Stadsreus

Ik weet dat ik deze al eens vroeger heb getoond, maar deze stadsreus was echt in een tamme bui, en bleef erg rustig zitten. Dan wordt het fotograferen écht makkelijk. ’t Beestje zat hier op de Cephalaria, en ik kon zelfs de bloem draaien, zonder dat het beestje ging vliegen. ’t Beestje is nauw verwant aan de Hommelreus die ik hier enkele weken geleden toonde.

Toen ik vorig jaar iets postte over de Cephalaria gigantea, vertelden meerdere mensen me dat de plant waar ik foto’s van toonde geen Cephalaria gigantea was. Maar ondertussen heb ik nog een Cephalaria aangekocht bij een andere kwekerij (die ook andere soorten Cephalaria verkoopt), en ik zie geen verschil tussen beide planten. In the end, is dat allemaal niet zo belangrijk, de plant die hier nu staat vind ik mooi, en is een erg goede drachtplant. Vooral zweefvliegen en hommels zitten en masse op deze planten.

Op de foto hieronder zie je ook een hommel op dezelfde bloem, zo krijg je een idee van de grootte van dit insect.

Landkaartje

Ik denk dat we alle sportende lezers het gevoel wel kennen. Ik had deze ochtend tijdens een flinke ochtendrit met de fietsclub de benen helemaal choco gereden, en dus speelde ik wat voor hangtuinier in de zetel. Iets na twee dan toch eindelijk opgestaan uit de zetel om de kippen eten te geven (waarom moeten die beesten iedere dag eten krijgen…).

Terwijl ik door de bloemenweide liep viel het me op dat er veel leven was, en toen zag ik deze schoonheid zitten. Tot hier toe had ’t beestje alleen kunnen bewonderen op foto’s bij Ludo, of tijdens wandelingen.Maar na ’t Oranjetipje heb ik ook deze kunnen waarnemen in mijn eigen tuin.

Wolkenkrabbers

Ik hou wel van een wat hoger groeiende plant. ’t Hoeven niet allemaal bodembedekkers zijn in de tuin. Achteraan in de borders staan dan ook enkele hoogvliegers, ook op esthetisch vlak.

Op de foto hierboven zie je drie grote  groepen Eupatorium, links de witte Eupatorium maculatum album die makkelijk 250 cm hoog is, in ’t midden achteraan de gewone Eupatorium maculatum die  over de 200 cm hoog is en helemaal rechts, iets meer naar voor, het inheemse Eupatorium cannabinum, dat ook bijna 180 cm hoog staat dit jaar. Rechts van deze groep staat ook nog een Vernonia crinita ‘Mammuth’ die ook tegen de 250 cm hoog wordt (maar pas later zal bloeien).

Daarvoor zie je van links naar rechts een groepje Veronicastrum Diana, Acanthus mollis, Lysimachia ephemerum, de geweldige Phlox ‘Utopia’ en Monarda ‘saxon Purple’ (die laatste zijn nog kleine plantjes). Vlak daarvoor staan enkele asters klaar om ook in september de kleuren in dit hoekje verder te zetten.

Ik vind het eigenlijkindrukwekkend dat een vaste plant op pakweg 3-4 maanden zo hoog kan groeien…

Wat mij betreft is dit stukje border één van de best geslaagde hoekjes in de tuin. Er zijn nog enkele gaatjes, maar daar al enkele planten aangeplant.  ’t Zijn allemaal goede drachtplanten (net zoals de klimop erachter, tegen de muur), en dus gonst het er van ’t leven.

Eén – klein – technisch probleempje is wel dat die Eupatorium zowat de grootste diversiteit aan insecten lokt, maar nu die planten zo hoog zijn wordt het behoorlijk moeilijk om daar nog foto’s te maken.

Hier hoor je me eigenlijk niet klagen. Hoge planten, speciaal uitgezocht om zo hoog te worden. Maar op een aantal andere plekken in de tuin worden enkele planten heel wat hoger dan verwacht. De Rudbeckia ‘Herbstsonne’ die net op de scheiding met de buren staat zou 150-175 cm hoog worden, maar scheren veel hogere toppen (250 cm). Als het hier straks fel regent liggen ze waarschijnlijk weer plat (een rode draad, doen ze ieder jaar bij een zomerstorm, net als ze in bloei staan).

En de Daucus carota in de bloemenweide vestigt iedere dag mijn aandacht op ’t feit dat de grond van de bloemenweide véél te vruchtbaar is, want achteraan groeien de planten vlotje tot tegen de 250 cm hoog. Dat is 3 keer hoger dan hun normale hoogte…

Plat

Sinds midden vorige week worden hier dagelijks enkele platte perziken geoogst. De vruchten zijn erg lekker, met wit vlees. De plant is ook probleemloos door de krulziekte heen gegroeid.

Het plukken van die platte perziken is geen sinecure, omdat het steeltje zo kort is beschadig je vaak de vrucht bij het plukken. Maar de smaak maakt veel goed. Daarom overweeg ik om de plant toch nog een jaar respijt te geven.

Dat kan niet gezegd worden van de platte nectarine. Ik wacht nog enkele weken af of de vruchten afrijpen, en indien dat niet het geval is wordt de boom gerooid.  Als ik geen rijpe vruchten kan krijgen na zo’n warme zomer, hoef ik er in de toekomst ook niet op te rekenen, denk ik.

Wordt hier ondertussen ook met mondjesmaat geoogst, perziken ‘Avalon Pride’. De smaak is een beetje wisselvallig, ’t is moeilijk om te beoordelen wanneer ze goed zijn, en indien de vruchten te rijp zijn, smaken ze erg melig.

