Verplanten

Eigenlijk ga ik jullie nu slechte manieren leren. In het midden van de zomer verplant je beter niets. Je wacht beter tot ergens in september. Ik ga in deze periode van het jaar niet verplanten om te verplanten, maar als ik nu iets moet verplanten, doe ik dat gewoon.

Vorige week heb ik nog drie planten verplant. Dat was omdat ik nog een kleine wijziging wou aanbrengen in een border, en het jonge stekgoed van Salvia candelabrum en Scuttelaria sp dat ik had opgekweekt tijdig wou kunnen aanplanten, zodat die nog voldoende groeien voor de winter.

Die drie planten stonden ‘in de weg’ voor dat manoeuvre, daarom heb ik dus begin vorige week, zelfs met de aangekondigde hittegolf, geopteerd om ze te verplaatsen. Ik heb dit wel vaker gedaan, en ik heb zo amper planten verloren…

De procedure is eenvoudig:

  • Planten de dag voordien overvloedig water toedienen, zodat de kluit vochtig is
  • Planten opnemen met een zo groot mogelijke wortelkluit
  • Planten bovengronds (op zijn minst een beetje) terugzetten
  • Planten onmiddellijk verplanten en nadien opnieuw overvloedig water geven
  • Zorgen voor schaduw, zodat de planten niet in de uitdrogende zon komen te staan de eerste dagen/weken, ik heb hiervoor een doorschijnende curverbox (met vloermat er bovenop) en twee oude terrasstoelen gebruikt

De planten zijn nu een week geleden verplant en hangen niet plat. Van zodra het wat minder warm is kunnen de stoelen en de curverbox weg. En neen, mooi is dat niet. Maar nood breekt wet.

Een alternatief: je kan bij sommige planten ook alle blad verwijderen, en alleen de wortel opnieuw aanplanten. Dat heb ik deze zomer gedaan met een Geum chiloense en enkele Pentaglottis sempervirens (hondstong). Ik heb die alleen water gegeven bij het herplanten, nadien niet meer. En die planten staan nu, een maand later, terug mooi in blad.


Oranje zandoogje

Nog een nieuwe waarneming voor de tuin, deze banale vlinder. Oranje zandoogjes komen in de regio niet zo veel voor (ze stonden de voorbije jaren in de vlindertelling voor Vlaams-Brabant ook niet in de top).
Vandaag zag ik twee exemplaren foerageren op de watermunt. Samen met de zich talrijk uitgezaaide Lythrum salicaria (kattenstaart) en de flink uitgebreide Moerasandoorn (Stachys palustris) blijft de vijver zo een trekpleister voor bestuivers.

Het bruine zandoogje (foto onder) is hier wel een ‘permanente’ gast.

Vlinders die hier dit jaar in grote getale aanwezig zijn, zijn de blauwtjes. Hieronder het bruin blauwtje en het boomblauwtje. Vooral van het boomblauwtje (helemaal onderaan) zag ik de voorbije weken soms wel 10 exemplaren in de tuin.

Dit week-end ook nog gezien in de tuin, dat was weer bijna twee weken geleden,

De meest voorkomende vlinder in de tuin? Het groot koolwitje. Ik heb hier in de border een stuk Nepeta ‘Walkers Low’ staan van 2 m², dat tot voor een week helemaal werd ingepalmd door wolbijen. Andere insecten zag je amper op de bloemen. Nu die grote wolbij weg is, is de Nepeta erg in trek bij koolwitjes. Ik zag vandaag niet minder dan 6 koolwitjes op de groep planten.

Roodrandzandbij

Deze Andrena rosae zag ik hier gisteren foerageren op Hydrangea aspera ‘Hot Cholocate’.

Deze bij heeft het statuut ‘zeldzaam’ op waarnemingen.be, er zijn dit jaar 344 waarnemingen ingegeven. Ze werd pas in 2009 voor het eerst waargenomen in Vlaanderen.

Het is altijd leuk om nieuwe beestjes in de tuin te spotten. Of die dan zeldzaam zijn of niet maakt eigenlijk niet zoveel uit. Maar het geeft wel aan dat we hier niet alles verkeerd doen. Wat wel leuk is wanneer je zo’n zeldzame waarnemingen doet: ze worden allemaal gecontroleerd en bevestigd door experten, en ook aangevuld. Zo weet ik nu dat dit een wijfje is.

