Krulziekte

Twee jaar geleden vertelde ik dat ik een platte perzik en platte nectarine tegen de zijgevel van de woning plantte, en dat ik daarbij gewoon een impulsaankoop in de winkel deed, zonder kennis te hebben van de ziektebestendigheid van de aangeplante bomen.

Het is dus duidelijk: de planten zijn op dat vlak waardeloos. Krulziekte van hier tot in Tokyo. Naar alle waarschijnlijkheid worden beide bomen deze winter gerooid en vervangen door iets anders. Indien ik opnieuw fruit aanplant waarschijnlijk een vruchtmeidoorn  en ofwel een rozijnenboom, Chéfruit, peervormige lijsterbes of peerlijsterbes. We hebben nog enige tijd om daar over na te denken.

Verdovend

Uit de wortel van deze inheemse Valeriana officinalis  worden slaapverwekkende middelen gemaakt, alhoewel niet alle wetenschappelijk studies deze effecten bevestigen.

Zelf vind ik het gewoon een mooie plant, die tijdens de bloei een erg aangename geur verspreid. De plant voelt zich duidelijk in zijn sas (een inheemse plant), en dat is nog een beetje een eufemisme. Na de bloei verschijnen er zaadpluizen, die zich vrolijk door de wind laten vervoeren. De plant schiet nu zowat overal in de tuin op. Het lijkt alsof ik écht duizenden zaailingen heb verwijderd dit voorjaar.

Dit jaar zullen de bloemhoofdjes verwijderd worden na de bloei. Want hoe mooi de plant ook is,  en hoe lekker hij ook ruikt, het tiental planten dat ik nu heb laten volstaat.

Paeonia delavayi

Niet alle pioenen zijn vaste planten, er bestaan ook boompioenen. Boompioenen is eigenlijk niet direct een juiste benaming, struikpioenen zou een meer passende naam zijn, want ze worden maximaal enkele meter hoog.  Terwijl ik klassieke ‘vaste plant’-pioenen wel lust, zijn de meeste boompioenen die je in de handel vindt Itoh-hybriden, nazaten van P. suffruticosa. Ik vind ze iets te protserig. Vaak te schreeuwerig.  De bloemen te groot. Kortom, niet mijn ding.

Paeonia lutea var lutea in mijn vorige tuin

Maar er bestaan boompioenen die ik wel geweldig vind, onder meer Paeonia delavayi (rood) en Paeonia lutea (geel).  Mijn ervaringen met dit duo waren tot nu toe niet direct een succesverhaal. In mijn eerste tuin verpieterde een Paeonia delavayi, in de tweede tuin leerde ik tot mijn schade dat Paeonia lutea niet direct geschikt is voor potcultuur. Na enkele ‘goede’ jaren ging het duidelijk bergaf met de plant.

En toch zou ik het nog eens proberen. En dus kocht ik me twee jaar geleden op Beervelde een erg jonge Paeonia delavayi. En de plant had er duidelijk zin in, want twee jaar later is dat jonge plantje een flinke struik geworden, waarop dit jaar een tiental bloemknoppen verschijnen. De bloemen zijn klein in vergelijking met een klassieke pioen, maar verschijnen in grote getale op de struik. Een eerder discrete pioen, zoals je op de foto hierboven kan zien. Blijkbaar zijn het ook erg goede nectar- en stuifmeelleveranciers, want de plant krijgt heel wat hommelbezoek.

De bloemen zijn niet het enige element van sierwaarde, het diep ingesneden blad is zeker even belangrijk. De struik wordt op termijn ongeveer twee meter hoog en even breed.

Lychnis flos-cuculi

Deze echte koekoeksbloem – zou er dan ook een valse bestaan ? – plantte ik twee jaar geleden aan in de nectartuin. 4 stuks had ik gekocht bij ecoflora. Overal lees je dat deze – nochtans inheemse – schoonheid moeilijk te houden is in de tuin en ieder jaar opnieuw moet uitgezaaid/geplant worden, in de fruitberg heb ik eerder moeite om het plantje in toom te kunnen houden.

Honderden plantjes worden met de hak weggeschoffeld. Vorig jaar werden enkele zaailingen gerepatrieerd richting bloemenweide. Het plantje zat niet in het zaadpakket dat ik uitzaaide, maar hoort ook bij de rest van de vrolijke bende. Drie plantjes staan nu in bloei, ben benieuwd of dit bloemetje zich ook in de bloemenweide kan handhaven.

De volledige pol ziet er een groot deel van het jaar niet zo netjes uit, het is dus waarschijnlijk geen plant voor een al te nette tuin, maar mijn tuin hoort niet in die categorie thuis denk ik. De bloemen worden niet alleen door mijzelf gewaardeerd, maar ook door vlinders, bijen en hommels. En dus houdt deze pol zijn welverdiend plaatsje in de nectartuin.

Paeonia ‘Abalone Pearl’

Terwijl de andere pioenen nog zeker twee weken op zich laten wachten staat ‘Abalone Pearl’ volop in bloei. Deze pioen is één van de vroegstbloeiende pioenen, halfgevuld en door de koraalroze kleur niet direct de meest subtiele pioen in de tuin.

Pioenen horen thuis in het rijtje oude planten, die uit de mode zijn geraakt. Maar van modegrillen  trek ik mij geen fluit aan, en dus staan er 9 verschillende pioenen in de tuin.

