Herfst

De herfst staat niet langer voor de deur, hij is ingetreden. De eerste herfstkleuren beginnen zich hier schoorvoetend te tonen.

Zo begint deze Cornus florida ‘Rainbow’ langzaam aan te verkleuren. Het gepanacheerde blad blijft ook in de herfst bont. Het zou niet de eenvoudigste plant zijn, maar meer dan de gok waard. De herfstverkleuring is namelijk spectaculair.

Ook de beukenhaag begint langzaamaan te verkleuren. Het is in de herfst dat een beukenhaag zich qua schoonheid onderscheidt van een haagbeukenhaag.

Verder kleurt de Cotinus nog wat roder

 en zet de wilde wingerd ook langzaam aan de apotheose in .

Verder zie nog altijd geen herfsttinten. De Parrotia , Fothergilla, Euonymus en Vaccinum zijn nog frisgroen. Echte herfstkleuren zie je vooral op dit gras, Carex testacea ‘Prairie Fire’, maar dat is niet direct seizoensgebonden.

Herfst? Neen dus. Hier nog niet.

Big Bang

Naar aanleiding van een berichtje van de Rebelse Huisvrouw, een straf verhaal uit de nog niet zo oude doos. Dit is géén fictie.

Begin 2010.

Ik veer recht in bed.  “Wat was die knal?” vraagt Madamasj, die ook rechtop in bed zit. Een autoalarm begint op straat te loeien.  Ik bedenk me dat dat wel eens van mijn wagen zou kunnen zijn. De klok geeft iets na drie uur aan. Ik loop naar de badkamer aan de voorgevel, doe een venster open, kijk naar beneden en zie dat mijn Audi met vier knipperlichten tegen de wagen voor hem opgebotst is. “Godverdomme, vergeten mijn handrem op te zetten” is mijn eerste reflex. Ik doe snel wat kleren aan en storm naar beneden. ‘Laten we hopen dat niet alle buren wakker zijn geworden’ is de tweede gedachte. We wonen in het centrum van Tienen…

Wanneer ik de voordeur opendoe zie ik dat de rechterachterzijde van de wagen helemaal ingedeukt is en dat het rechterachterwiel gewoon 90° gedraaid is. “Een aanrijding , vluchtmisdrijf” bedenk ik me, en ik kijk naar rechts in straat. Geen vluchtmisdrijf. Een Passat staat, enkele meters verder, omgekeerd in onze straat, de voorzijde helemaal opeengeplooid. De chauffeur zit nog achter ’t stuur.

Een jonge man stapt uit de auto, en vraagt me of ik weet van wie die Audi is. ‘Van mij’ zeg ik, terwijl ik de afstandsbediening van de wagen neem en het alarm afzet. Ik loop rond mijn wagen en zie erg veel schade: de achterzijde flink bijeengeplooid, de voorzijde geplooid over de trekhaak van de terreinwagen voor mij, onder het rechterachterwiel liggen heel wat tandwielen op de grond… Vooraan links is mijn wagen op de 15 cm hoge stoep geknald (waarbij een stuk van de boordsteen is losgesprongen). De man verontschuldigt zich en vertelt dat zijn GSM was aan ’t zoeken… Ik ben nog altijd onvoldoende wakker om te reageren.

De man ruikt naar alcohol. “En weet je van wie die Mercedes A is die daar wat verderop staat , want daar ben ik ook tegenop gereden”. “Het is niet waar” roep ik uit. De rechterflank van de Mercedes A van MadaMasj is helemaal ingedeukt. Bij nadere inspectie blijken de wielen aan de linkerzijde tegen de stoep te zijn geknald en door de klap naar binnengeplooid. Nog een perte totale, denk ik.
De Passat heeft nadat hij tegen mijn wagen is geknald een spin van 180° gemaakt en is dan zijdelings tegen de Mercedes A van MadaMasj geknald. De auto die tussen onze wagens in geparkeerd stond werd wonderbaarlijk gespaard…

“Hoe regelen we dit?” vraagt hij. “De Audi is een firmawagen, ik moet de politie een vaststelling laten doen” zeg ik. Madamasj komt net naar buiten en vraagt wat er gebeurt is. “Iemand is tegen mijn auto gereden en hij heeft tegelijkertijd ook jouw auto op een hoop gereden” zeg ik.  Ze staat een beetje verbouwereerd in het deurgat naar de ravage te staren. Ik loop naar binnen om mijn GSM te halen.