Een wolf in Hakendover

De voorbije dagen zie ik enorm veel wespensoorten op de Persicaria amplexicaulis ‘Fat Domino’. Deze planten zijn de voorbije jaren uitgegroeid tot een flinke pol, en worden nu vooral bezocht door franse veldwespen en solitaire wespen. Ik schat dat er minstens 30-40 wespen foerageren op deze plant.

Eén beestje viel me enkele dagen geleden al op, vanwege zijn enorme kop en de aparte – tekening – veel meer geel. Ik kon het pas vandaag fotograferen. Dit is dus een bijenwolf (Philanthus triangulum), een graafwesp die honingbijen gebruikt als voedsel voor haar larven.

Netels

Eén van de vragen die ik wel eens zie passeren onder ecologische tuinders waar ik het écht van op mijn heupen krijg is de vraag “Wat is het nut van dit dier in de tuin?”.


Ik reageer daar vaak een beetje geïrriteerd op, want met die gedachtegang zit je écht nog in de idee dat de natuur (en de dieren en planten in jouw tuin) je iets schatplichtig zijn om hun plekje te verdienen in jouw tuin.
Dan zit je nog in de mindset van ‘exploitatie’ van de natuur die er voor gezorgd heeft dat alle biodiversiteit “zonder economisch nut” de voorbije tientallen jaren verwoest is.

In een boek over tuinieren – dat ik vorige week las – staat ergens halverwege de volgende zin:

“I’m simply making the point that the animals in your garden have their own lives and agendas, which may or may not concide with your idea of smooth running of a garden.
A big part of succesful wildlife gardening is a willingness to relinquish the level of control over your own environment that you take for granted in the home, office and supermarket.
Your garden may not be a particularly wild place, but the animals that there don’t know that. They are wildlife.

Beter kan ik het niet zeggen. Ik had de voorbije jaren een aantal logjes gelezen bij AnneTanne over ‘No Nettles Required – The Thruth about Wildlife Gardening’. Ik heb me dat boekje vorige week besteld en zowat in één ruk uitgelezen.

Het boekje is een verslag van het BUGS-project, een veldstudie-onderzoek naar biodiversiteit in de tuin, uitgevoerd aan de Universiteit van Sheffield. Het boek(je) probeert in kaart te brengen welke parameters het meeste impact hebben de biodiversiteit in een tuin. Het is geweldig geschreven, Ken Thompson slaagt er niet alleen in een aantal wetenschappelijke concepten in eenvoudige mensentaal uit te leggen, hij doet dat ook met een kwinkslag.

Ik ga de inhoud van het boek niet in detail neerpennen (maar bij AnneTanne kan je toch heel wat info vergaren), maar laten we stellen dat een aantal van de steeds wederkerende adviezen volgens die veldstudies geen impact hebben op de biodiversiteit.

Mensen denken heel vaak in oorzaak en gevolg: sommige insecten foerageren alleen op inheemse planten, dus wanneer ik inheemse planten aanplant heb ik meer biodiversiteit in mijn tuin. Maar in het échte leven zijn er soms secundaire effecten die er toch voor zorgen dat de werkelijkheid anders is.
Ik ga dat even bewijzen met één van mijn stokpaardjes: de helmdraagplicht voor fietsers. Intuïtief denkt iedereen dat dat veiliger is voor de fietsers (want de helm beschermt de fietser voor een hoofdletsel bij een val). Maar in het échte leven nemen automobilisten die een fietser voorbijsteken minder afstand van een fietser met helm dan een fietser zonder helm. En neemt een fietser met helm, vaak onbewust- ook iets meer risico wanneer hij/zij een helm draagt. Zodat de uitkomst van zo’n maatregel soms heel verrassend kan zijn.

Nog even terugkeren op die eerste vraag. Van de vraag of een bepaald dier ‘schadelijk’ is voor de tuin krijg ik het dus even zeer op mijn heupen. Als dat dier schade berokkent, zal je dat zelf wel zien zeker*? Of een beestje schade berokkent in een bepaalde tuin is ook situationeel.

