Perzik ‘Benedicte’

De eerste perziken van ‘Benedicte’ kunnen geoogst worden. Terwijl de vruchten van de volledig krulziekteresistente ‘Avalon Pride’  qua smaak niet echt een hoogvlieger zijn (ik vind ze nogal melig), zijn de vruchten van ‘Benedicte’ onwaarschijnlijk lekker, beter dan sommige vruchten die je in de winkel koopt. Ze zien er ook geweldig uit, en zijn vrij groot. ‘Benedicte’ heeft enige resistentie voor krulziekte. Dit jaar was de plant enigszins aangetast, maar helemaal niet zoals de platte perzik en nectarine. Vorig jaar en ’t jaar daarvoor was er helemaal geen schade door krulziekte.

Een aanrader dus, de plant vinden is een uitdaging.

Plant van de maand Augustus: Vernonia

Op dit moment van rijkelijke bloei zou ik zóveel verschillende planten kunnen nomineren tot plant van de maand. Eén van de meest opvallende planten is Eupatorium, maar daar schreef ik vorig jaar al een stukje over. Ook Calamintha, Echinacea, Verbena bonariensis en Rudbeckia werden na lang beraad door de jury opzij geschoven, die zullen waarschijnlijk wel aan bod komen bij een andere blogger. De keuze viel op Vernonia. Het zou ook de plant van de maand september kunnen zijn, want het hoogtepunt van de bloeiperiode van de plant ligt waarschijnlijk eerder in september dan augustus. Door deze iets of wat aparte keuze kan er deze maand dan ook niemand klagen dat ik hem/haar vóór was bij de keuze van een plant.

 

Vernonia zijn planten die behoren tot de Asteracea of composietbloemigen. Het zijn allemaal stevige planten, reken maar op 150-250 cm, afhankelijk van de gekozen soort.

Zelf heb ik twee variëteiten staan, Vernonia crinita ‘Mammuth’ staat hier nu in bloei, en vormt zo een geweldige plantencombinatie met Eupatorium. De naam ‘Mammuth’ is niet gestolen, want de plant haalt hier na drie jaar met gemak 250cm. De Vernonia noveboracensis zou in theorie vroeger bloeien, maar zal pas begin spetember bloeien, net zoals de voorbije jaren. Die staat in de Fruitberg iets teveel in de schaduw en zal volgend jaar een ander plaatsje krijgen.

De planten zijn afkomstig uit de Illinois, Missouri, Kansas, Oklahoma en Arkansas. Het continentaal klimaat in deze staten kent veel strengere winters dan hier, en veel warmere zomers. De planten hebben dus wel licht nodig, maar zijn wel perfect winterhard. In de Verenigde Staten worden ze ‘Ironweed’ genoemd, na drie jaar heb ik geen last van een ongebreidelde uitbreidingsdrang van de planten. Nergens zijn er zaailingen van de plant te bespeuren, en ik zie ook geen sporen van ondergrondse uitlopers.

De naam ‘Ironweed’ verwijst naar de roestbruine verkleuring van de plant in de winter. Eén van de redenen om de plant in de tuin te zetten, want het wintersilhouet is écht prachtig. Zo is de plant ook in de aandacht gekomen, en kreeg hij een plaatsje in prairietuinen.

De planten brengen net als Eupatorium een wilde toets in de tuin. Ze worden ook erg vaak gecombineerd met grassen. Het blad is niet direct van een geweldige schoonheid, maar dit soort planten hoort toch achteraan in de border thuis.

 

 

 

 

 

Muskusboktor

De voorbije weken was het eigenlijk te warm om (in de tuin) te werken. Na een weekje in Zuid-Frankrijk ben ik nog twee weken thuis, en dus probeer ik de tuin terug onder controle te krijgen. Ook nu is het vaak te warm om flink door te werken, maar de voorbije week zijn alle borders én een eerste fruitkamer terug bijgewerkt. Eigenlijk rest er nu alleen nog de tweede fruitkamer en ’t flink verwildere gazon achteraan. En niet te vergeten, de zomersnoei van de fruitbomen. Toen ik deze namiddag naar ’t gazon keek bedacht ik me dat ik dat toch ook eens zou kunnen afrijden, dat was al weer geleden van eind juni. De wilde peen stond er tot 60 cm hoog.

