Lente

Dit week-end Koolwitje, Dagpauwoog, Citroenvlinder, Oranjetipje, Icarusblauwtje en Gehakkelde Aurelia gezien. Verder hangen er zwermen metselbijen rond alle insectenhotels, staan de eerste fruitbomen in bloei, zwemmen er kikkervisjes in de vijver en wiedt een goedgeluimde mijnheer Fruitberg zijn bloemenborders.

DS1_4545
Hondsdraf in de bloemenweide

Laat het duidelijk zijn, de lente is in ’t land. Door de aangename hitte van de voorbije dagen is de grond wat opgedroogd en wat warmer, waardoor het een heel week-end ideaal tuinklusjesweer was. Een schril contrast met vorige week, toen de grond nog zo koud en vochtig was, dat de vingers verkleumden tijdens het wieden.

DS1_4542
Narcissus pseudonarcissus kondigt de lente aan

Volgende week-end komt de fruittuin aan de beurt. En de tuin zal er volgend week-end sowieso anders uitzien,want bij zowat alle struiken is nu ontluikende bladvorming te zien, over een week gaat de tuin veel groener zijn.

DS1_4531
Ook de pioenen lopen nu volop uit.

Eco-tuindagen

Onze tuin doet dit jaar opnieuw mee aan de eco-tuindagen van velt op 2 en 3 juni 2018. Ik denk dat ik daarna iets minder frequent ga deelnemen. Geïnteresseerden zullen na deze deelname al drie keer de gelegenheid hebben gehad om de tuin te bezoeken, en ik vermoed dat de interesse daarna langzaam zal verminderen.

In de nabije omgeving nemen in totaal 11 tuinen deel. De ambitie van de afdeling velt-Tienen om een fietslus te organiseren werd door het grote grondgebied én het talrijk aantal inschrijvingen in onze afdeling gefnuikt. De kortste lus tussen al deze tuinen was bijna 100 km lang. Wanneer je dan ook nog eens 11 tuinen dient te bezoeken, wordt het een tweedaagse fietstocht.

Wel bieden we als afdeling 5 fietslussen van 22 tot 40 km die 3 tot 7 tuinen met mekaar verbinden. Maar daarover krijg je de komende weken zeker nog meer informatie.

 

Distel

Sinds vorig jaar zijn we niet meer verplicht om distels uit te steken in onze tuin. De Raad van State besliste – in het voordeel van natuurpunt – dat distels niet langer moeten bestreden worden door landeigenaars. De Raad van State nam deze beslissing omdat de federale overheid zich in 1987 aan een bevoegdheidsoverschrijding bezondigde bij het opstellen van een KB,  aangezien natuurbescherming (en dus ook bestrijding van wilde planten) was al sinds 1980 een bevoegdheid van de gewesten.

Deze situatie is waarschijnlijk tijdelijk, want een studie van het wetenschappelijk comité van het Federaal Voedselagentschap acht nieuwe wetgeving noodzakelijk die het bestrijden van distels ‘over het hele grondgebied’ zou verplichten. Goed om te weten dat het FAVV  zich met hoogdringendheid over de noodzaak van het bestrijden van distels kan buigen, vele malen belangrijker dan fipronil in onze eieren en het bedorven vlees in de winkelrekken.

De oorspronkelijke reden om distels te bestrijden is volgens mij ook achterhaald: landarbeiders hebben een verhoogd risico op tetanus wanneer er distels op het veld staan. Tenminste wanneer ze op blote voeten door die distels lopen en nadien in een vijg van één van de trekpaarden…

Wow. Dat was een lange inleiding. Sinds enkele jaren staan er hier enkele prachtige speerdistels in de tuin. Ik probeer de planten net voor ’t zaad zetten in te korten, zodat niet heel de tuin (en de tuinen van de buren) vol speerdistels komen te staan. Toch zie ik her en der nog een jonge speerdistel opschieten in de bloemenweide. Die worden in het voorjaar vakkundig uitgestoken, zodat ik slechts enkele exemplaren (3-4 stuks) overhoud.

 

Bloesem

De winterprik van midden maart was net vroeg genoeg om geen schade te veroorzaken bij de meeste fruitbomen. Alleen de abrikozenbloesem is hier grotendeels bevroren. Enkele dagen na de vrieskou is de amandel in bloei gekomen. Ook andere notoire vroegbloeiers, zoals de perzik, mirabel en de Japanse pruim stonden nog niet in bloei op 17/03. Ik reken dus op een goede oogst van deze vruchten.