Maar goed dus, ik raad iedereen die geïnteresseerd is in ecologisch tuinieren dit boekje van harte aan. Niet alleen omdat het leerrijk is, ook omdat het erg aangenaam leest en helemaal niet duur is (12.99 EUR). En, als je een slecht karakter hebt, je het ook wel eens kan gebruiken om de mantra’s van anderen met wetenschappelijke bewijzen te doorprikken.


*Nog even voor de duidelijkheid, ik wil niet aangeven dat er geen schadelijke dieren bestaan, zo is Drophylla suzukii (een Japanse fruitvlieg die zowat alle zacht fruit vernield) voor iemand die fruit wilt kweken echt wel een ramp.
Ik zeg dus ook niet dat je per definitie geen actie mag ondernemen om zo’n plaagdieren uit de tuin te weren (zolang je dat op een ecologisch verantwoorde manier doet).

Gazon

Gisteren kwam Dave Goulson, een professor biologie aan de Universiteit van Sussex, nog eens aan het woord in Gardener’s World. Hij is gespecialiseerd in insecten, en dan vooral in bijen. We weten al even dat ongeveer 75% van de biomassa aan insecten in Europa verdwenen is. Ze bezochten zijn tuin, om aan te tonen hoe je insectenleven in je tuin kan stimuleren. Hij bracht grotendeels de al zo vaak herhaalde punten aan. Ik herhaal ze nog even, maar ga dan nog even wat verder in op één puntje dat toch wel nieuw is voor mij.

  1. Het allerbelangrijkste is en blijft : geen pesticiden gebruiken. Logisch, je gaat geen gasten uitnodigen en die daarna vergiftigen
  2. Plant in je tuin bijenvriendelijke bloemen. Dat zijn voor hem niet alleen inheemse planten, maar dat kunnen ook uitheemse zijn (waarbij hij speciaal melding maakte van planten die nauw verwant zijn aan inheemse planten)
  3. Maai je gazon niet. Iedere keer dat je je gazon maait, haal je niet alleen alle bloemen weg, maar alle insecten die op die bloemen (en in dat gras) leven worden meegezogen in de grasmaaier en tot pulp herleid.
  4. Laat de natuur zijn ding doen, hij liet zien hoe hij zijn moestuin beheerde (met een speciale vermelding voor pastinaak, die als je hem laat doorschieten een echte magneet wordt voor alle zwarte bladluis (die dan niet op de andere planten in je moestuin zitten) en voor bestuivers (waaronder zweefvliegen waarvan de larven net die bladluizen eten).
  5. Hij gaf ook nog aan dat water toevoegen aan je tuin het leven in die tuin flink vermeerderd.

Wat hij in puntje 3 aangeeft is eigenlijk iets waar ik mezelf ook al enige tijd vragen bij stel. Je gras niet continu afmaaien maar om de 4-5 weken is eigenlijk ook een manier om volk uit te nodigen in je tuin en dat dan 5 weken later tot pulp te mixen in je grasmachine. Ook velt geeft advies om je gazon variabel te maaien (alleen kort maaien wanneer je je gazon nodig hebt), maar de vraag is dan toch of het niet beter is om een stuk van je gazon écht te laten verwilderen en het stuk dat je meer dan één keer per jaar gaat maaien toch kort te houden.

Ik heb voor mezelf al een tijdje uitgemaakt dat ik mijn gazon nog maar heel sporadisch maai. Ik heb dat de vorige keer ten dele gedaan met de zeis. Het oppervlak is niet zo groot, en werken met de zeis is gewoon veel leuker, en het geeft me extra oefening. Want zo één keer per jaar een stukje bloemenweide zeisen, dat is gewoon onvoldoende om de techniek te beheren.

Nog een hele leuke tip in het programma: rolklaver aanwenden als potplant. Rolklaver is één van de allerbeste insectenplanten in ons land: het is een drachtplant voor meer dan 100 bijensoorten maar bovendien ook waardplant voor de rupsen van een hele resem vlinders (sint-jansvlinder, icarusblauwtje, boswitje, bruin dikkopje, mi-vlinder, zwartsprietdikkopje, klein geaderd witje en het heideblauwtje). En de plant bloeit van mei tot oktober. Ik heb mezelf één plantje geoogst uit een berm vorige week (op een plek waar er heel veel stonden) en wou dat in de bloemenweide uitplanten. Maar ik ga deze ook gewoon in een pot op terras uitproberen. En de zaden van de plant uitzaaien in bloemenweide en het gazon.