Maar door een vergetelheid bij de laatste grasmaaibeurt was ik de brandstofdop van mijn grasmachine verloren. Aangezien de winkel vlak bij de deur is sprong ik op de fiets om een nieuwe te gaan kopen. Toen ik terug thuis kwam, stonden er twee mensen vanop straat de nectartuin te inspecteren. Ik knikte goedendag, en maakte aanstalten om binnen te gaan. De man sprak me aan, hij was geïnteresseerd in een aantal planten in de tuin. Hij was een imker uit de buurt en geïnteresseerd om het bijenbezoek op de verschillende planten te beoordelen. Dat vormde voor mij geen probleem, maar ik gaf hem wel aan dat er bijna geen bijen in de tuin foerageerden.

Ik gaf ze een rondleiding door de tuin, en merkte al snel dat de bezoeker over een flink pak zoölogische en botanische kennis beschikte (maar dat er toch nog planten in de tuin stonden die hij niet kende). Dat er bloemen zijn waar bijen normaal en masse op foerageren en dan het jaar nadien niet meer.

In de nectartuin vroeg hij me of ik van  plan was “die wilg te laten staan”. Twee jaar geleden plante ik een boswilg (Salix caprea) aan, niet direct een boom die je verwacht in een siertuin. Maar dat is die tuin niet, het is een insectentuin en Salix caprea is nu éénmaal een uitzonderlijke nectar- en pollenleverancier vroeg in ’t jaar. En op die plek in de nectartuin is het nu eenmaal vrij nat in de winter, laat dat een plek zijn waar wilg goed gedijt. Die staat er er dus niet om te verdwijnen, maar zou een blijver moeten zijn. Ik legde hem uit dat die als een soort korte knotwilg zou overblijven.

‘Er zit een heel erg mooie boktor op die wilg’, gaf hij me aan. ‘Een muskusboktor’. Blijkbaar een vrij zeldzame verschijning, maar deze vrij grote boktor is absoluut een schoonheid.

Na het bezoek even wat verder opsporingswerk gedaan. Blijkbaar is deze echt wel een zeldzaamheid, op waarnemingen.be staan nog geen 20 waarnemingen dit jaar. Verder leerde ik ook dat hij schade zou kunnen toebrengen aan wilgen (of beter de larven), maar daar gaan we van uit dat dat wel wat zal meevallen. Met het jaarlijkse knotten van deze wilg zullen er ook wat larven van ’t beestje worden verwijderd zodat de populatie in toom blijft.

Hotel Vlinder

Een aantal blogs meldden dit week-end ook over hun vlindertellenwedervaren. Eén van de dingen me opvalt, is dat de vlinders in iedere tuin op andere drachplanten foerageren. Verrassend is dat niet, want ik zie die verschillen ook in mijn tuin. Zo verkiezen de  meeste vlinders het uitheemse Eupatorium maculatum boven het inheemse Eupatorium cannabinum. Terwijl zweefvliegenen solitaire bijen en masse op E. cannabinum foerageren en hun neus lijken op te halen voor het uitheemse leverkruid. Terwijl de belangrijkste publiekslokker de voorbije dagen Buddelja davidii was (Vlinderstruik), moet ik nog altijd een eerste blauwtje zien foerageren op die plant. Blauwtjes zie ik ook niet op de Verbena bonariensis, wel op de sedum en Eupatorium. De koninginnenpages beperken zich dan weer tot een bezoek  aan Vlindersrtuik en Verbena bonariensis. En terwijl Ludo meldt dat Veronicastrum één van zijn belangrijkste vlinderplanten is, heb ik er op een koolwitje na nog geen vlinders gezien. Ook de standplaats speelt hierin natuurlijk een rol, de ene plant staat wat meer beschut dan de andere, of staat op een plek waar het nog wat warmer is.

De oregano die het dan weer zo goed doet bij AnneTanne, is hier al enkele weken geleden uitgebloeid, minder dan een maand bloei op een veldje van 2 m². De bloemen worden wel druk bevlogen. Maar de Origanum majorana in pot op ’t terras doet het eigenlijk beter, want die bloeit duidelijk een stuk langer. Ook de Origanum ‘Rosenkuppel’ bloeit hier langer en is dus op dit ogenblik een betere nectarplant. Al mijn Origanum-plantjes stammen af van één moederplant (gestekt), misschien toch eens wat zaad proberen te verzamelen in de beemden in de buurt (want Origanum staat hier echt erg veel in de beemden), of nog enkele nieuwe plantjes kopen om te zien of die dan langer bloeien.

De boodschap is dus: alleen een vlinderstruik in je tuin zetten is geen garantie voor leven in de tuin. Variatie in beplanting zorgt ook voor een langere bloeiperiode en voor meer beestjes. Ik weet nu al dat alle vlinders over pakweg een maand op de Asters zullen vertoeven.