Volgens de noodcentrale zal de politie in minder dan 10 minuten ter plaatse zijn. Buiten komt er een vrouw aangesneld, blijkbaar de partner van de chauffeur. Ze slingert enkele verwijten naar de man. “Ik had nog gezegd dat je niet met die wagen mocht rijden. Hoe gaan we dat ooit terug betalen?”. Ze draait zich om naar mij, de wanhoop staat in haar ogen te lezen.  Ze verontschuldigt zich voor wat er gebeurt is, legt uit dat de wagen geleend is van een vriend,  schudt haar hoofd en zet zich neer op de trap van de woning. Ik heb medelijden met haar, zij heeft hier niet voor gekozen.

Ik kleed me snel om en ga terug naar buiten, wachten op de politie. Ik zie dat heel wat buren het gebeuren volgen bekijken vanachter hun venster. Kijkfiles vanachter gordijnen…

Een beetje later rijdt een politiewagen met blauwe zwaailicht de straat in. Twee agenten stappen uit en monsteren de situatie. Ik vertel in ’t kort wat er gebeurd is.  De politie vraagt me een verklaring af te leggen. Op dat ogenblik ben je bloedserieus, bijna in shock, maar achteraf zijn enkele antwoorden wel grappig. Er wordt een ongeluk beschreven met drie wagens terwijl de eigenaars van twee van die drie wagens samen in bed lagen te slapen 🙂

Als ik wat later in ’t gesprek aangeef dat ik toch ook wat inzit met de gevolgen voor de ‘dader’, zegt de agent heel kordaat : “Je moet daar helemaal geen medelijden mee hebben. Die man wist op het ogenblik dat hij in de wagen stapte wel risico hij nam, dat was zijn keuze. Wij worden vaak met veel ergere dingen gevolgen van een ongeval geconfronteerd dan deze blikschade*.”

De agenten groetten ons en startten met het verhoor van de veroorzaker van het ongeval. “Nog een goede nacht.” Ik onderzoek de documenten van de leasemaatschappij en bel hun noodnummer op. Ik leg kort uit wat er gebeurd is aan een vrouw die erg onvriendelijk overkomt. “We sturen onmiddellijk een takelwagen met vervangwagen”. Ik vraag haar te wachten tot 08h00, zo kunnen wij – en de buren – toch nog genieten van wat nachtrust.
Die nacht doe ik geen oog (meer) dicht. Mijn bloed staat nog stijf van de adrenaline.

In ieder geval een ‘straf’ verhaal dat ik nog wel enkele keren heb moeten uitleggen…

*Nog geen twee maand later wordt enkele honderden meters verder een driejarige peuter doodgereden op een zebrapad. De bestuurder reed door omdat de meeneemchinees die hij besteld had anders koud zou worden…

Verharding

16 September. De dag stond al enige tijd aangekruist in de agenda. De dag dat de tuinaannemer zou starten met het aanleggen van het terras. Zodra dat terras aangelegd was, zou ik het gazon kunnen aanleggen. Zodra beide werkjes klaar zijn zouden we niet langer moeten uitkijken op een veld steenslag en modder …

Sinds maandag wordt er hier flink doorgewerkt, ondanks het hemelwater dat met bakken uit de hemel viel. Morgen wordt het terras gevoegd.

Dit weel-end kon ik dus starten met de voorbereidingen voor het gazon. Ook al ben ik niet direct een grote fan van gazon, het is voor kinderen wel de uitgelezen plaats om te ravotten. Daarom wordt er een bescheiden oppervlakte (200 m²) gazon voorzien. Een deel is een bestaand gazon, de rest leg ik nu aan.

Ik was met deze weersomstandigheden niet zeker of ik de aarde zou kunnen egaliseren. Maar dankzij het redelijke weer van de laatste drie dagen is een groot deel van het werk al klaar. Nadat ik vrijdag de aarde kon omleggen met de woelvork (met een spade zou het echt niet gelukt zijn), heb ik zaterdagmorgen de kluiten met een zware landhark in stukken geslagen. Geen zwaar werk, maar mijn polsen begonnen toch aardig pijn te doen tegen het einde van de rit.

