Fotoverhaal van de week 05 : Zweefvliegen

Ik ga hier iedere week ’t verhaal vertellen achter één van mijn foto’s. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer informatie.

Ook wanneer ik op reis ben durf ik wel eens fotootje maken. Indien ik tijdens een wandeling een plekje vind waar heel wat beestjes zitten durf ik daar wat later op de dag nog eens terug naar toegaan, alleen. Soms merk je dan dat dat hoekje helemaal in de schaduw ligt op ’t moment dat je er langskomt, soms zijn de beestjes gaan vliegen, maar dat is niet altijd ’t geval.

Waarom niet gewoon onmiddellijk blijven fotograferen? Een macro maken, dat vraagt wat tijd. Zeker wanneer je beestjes wil fotograferen: dat beestje moet op de juiste bloem gaan zitten en niet achteraan, tussen de brandnetels, distels of bramen (het is zomer, ik sta daar in short en T-shirt), je wilt een leuke achtergrond, … Je wilt je metgezellen geen kwartier laten wachten tot jij die foto hebt gemaakt – dat zouden ze ook niet doen. En zo’n beestje lijkt altijd op de verkeerde plek te gaan zitten.

Deze foto is een foto uit zo’n reeks. Hier vlogen er wél heel wat beestjes rond toen ik terugkwam. Op een bepaald ogenblik zag ik een zweefvlieg voortdurend boven een andere zweven, wat een foto waard was. Ik heb letterlijk tientallen foto’s gemaakt, maar steeds was de DOF (Depth Of Field, Scherpte-Diepte) net onvoldoende om beide beestjes scherp in beeld te brengen. Van pure colère heb ik nadien gewoon twee foto’s uit die reeks genomen, en de zwevende zweefvlieg van de ene naar de andere foto laten vliegen. Nah.

 

 

Prijzig

In de bessentuin plant ik begin volgend jaar nog enkele Geraniums aan als bodembedekker. Opvallend : de onredelijk hoge prijs van de vele moderne cultivars. Prijzen van 5 EUR voor één plantje zijn geen uitzondering. We spreken dan over een vast plantje in een P9 potje…

Een voorbeeld : het prijskaartje  van Geranium ‘Rozanne’ varieert tussen de 3,0 en de 5,5 EUR (de ‘normale’ prijs bedraagt ongeveer 4,0 EUR) bij de vaste-plantenkwekerij. Om dat even in zijn context te plaatsen, een laagstam appelaar kost bij mijn (ecologische) boomkweker 8,5 EUR. Maar zo’n appelboompje wordt geënt op een onderstam en kan pas na drie jaar verkocht worden, en is dus toch redelijk arbeidsintensief (onderstam kweken, het enten, snoeien,…).

Geranium ‘Rozanne’ is een ideale bodembedekker. Maar aan 5 planten per m² kom je aan prijzen van ongeveer 20 EUR/m², dat is vergelijkbaar met de prijs van 1 m² tegels.

Geranium ‘Rozanne’

Oudere geraniumrassen (die niet auteursrechterlijk beschermd zijn) gaan over de toonbank voor prijzen van 1,0 tot 2,0 EUR per stuk. Dat een veredelaar een redelijke vergoeding moet krijgen voor zijn werk, daar kan ik me helemaal in vinden. Ik heb lang gedacht dat een onredelijk hoge royalty fee aan de basis lag van deze exuberante prijzen. Maar in de Verenigde Staten bedraagt die royalty fee omgerekend 0,25 EUR, wat me eigenlijk nog redelijk lijkt (Ook al is Geranium ‘Rozanne’ als toevalszaailing gevonden in een tuin en zijn er ondertussen al meer dan 12 miljoen exemplaren van verkocht). De foto bovenaan toont Geranium ‘Patricia’, een plant die zonder kwekersrecht wordt aangeboden en eigenlijk niet veel goedkoper is. De verklaring ligt dus elders.