Want zelf hou ik wel van de planten. Niet alleen vanwege de bloemen, maar ook het blad is erg mooi. En ze passen echt in ’t soort tuin dat ik voor ogen heb.

Hosta

Terwijl de woelmuizen vorige winter lelijk thuishielden in de schaduwtuin, is er dit jaar geen schade te merken. Ook al is er geen onweerlegbaar causaal verband bewezen, de geurbolletjes hebben in ieder geval geen kwaad gedaan, en zullen de komende jaren systematisch aangewend worden.

Nu de Hosta een jaar ongestoord hebben gegroeid in volle grond, komen de flink gegroeide planten veel meer tot hun recht.  De planten hebben nu veel groter blad, en de jumbo-variëteiten zijn nu écht groot. Het jonge blad toont ook nog uitermate fris….

Alle planten die vorig jaar werden gered in potten, gaan over enkele weken opnieuw in de grond, zodat de lelijke gaten in de hostatuin terug opgevuld zijn.

Zoals je op de foto’s kan zien, is het blad nog best in orde, en dit zonder enige vorm van slakkenbestrijding.

Plant van de maand mei: Aquilegia

De plant van de maand april in deze reeks van Natuurlijk-rijk? Geen moment twijfel, dat moet de akelei zijn.

Akeleien hebben iets sympathiek. ’t Zijn mooie ranke verschijningen met prachtig blad, die zich vrolijk uitzaaien zonder echt opdringerig te worden.

Ze mogen zich hier vrij uitzaaien, andere planten verdringen doet een akelei toch niet. In de nectartuin heb ik een akeleienborder van ongeveer 20m², waar ik de voorbije jaren een tiental verschillende variëteiten uitplantte.

De Akelei is een kortlevende vaste plant, maar zoals eerder aangegeven zaait hij zich vlot uit. Bij het uitzaaien ontstaan ook veel ‘nieuwe’ soorten in de tuin. Als je echt één bepaalde kleur in je tuin wilt hebben, moet je jezelf beperken tot die éné variëteit.

Maar persoonlijk vind ik dat de tuin dan wel saaier wordt. Want het zijn de knotsgekke combinaties in kleur en vorm die het hem doen.

De plant (of toch A. vulgaris) is inheems. Alle akeleien worden vlot bezocht door hommels.In het engels spreken ze van ‘Columbine’, een verwijzing naar de bloemvorm, waar 5 duiven in herkend worden: de bloembladen de vleugels, de puntjes de kopjes van de duiven…

De komende weken gaan er nog heel wat andere Akeleien beginnen bloeien. U bent hiermee gewaarschuwd, deze site is waarschijnlijk nog niet direct akeleivrij verklaard

Vreemde eend in de bijt

Het geslacht Cornus is bij tuiniers voornamelijk gekend vanwege de prachtige bloeiende heesters uit het geslacht. Denk maar aan Cornus florida, Cornus kousa maar ook de inheemse Cornus mas is een mooie verschijning.
Maar naast een hele resem heesters, omvat dit geslacht ook twee vaste planten waaronder Cornus canadensis, een bodembedekende vaste plant die groeit met ondergrondse rhizomen en ongeveer 20 cm hoog wordt.  Net zoals de andere telgen uit het cornus-geslacht, heeft deze plant de typische blad- bloemvorm van Cornus.
Vorig jaar plantte ik deze schaduwminenr onder de Philadelphius delavayi. Of deze schoonheid het zou doen was een groot raadsel, want de plant is nogal veeleisend qua standplaats. Maar een jaar later lijkt het toch een succes, want ik zie hier en daar nieuwe scheuten.
Na de bloei verschijnen rode vruchten, die net zoals bij Cornus kousa eetbaar zijn. Het is me niet duidelijk of ze lekker zijn, misschien controleer ik dit wel eens deze herfst.

Ecotuindagen

Deze rode dovenetel (lamium orvala) is een geweldige plant voor een plekje in de schaduw. In mijn tuin doet deze schoonheid het goed. Op twee jaren tijd zijn  de plantjes uitgegroeid tot een mooie blikvanger, met mooi blad een bloemen.

Deze plant zag ik voor ’t eerst in de tuin van Ludo, tijdens de eco-tuindagen van 2013. en stond minder dan een week later in de Fruitberg. Omdat ik vorig jaar zelf mijn tuin openstelde voor bezoek, kon ik geen andere tuinen bezoeken, maar dat maak ik dit jaar meer dan goed. Bij zo’n bezoek is er altijd wel een leuk idee dat je oppikt, een plantencombinatie, een leuke plant die je opvalt maar ’t is vooral ook een excuus om met andere tuiniers een babbel te slaan.

Ik ga dit jaar zeker opnieuw op bezoek bij Ludo, en verder wil ook absoluut  de tuin van de biodiverse tuinier nog eens bezoeken. Maar er staan nog enkele andere tuinen op ’t programma, ik ben er nog niet helemaal uit. De kans dat ik een tuin die zich helemaal op voedselproductie focust bezoek is klein. mijn interesse gaat in eerste instantie uit naar siertuinen.

Indien je interesse hebt in ecologisch tuinieren, is het week-end van 6-7 juni dus een uitgelezen kans om te gaan spieken bij anderen. Dat is veel interessanter en leerrijker dan de vrituele bezoekjes aan mijn tuin.

Volgend jaar doe ik hier de deuren nog eens open.  Om de twee of drie jaar lijkt me een aangenaam ritme.