Meer dan de helft van het oppervlak (80 m²) was vandaag al voldoende droog om te egaliseren. De rest moet nog wat drogen en probeer ik in de loop van de week af te werken.

Volgende week nog wat compost bijvoegen en inzaaien. Muis zag dat het goed was.

Kippenbestand

De kuikens zijn ondertussen flink opgeschoten.  Tijd om ze gewoon los te laten lopen in het kippenhok. Moeder kloek zit in de rui en ziet er niet uit, maar is in topconditie. Ze is héél defensief  en duidelijk een stuk sterker dan de andere hennen in ’t hok. In die mate dat eender welke andere kip die in de buurt van de kuikens komt enkele pluimen kwijt is. Wel grappig om te zien : de grote kippen lopen nu in een boog rond de kuikens heen:  wanneer ze die kuikens naderen komt er immers een rosse furie aangestormd.

Iets wat me blijft fascineren: dat kippen zo dom zijn. Iedere dag opnieuw hun eieren leggen in een nest dat steeds opnieuw geroofd wordt, sterk. Die domheid komt ons dus goed uit, maar betekent dat ik nu heel de week kuikens mag vangen om ze in het nachthok te zetten, ze ontbreken duidelijk het verstand om moeder naar het nest te volgen. Vorig jaar duurde het een week voor de kuikens doorhadden waar ze moest gaan slapen. Na vijf dagen moest ik vandaag nog steeds 6 kuikens vangen en in ’t hok plaatsen.

Zelf ben ik nét iets verstandiger, de kuikens zijn dit jaar gekortwiekt voordat ik ze losliet in de ren, zo duurt het maar enkele minuten om de diertjes te vangen. Vorig jaar ben ik enkele keren een blokje rond gereden om kuikens uit de tuin van de buren te gaan vangen, want zo’n kuiken kan uitstekend vliegen.

Eén kuikentje is enkele weken geleden gestorven, zodat er 9 kuikens overblijven. Net zoals vorig jaar heb ik vrij veel geluk; ik tel namelijk 5 hennen en 3 haantjes, één van de achterkomers is nog een twijfelgeval.

Over enkele weken zal hier prachtig levend erfgoed op overschot zijn: er zijn 5 of 6 hennen in de aanbieding. Over een maand bied ik ze aan op kapaza.
Indien er kandidaten zijn onder mijn bloglezers wil ik ze aan een vriendenprijs afstaan (per twee stuks liefst vergezeld van een haan), omdat ik er dan zeker van ben dat ze goed terecht komen. Ik wil wel dat ze dan een geschikte huisvesting wordt gegarandeerd. Goudbrakels zijn geen kippen om in een klein hokje te zetten, ze hebben een beetje plaats nodig.

Dit aanbod geldt alleen voor mensen die mijn blog volgen of hier geregeld reageren, ik ga opportunisten geen goedkope maaltijd bezorgen.

Noten

De herfst staat voor de deur. De kleinfruitoogst beperkt zich nu tot druiven en frambozen (zondag meer dan 1 kg frambozen geplukt. Er zijn ook nog enkele braambessen en aardbeien, maar niet echt de moeite.

Op termijn is dat geen probleem, omdat het nu in theorie tijd is om groot fruit te oogsten: appels, peren, (late) pruimen,… . Op termijn kunnen we ook kiwi’s en kiwibessen plukken in deze periode. Maar die oogst is nu nog helemaal afwezig of erg beperkt…
Wat er dit jaar wel veel is: raapfruit. Zo hangt de notelaar afgeladen vol. De eerste noten beginnen nu te vallen, en smaken, kakelvers, enorm lekker.
Normaal zouden één dezer de eekhoorntjes opnieuw moeten beginnen met het leegroven van de boom.

Verder heb ik dit jaar ook al heel wat kastanjes. Beide kastanjelaars zijn nog vrij jong, maar er hangen dit jaar toch een 50-tal flinke bolsters in de boompjes.

