Goed gerief

Goed gereedschap maakt werken een heel stuk aangenamer. Nu is zo’n gereedschap soms erg duur. Maar meestal gaat zo’n gerief ook heel wat langer mee, ’t is dus ook duurzamer.

Eén van de dingen waarop ik absoluut niet wil beknibbelen zijn persoonlijke beschermingsmiddelen. Tuinhandschoenen vormen daar een belangrijke schakel in. De voorbije jaren kocht ik me één of twee paar handschoenen per seizoen, maar geen van al die exemplaren gaf echt bescherming bij het snoeien van bijvoorbeeld rozen. En na enkele maanden zat ik steevast opgezadeld met handschoen met gaten. En als ik al eens handschoenen paste die meer bescherming gaven, dan waren ze vaak niet comfortabel.

Dit paar van Rostaing was niet goedkoop. Maar na een jaar zijn ze nog niet versleten, het leder voelt nog altijd erg zacht aan. Eerlijksheidshalve bieden ze geen 100% bescherming wanneer je een kruisbessentak stevig vastpakt. Maar als je rustig te werk gaat, storen zelfs die lange doornen niet. En de suède manchettes beschermen je polsen en onderarmen. Een echte aanrader dus (dit is geen verborgen reclame, ik heb die handschoenen gewoon helemaal zelf betaald (30 EUR), maar dacht dat het misschien wel nuttig was voor anderen).

Hopla

Tuinieren is altijd een beetje experimenteren. In de eerste plaats de juiste plant zoeken voor een standplaats (dus geen oeverplant op een droog stukje in de volle zon) en daarnaast ook nog hopen dat de plant meewerkt aan het beeld dat je van dat stukje tuin verlangt.

Af en toe heb je stukjes die van de eerste keer helemaal in orde zijn, alsof je een puzzel uit de doos gooit en alles direct op zijn plaats ligt. Maar vaak valt het resultaat toch wat tegen. Blijkt een plant toch wat veel last te hebben van de droge zomers, of levert een combinatie van planten niet direct op wat je in gedachte had. Dan moet je zoiets bijsturen, waarschijnlijk één van de leukste dingen aan tuinieren.

Dit week-end werd er nog eens flink bijgestuurd. Zo stonden enkele Geum te dicht bij de dennenbomen van de buurman en dus te droog, bovendien had ik ook gewoon teveel Geum in de blauwe border geplant (want enkele oranje bloemen in een blauwe border zorgt voor een mooi contrast, ’t zijn complementaire kleuren). Maar de Geums bloeiden eigenlijk voordat de blauwe bloemen in dat hoekje bloeiden, en aangezien ik een beetje overdreven had met het aanplanten van Geum was het eerder een blauwe-border-die-geel-en-rood-kleurt.  Noem mij gerust bekrompen, maar een blauwe border moet voor mij toch blauw zijn. Daarom maakte de Geum plaats voor enkele blauwe planten (Linum perenne , Nepeta kubanica en Succisella inflexa), zodat de blauwe border wat blauwer kleurt.

Alle Geum vond een onderdak op een wat vochtigere plek, en de Alchemilla mollis die daar vertoefde werd aangewend op de droge plek vlakbij de dennen. Onwaarschijnlijk makkelijke plant, die Alchemilla. Verder werd een lelijke open plek in de voortuin opgevuld met Teucrium hyrcanicum ‘Flowtime’, een Gamander en verhuisde de prachtige Agastache ‘Blue boa’ naar één van droogste en zonnigste plekjes.

Om te verplanten wacht ik dus niet op de late herfst. Het weer is nu ideaal, als je planten onmiddellijk water geeft na het verplanten geven de planten geen krimp. Zo verplantte ik vorige week ook enkele volgroede frambozenscheuten, zonder enige vorm van schade. Er is nog voldoende licht voor de planten, die nu nog herstellen en nieuwe wortels aanmaken.

Verder plantte ik ook nog wat Blauwe mistbloem (voorheen Eupatorium coelsetinum nu Conoclinium coelestinum), een erg laat bloeiende nectarplant (moet nog starten met bloeien). Toen ik de planten uit hun potjes haalde, zag ik wel lange uitlopers, hoop dat deze niet te enthousiast gaan groeien want dan zullen ze snel op de composthoop terecht komen).  Tegelijkertijd kwam mijn pakje met bestelde Delphiniums aan, nog wat extra blauw en violet voor de tuin (tenzij de slakken er anders over denken).

