Eén van de vragen die ik wel eens zie passeren onder ecologische tuinders waar ik het écht van op mijn heupen krijg is de vraag “Wat is het nut van dit dier in de tuin?”.
Ik reageer daar vaak een beetje geïrriteerd op, want met die gedachtegang zit je écht nog in de idee dat de natuur (en de dieren en planten in jouw tuin) je iets schatplichtig zijn om hun plekje te verdienen in jouw tuin.
Dan zit je nog in de mindset van ‘exploitatie’ van de natuur die er voor gezorgd heeft dat alle biodiversiteit “zonder economisch nut” de voorbije tientallen jaren verwoest is.
In een boek over tuinieren – dat ik vorige week las – staat ergens halverwege de volgende zin:
“I’m simply making the point that the animals in your garden have their own lives and agendas, which may or may not concide with your idea of smooth running of a garden.
A big part of succesful wildlife gardening is a willingness to relinquish the level of control over your own environment that you take for granted in the home, office and supermarket.
Your garden may not be a particularly wild place, but the animals that there don’t know that. They are wildlife.“
Beter kan ik het niet zeggen. Ik had de voorbije jaren een aantal logjes gelezen bij AnneTanne over ‘No Nettles Required – The Thruth about Wildlife Gardening’. Ik heb me dat boekje vorige week besteld en zowat in één ruk uitgelezen.
Het boekje is een verslag van het BUGS-project, een veldstudie-onderzoek naar biodiversiteit in de tuin, uitgevoerd aan de Universiteit van Sheffield. Het boek(je) probeert in kaart te brengen welke parameters het meeste impact hebben de biodiversiteit in een tuin. Het is geweldig geschreven, Ken Thompson slaagt er niet alleen in een aantal wetenschappelijke concepten in eenvoudige mensentaal uit te leggen, hij doet dat ook met een kwinkslag.
Ik ga de inhoud van het boek niet in detail neerpennen (maar bij AnneTanne kan je toch heel wat info vergaren), maar laten we stellen dat een aantal van de steeds wederkerende adviezen volgens die veldstudies geen impact hebben op de biodiversiteit.
Mensen denken heel vaak in oorzaak en gevolg: sommige insecten foerageren alleen op inheemse planten, dus wanneer ik inheemse planten aanplant heb ik meer biodiversiteit in mijn tuin. Maar in het échte leven zijn er soms secundaire effecten die er toch voor zorgen dat de werkelijkheid anders is.
Ik ga dat even bewijzen met één van mijn stokpaardjes: de helmdraagplicht voor fietsers. Intuïtief denkt iedereen dat dat veiliger is voor de fietsers (want de helm beschermt de fietser voor een hoofdletsel bij een val). Maar in het échte leven nemen automobilisten die een fietser voorbijsteken minder afstand van een fietser met helm dan een fietser zonder helm. En neemt een fietser met helm, vaak onbewust- ook iets meer risico wanneer hij/zij een helm draagt. Zodat de uitkomst van zo’n maatregel soms heel verrassend kan zijn.
Nog even terugkeren op die eerste vraag. Van de vraag of een bepaald dier ‘schadelijk’ is voor de tuin krijg ik het dus even zeer op mijn heupen. Als dat dier schade berokkent, zal je dat zelf wel zien zeker*? Of een beestje schade berokkent in een bepaalde tuin is ook situationeel.
Maar goed dus, ik raad iedereen die geïnteresseerd is in ecologisch tuinieren dit boekje van harte aan. Niet alleen omdat het leerrijk is, ook omdat het erg aangenaam leest en helemaal niet duur is (12.99 EUR). En, als je een slecht karakter hebt, je het ook wel eens kan gebruiken om de mantra’s van anderen met wetenschappelijke bewijzen te doorprikken.
*Nog even voor de duidelijkheid, ik wil niet aangeven dat er geen schadelijke dieren bestaan, zo is Drophylla suzukii (een Japanse fruitvlieg die zowat alle zacht fruit vernield) voor iemand die fruit wilt kweken echt wel een ramp.
Ik zeg dus ook niet dat je per definitie geen actie mag ondernemen om zo’n plaagdieren uit de tuin te weren (zolang je dat op een ecologisch verantwoorde manier doet).