Vijverwerkzaamheden

Zoals vorige week al aangegeven, de vijver was helemaal dichtgegroeid. Tijd om in actie te treden. Om de werkzaamheden te vereenvoudigen heb ik een soort ‘bruggetje’ gemaakt zodat ik makkelijk in de vijver geraakte zonder mijn oeverzone te verklooien. Ik heb een kleine 2m² vijveroppervlak vrijgemaakt. Dat was voldoende om twee kruiwagens te vullen met hoornblad, watergentiaan en krabbenscheer. Ik heb tijdens de werkzaamheden ervaren dat krabbenscheer een uiterst onaangename plant is om te manipuleren (gezaagd blad dat door je huid snijdt).

Volgend voorjaar is alles waarschijnlijk terug dichtgegroeid, maar dan herhaal ik de oefening nog eens. Ik kan dan waarschijnlijk ook enkele mensen blij maken met de overschot aan waterplanten. Want die kruiwagens met waterplanten hebben een flinke marktwaarde wanneer je zo’n volumes zou gaan kopen in de winkel. En ik geef ze liever weg dan ze op de composthoop te gooien.

DS1_6187

De vijver (en ’t gazon rondom de vijver) krioelen nu van de kleine kikkertjes. Ik denk hier zowel een groene als een bruine kikker te ontwaren. Het bruine kikkertje op de bovenste foto zit trouwens op krabbenscheer, je ziet de zaagtandjes op ’t blad staan…

DS1_6207DS1_6212

Paw-Paw

De vruchten van de paw-paw zijn ondertussen flink gegroeid (formaat van een flinke peer). Nog een zestal weken en ze zijn rijp. Ik tel een twintigtal vruchten, ik kan niet wachten om ze te proeven.

De granaatappel lijkt me niet fertiel, er is geen enkele vruchtvorming, ondanks tientallen bloemen en de warme zomer. Ik denk dat de dagen van het plantje (bijna) geteld zijn.

Compost

We naderen ondertussen het einde van de zomer. Het reguliere onderhoud (wieden) neemt nu veel minder tijd in beslag omdat de meeste planten flink gegroeid zijn en onvoldoende licht laten voor zaailingen.

Tijd om dus wat andere dingen te doen in de tuin. Zo heb ik de voorbije weken alle hagen gesnoeid en het snoeihout nadien verhakseld.  Volgende week snoei ik het steenfruit (perzik, abrikoos, pruim, amandel), want die mag je niet snoeien na midden september.

DS1_6166
De rijpe compost, klaar om ingezet te worden.

Alle tuinafval wordt hier in de tuin zelf verwerkt in onze compostbakken. Het was vandaag een perfect weertje om die compostbakken nog eens om te zetten. Monthy Don (Gardener’s World) zegt altijd dat tuiniers geen fitness nodig hebben, omdat ze voldoende oefeningen doen tijdens het compost omzetten. Maar zelf beperk ik me tot het 3 of 4 keer per jaar omzetten van de compost, maar ik doe het dan wel ‘goed’. Ik schep alle materiaal uit de bak, en probeer droog en nat materiaal mooi te mengen (door materiaal op verschillende plaatsen uit de composthoop op te scheppen). Wanneer de bak volledig leeg is, schep ik de alles terug in de bak (of de volgende bak, als die vrij is). Als het materiaal echt te droog (bruin) is, voeg ik een dun laagje grasmaaisel toe aan het compost.

Composteren is erg eenvoudig, het enige wat je in ’t oog moet houden is het voldoende mengen van bruine materie (droge grassen, stro, hout) en groene materie (grasmengsel, keukenafval, planten) en dat af en toe om te zetten. Zo zorg je voor een evenwichtig proces.

DS1_6172
De grijze ‘plekken’ in het compost zijn stukken die de voorbije weken al flink  gecomposteerd zijn en vaak erg warm zijn. Door het compostmengsel nu te mengen zorg ik voor nieuwe brandstof voor de compostering

Door het verhakselen van lange takken is het omzetten een makkelijke klus. Lange takken in het compostmengsel zijn een echte aanslag op de rug (omdat die lange takken die je opschept met de spitvork vaak nog vast zitten onder een flink gewicht aan tuinafval). Het verhakselen van het snoeihout heeft nog een voordeel: het zorgt er bovendien voor dat alles snel composteert.