Solitaire bij op Calamintha nepeta

Zelf kijk ik dus ook nog steeds uit naar bijkomende, interessante drachtplanten. Toen ik in een catalogus las dat Pycnanthemum muticum (Bergmunt) dé insectenplant bij uitstek was, maakte ik ook voor deze plant een plaatsje. Wat opzoekwerk op Google leerde me dat het één van de belangrijkste drachtplanten is in de Verenigde Staten. Maar deze is blijkbaar alleen sant in eigen land, want het resultaat is bedroevend, niet dat insecten er nu omheen vliegen, maar ze verkiezen duidelijk de buur, Calamintha nepeta.

En die buur staat hier zowat bovenaan ’t lijstje: Calamintha nepeta var nepeta en Calamintha ‘Blue Cloud’, bergsteentijm in ’t Nederlands. Toen ik twee jaar geleden een bezoekje bracht aan Kwekerij de Bock, viel me het gegons van bijen en hommels in één plantvak op. De Lavendel  ernaast stond werkeloos toe te kijken. De aangekochte exemplaren zijn ook hier een magneet voor beestjes, waaronder heel weel kleine solitaire bijen. De plant bloeit nu al een maand, en gaat nog zeker twee maand daarmee door. Koolwitjes zijn er ook verzot op, andere vlinders zie ik er niet op foerageren. ’t Probleem is wel dat de plant niet zo goed winterhard is, maar de voorbije twee jaren kwam hij probleemloos terug.

Alternatief

Agastache (dropplant) is een prachtige tuinplant (foto bovenaan Agastache ‘Blue fortune). Maar deze schoonheid is helemaal geen makkelijke plant en nogal wispelturig, na de winter durven ze wel eens te verdwijnen. Een kortlevende vaste plant met andere woorden. Je kan zo’n plant dan vervangen door een nieuw exemplaar, maar het duurt toch weer een jaar vooraleer die ook weer tot een mooie plant is uitgegroeid. En ja dan is ’t weer winter, en kan ’t zijn dat hij weer weg is…

Eén exemplaar was hier, na drie jaar in de tuin, uitgegroeid tot een prachtige pol, maar dit jaar heeft de plant er maanden over gedaan om na de winter terug toonbaar te worden. En de winter was eigenlijk nog lang niet zo streng (maar wel nat, en daar houden ze niet van).

Naast Agastache ‘Blue Fortune’ staat hier ook nog Agastache ‘Blue Boa’. Indien de planten hier wegvallen, zullen ze niet meer vervangen worden door jonge Agastache planten, maar door een alternatief dat ik me in ’t begin van ’t jaar aankocht, met name Nepeta kubanica.  Op dit ogenblik zijn de eerste ranken van deze planten ongeveer uitgebloeid, maar er komen nog nieuwe bloemaren opzetten.

Natuurlijk is de plant niet helemaal ’t zelfde, maar de uiterlijke verschillen zijn beperkt. Eerlijk gezegd vind ik ze zeker even mooi. En deze Nepeta bloeit van juni tot september, iets vroeger dan Agastache, ook erg lang dus. De plant komt oorspronkelijk uit Moldavië, niet direct de subtropen, dus die winters zouden geen probleem mogen vormen. De plant is wel alleen verkrijgbaar in ’t blauw, maar aan de oranje of gele Agastaches heb ik me sowieso nooit gewaagd.

Nepeta kubanica

De plant is dit jaar al ongeveer 70 cm hoog, maar zou ongeveer een meter hoog worden. En net zoals Agastache, is ook deze een goede drachtplant, ’t is een Nepeta, niet?

Vlinders tellen

Het kan allemaal stilaan geen toeval meer zijn. In 2013 zag ik, op de dag van de vlindertelling, voor het eerst een vlinder die ik niet kende. Wat opzoekwerk leerde me toen dat het de Spaanse Vlag was.

Met Vlag en wimpel geslaagd met zijn entree, de Spaanse Vlag

Een jaar lang was dat beestje in geen velden te bespeuren, maar zaterdagochtend van de vlindertelling in 2014, verscheen diezelfde Spaanse Vlag opnieuw. Driemaal scheepsrecht? En of. Vandaag vloog er een wel erg oranje vlinder door de tuin, opnieuw de Spaanse Vlag, die ik de voorbije weken helemaal niet zag. Je zou zowaar snode plannen beginnen smeden, om een boel exotische vlinders bij een bevriende tuinier uit te zetten, de dag van de Vlindertelling. Vraag is wie hier de grapjas is, of dat het écht gewoon toeval is.