Last but not least werden de hosta-slachtoffers van de woelmuizen van twee winters geleden ook allemaal terug aangeplant. De nog overblijvende gaten in de schaduwtuin werden opgevuld door Geranium nodosum ‘Marijke’ en de prachtige Tellima grandiflora.

Nu is het dus opnieuw afwachten of deze planten het goed doen in de tuin. Als dat niet het geval is, kan er nog altijd bijgestuurd worden.

Eerste Gezicht Jaargang 3 / Augustus

1 September 2015. Een beetje te laat deze maand… Iedere foto is aanklikbaar, zodat je een groter exemplaar te zien krijgt indien je dat wenst.

Voortuin.

De voortuin is nu een bonte mengeling van wit en paars. De Herfstanemonen en Hydrangea zorgen voor ’t wit, Verbena bonariensis en Echinacea zorgen voor dieppaarse tinten. Dit stuk tuin zit er best OK uit nu.

Slideshow : Evolutie http://supermasj.zenfolio.com/p898793373/slideshow.

Nectartuin

In de vlindertuin is het nu even een pauzemoment, vlak voor de asters voor kleur gaan zorgen doen heel wat andere planten het een beetje rustiger aan.

Slideshow : http://supermasj.zenfolio.com/p692170129/slideshow

Terras

Ook hier verschuift de bloei langzaamaan naar herfstbloeiers. Het gras moet nog eens afgereden worden (dat zal dan de derde en laatste keer zijn voor de zomer).
En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow

Tuin achter de woning

De gele borders kleuren nu extra geel, dankzij de Rudbeckia. En de boom is nog steeds niet geplant. De reden waarom leg ik misschien later wel eens uit.

Hopla!: http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow

Schaduwtuin

De schaduwtuin ziet er nog altijd goed uit. De woelmuisslachtoffers zijn nog altijd niet geplant…
Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow

Pruimenhaag

Er is duidelijk flink gewerkt hier, alles ziet er plots heel netjes uit. Twee weken na al dat wieden staat het overal terug vol kleine zaailingen.

Met de bijhorende slideshow http://supermasj.zenfolio.com/p1045601173/slideshow

Composthoop

Van actief composteren was dit jaar geen tot weinig sprake. De vier gebouwde compostbakken (1,4 x 1,2 x 1m) bleken te klein voor de tuin. Sinds de grote winterschoonmaak zaten de compostvaten overvol met bruin materiaal, en de zomerse droogte zorgde er ook voor dat er niet zoveel composteerde. Frequent omzetten van de compostbakken versnelt het composteringsproces, maar als er geen plaats vrij is, is omzetten ook onbegonnen werk…

En omdat ik niet kon omzetten, werd de hoop ook niet kleiner, en met de zomersnoei van onder meer frambozen voor de deur moest er dringend een nieuwe plaats voor ’t composteren gevonden worden, want groenafval afvoeren naar ’t containerpark weiger ik principieel. Maar die extra plek was helemaal niet zo evident om te vinden, een beetje ’t gevolg van overal planten en bomen neer te poten…

Uiteindelijk was de oplossing veel eenvoudiger dan eerst gedacht: waarom de compostvaten niet  dieper maken  (2,4 x 1,4 x 1m), waardoor ik de beschikbare ruimte bijna verdubbelde. Om de compostering van het droge afval wat te versnellen gebruikte ik het grasmachine eens niet als mulchmaaier en verzamelde ik het grasmaaisel om het met de overvloed aan droog materiaal te mengen.
Na drie keer omzetten, en dankzij de regenbuien, is de compostering nu flink op gang gekomen. De temperatuur in de eerste composthoop was > 50 °C.

En zo gaan we de herfst in met één compostbak die leeg is. De komende weken tracht ik iedere week ’t compost om te zetten. Dat omzetten is wel een flink werkje, want in totaal is dat iedere keer 7 m³ tuinafval dat moet verzet worden. Door alle lange takken kort te knippen wordt de taak in ieder geval een pak lichter, gisteren duurde het omzetten slechts 1,5 uur. Gratis fitness in je tuin, als het ware. Indien ik de komende weken het wekelijkse omzetten kan volhouden, moet ik tegen eind oktober minstens twee compostbakken kunnen “oogsten”, zodat ik ook volgend jaar terug voldoende plaats heb!

