Winterwerk

Na de eerste flinke koude zijn alle bomen en struiken hun bladeren kwijt. Het ideale moment om één en ander te verplanten. De voorbije maanden heb ik erg weinig klusjes uitgevoerd in de tuin, en gedurende deze kerstweek wil ik toch enkele dingen veranderen/bijsturen.

De grootste ingreep was gepland in de nectartuin. Dit stuk tuin vraagt het meeste onderhoud, maar is grotendeels onzichtbaar vanuit de woning. We hebben nochtans een venster van 5 x 3,5 m dat uitgeeft op dit stuk tuin, maar een stuk beukenhaag  en de fors gegroeide  Vitex castus-agnus beperken het zicht vanuit de woning op deze border.

Tijd om in te grijpen. De beukenhaag zou verdwijnen, en de Vitex verhuizen naar een ander plekje in de nectartuin ‘waarvoor nog eens een beukenhaag moest verdwijnen. De beuken(haag) was 7 jaar geleden aangeplant. Wat me opviel was dat de stammetjes van deze beuken fors gegroeid waren (diameter van 6 – 8 cm), wat het verwijderen van die haagjes toch redelijk arbeidsintensief maakte.

DS1_5231.JPG

Maar die inspanningen verbleekten bij de inspanningen om de Vitex te verplanten. Bij het verplanten van een fikse struik probeer je altijd een zo fiks mogelijke wortelkluit te behouden. Ik doe dat door eerst de gewenste grootte van wortelkluit uit te steken, en daarna die kluit uit te graven. De klus werd ook nog eens bemoeilijkt door de regen die dit werkje begeleidde, waardoor de uitgegraven kluit nog eens extra zwaar werd, en de put waarin de kluit lag extra glibberig. Maar tot mijn grote tevredenheid was het plantgat dat ik elders in de tuin had voorbereid voor deze kluit exact diep genoeg, zodat het verplanten al bij al nog best vlot afgerond werd.

In het voorjaar plant ik nog enkele bijkomende  laagblijvende, warmte minnende vaste planten aan om alle gaten voor het grote raam in te vullen (vooral tijm, Agapanhus en een Salvia) .  En nog enkele schaduwplanten (Epemedium) onder de Vitex. Door deze aanpassingen zal de nectartuin ten dele zichtbaar worden vanuit het salon.

Nog bijkomende werkzaamheden in de nectartuin : de wondermooie kogelbloem, Cephalantus occidentalis, moest met spijt wijken, omdat de voorziene plek in de tuin toch te droog was. Haar plaatsje zal ingenomen worden door een Eleaegnus x ebbingei, een redelijk banale haagplant die in oktober en november met onopvallende, sterk  geurende bloemen bloeit die erg populair zijn bij de bijen.

En, ook nog in de vlindertuin, maakte ik plaats voor Buddleja alternifolia ‘Unique’. De species (Buddleja alternifolia) staat al enkele jaren in de tuin, en is wat mij betreft mooier dan de populaire Buddleja davidii, maar bloeit jammerlijk genoeg kort in ’t voorjaar. ‘Unique’ zou in tegenstelling tot de species steriele bloemen vormen maar van mei tot oktober uitbundig bloeien… Volgend jaar ga ik dus beiden kunnen vergelijken.

De komende dagen moeten er nog wat andere klusjes in de tuin uitgevoerd worden, de weergoden zijn me nu in ieder geval een pak gunstiger gezind.

10k

Ondertussen heb ik de kaap van de 10 000 km met de speed-pedelec al enkele weken geleden bereikt. Ik probeer nog steeds zoveel mogelijk met de fiets te rijden, tot 0°C vormt de koude in ieder geval geen probleem. Het enige minpuntje: de volledige rit heen en terug verloopt nu in het donker, maar we zijn ondertussen al minder dan een maand verwijderd van de kortste dag…

Ik rijd nu een pak minder met de wagen (ongeveer de helft), maar dat zal in de winterperiode waarschijnlijk wel lichtjes veranderen, aangezien de fiets op stal blijft wanneer er risico op ijzel en sneeuw is, het te hard waait (6 Bft of meer) of wanneer het te koud (< -5 °C) is.