Vijgen ga ik dit jaar niet meer oogsten vrees ik. Ik heb deze zomer 6 vijgen geoogst, dat zal alles zijn voor dit jaar. Laten we hopen dat dat volgend jaar beter kan (door een wat warmer voorjaar)

De Tuin


Een foto van de schaduwtuin na het aanplanten. Nu hopen dat ik niet teveel last krijg van woelmuizen in dit gedeelte van de tuin, volgend jaar zouden alle planten al een stuk groter moeten worden (omdat ik ze dit jaar geen voeding heb gegeven in hun potten, en dan worden de bladeren kleiner.

Tegen de volgende ‘Eerste zicht‘ foto gaan er al heel wat hosta verder verdord zijn, vandaar even deze tussenstand.

En ja, U heeft dat goed gezien, er is een nieuwe ‘bewoner’ in de tuin. Een geschenk van vrienden, ik heb hem maar in de tuin gezet…

De bamboestokjes links vooraan op dit beeld beschermen een meiklokje, dat plantje komt rechtstreeks uit de tuin van mijn overleden grootvader, en mag nu mijn tuin overwoekeren (’t is niet het enige plantje dat ik heb gerecupereerd, wel ’t enige in de schaduwtuin.

Verder staat de Salvia uliginosa er ook erg mooi bij,één van de weinige bloemen die echt blauw zijn (zonder paarse tinten). Trekt vooral hommels aan (maar die preferen toch de Agastache, Calamintha nepata  en Verbena bonariensis in die buurt). De planten lijken nu hun volle hoogte te hebben bereikt (bijna 2 meter), en zijn volledig winterhard want ze hebben deze winter buiten overleefd. ’t Is ook dé kampioen van ’t stekken (plant wortelt enorm snel).

Nog ééntje waar je nu niet naast kan kijken ; Sedum ‘Mr Goodbud’. De lichtroze Sedum-variëteiten spreken me weinig aan, deze is nu een echte, mooie blikvanger in de tuin, die goed gaat combineren in de paarse border.

Schaduwtuin

Terwijl de dagen korten en donkerder worden probeer ik de schaduwtuin af te werken. Na het toedienen van compost en het aanleggen(kuch kuch) van het schaduwterras rest er me nog één ding te doen : het aanplanten van ’t plantgoed.

Vorige week werd er naarstig gepuzzeld met de planten in potten, en ook gisteren werden er nog potten verschoven. Dit alles met als doel een homogeen geheel te vormen én rekening te houden met de juiste standplaats. 
Daarna kon het aanplanten starten. Geen sinecure, een kleine 300 planten in potten van 3 tot 15 liter uitplanten in de tuin. Vooral omdat ik het wortelstelsel van onze notelaar zo weinig mogelijk wil beschadigen. Gisteren werden in ieder geval de eerste planten aan de grond toevertrouwd. 25 planten gedaan, nog een kleine 300 te gaan…  

Een dag uit het leven van

Gek hoe een mens na verloop van een tijd dingen gewoon wordt. Mijn wekker staat op ooghoogte naast het bed. In de week staat mijn wekkerradio afgesteld op 06h00. Maar meestal ben ik net voor dat de wekker afgaat al wakker. Dan lig ik in bed te kijken hoe de wekker minuut voor minuut het alarm nadert. Pas als de wekker afgaat sta ik op. Geen snooze toestanden, ik verkies de korte pijn. Ik sluip in ’t donker naar de dressing, zoek mijn kledij bij mekaar en ga naar de badkamer. Ik was me, scheer me, kleed me aan (niet noodzakelijk in die volgorde) en ga naar beneden. De routine is hier steeds dezelfde : zodra ik de badkamer vrijgeef staat MadaMasj op, daarna de kinderen.

Beneden start ik de PC en overloop snel mijn mailbox. Eén belangrijke mail wordt onmiddellijk beantwoord, de rest is voor later. Ik controleer mijn wordpress-reader en mijn statistieken van de dag ervoor.
De kat laat met veel misbaar horen dat ze uit haar hok wil, ik log uit en laat Muis uit haar hok. Ik zet koffie, begin de tafel te dekken en hoor een berichtje binnenlopen op mijn GSM. Ik zoek mijn telefoon en doorlees snel het dagrapport.  Er zijn duidelijk weinig problemen geweest gisteren, altijd fijn om dat te lezen. Ik ga verder met het tafeldekken en begin te eten. MadaMasj komt binnen in de keuken. Tijdens het ontbijt wordt er even overlopen hoe de avondplanning eruit ziet. op een normake werkdag zitten de kinderen ook aan tafel voor ik vertrek, maar niet vandaag want het is één van de laatste dagen van de grote vakantie. De kinderen liggen dus nog in bed terwijl ik mijn boterhammen voor ’s middags  smeer.