Met die laatste vriesnachten wordt het sowieso een laat jaar. In 2012, 2013, 2014 en 2015 maakte ik foto’s van Prune de Prince, een pruimelaar. Hieronder de foto’s. 2018 wordt dus opnieuw een vrij laat oogstjaar, vergelijkbaar met 2015, één tot twee weken vroeger dan 2013 maar 2 tot 6 weken later dan de andere jaren…

2018/04/01

DS1_4513.jpg

2015/04/08

DS1_6610

2014/02/24

p750841171-3

 

2013/03/31

p1508821578-3

2012/03/31

p375555570-4

The Power Of Music

Enkele weken geleden. Ik zap puur uit verveling. Ik kijk tegenwoordig erg weinig TV, het medium kan me niet echt meer boeien. Zelfs de gemiddelde film duurt mij te lang. Ik kom terecht op MTV, en hoor een liedje dat ik niet onmiddellijk kan plaatsen, maar toch herken.

Even later valt me op dat het een ‘unplugged’ versie is van een liedje uit mijn jeugd . Erg verrassend, het nummer is in deze versie veel sterker dan’t origineel. Je merkt ook dat de Morten Harket (heb ik moeten opzoeken) een uitstekende zanger is.

’t Was de eerste keer dat ik echt naar de tekst luisterde. Maar meer nog, de song slingerde me ook gewoon 33 jaar terug in de tijd. Leuke herinneringen, uit een ver verleden. Wanneer je naar het publiek kijkt in deze ‘clip’, merk je dat dat voor veel mensen het geval is. Alsof ze die jeugd opnieuw beleven.

33 jaar geleden… ik word oud.

Daphne bohlua: herkansing

Ik heb me voorgenomen om hier niet alleen maar te spreken over dingen die goed lukken in de tuin.

Na de nominatie tot plant van de maand van januari twee jaar geleden leefde mijn exemplaar van Daphne bohlua teveel met d’er hoofd in de wolken, want enkele weken later gaf ’t plantje de geest. Eén felle sneeuwbui en enkele koude nachten waren voldoende om ’t struikje naar de eeuwige jachtvelden te sturen. In de kwekerij waar ze me het plantje hadden verkocht, waren alle exemplaren in de serre doodgevroren. Nochtans was het al bij al niet zo koud geweest die winter (de koudste nacht was -8 °C vorige winter) .

En dus twijfelde ik of ik deze schoonheid toch nog een tweede kans zou geven, en contacteerde ik een gespecialiseerde kweekster in Engeland. Die verzekerde mij ervan dat de plant écht voldoende winterhard is en zonder ’t minste probleem en bescherming lagere temperaturen overleeft  maar vooral ten onder gaat aan natte voeten in de winter of grote droogtes in de zomer. De plant groeit in de Himalaya tussen de 1700 en 3500 m hoogte, en daar kan het ook flink vriezen.

Uit de tientallen cultivars die ze in voorraad had, adviseerde ze me te kiezen voor Dahne bohlua  ‘Lympsfield’, de meest groeikrachtige en robuuste variëteit die ook vrij goed wntergroen is. De planten van die kwekerij zijn geënt op een Daphne tangutica onderstam, waardoor ze  sowieso wat minder kieskeurig zijn qua bodem. Als bijkomend advies kreeg ik de tip om een verhoogd bed  te maken voor de plant. Aangezien de plant in een volledig aangeplante border komt, was dat laatste geen evidentie. Maar zoals jullie allemaal wel weten, ik durf me wel eens uitsloven.

Ik heb voor mezelf besloten om geen structurele aanpassingen aan de bodem te doen, zoals grind aan de bodem toevoegen om de grond beter water doorlaatbaar te maken (wat volgens haar ook niet werkt, want dan krijg je een put die in de winter vol water staat). Maar een plant 15 cm hoger op een heuveltje aanplanten, dat vind ik nog wel acceptabel.

De plant heeft dit jaar dus wel die vervelende, natte winter overleefd. Bloemen heb ik niet gehad, maar dat mag deze schoonheid volgend jaar goed maken. Deze plant was niet direct een goedkope aankoop (stijlvorm eufemisme). Maar als ik de volgende winters kan genieten van het aangename parfum, zal dat het allemaal dubbel en dik waard geweest zijn.

Dagvlinders in Vlaanderen

Wanneer mensen me een tip vragen voor een cadeau op ’t einde van ’t jaar, geef ik ze vaak een lijstje met boeken op, dikwijls natuurgidsen.

Dit boek kocht ik eind vorig jaar, ik wou het al een tijdje kopen en het stond in promotie in de Natuurpuntwinkel.  Het boek wordt als het standaardwerk over vlinders beschreven en is niet minder dan 543 pagina’s dik. Het bevat, naast de mooie foto’s, ook heel wat informatie. Voor mensen die meer willen weten over vlinders een onwaarschijnlijk leuk boek.

 

Plant van de maand Maart: Edgeworthia chrysantha

De plant van de maand maart is een apart geval. Eigenlijk had ik verwacht en gehoopt dat deze plant de plant van de maand februari zou zijn, maar de eerste bloemen op deze plant verschenen pas midden maart.