’t Meest voorkomende vlindertje in de tuin: ’t Koolwitje
’t Was weer even geleden dat ik er nog één zag, nu direct 3 exemplaren.
Bruin zandoogje, niet direct een courante vlinder in mijn tuin (maar één van de meest voorkomende in ’t land dacht ik)

Ook van de partij: de kolibrivlinder

Dit jaar waren er opnieuw aanzienlijk meer vlinders dan vorig jaar, maar door de koude en natte lente nog steeds minder dan twee jaar geleden. Vooral het Gamma-uiltje blinkt uit door zijn (bijna) afwezigheid.

De distelvlinder was dit jaar opnieuw van de partij

12 Koolwitjes
4 Atalanta
4 Distelvinder
3 Dagpauwoog
3 Koninginnepage
3 Gehakkelde Aurelia
3 Kleine Vos
3 Boomblauwtjes
1 Kolibrivlinder
1 Landkaartje
1 Muntvlinder
1 Bruin Zandoogje
1 Gamma-uiltje
1 Spaanse Vlag
1 Icarusblauwtje

Icarusblauwtje

Nog een opmerkelijk feit: voor ’t eerste jaar is de Vlinderstruik de belangrijkste foerageerplek voor de vlinders. De voorbije jaren was dat de Verbena bonariensis en de Eupatorium… dat is ook duidelijk te zien aan de foto’s, grotendeels genomen op de Vlinderstruik.

Boomblauwtje

Eerste Gezicht Jaargang 3 / Augustus

1 Augustus 2015. De tijd vliegtIedere foto is aanklikbaar, zodat je een groter exemplaar te zien krijgt indien je dat wenst.

Voortuin.

In de voortuin is de lavendel over zijn hoogtepunt. De aandacht wordt nu vooral getrokken door Geraniums, Echinacea en Scabiosa..

Slideshow : Evolutie http://supermasj.zenfolio.com/p898793373/slideshow.

Nectartuin

De nectartuin staat nu volop in bloei. De Eupatorium, Vlinderstruik, Verbena en nog heel wat andere planten trekken nu de aandacht van veel voorbijgangers. Zeker wanneer dat insecten zijn.

Slideshow : http://supermasj.zenfolio.com/p692170129/slideshow

Terras

net als vorig jaar zijn de kinderen net terug van scoutskamp, heel wat spulletjes hebben hier de voorbije nacht buiten liggen drogen. De borders rondom het terras kleuren nu allemaal geel en oranje.
En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow

Tuin achter de woning

het is nu ondertussen meer dan een maand geleden dat het gras nog werd afgereden. De wilde peen staat 50 cm hoog. De gele borders komen op kleur.
Verder hier en daar al een stipje geel in de borders, maar nog erg beperkt.

Hopla!: http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow

Schaduwtuin

Er is nu niet zoveel meer te zien op de foto. De bladeren van de notelaar hangen steeds lager door de zware noten.
Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow

Pruimenhaag

Ook achteraan in de tuin is ’t zeker een maand geleden dat er nog gras werd afgereden . De pruimelaars moeten dringend gesnoied worden.

Met de bijhorende slideshow http://supermasj.zenfolio.com/p1045601173/slideshow

Vlinders

Het muntvlindertje (foto boven) is een piepklein vlindertje (10-15 mm) dat ik hier vooral op de kruiden terug vind (Origanum, Mentha, Calamintha). Vroeger trof ik hem occasioneel aan, maar tegenwoordig zie ik ze in grote aantallen. Toch is het kleinood ontiechelijk moeilijk te fotograferen, omdat ze nogal onrustig zijn en vaak diep in de planten rondfladderen.

De voorbije weken zagik de vlinderaantallen aanzwellen, naast het alomtegenwoordige koolwitje, zie ik hier nu ook geregeld Atalanta, Dagpauwoog, Distelvlinder, Kolibrivlinder, Kleine vos, Boomblauwtje, Gamma-uil,… Alsof ze allemaal van de partij willen zijn bij de vlindertelling dit week-end.

Deze Gehakkelde Aurelia was mijn eerste waarneming van deze vlinder dit jaar.

Koolwitje op Verbena
Het – indien wakker – totaal onfotografeerbare Gamma-uiltje. Een soort ADHD-vlinder die geen seconde stilzit. tenzij hij slaapt, zoals hier tussen de Stachys.

Enkele andere vlinders blinken nog steeds uit doo rhun afwezigheid in mijn tuin, zo heb ik ook dit jaar nog geen enkel zandoogje in de Fruitberg gezien.