Echt samen eten is waarschijnlijk gezelliger maar de dag is daarvoor te kort. Indien ik niet op tijd vertrek, verlies ik heel wat tijd onderweg en wordt ochtendrit een stresserend gebeuren. Een kwartier later vertrekken betekent een half uur later aankomen op ’t werk. Na ’t ontbijt nog snel mijn tanden poetsen en heel ’t huis afzoeken naar mijn sleutels, portefeuille en GSM. Waarom kan ik die toch niet netjes wegleggen ’s avonds? Het is vandaag vrij laat wanneer ik de deur achter me toetrek, dus stap ik direct naar de auto.

Op het werk start de dag met iedereen van mijn afdeling goedemorgen te zeggen. Zoals steeds zijn de meeste van medewerkers al meer dan een uur in de weer. De senior onder mijn medewerkers steekt een grote doos pralines onder mijn neus. Hij is vandaag 59 geworden. Ik feliciteer hem en neem een praline. Na de ochtendlijke ronde ben ik op de hoogte van de situatie en eventuele problemen. Vandaag lijkt alles goed te lopen… Mijn afdeling staat in voor de organisatie van de productie en verzendingen van drie fabrieken. Als alles verloopt zoals gepland verliezen we minder tijd met brandjes blussen (ook al moet ik toegeven dat ik niets liever doe dan beslissingen sturen of nemen onder grote tijdsdruk).

Vandaag wil ik verder werken aan een dossier dat me al even bezig houdt, correctie, ik wil het écht afwerken vandaag. Het is een ingewikkelde simulatie waar ik nu al even zoet mee ben. Normaliter vind ik dat erg leuk, maar deze analyse moest al even klaar zijn, de twee laatste weken proberen ik onvolmaaktheden van Microsoft Excel te omzeilen. De pret is er dus écht af… Ik controleer mijn agenda en stel vast dat dat afwerken dan wel tussen de vergaderingen zal moeten gebeuren, vier stuks vandaag, goed dat ’t alleen korte vergaderingen zijn. Ik open eerst mijn mailbox en lees de belangrijkste berichten. De andere berichten wordt aangevinkt en met de ‘Mark as Read’ knop als gelezen aangegeven.

Iets na tienen. De twee eerste vergaderingen zijn al achter de rug. Ik  stap naar de cola-automaat op ’t gelijkvloers. Ik drink geen koffie op ’t werk (lust het niet), wel Cola Zero. Ik heb voor mijzelf beslist dat ik geen cola drink voor 10h00, maar heb meestal wel een blik cola op mijn bureau staan voor 10h30. Ik drink er gemiddeld 3-4 per dag. Klinkt als een verslaving eigenlijk. Veel collega’s lachen er ook mee. Terwijl ze zelf sloten koffie drinken en er ook nog behoorlijk wat rokers tussen zitten.
Die cola zero is een ritueel. Al van tijdens mijn studie werk ik op mijn eigen manier, met horten en stoten . Ik werk geconcentreerd in blokken met pauzes tussenin, waarin ik dat werk even helemaal loslaat (een cola halen is zo’n ‘break’ ). Als ik dan opnieuw start, heb ik vaak nieuwe, andere inzichten.

De deur van mijn bureau staat bijna altijd open, ook al is dat in een traphal. Wanneer de deur open staat ben ik beschikbaar, wanneer ze toe is heeft het geen zin om te kloppen. Druppelgewijs komen collega’s of medewerkers met vragen of voor (ondersteuning bij) een beslissing. Ondertussen werk ik door. Bijna klaar.