Edgeworthia wordt beschouwd als winterbloeier, maar is dus eerder een vroege-lentebloeier. De gele pomponnetjes verspreiden, net als zoveel andere winterbloeiende struiken, een heerlijk aroma, maar het de geur is niet zo sterk. Wat de plant nog gemeen heeft met enkele andere winterbloeiers: het is niet de makkelijkste plant en nogal kieskeurig qua bodem: een leemgrond met humus zou ideaal zijn, en dat kan ik haar in ieder geval aanbieden.

DS1_4502.jpg

De buisvormige bloemen hangen in trosjes naar beneden. De plant heeft iets magisch wanneer ze in bloei staat, en die magie wordt dan nog versterkt door het meegeleverde aroma. De plant is nauw verwant aan het geslacht Daphne. Er bestaan ook enkele variëteiten die met oranje-rode bloemen bloeien, maar die zijn heel wat moeilijker te vinden (en zouden ook minder winterhard zijn).

Volgens sommige bronnen is de plant slechts winterhard tot – 5°C, maar op internet vond ik mensen die de plant in Delaware, Berkley en Long Island groeien, en daar zakt het kwik in de winter geregeld tot -15 °C.  Eén eigenaar geeft aan dat de plant een winter van – 8°F overleefde met flinke vorstschade (dat is -22°C). De plant overleefde hier in ieder geval vorige en deze winter  (- 8,0 °C), maar liep vorig jaar wel heel wat vorstschade op bij de late winterprik, toen de plant al in blad stond.

Maar de plant is nadien helemaal hersteld van die schade. Dit jaar stond de plant ook al in bloei toen het midden maart nog enkele dagen flink koud werd (-1°C over dag, -3 °C ’s nachts), en dat blijkt geen probleem te zijn.

 

DS1_3414.jpg

En terwijl heel wat andere winterbloeiers in de zomer saaie groene struiken zijn, heeft Edgeworthia prachtig bladeren, die echt tropisch aandoen. De schors van de plant is ook erg mooi, en wordt in Japan gebruikt om bankbiljetten mee te produceren. De takken van de plant zijn ook merkwaardig flexibel. Je leest hier en daar op internet dat je een knoop kan leggen in de takken zonder dat die breken of barsten. Wanneer de struik wat groter is, ga ik dat zeker eens proberen.

De plant hier in de Fruitberg is nog redelijk klein (100 cm hoog), op termijn moet deze uitgroeien tot een struik van ongeveer 1,5 – 2,5 meter hoog.

Gedaan met voederen

Enkele maanden geleden volgde ik een uiteenzetting van een doctor in de biologie die stadsvogels onderzoekt. Dat niet alle stadsvogels het goed doen, weten we maar al te best. De evolutie van de stadsvogel bij uitstek, de huismus is daar bij uitstek een voorbeeld van. De vogel is op véél plaatsen verdwenen, maar ook met de mezen gaat het duidelijk bergaf. Sinds het einde van de jaren 80 zien we de eerste eidatum van 110 dagen zakken naar 100-105 dagen in de periode daarna. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de zachtere winters. Het effect is in stedelijke gebieden nog versterkt, waar de eerste eidatum nog eens ongeveer 5 dagen vroeger valt. In de warmere winters valt die eerste eileg na 90 dagen.

Deze vervroeging van de leg zorgt voor een desynchronisatie met de voedselketen: de jonge koolmezen komen te vroeg uit waardoor er onvoldoende voedsel voor de jonge vogels ter beschikking is. Het reproductief succes daalde daardoor met 20%: van 80% naar 60%; terwijl de legsels in dezelfde periode ook kleiner werden. ,In steden is het reproductief succes zo klein dat de onderzoekster spreekt van een ecologische val. De mezen worden door het eten in de winter tot in de steden gelokt; vinden er in de nestkastjes ook een broedplekje, maar voedsel voor hun jongen vinden ze niet. Want mezen hebben insecten nodig om hun jongen op te voeden, en die vinden ze niet in de steden.

Door de stijgende temperaturen en het voedsel dat wij uitstrooien zijn onze stadsvogels nu in blakende gezondheid, zodat ze nu starten met hun voortplanting. Ik heb sinds vorige week zondag geen eten meer bijgegeven. door nu abrupt te stoppen met voederen nu het een beetje warmer is moeten die ongeveer honderd vogels die ik hier iedere dag zag rondfladderen elders op zoek naar eten, misschien doet ze dat nog enkele dagen wachten met het bouwen van een nest.

Nog even aangeven dat dit stoppen met voederen niet door de onderzoekster als optie werd naar voor geschoven, maar ik wil er zelf toch even mee experimenteren. Ook al besef ik dat het maar een druppel op een hete plaat is.