Om het composteren te versnellen, kijk ik ook uit naar een hakselaar om alle tuinafval te versnipperen, ook dat zou ’t composteren aanzienlijk versnellen (en ’t omzetten nog eenvoudiger maken). Maar dat is wel behoorlijk duur speelgoed….

Een aantal lezers zullen nu zeker denken ‘dat is toch veel werk’. Maar de combinatie van composthoop en kippen zorgt er voor dat er hier géén groene GFT bak in gebruik is. Ik verkies het huidige werk boven het jaarlijks proper maken van dat weerzinwekkend ding in ’t midden van de zomer.

Bee Bee Tree

De Royal Horticultural Society, kortweg RHS, heeft de voorbije 4 jaar onderzocht of onze bestuivers  inheemse planten verkiezen boven uitheemse tuinplanten in het ‘Plant for Bugs’ onderzoek. Voor dit onderzoek werden planten opgedeeld in drie groepen

  1. Inheemse soorten
  2. Uitheemse soorten die groeien op ’t Noordelijk halfrond en gerelateerd zijn aan inheemse soorten (bvb Knautia macedonia, Eupatorium maculatum)
  3. Uitheemse soorten van ’t Zuidelijk halfrond die helemaal niet verwant zijn aan inheemse planten

De voorlopige conclusies van het veldonderzoek geven aan dat bestuivers een voorkeur hebben voor Groep 1 en 2, maar dat planten van Groep 3 toch een meerwaarde blijken te bieden, vooral omdat er in deze groep heel wat planten zitten die het bloeiseizoen verlengen. Een strategie om bestuivers te helpen. waarbij alleen inheemse planten worden aangewend blijkt volgens deze studie niet de optimale, en dat het beter is voornamelijk inheemse of near-native planten aan te wenden, met enkele exoten die het bloeiseizoen verlengen. Verder bewijst de studie, volgens de onderzoekers, dat bloementuinen van wezenlijk belang zijn in de ondersteuning van bestuivers. Mensen die de eerste resultaten willen lezen kunnen dat hier doen.
Vorige week schaftte ik me een uitheemse boom aan die absoluut in die laatste categorie hoort. Tetradium Daniellii is een boom die pas nu in bloei komt en tot eind september bloeit. De schermvormige bloemen, die van op afstand wat doen denken aan vlierbloesem, zijn erg rijk aan nectar en stuifmeel en zijn een magneet voor bijen, wespen, hommels,zweefvliegen,… . De Nederlandse naam spreekt boekdelen: bijenboom, maar de Engelstalige naam is toch véél leuker : bee bee tree.

Ik had me vorig jaar al een  ‘Tetradium daniellii ‘Moonlight’ aangeschaft, maar deze bonte variëteit is een erg trage groeier die blijkbaar ook niet zo uitbundig bloeit. De nieuwe aanwinst heb ik aangekocht in een forse maat (> 300 cm hoog, paste net in de wagen) en heeft al een tiental bloemschermen. Als jonge boom is de plant niet helemaal winterhard, maar de forse maat van mijn aankoop doet mij hopen dat deze wel de eerste winters overleeft. Zodra de boom wat groter is, kan hij tegen een stoot(je). Op ieder bloemscherm zaten heel ’t week-end meerdere bestuivers, waaronder heel wat wespen.  Mensen die sceptisch staan tegenover deze omschrijving moeten maar eens googlen op “bee bee tree flower”.

Solitair

Solitaire bijen determineren laat ik aan anderen over. Er zijn er zoveel, en de verschillen zijn vaak erg klein. Dit exemplaar op de Helianthus ‘Lemon Queen’ viel écht wel op, ook uitzonderlijk groot voor een solitaire bij.

Op die Helianthus is trouwens heel wat te beleven. Deze solitaire bij is volgens mij een Kegelbij, meer bepaald de gewone kegelbij?Dat is nochtans een vrij zeldzaam beestje, dus waarschijnlijk vergis ik me.

Druiven

Door de droge en warme zomer lijkt het ook een uitstekend druivenjaar te worden. De oogst (van 16 druivelaars) zal dit jaar vlotjes boven de 50 kg eindigen. En dan spreken we over mooie grote bessen, en trossen die tot meer dan eenkg per stuk wegen. Iedere druivelaar mag hier maximaal 10 trossen afleveren, zo bekom je grotere bessen entrossen. De trossen van Juliana zien er nu het mooist uit (foto boven).