Om 11h00 heb ik een vergadering met de hele afdeling. Het was gisteren ondernemingsraad en geef een kort overzicht van wat er daar verteld werd. Ook de resultaten van onze afdeling worden overlopen. Na nog wat bijkomende vragen beantwoord te hebben is het tijd om te eten. Ik eet mijn middagmaal (boterhammetjes) achter de PC op, en neem een erg korte break. Tot twee jaar geleden ging ik ’s middags vaak met enkele collega’s eten, maar dan ben je anderhalf uur weg van de site en wordt het ’s avonds vaak erg laat…

In de namiddag wordt ik weinig onderbroken en kan ik de laatste hand leggen aan Het Dossier. Om 16h00 heb ik er ook een korte presentatie van gemaakt. Omdat het een gevoelig dossier is wil ik mijn conclusies toch even afstemmen met mijn baas, die mijn telefonische oproep onmiddellijk afbreekt.

Een half uur later belt hij me op met de vraag of ik even langs kan komen –  naar aanleiding van mijn eerder telefoongesprek dacht ik – maar niets was minder waar.

Na een korte inleiding geeft hij me aan dat er in het Management Committee gisteren een aantal dringende problemen besproken zijn. Eén daarvan is een groot project dat blijkbaar in ’t slop zit. Terwijl ik me afvraag waarom hij me dat uitlegt krijg ik ook het antwoord : “Binnen het MC zijn enkele kandidaten overlopen om dit terug op gang te trekken, en er is een consensus dat jij de meest geschikte kandidaat bent”.

Ik ben niet direct geschikt voor repetitief werk. Het is ondertussen al 8 jaar geleden dat ik vanuit een staffunctie verantwoordelijk werd voor een project binnen het bedrijf. Nadat dat project afgelopen was heb ik de operationele leiding van de betrokken afdeling overgenomen. Terwijl ik de eerste jaren heel wat kon veranderen , heb ik na 6 jaar het gevoel dat ik iets anders wil doen. Dat heb ik ook al een tijd geleden kenbaar gemaakt.
Mijn huidige job blijven uitvoeren is op routine werken en op veilig spelen, eigenlijk een redelijk comfortabele situatie. Veranderen is opnieuw risico nemen, een nieuw evenwicht zoeken in leven en werken, meer verplaatsingen, maar ik heb die afwisseling nodig. Is dít de job die me interesseert? Ben ik er écht wel voor geschikt? De jobomschrijving en omkadering zijn in ieder geval nog te vaag. Mijn baas stelt me voor om er met onze COO over te praten.

Ik bespreek ook mijn voorstelling nog, en verlaat om iets na zessen de site. Ik rijd naar huis, waarbij ik nadenk over het aanbod. Ik betrap me erop de meest idiote redenen te bedenken om de job al dan niet aan te nemen.

Thuis aangekomen eet ik eerst, en kleed me daarna om om nog wat te werken in de tuin. Daarna neem ik een douche en kijk wat TV met MadaMasj. Daarna surf ik nog wat op internet, en neem mijn mailbox van ’t werk nog eens door en beantwoord enkele mails.

Ik zoek nog enkele dingen op op internet, drink nog iets en ga naar boven om te slapen. Na het obligate bezoek aan de badkamer kruip ik in mijn bed. Het is net geen middernacht. Ik leg me op mijn zij in bed en val in slaap.

Dit bericht pende ik neer in navolging van het logje van mevrouwonderdeappelboom, en beschrijft mijn laatste werkdag van augustus. Ik was van ’s morgens keurig aan ’t bijhouden wat er gebeurde. Zolang ik niets beslist had of ik die nieuwe functie zou accepteren kon ik hier moeilijk iets over neerpennen. Ondertussen is de beslissing gevallen en gecommuniceerd…

Lifter

Zelf liftte ik vroeger geregeld. Voornamelijk wanneer ik – na een week ‘studeren’ op kot in Leuven – vrijdagavond naar huis moest en niet voldoende geld meer had om een treinbiljet te kopen (85 Belgische franken voor Leuven-Duffel, 20 jaar later kost dat 5,60 EUR) was liften de enige manier om thuis te geraken. Of wanneer een verplaatsing met het openbaar vervoer teveel gedoe was (overstappen trein  bus en nog een andere bus en zo). Vooral de man die me een lift gaf tijdens een nationale staking tegen het Globaal Plan – blijf ik eeuwig dankbaar (dat was midden in de blok van 1993, en ik zou nooit  thuis geraakt zijn met het openbaar vervoer).

