Tuinieren is altijd een beetje experimenteren. In de eerste plaats de juiste plant zoeken voor een standplaats (dus geen oeverplant op een droog stukje in de volle zon) en daarnaast ook nog hopen dat de plant meewerkt aan het beeld dat je van dat stukje tuin verlangt.
Af en toe heb je stukjes die van de eerste keer helemaal in orde zijn, alsof je een puzzel uit de doos gooit en alles direct op zijn plaats ligt. Maar vaak valt het resultaat toch wat tegen. Blijkt een plant toch wat veel last te hebben van de droge zomers, of levert een combinatie van planten niet direct op wat je in gedachte had. Dan moet je zoiets bijsturen, waarschijnlijk één van de leukste dingen aan tuinieren.
Dit week-end werd er nog eens flink bijgestuurd. Zo stonden enkele Geum te dicht bij de dennenbomen van de buurman en dus te droog, bovendien had ik ook gewoon teveel Geum in de blauwe border geplant (want enkele oranje bloemen in een blauwe border zorgt voor een mooi contrast, ’t zijn complementaire kleuren). Maar de Geums bloeiden eigenlijk voordat de blauwe bloemen in dat hoekje bloeiden, en aangezien ik een beetje overdreven had met het aanplanten van Geum was het eerder een blauwe-border-die-geel-en-rood-kleurt. Noem mij gerust bekrompen, maar een blauwe border moet voor mij toch blauw zijn. Daarom maakte de Geum plaats voor enkele blauwe planten (Linum perenne , Nepeta kubanica en Succisella inflexa), zodat de blauwe border wat blauwer kleurt.

Alle Geum vond een onderdak op een wat vochtigere plek, en de Alchemilla mollis die daar vertoefde werd aangewend op de droge plek vlakbij de dennen. Onwaarschijnlijk makkelijke plant, die Alchemilla. Verder werd een lelijke open plek in de voortuin opgevuld met Teucrium hyrcanicum ‘Flowtime’, een Gamander en verhuisde de prachtige Agastache ‘Blue boa’ naar één van droogste en zonnigste plekjes.
Om te verplanten wacht ik dus niet op de late herfst. Het weer is nu ideaal, als je planten onmiddellijk water geeft na het verplanten geven de planten geen krimp. Zo verplantte ik vorige week ook enkele volgroede frambozenscheuten, zonder enige vorm van schade. Er is nog voldoende licht voor de planten, die nu nog herstellen en nieuwe wortels aanmaken.
Verder plantte ik ook nog wat Blauwe mistbloem (voorheen Eupatorium coelsetinum nu Conoclinium coelestinum), een erg laat bloeiende nectarplant (moet nog starten met bloeien). Toen ik de planten uit hun potjes haalde, zag ik wel lange uitlopers, hoop dat deze niet te enthousiast gaan groeien want dan zullen ze snel op de composthoop terecht komen). Tegelijkertijd kwam mijn pakje met bestelde Delphiniums aan, nog wat extra blauw en violet voor de tuin (tenzij de slakken er anders over denken).
Last but not least werden de hosta-slachtoffers van de woelmuizen van twee winters geleden ook allemaal terug aangeplant. De nog overblijvende gaten in de schaduwtuin werden opgevuld door Geranium nodosum ‘Marijke’ en de prachtige Tellima grandiflora.
Nu is het dus opnieuw afwachten of deze planten het goed doen in de tuin. Als dat niet het geval is, kan er nog altijd bijgestuurd worden.