Akkoord, ‘Rozanne’ is onwaarschijnlijk goed: een uitzonderlijk lange bloeiperiode, bloemrijk en erg mooie bloemen. En ook al geloof in de vrije markteconomie, toch heb ik een wrang gevoel bij deze prijzen. Want ondertussen zijn er nog heel wat andere cultivars die ongeveer even lang bloeien en in schoonheid niet dienen onder te doen voor ‘Rozanne’. Maar die worden gewoon aan zo mogelijk nog gekkere prijzen verkocht. Indien je een ‘moderne’ Geranium wil kopen, moet je blijkbaar op 4 EUR rekenen per plantje. Omdat de handel beseft dat ze deze planten vlot verkocht krijgen aan deze prijzen. En wanneer ik een catalogus in Frankrijk of  Engeland bekijk, zie ik dat daar ongeveer 10 EUR per stuk wordt aangerekend, dat lijkt me écht totaal van de pot gerukt.

Terug naar mijn bessentuin dus, waarvoor ik in totaal 18 verschillende rassen heb geselecteerd. En waarbij ik toch de prijs in ’t oog heb gehouden. Niet alleen in raskeuze. De planten worden allemaal apart aangekocht bij de kwekerij die hem het goedkoopste aanbiedt, iets wat ik normaal gezien niet doe.

Fotoverhaal van de Week 04 : Schelde

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Samen met enkele fotografen een boot afhuren en met zijn allen samen de Schelde afvaren, dat moet de mogelijkheid geven om unieke beelden te maken? Toch?

Wel, dat zou ’t geval kunnen zijn indien het weer een beetje meezit. Maar wanneer het zowat de hele dag grauw en grijs blijft, zelfs een beetje mistig, valt dat eigenlijk dik tegen. Het contrast viel overal weg, en eigenlijk zag je vaak alleen mist over ’t water. Er werd op die boot dan vooral over andere leuke ideeën om te fotograferen gesproken, wat met mekaar’s foto materiaal gespeeld, en stiekem gehoopt dat het weer toch nog zou verbeteren.

Even brak de hemel een beetje open, en hadden we dit bijna magische licht. De tocht dan toch geslaagd? Neen, want dit is geen geweldige foto. Een laag rendement ook, zowel financieel als qua tijdsbesteding. Maar aan de andere kant heb ik dus wél op de Schelde gevaren 😀 Niet dat dat de enige keer was, maar bon.

Persicaria dshawachischwilii

Even serieus, deze plant bestaat dus echt. De wetenschapper die deze plant een naam gaf, heeft waarschijnlijk veel plezier gehad toen hij dat deed. Misschien was het wel een scrabbelaar die met alle overblijvende letters dshawachischwilii vormde. Goed dat hij niet nog pakweg 4 extra klinkers op overschot had …

De foto hierboven is niet van deze plant -ik heb geen foto van Persicaria dshawaschwilli – maar wel een foto van Pentaglottis sempervirens.

Ik overweeg het aanplanten van een themaborder. Op de de achtergrond start ik met drie bamboes (Sasaella masamuneana ‘Albostriata’, Chimonobambusa quadrangularis ‘Joseph de Jussieu’ en Himalayacalamus falconeri ‘Damarapa’). De Persicaria dshawachischwilii wordt natuurlijk de blikvanger van de border, met links een stevige groep Molopospermum peloponnesiacum en rechts een  Glycyrrhiza yunnanensis om wat meer structuur te geven aan de border. Vooraan komt een grote groep Paeonia mlokosewitschii en enkele Pennisetum alopecuroides ‘Cassian’s Choice’, omdat grassen in de borders nog steeds ‘in’ zijn. Een  Tripterospermum lilungshanensis mag ook niet ontbreken (of zou ik toch eerder voor Tripterospermum alutaceifolium  gaan?). Voor de najaarskleur zorgen enkele Ceratostigma plumbaginoides.