De voorbije maanden fietste ik gemiddeld 12 uur per week. Zoals al eerder aangegeven is mijn belangrijkste drijfveer het verkleinen van mijn ecologische voetafdruk en daarnaast de idee om gezonder te leven door meer te sporten. De resultaten zijn vrij duidelijk : de voorbije zes maanden verloor ik een slordige 11 kg.

De dagelijkse woon/werk ritten beschouw ik dus als trainingen. Maar de voorbije weken had ik de idee dat ik fysiek een beetje stagneerde, en dus trok ik naar een inspanningsfysioloog om mijn conditie eens grondig te testen (inspanningsproef met lactaattesten) en wat trainingsadvies te krijgen.

Ik werd gekoppeld aan een hartslagmeter en moest plaatsnemen op een hometrainer. Na een opwarming van 10 minuten verhoogde de weerstand van die hometrainer met 30 watt per blok van 3 minuten. Tegen het einde van iedere blok werd er in mijn oor geprikt om een druppeltje bloed af te tappen en zo mijn lactaatwaarden te meten.

De eerste blokken waren een eitje maar die weerstand bouwt snel op. Het wordt steeds zwaarder om te blijven trappen, de bedoeling is dat je zo diep mogelijk gaat om je maximale hartslag en vermogen te bepalen. De man met de hamer heeft hier dus een fulltime job, en ook ik kreeg er een flinke mokerslag van.

Na een verfrissende douche bleken de resultaten van de test te bevestigen dat ik stagneer, want volgens die resultaten haal ik zowat het maximum uit mijn lijf. Als ik nog sneller wil fietsen, zal ik nog wat verder moeten afvallen, zodat ik mijn specifiek vermogen (watt/kg) kan opdrijven…

 

Confituur

Ondertussen plukte ik nog 2 extra emmers kiwi’s. “Wat doe je met enkele emmers kiwi’s?”

Wel naast een eerste reeks op te eten, heb ik nu een tweede reeks verwerkt tot confituur.

Kiwi-banaanconfituur en kiwi-mango-pruimconfituur. Een derde lading zal waarschijnlijk dinsdagavond veranderen in kiwi-mango-banaanconfituur.

En dan kunnen we ons de vraag stellen, ‘Wat doe je met al die confituur?’

Osmanthus fortunei

De Osmanthus fortunei staat ondertussen al enige tijd in bloei. De minuscule bloempjes ruiken heerlijk, ook na de nachtvorst van zaterdag.

Deze plant staat vlak bij de achterdeur. Altijd heerlijk om op dit ogenblik bloemenparfum aan te treffen wanneer je de tuin instapt. Vanaf januari neemt de Sarcococca het over, gevolgd door de winterjasmijn. Deze winter plant ik er ook nog een zomerbloeiende jasmijn aan.

DS1_5162

Oogst

Zaterdagavond snel voor zonsondergang een eerste emmer kiwi’s geplukt. Er werd vorst voorspeld, en ik weet niet welke impact dat heeft op de houdbaarheid van ’t fruit. De laagsthangende vruchten werden geplukt, de rest mag nog een weekje genieten van het nazomerweer deze wee.

Deze kiwi’s zijn nu per 20 stuks in plastieken zakken gelegd, en worden zo in de vorstvrije kelder bewaard. Een eerste zak ligt na te rijpen op het aanrecht, met een rijpe appel in de zak.

Volgende week pluk ik de rest van de kiwi’s, ik vermoed dat ik nog eens 2 emmertjes ga kunnen vullen.

Vogeltjes kijken

Vorige week is hier weer een substantiële bestelling vogeleten geleverd.