Het is wel een flink werkje, ik heb de voorbije weken minstens 5 uur met de hakselaar gewerkt, en vandaag 6-7 uur gedaan over het omzetten (van in totaal 10 m³ compostmengsel). Ik heb nu 3 m³ compost klaar , en een tweede bak die begin volgend jaar ook rijp zou moeten zijn… Die compost moet deze herfst en volgend voorjaar allemaal aangewend worden, want anders heb ik volgend voorjaar onvoldoende plek om alle ‘tuinafval’ op te slaan.

Veel werk? Anders moet je dus al dat tuinafval afvoeren naar het containerpark, dat kost ook veel tijd (en energie). Ik zet hier minstens 15m³ tuinafval per jaar om, dat zouden dus minstens 10 ritjes naar ’t containerpark zijn. En ik vertik dat, uit ecologische principes.
En nog een voordeel: wij hebben hier geen GFT-bak, want alle groenafval gaat ofwel op de composthoop of naar de kippen. Ik verkies zonder de minste twijfel het omzetten van de composthoop boven het uitspoelen van die gore, stinkende GFT bak in volle zomer.

DS1_6185
Na de werken is er opnieuw een volledige bak vrij.

Compost dek je af, zodat de voedingsstoffen niet uitspoelen én het composteringsproces niet stopt door uitdroging. Na een paar jaren staan de bakken al wat meer schots en scheef, maar dat deert mij niet.

 

Dagpauwoog

Vandaag zag ik mijn eerste dagpauwoog van ’t jaar. Drie jaar geleden telde ik op een bepaald ogenblik 65 dagpauwogen in de tuin. Volgens het boek ‘Dagvlinders in Vlaanderen’ zou Vlaanderen ook in 2050 nog steeds een geschikte plek zijn voor de dagpauwoog (rekening houdend met de klimaatopwarming).

Maar niets lijkt minder waar. Door de grote droogte van vorig jaar heeft de dagpauwoogpopulatie in Vlaanderen flinke klappen gekregen. De waardplant van dagpauwogen is de Grote Brandnetel, maar dagpauwogen zijn, net zoals de meeste dagvlinders, kieskeurig, en leggen hun eitjes in het midden van grote groepen brandnetels in bij voorkeur volle zon. Door de droogte zijn die brandnetels op veel plekken uitgedroogd waardoor de rupsen van honger omkwamen. Met de droogte hadden de voorspellingen dus geen of onvoldoende rekening gehouden.

DS1_3973
Een foto van twee jaar geleden, eind augustus begin september zag ik hier tot dan ieder jaar grote aantallen dagpauwogen… hier bvb 8 stuks op één plant in de nectartuin

Nog even wat data op Waarnemingen.be gecontroleerd: in juli 2017 werden er 17856 waarnemingen van dagpauwogen gemeld, in juli 2018 waren dat er nog 11072 en in juli van dit jaar nog slechts 2669 waarnemingen.

Op dit ogenblik vliegen er hier wel heel wat Atalanta’s rond (ik telde vandaag 11 stuks). Deze gebruiken ook de brandnetel als waardplant, maar kiezen planten in de schaduw of aan de bosrand. Dat was vorig jaar waarschijnlijk een betere strategie. Verder ook nog flink wat distelvlinders, koolwitjes, een verdwaald blauwtje, een Spaanse vlag en een kolibrivlinder.

Het toont nogmaals hoe gevoelig een groot deel van onze flora en fauna is voor de voorspelde klimaatsveranderingen… Volgens historische gegevens is het vlinderbestand in Nederland met meer dan 80% verminderd op iets meer dan een eeuw tijd. Het is deze verzwakte populatie die nu moet opboksen tegen die opwarming.

Vlinders

De enigste vlinder die ik hier echt erg frequent zie, is eigenlijk een dagactieve grasmot, met name dit muntvlindertje (Pyrausta aurata). Het vlindertje is amper 15 mm groot, en fladdert eerder onbeholpen op Orgeanum, Calamintha en Nepata.