En om de boel in de vroege lente al wat op te fleuren voorzie ik ook enkele bollen: Allium sphaerocephalon subsp. sphaerocephalonCorydalis turtschaninovii en Tulipa kolpakowskiana. En als ik ze kan vinden, want ze zijn nogal moeilijk te bekomen, plant ik er ook nog enkele Muscari sivrihisardaghlarensis bij aan.

Op de foto boven Pentaglottis sempervirens. Net zoals de Thalictrum glandulosissimum var. chaotungense gewogen en te licht bevonden. Andere, zoals de Xanthorrhoea acanthostachyaDesmogymnosiphon chimeicusPararistolochia ceropegioides  en Caulokaempferia khaomaenensis zijn onvoldoende winterhard, maar hadden anders wél een plaatsje gekregen.

Een naam heb ik al voor deze border: de dyslexie-border ! Iedereen die me bezoekt en informatie vraagt over één van deze planten, zal ik met plezier de namen debiteren van alle planten uit deze border. Indien die bezoeker me dan vraagt om een naam te herhalen, zal ik hem bekijken met een dedain alsof hij een analfabeet is!

Alle gekheid op een stokje, die Persicaria dshawachischwilii is eigenlijk best een mooie plant. Als er hier iets wegvalt na de winter ga ik eens zien of ik hem geen plaatsje kan geven in de tuin. Maar met zo’n ridicuul moeilijk geschreven wetenschappelijke namen moet het ons toch niet verbazen dat mensen een andere naam zoeken? Engelese tuiniers spreken niet over Paeonia mlokosewitschii  maar over “Molly The Witch peony”. En naast die moeilijke namen wijzigen die namen om de haverklap , het maakt het er allemaal niet eenvoudiger op.

Ere wie ere toekomt, de beschrijving van Persicaria dshawachischwilii in de catalogus van Coen Jansen inspireerde me om dit stukje te schrijven.  Zoals ik al eerder adviseerde aan mijn lezers : lees die catalogus, de omschrijvingen zijn erg leuk geschreven.

Winterframboos

Deze frambozen vielen me gisteren op in de tuin. Door de warme decembermaand rijpten er ook in december nog wat herfstframbozen af, en die hangen nu nog altijd aan de stokken. Smakelijk zijn zo’n decemberframbozen niet meer (te weinig warmte, te weinig licht?), ik bespaar me dan ook wijselijk de moeite van het plukken. En blijkbaar zijn ook de vogels er niet in geïnteresseerd.

Er zijn nog enkele andere planten helemaal verrast door de koude. Onder meer deze Choisya ternata ‘White dazzler’, die in een pot op het terras staat. Deze variëteit van oranjebloesem zou enorm winterhard zijn (planten in potten overleefden de winter van 2010-2011  bij nachten tot -26°C), dus zie ik geen reden om de planten te beschermen.

Ook de plant van de maand hangt nu vol bloemetjes met ijskristallen. Ook deze plant is volledig winterhard (afkomstig uit de Himalaya, waar de plant groeit tot boven de 3000 m hoogte)

 

Tellen

Net zoals de voorbije jaren werden gisteren ook hier vogels geteld. Zelf twijfel ik aan het nut van dit soort tellingen, maar ik vind het een geweldige bewustmakingsactie van natuurpunt. En ’t is hoegenaamd geen straf, de vogels buiten bespieden.

Wat wel veranderde: de voedersilo’s. In het Verenigd Koninkrijk is de populatie groenvinken er sinds midden vorig decennium erg snel op achteruit gegaan door de parasiet Trichomonas gallinae Door voedersilos geregeld te reinigen help je mee de verspreiding van deze ziekte in te dammen. De silo die hierboven is afgebeeld is erg eenvoudig te demonteren en uit te wassen. Dit jaar had ik één silo besteld om hem te testen, volgend jaar vervang ik ook de andere silo’s.

Het resultaat dit jaar:

Kraai 2
Houtduif 5
Tortelduif 9
Pimpelmees 5
Zwarte mees 2
Koolmees 5
Roodborst 1
Vink 18
Groenling 1
Merel 2
Spreeuw 2
Boomklever 1
Kauw 9
Grote Bonte specht 1

Weinig geduld…

Als een goede tuinier geduld moet hebben, dan mis ik misschien één eigenschap om een écht goede tuinier te zijn. Eigenlijk wil ik het liefst van al onmiddellijk resultaat zien.

