stip de populairste vlinder-en hommellokker. Ik heb ondertussen wat stekjes van de plant genomen. Verder zijn ook de Verbena bonariensis en Echinacea vrij populair, alhoewel iedere vlindersoort toch zijn favoriet blijkt te hebben, waarbij koolwitjes en gamma-uiltjes duidelijk het minst kieskeurig zijn. Aangezien ik het advies van de andere bloggers niet in de wind wil slaan heb ik ook van mijn ‘Origanum vulgare’ een tiental stekjes genomen, zodat ik daar volgend jaar een flinke pol kan van aanplanten.
Op basis van het succes van de ligustrum van de buren (de voorbije weken) krijgt ook die een plaats in de tuin. Ik heb mijn principes zelfs opzij geschoven en twee vlinderstruiken aangeplant (B. davidii en B. alternifolia). Wanneer ik de uitgebloemde bloemaren verwijder, is er geen probleem.
Klikken levert een grote foto op. Ik tel 4 Distelvlinders, 3 Vosjes, 3 Gamma-uiltjes en een koolwitje
Het zijn niet alleen planten met bloemen die vlinders lokken. De resterende, overrijpe bramen van ‘Loch Maree’ kunnen ook op bijval rekenen van de vlinders.
Maar er zijn planten die het helemaal laten afweten. Ik heb nog steeds geen énkele vlinder gezien op de Rudbeckia en Helianthus. Trouwens ook geen hommels of andere insekten. En terwijl Echinecea ‘Elton King’ en ‘Magnus’ véél bestuivers lokken, kunnen ‘Cheyenne’s Eye’ en ‘Solar Flare’ niet rekenen op veel bezoek. Niet iedere cultivar van een plant blijkt dus even geliefd. Indien ik dit jaar opnieuw weinig vlinderbezoek merk op mijn Sedum (‘Mr Goodbud’) is het misschien te wijten aan de cultivar…
Echinacea ‘Cheyenne’s Eye’
Ondertussen staat ook de Vernonia critata ‘Mammuth’ in de startblokken. Deze grote plant, familie van de aster, en niet zo vaak aangeplant in onze tuinen, die ik vaak zie verschijnen in vlinderfoto’s uit de USA.
De zomerframbozen hebben hun laatste vruchten gedragen. Tijd om ze te snoeien.
De niets vermoedende zomerframbozenhaag
Dit is (nog maar eens) een zéér eenvoudig werkje : alle takken die vrucht hebben gedragen deze zomer worden nu verwijderd tot tegen de grond. Die oude takken (van vorig jaar) zijn oud en bruin, de nieuwe zijn frisgroen.
Even later
Daarna dun ik de jonge scheuten nog wat verder uit (nu de oude scheuten zijn weggehaald heb ik een beter zicht op de jonge scheuten. Het aantal takken per meter pas ik wat aan in functie van de groeikracht van de planten, 6-8 stokken per meter.
Alle kleine jonge scheuten worden zowiezo verwijderd.
Nog wat later
Verder snoei ik deze zomerframbozen niet. Er wordt vaak aangeraden om te lange stokken in te korten maar ik doe dat niet wegens geen zin.
Met de handige fotogids die Bart me aanwees is het determineren van zweefvliegen een echt kinderspel geworden.
Dit is een snorzweefvlieg,
Dit is een doodskopzweefvlieg,
en deze een boszweefvlieg
Hieronder : een gewone pendelvlieg
Leuke namen toch, die zweefvliegen er zijn ook elfjes, klompvoetjes, platvoetjes, vlinderstrikjes, doflijfjes, glimlijfjes, glimmers, krieltjes, roetneusjes, fopwespen en fopblaaskoppen. Iemand heeft zich geamuseerd bij die naamgeving…
Maar met de hommels heb ik het heel wat moeilijker…
Gewone aardhommelGewone koekoekshommel volgens mijSteenhommelWijfje SteenhommelVeldhommelKoekoekshommel?
Voor wat betreft de solitaire wespen en bijen wil ik er zelfs niet aan beginnen, ik maak er gewoon foto’s van. Tenzij iemand een net zo leerrijke determinatiegids voor solitaire bijen kan aanwijzen.
Volgens mij is één van de twee eerste verantwoordelijk voor die bouwsels in de tuin.