Sinds 1 november hangen de voedersilo’s weer uit, maar die kunnen tot nu toe niet op veel enthousiasme van de vogels rekenen. Die vinden nog voldoende eten op andere plekken vermoed ik. Af en toe een meesje en en enkele groenling.

Al zag ik vanmorgen wel een keep aan één van die silo’s, dat was weer een tijdje geleden.

Kweeperensiroop

Vorige week organiseerde onze lokale velt-afdeling een cursus ‘Tattepoemen bakken’. Tattepoem, zoals in Tarte-au-pomme, een Tiense appelflap. De gastvrouw presenteerde een drankje op basis van kweeperensiroop, en ik vond dat zo lekker dat ik met de overdaad kweeperen aan de slag ben gegaan.

Het recept is eenvoudig: kweeperen in stukken snijden, laten koken tot ze bijna uit mekaar vallen, daarna de pot een nachtje laten trekken. Vloeistof door neteldoek halen, 5 minuten koken en 500 gr suiker toevoegen per liter kweeperenvocht.

Enkele ml siroop in glas, ijskoud bruiswater er bovenop en drinken maar. Een scheutje limoensap maakt het nog wat feestelijker.

Zelf vind ik dat brouwsel nog redelijk zoet, volgende keer ga ik iets minder suiker toevoegen (1 kg per 3 liter kookvocht) .

 

Clerodendrum

Vorig jaar schafte ik me een Clerodendrum bungei aan. Deze grootbladige heester  is borderline winterhard, en kreeg daarom een aangepast, beschut plekje. De plant was wel ingevroren in ’t voorjaar  maar kwam toch moedig terug op zetten. Hij heeft ook redelijk uitbundig gebloeid in augustus en september, en bleek een favoriet te zijn van de kolibrivlinder.

De plant ruikt net zoals de meer courante Clerodendrum trichotonum naar pindakaas. Aangezien het struikje aanzienlijk gegroeid is, heb ik er goede hoop op dat deze plant het goed blijft doen in de tuin.

8900 km

De Stromer is nu exact 6 maanden in mijn bezit.  Ik had me voorgenomen om 5000 km met deze fiets te rijden dit jaar. Maar morgen zal ik 9000 km op teller hebben staan, met september als recordmaand (1950 km) – de auto staat hier tegenwoordig vaak een hele week stil. Ik heb ondertussen één ‘ongelukje’ gehad, een aanrijding met een konijn dat in paniek de baan overstak. Ik vermoed dat het diertje die aanrijding heeft overleefd, want ik kon het nergens vinden…

Ondertussen staan er winterbanden op de fiets, ook al zijn de condities nog niet echt winters geweest. Eén week was het ’s morgens echt koud (2°C), maar daar kan je je op kleden, zodat het zelfs dan een plezier blijft om op de Stromer te stappen. De warme douche na de rit doet dan eens zoveel deugd.

De laatste weken rijd ik ’s morgens de hele rit in ’t duister, vanaf volgend week-end (winteruur), ga ik ’s morgens nog enkele weken genieten van zonsopgang, maar zal de hele terugrit in ’t duisternis verlopen. Met mijn krachtig voorlicht is dat geen probleem. De eerste 15 km rijd ik langs een onverlicht fietspad, in volledige duisternis. Het enige wat ik kan zien bevind zich in de 10 m brede en 60 m lange lichtkegel voor mij. Een aparte setting.

Vorige week zag ik een vos  ’t fietspad oversteken, ik zie geregeld een kerkuil boven mijn hoofd en een familie egel in de berm foerageren. Ook dingen die je dag goed maken. En het tijdsverlies? Ik zit tot 15 uur per week op de fiets, en blijf dat nog wel even doen.

Wanneer het koud en nat is, of wanneer het vriest, zal Ludo (dat is de naam van de fiets) op stal blijven. Maar ik ambieer nu toch om eind april volgend jaar 15000 km te halen.