Arolanka
Kodrianka, begint blauw te kleuren
Isabella, grote blauwe druiven die ik persoonlijk niet zo lekker vind
Olimpiade, de eerste druif die rijp is. Vrij kleine bessen in compacte trosjes, erg lekker, met een stevig muskaat-aroma. De bessen zijn knapperig.

Pruimentijd!

De komende dagen staan helemaal in ’t teken van de oogst. Het is duidelijk een goed pruimenjaar. Enkele bomen dragen en enorme lading pruimen. De ‘Blue de Belgique’ is  net rijp, van de kwets ‘Toptaste’  en ‘Belle de Thuin’ eten we hier al enkele dagen. ‘Excalibur’ begint ook net af te rijpen…

‘Belle de Thuin’ is een erg grote, gele eiervormige pruim met loszittende pit. Ze zijn enorm sappig en uitzonderlijk lekker. Het is één van de rassen op de lijst van ziekteresistente rassen van Gembloux (RGF). De schil is nogal kwetsbaar, alle vruchten zien er dus niet even mooi uit … Een absolute aanrader.

‘Toptaste’ is een kwets die hier vorig jaar nog bijna op de schop ging. De boom kreeg nog één jaar respijt om te bewijzen dat hij goede en lekkere pruimen kon afleveren. En dit jaar hangen er voor ’t eerst redelijk wat pruimen aan de boom, en die zijn best te pruimen.

De derde pruim die nu volop in productie komt is ‘Blue de Belgique’. Een kleine ronde blauwe pruim die erg lekker is. Eigenlijk had de vruchten op deze boom moeten uitdunnen, maar daar is het nu wat laat voor.

Enkele andere rassen zijn ondertussen bijna rijp.De pruimentijd gaat nog minstens een maand door!

Praktisch

Ondertussen vorderen de onderhoudswerken in de Fruitberg goed. Beide fruitkamers zijn stevig onderhanden genomen. Planten groeien nu eenmaal, en op een aantal plaatsen was er echt te weinig plek in de fruitkamers. De kruidentuin is voor een deel verwijderd, zodat er plaats is om vlotter bij een aantal struiken (en hun vruchten) te geraken. Eén rek met aardbeibakken zal ook verdwijnen, om dezelfde reden. De kruiden staan al een tijdje in pot op ’t terras (veel handiger zo) en aardbeien zijn er ook genoeg met twee stellingen (nog altijd capaciteit voor >150 aardbeiplanten).

Tijdens de werken sneuvelden ook enkele fruitrassen. Drie frambozenrassen groeien hier nu al drie jaar na mekaar onvoldoende en/of leveren fruit af dat onvoldoende is in vergelijking met de andere rassen. Glen Doll, Pokusa en Glen Magna moesten het onderspit delven. Ze zullen worden vervangen door Valentina (een erg lekkere oranje framboos die nu op een niet al te handige plek staat), Glen Coe (een paarse framboos, eens iets nieuws) en Cascade Delight (een vrij recent ras zomerframboos, die lang aan de struik kan blijven hangen). Laten we hopen dat deze planten het beter doen.

Ook de bosaardbeien werden flink gerationaliseerd. Alle borderzomen onder de laagstamfruitbomen (45 stuks in totaal) werden opgevuld met bosaardbeien. Dat geeft niet alleen héél wat bosaardbeiplantjes, maar ook enorm veel bosaardbeien die amper geoogst worden. En de rest van ’t jaar is het wieden tussen die bosaardbeiden een monnikenwerk. Kruipende boterbloem, klavers, hondsdraf en bijenkorfje zijn ook alle planten die met uitlopers groeien  en enorm moeilijk te wieden zijn tussen de bosaardbeien. En dus houd ik nu nog één borderzoom van ongeveer 10 m² over met bsoaardbeien, de andere borderzomen werden volledig leeggemaakt en met Geranium phaeum, Geranium sanguinem ‘Max Frei’  en Prunella grandiflora (bijenkorfje) volgeplant.

Wordt het dan niet een beetje saai in de Fruitberg, nu er zowat hoekjes af zijn gevijld? Allemaal zo rationeel. Neen! Want ergens in een catalogus vond ik een zwarte trosbes. Dit is dus geen zwarte bes (Ribes nigrum) maar een zwarte rode bes (Ribes rubrum) . Ik moet er wel nog een plaatsje voor vinden.