De laatste dagen zie ik nu wat meer distelvlinders, maar nooit in echt grote getale (vandaag telde ik er 6). Verder nog een (3?) Atalanta’s, 4 koolwitjes, een gehakkelde Aurelia, een Bosblauwtje en een Bruin zandoogje. Wanneer ik de muntvlindertjes meetel, kom ik voor de eerste keer aan 20 stuks dit jaar…

DS1_6094

DS1_6124

Woekeraar

Enkele jaren geleden schreef ik me voor ’t eerst in om deel te nemen aan de eco-tuindagen. Na je inschrijving komt een velt-lesgever je tuin bezoeken (om te oordelen of de tuin past in de eco-tuindagen).

Mijn tuin was toen nog echt in opbouw. Frans, de lesgever die mijn tuin toen bezocht, was erg enthousiast over mijn project en gaf me ook heel wat raad. Eén van zijn adviezen betrof een aantal planten waarmee hij de ervaring had dat ze flink kunnen woekeren, één van die planten in dat lijstje was Anemona japonica die – eens ze zich hebben gesetteld – zo goed als niet meer weg te krijgen zou zijn. De plant zou wortelopslag maken diep in de grond.

DS1_6074.jpg

Nu luister ik meestal naar advies, maar heb ik toch ook de volgende quote uit ‘Sunscreen’ van Baz Luhrmann in ’t achterhoofd:

“Be careful whose advice you buy, but be patient with those who supply it
Advice is a form of nostalgia. Dispensing it is a way of fishing the past from the disposal, wiping it off, painting over the ugly parts and recycling it for more than it’s worth”

En dus liet ik de toen net aangeplante A. japonica staan. In mijn vorige tuin had ik die plant 3-4 jaar staan en had ik geen problemen gemerkt. En ik voegde vooraan in de tuin ook nog eens 50 extra planten toe in een groot vlak, omdat het laatbloeiende planten zijn en echt schoonheden.

Vijf jaar geleden ben ik begonnen met het verwijderen van alle A. japonica in de border, vanwege hun ongebreidelde uitzettingsdrang. Alle nieuwe uitlopers worden sindsdien systematisch verwijderd,  maar toch komen er nog steeds nieuwe scheuten naar boven (ook al is dat nu wel aan ’t minderen).

Het grote vak vooraan in de tuin staat er nog wel. Ik ben al een jaar of twee aan ’t overwegen om die ook te verwijderen, maar ik kijk een beetje op tegen het werkje. Waarschijnlijk onderneem ik volgend jaar in ’t voorjaar wel een poging (dan kan ik de mooie botanische tulpjes die tussen deze planten groeien ‘oogsten’ en nadien terug aanplanten, zou zonde zijn die kwijt te geraken). Ook de lavendel in de twee andere vakken gaat dan op de schop, omdat het plantgoed dat ik heb aangeschaft als Hidcote niet soortecht is (flets van kleur en zeer kort bloeiend). Ik zou dan alles vervangen door Lavandula ‘Elisabeth’, Helenium ‘Sahin’s Early Flowerer’ en/of Aster frikartii ‘Mönch’.

Maar achteraf bekeken had Frans dus wel gelijk… en ik had beter naar hem geluisterd… Ik blijf het prachtige planten vinden, maar dus niet geschikt voor de tuin.

En bij deze waarschuw ik jullie allemaal voor deze plant… Bij deze heb ik eensklaps dubbel zoveel volgers.

 

Tafelmanieren

Deze wesp op de foto boven (volgens mij een groefbijendoder, Cerceris rybyensis) zit helemaal onder het stuifmeel. Ze zal in ieder geval flink bestuiven… Hieronder nog eens ’t zelfde beestje op Eupatotium.

DS1_6103 1

Doorheen de jaren is het aantal solitaire wespen in de tuin gestaag gegroeid. Ook de soortendiversiteit is aanzienlijk. Determinatie van deze diertjes is in ieder geval niet zo eenvoudig, omdat er veel minder informatie te vinden is over deze beestjes dan over solitaire bijen…

Het solitaire wespje op de foto hieronder is een Gewoon knuppeltje (Physocephala rufipes), foeragerend op Eupatorium. Ze toont hier mooi wat een wespentaille is.

DS1_6047

Iets zegt me dat er hier volgend jaar nog knuppeltjes rondvliegen…

DS1_6128

De wesp hieronder is een deukmetselwesp, maar precieze determinatie is niet mogelijk.

DS1_6050

Er vliegen nog ettelijke andere soorten rond, maar die waren niet bereid om mee te werken aan dit logje. Het beestje hieronder kon ik niet identificeren. De anderen staan op hun privacy.

DS1_6110