Bramen

Ondertussen loopt het bramenseizoen hier stilaan op zijn einde. Nu de plant want groter en steviger is, blijken de vruchten van Loch Maree ook uitstekend mee te vallen. Er blijven kleine verschillen tussen de vier rassen, en Loch Tay blijft mijn favoriet, maar Helen heeft dan weer ’t voordeel van de absurde productiviteit, Loch Maree van de mooie bloesem en Triple Crown gewoon de ridicuul grote bessen én de gespreide oogst.

Want de 20-25 kg bramen die ik hier zou kunnen oogsten, daar kom ik natuurlijk lang niet aan toe. En er blijft heel wat aan de planten ‘hangen’. Maar dat is voor mij geen ramp, en zeker geen zonde van het voedsel. Want anders is het feit dat niet iedereen zijn tuin vol met bramen zet ook zonde van ’t voedsel…

‘Helen’ is zonder twijfel de meest productieve

Bramen zijn in ieder geval de moeite waard om ze een plaatsje te geven. Indien je ze in haag kweekt, kan je met weinig plaats (een haag van4 m x 2 m hoog), 5 -10 kg oogsten per plant… Kies wel het juiste ras, sommige (doornloze) rassen zijn écht niet zo lekker. De bramen uit mijn tuin zijn ook veel lekkerder dan de bramen die je in de winkel koopt.

Agapanthus

Stond nog op het verlanglijstje vorig jaar: enkele potten met Agapanthus op ’t terras zetten. In mijn vorige tuin stond deze Zuid-Afrikaanse schoonheid gewoon in volle grond, maar hier is de grond te zwaar om de plant met succes te laten overwinteren. De koude vormt geen probleem (ze zijn goed winterhard tot -15°of zelfs -20° C, maar ze hebben een goede drainage nodig). Ik zou dan grote plantgaten kunnen maken en daar de grond dan mengen met rijnzand, maar dat is me veel te veel werk.

En wat betreft het buiten overwinteren : ik spreek dan over de bladverliezende variëteit, de grotere, bladhoudende variëteit overleeft onze winterse omstandigheden niet.

Eigenlijk zijn de omvangrijkere, bladhoudende Agapanthus een stuk mooier. Maar het gedoe met niet-winterharde potplanten die je toch nog wat licht moet geven, daar zie ik tegen op. En dus heb ik me gewoon een bladverliezende variëteit gekocht. Uit het lijstje selecteerde ik een diepblauwe, ‘Midnight Star’.

Als je deze planten aankoopt in een tuincentrum, betaal je snel veel geld voor een mooie gevulde pot. Ik plant gewoon 3 jonge planten aan per pot (aangekocht in P9 potjes, aan 2,5 EUR per stuk  bij een vaste plantenkweker), en heb zo in ’t eerste jaar al twee mooi gevulde, grote potten.

Een trucje dat ik trouwens ook toepaste voor de kruiden op ’t terras (oregano, bieslook, peterselie, …). En net zoals bij die zomerse tuinkruiden, gebruikte ik in deze potten een mengsel van potgrond en fijn grind (verhouding 2:1), om een goede drainage te bekomen wanneer het hier overdadig regent.

Lysimachia

Nog een familie planten die op dit ogenblik hun hoogdagen beleven. Een aantal planten uit deze familie hebben nogal de neiging tot woekeren, maar dat probeer ik te controleren door ze niet te planten op de ideale standplaats, maar een pak droger.

Lysimachia clethroides groeit erg snel. Hij staat hier in volle zon, op één van de droogste plekken van de tuin om zijn groeikracht te bedwingen.

De plant staat niet alleen uit esthetische overwegingen in de tuin, deze bloemen hebben een bijzondere aantrekkingskracht op een aantal vlindersoorten, onder meer oranje zandoogjes.

Detail bloemaar Lysimachia clethroides.

Lysimachia cilata ‘Firecracker’ is een echte woekeraar, ondanks het rode blad groeit deze plant enorm snel,met bijhorende ondergrondse wortelstekken. Een waar plezier om onder controle te houden Toch vind ik deze plant een meerwaarde voor de border, de combinatie van rode bladeren en gele bloemen zie je verder alleen in wolfsmelk .

Lysimachia cilata ‘Firecracker’

Verder staat ook de Lysimachia ephemerum in bloei. Prachtige, lange witte aren, en helemaal niet woekerend. Een prachtige plant voor een zonnige standplaats, die hier hier erg goed doet. Deze wordt hier bijna 140 cm hoog (detail bloem bovenaan).

Plant van de maand juli : Helenium

Ondertussen is de maand juli al weer half voorbij (wat gaat het toch snel in’t seizoen), en is het tijd om een plant van de maand aan te duiden, naar aanleiding van het initiatief van natuurlijk-rijk.be .

Helenium ‘Fata morgana’

Er zijn op dit ogenblik véél kandidaten, maar er kan er maar ééntje uitverkoren zijn. Mijn keuze deze maand is Helenium, het zonnekruid. Een probleemloze plant voor een zonnige stek in de tuin, die lang bloeit (juni – september) en heel wat insecten lokt. De bloemen zijn verkrijgbaar in alle tinten van geel over oranje naar rood tot donkerbruin, en er bestaan ook enkele hogere soorten . Zelf heb ik twee variëteiten uitgekozen uit de tientallen of zelfs honderden variëteiten die er bestaan.

Helenium ‘Moerheim Beauty’

De bloemenvorm is erg apart, met de karakteristieke ronde bloemknop. De variëteiten in mijn tuin hebben beiden sterk afhangende bloemblaadjes rond de bloemknop, speciaal uitgekozen omdat zo de karakteristieke bloemvorm nog meer in de verf wordt gezet.

De planten groeien probleemloos, als je ze maar voldoende zon aanbiedt.

Solitaire bij op H. Moerheim Beauty