Foto boven: Muis is ook een fan van de manier waarop ik het gazon beheer. Ze specialiseert zich steeds meer in het vangen en oppeuzelen van sprinkhanen.

Hoe God denkt over onze manier van tuinieren.

Dit was één van mijn allereerste blogposts, daterend uit 2012. Maar nog altijd brandend actueel, zeker met nog wat kleine aanpassingen.

GOD: Gabriël, wat gebeurt er nu toch op de aarde? Waar zijn de madeliefjes, de margrieten, de viooltjes, de distels en al die andere bloemen die ik ontwikkelde? Ik mijn masterplan voor de Aarde had ik planten met kleurrijke bloemen voorzien, die nectar en stuifmeel produceerden waaraan al die vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen zich zouden kunnen laven. Insecten die dan weer vogels zouden voeden. Zo’n weide vol bloemen en insecten was één van de hoogtepunten van mijn scheppingen. Ik had verwacht overal mooie kleuren te zien, maar ik zie alleen maar grote groene rechthoeken .
Gabriël: De mensen hebben de aarde ingepalmd. Ergens in een niet zo ver verleden begonnen ze Uw bloemen onkruid te noemen.
GOD: Onkruid? Wat bedoel je daarmee?
Gabriël: Wel, ze willen geen ‘wilde bloemen’ die zich zomaar uitzaaien in hun tuin, ze besproeien die dus met gif, branden die kapot met een gasbrander of trekken ze met de handen uit. Mensen die dat niet doen worden lui genoemd en worden soms zelfs beboet door de politie. Er ontstaan zelfs fikse burenruzies over. Geen inspanning gaat mensen te ver om die bloemen te vervangen door gras.
GOD: Gras? Zo saai. Geen kleuren. Het trekt geen vlinders, bijen en vogels aan. Het enige dat je er in terug vindt zijn wat wormen. En het houdt ook niet zo van droogtes of hoge temperaturen. Willen die mensen echt al dat gras laten groeien? En willen ze nu echt geen bloemen laten groeien?
Gabriël: Blijkbaar, Heer. Ze doen enorme inspanningen om het te laten groeien en groen te houden. Het wordt twee keer per jaar bemest en iedere lente wordt het geverticuteerd en behandeld met gif om ander planten die uitkomen tussen het gras te vernietigen.  
GOD: Ah, en de lenteregens en het lentezonnetje laten het gras waarschijnlijk snel groeien. Dat moet de mensen dan toch erg tevreden maken. 
Gabriël: Blijkbaar niet, Heer. De mensen kopen machines die hen toelaten om het gras kort te maaien van zodra het een beetje groeit, soms zelfs twee keer per week. 
GOD: Ze knippen het gras af? Maken ze daar dan hooibalen van? 
Gabriël : Niet echt, Heer. De meeste mensen harken verzamelen het in zakken. 
GOD: In zakken? Waarom? Verkopen ze het dan als dierenvoedsel? 
Gabriël: Neen, Heer. Ze betalen om dat maaisel weg te gooien.
GOD: OK, begrijp ik dat nu goed? Ze betalen om het gras te bemesten zodat het beter zou groeien , en wanneer het groeit snijden ze het af en betalen ze om het weg te gooien? 
Gabriël: Absoluut, Heer 
GOD: Dan moeten de mensen toch tevreden zijn met de zomer, wanneer we de regen terugdraaien en de verwarming enkele graden hoger zetten Dat moet de groei zeker beperken en die mensen flink wat werk besparen.
Gabriël: Wel, … Als het gras stopt met groeien door de droogte en de warmte besproeien ze het gras met water dat ze moeten betalen zodat het blijft groeien en ze kunnen verder gaan met het maaien van het gras en het weggooien van het afgesneden gras.
GOD: Wat een onzin. Gelukkig behielden ze de bomen. Al zeg ik het zelf, dat was echt een geniaal idee van mij, die bomen. De bladeren van de bomen maken die bomen mooi en bezorgen schaduw in lente, zomer en herfst . In de herfst vallen de prachtig gekleurde bladeren af zodat ze een natuurlijk tapijt vormen dat de grond beschermt en vochtig houdt. Bovendien rotten die bladeren langzaamaan weg zodat ze compost vormen dat de de grond voedt. Een natuurlijke levenscirkel. 
Gabriël: Euhhh…. De mensen hebben zelf een nieuwe levenscirkel gemaakt. Van zodra de bladeren afvallen harken ze die samen op hopen en betalen ze om die bladeren af te voeren 
God: Echt? En hoe beschermen ze dan de grond, en de wortels van de planten en de bomen in de winter? Hoe houden ze de grond vochtig, voedzaam en los? 
Gabriël: Van zodra de bladeren afgevoerd zijn, gaan de mensen in winkels iets kopen dat ze ‘Mulch’ noemen. Dat sleuren ze mee naar huis en brengen ze overal aan om de planten te beschermen . 
GOD: En wat is dat dan, die mulch? Waar komt die vandaan? 
Gabriël: Daarvoor kappen de mensen bomen om die ze fijn malen tot ‘mulch’, Heer

