Voor ‘t derde opeenvolgende jaar hadden we dit jaar één broedse hen, en dus kuikens. En terwijl ik voorbije keren bijzonder veel geluk had met de verhouding hanen/hennen (1/4 en 3/7), was dat dit jaar heel wat minder het geval(4/1). ’t Kon niet blijven duren, natuurlijk.
Maar zoals het er nu naar uitziet, zou ik toch 3 hanen en 1 hen geplaatst krijgen. De laatste haan wil ik zelf houden, omdat die een aparte kleurschakering heeft en ik hem dus nog wel even wil zien opgroeien.

Naar goede gewoonte wordt vanaf oktober het hek van de kippenren opengezet. De kippen mogen dan in de tuin op zoek naar beestjes. Heel wat slakken en slakkeneitjes worden zo kippenvoer, en maken daarbij zo goed als geen schade (de rest van ’t jaar houd ik ze wel ‘in ’t hok, anders zouden er ook heel wat amfibieën sneuvelen. in ’t Hok kan ’t groen dan opnieuw groeien (want met die kuikens erbij zitten er eigenlijk teveel dieren in de ren).
Deze kuikens heb ik nooit moeten vangen (dankzij het net over de kippenren) en zijn ook nooit gekortwiekt (dankzij het net over de kippenren). Ze zijn nu onwaarschijnlijk tam, ééntje loopt over mijn handen en onder mij door wanneer ik op handen en knieën ben aan ’t wieden.
Ik kan iedereen met een tuin ten zeerste kippen aanraden. Ze verminderen het keukenafval en leveren kakelverse eieren. Bovendien is hun mest een uitstekende compostversneller. En in mijn tuin hebben ze dus ook nog een bijdrage bij de slakkenbestrijding.



