Het laatste jaar van mijn studies beschikte ik zelf over een wagen. Ik vond het toen niet meer  dan normaal om zelf ook lifters mee te nemen. Vaak leverde dat toffe gesprekken op met studenten die dezelfde richting uitmoesten als mezelf.

Ik stop nog vaak wanneer er iemand aan de kant van de weg staat. Ik heb wel de  indruk dat er steeds minder wordt gelift, en de recentste ervaringen met lifters doen mij soms twijfelen om ze mee te nemen. Zo heb ik de laatste jaren recht gehad op

  • Een bouwvakker in werkplunje. Toen hij uitstapte was mijn interieur klaar voor een grondige poetsbeurt…
  • Een twintiger die zodra hij in de auto stapte begon te telefoneren, en ongeveer 15 km lang aan ’t palaveren was met zijn moeder. Hij had net gedaan met het gesprek toen hij op zijn bestemming aankwam en uit Taxi Tom stapte.
  • Drie tieners die me deden stoppen – bij mooi weer – om welgeteld 600 m verder aan te geven dat ze op hun bestemming waren. 600 meter, en de zon schijnt. Ik heb me écht moeten inhouden.
  • Een maand geleden stopte ik voor een vrouw van middelbare leeftijd die volgens mij héél veel honden in huis heeft. Ofwel droeg ze ‘Eau de Kennel’ die dag, zou ook kunnen.
  • Iemand van – ik schat – 16 jaar die me vroeg of ik niet even 5 km kon rondrijden tot voor zijn deur. Enfin, dankzij de arrogante ondertoon klonk het niet direct als een vraag, eerder als een bevel. Toen ik hem vriendelijk aangaf dat ik daar geen tijd voor had deed hij er nog een schepje bovenop.  (“Enfin, waarom niet? Dat is nu toch een kleine moeite, dat is maximaal 5 minuten’). Hij stopte pas met zeuren toen ik hem aangaf dat ik hem ook ter plekke kon afzetten.
  • Twee weken geleden weer twee jonge gasten die nog geen km verder moesten zijn… Kunnen die dan niet gewoon tot daar wandelen vraag ik me af?
  • Vandaag weer een twintiger, die me liet stoppen om een km verder uit te stappen. En’t was absoluut niet aan ’t regenen. Op de plaats waar mijnheer wou uitstappen kon ik niet parkeren aan de kant van de weg, op een nationale weg, dat was gewoon ronduit gevaarlijk. Kan dat nu echt niet te voet?

De enige reden waarom ik – tegen beter weten in – blijf stoppen is omdat ik af en toe nog interessante mensen oppik.

Zoals niet zo lang geleden de eerstejaarsstudent (geneeskunde) vol dromen, of de student-DJ met een gelijklopende muzieksmaak. De twee Slovaken die al liftend door Europa trokken en absoluut Tongeren wouden bezichtigen!  Of een vijftiger, die op die dag zijn zus had begraven in Brussel, en zeker een half uur bij me in de auto zat. Waarvoor ik met plezier even rond reed om hem aan de deur van zijn huis af te zetten.  Of vorige week de jobstudent  die net zijn laatste werkdag van zijn eerste vakantiejob achter de rug had.

De meest bizarre lift? Een franstalige jonge vrouw die nadat ze instapte wel erg vreemde, en persoonlijke vragen begon te stellen (“Ben je getrouwd?” “Ben je trouw aan je vrouw?”). Toen ik nog eens vroeg om te preciseren waar ik ze moest afzetten (dat bleek een bar te zijn) had ik meteen door dat ze al liftend klandizie zocht, zij niet dat dat niet zou lukken die dag.

Enfin, één ding staat vast, vanaf vandaag stop ik alleen voor mensen die een bordje bij zich hebben met hun bestemming.

Herfst

Herfstkleuren zijn hier nog niet zichtbaar. Maar de eerste bloemknoppen van Aster ‘Little Carlow’ ontluiken.

De planten zijn dit jaar uitgegroeid tot flinke bossige planten van meer dan een meter hoog en zullen de komende weken ongetwijfeld niet alleen een prachtige blikvanger in de tuin vormen, maar ook een magneet voor veel insecten.

Met de asters in de knop staat de herfst nu écht voor de deur, nog enkele weken écht genieten van de tuin.