Dit verhaal is me ooit verteld door een Amerikaanse Hostaverzamelaar. Ik heb het een beetje aangepast aan onze lokale ‘eigenheden’.

Helenium

Enkele maanden geleden vertelde ik over transportperikelen van een plantenbestelling. De 3 plantjes Helenium ‘Kupferziegel’ die ik toen redde, zijn ondertussen verder gegroeid en beginnen nu te bloeien.

Ze blijven wel wat achter qua groei bij de andere planten (lijkt me logisch) en normaal is dit een zeer rijk bloeiende variëteit, maar valt dit jaar wat tegen. Maar goed, de plantjes zijn nog maar net uit revalidatie.

Ik ben vooral tevreden dat ik toch 3 levende exemplaren van deze Helenium heb. Elk van die planten heeft minstens 4 ogen. Dat wil zeggen dat ik volgend jaar zonder problemen voldoende stekken kan nemen van deze planten.

Enkele jaren geleden schreef ik hier een stukje over Echinacea. De meeste van die planten deden het enkele jaren vrij goed maar kwijnden na een aantal jaren toch weg. Ik heb nog één plant in volle glorie staan, dat is E “Cheyenne’s Spirit”, wat gewoon een groep zaailingen is, en die het hier erg goed blijft doen.

Helenium is eigenlijk een veel betere tuinplant (of toch alvast in mijn tuin).
H. ‘Sahin’s Early Flowerer’ kocht ik me dit jaar aan. Het zou één van de gezondst groeiende en langstbloeiende Heeniums zijn. Ik vind het een merkwaardige plant, vanwege de variëteit aan bloemkleuren op één en dezelfde plant.

De bloemen openen als volledig gele bloemen met een fijn rood randje, en kleuren dan langzaamaan roder. Wanneer de bloemen bijna ‘fin de carrière’ zijn, worden ze dof oranje van kleur.

Comfort

Zo buiten slapen is toch ook maar niets, met alle dauw op je lijf. Dit is volgens mij hetzelfde beestje (of een soortgenoot) als deze hieronder. De Zwartsprietwespbij (Nomada flavopicta). Ja, je leest dit goed, dit is een wespbij. Wespbij zijn “koekoeksbijen”. In plaats van zelf stuifmeel te verzamelen in een broedcel, leggen ze hun eitjes in het nest van een solitaire bij. De larve van de wespbij doodt de larve van die solitaire bij en kan zich vervolgens laven aan de voedselvoorraad die de solitaire bij had voorzien voor haar kroost.
Wespbijen hebben meestal het uiterlijk van een wesp, maar het zijn en blijven bijen, het zijn geen carnivoren, ze eten ook nectar en stuifmeel.

De Kameelhalswesp van gisteren was een echte solitaire wesp, ze vangt een prooi (in haar geval meestal een grasmot), deponeert die in een broedcel en legt een eitje in die mot. Die grasmot is dan het eten voor de larve.

Kameelhalswesp

Een beestje dat ik nog niet eerder in de tuin zag. Dit is een Kameelhalswesp, volgens waarnemingen.be een zeldzaam beestje, 72 keer waarnemingen dit jaar.

Ik heb even wat verdere informatie opgezocht over dit beestje, het is een vlinderdoder, die voornamelijk wespvlinders en grasmotten vangt. Ik vermoed dat de wesp zelf leeft van nectar en stuifmeel en die vlinders vangt voor de larven.