Bijna vier jaar geleden zocht ik wat informatie over winterbloeiers. Eentje die vaak wederkeert is Chimonanthus praecox. Je leest op internet enkele beschrijvingen (winterbloeiend, heerlijk geurend) en je moet dat dus hebben. Zo gaat dat nu eenmaal. Geen probleem, want toen had ik nog 10 a tuin om aan te planten. Ik vond de plant ook onmiddellijk terug in meerdere catalogi. Bij de boomkwekerij die ik enkele weken later bezocht stond de plant in de catalogus maar ter plekke was de plant onvindbaar. Toen ik om informatie vroeg bleek dat ze hem niet ter plekke in voorraad hadden maar wel in een kweekserre. “Als U wilt, laat ik er eentje halen, duurt ongeveer 15 minuten”.  15 minuten geduld, in zo’n geval? Geen probleem!

Een kwartier later kwam een medewerker van de boomkwekerij met een struikje af, zonder etiket. Niet direct een groot exemplaar, maar voor de vraagprijs had ik dat ook niet verwacht.

De voorbije jaren was het struikje gestaag gegroeid, maar zowel in ’t voorjaar van 2014 als dat van 2015 was er geen bloem te zien. Alle andere aangekochte winterbloeiers toonden zich wel van hun beste kant. En dus begon ik te twijfelen, zou het wel de juiste plant zijn? Hij was niet gelabeld toen ik hem kocht, en een vergissing is snel gemaakt…

Ik had me voorgenomen om tijdens de open tuindag bij Ludo vorig jaar (die ook een exemplaar heeft) eens te kijken hoe de struik er uitziet, maar vergat dat tijdens mijn bezoek. Eigenlijk was ik me stilaan aan ’t afvragen of ik de struik niet zou rooien indien hij dit jaar niet zou bloeien. Dat Chimonanthus praecox niet echt goed bloeit na een koude zomer en na strenge vorst, dat had ik gelezen, maar de zomers waren heet en redelijk droog en de winters met vakantie op de Noordpool de laatste twee jaren.

Maar begin december zag ik dat het een gebrek aan geduld van mijnentwege was, want  mijn struik maakte duidelijk bloemknoppen aan. Sinds eind december bloeit de struik. Echt uitbundig is die bloei niet, maar alle begin is moeilijk, denk ik dan maar. Wat me wel een beetje tegenvalt is de geur, die ik niet zo overdonderend vind als overal beschreven. Lekker, maar lang niet zo krachtig. Geef me dan toch maar een Lonicera fragrantissima, die je echt van meer dan 5 meter afstand ruikt en een iets lekkerder parfum heeft.

De foto dateert van voor de sneeuw van gisteren en vandaag, dus ik vermoed dat ik tot volgend jaar zal moeten wachten voor verdere bloei. En ik ben tevreden, toch de juiste plant.

Wit

De Fruitberg ziet er vandaag erg wit uit. Er ligt hier ongeveer 7 cm sneeuw.

Het gewicht van de sneeuw is veel planten te veel. Her en der zijn planten platgeslagen. niet alleen vaste planten en grassen, ook enkele fruitbomen  (kersen en krieken) en zelfs de bamboe (foto hierboven) heeft duidelijk last van ’t gewicht van de sneeuw. Het is hier nu enkele graden boven nul, en ik vermoed dat de sneeuw grotendeels zal wegsmelten doorheen de dag. Dat zou fijn zijn, dan kan ik daarna een winterbescherming aanbrengen bij enkele planten (onder meer de artisjok).

Nu ga ik vogelkens tellen.

 

Fotoverhaal van de week 03: Stairway to ?

 

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Ik geef eerlijk toe dat ik een ‘Gearhead’ ben. Maar met de jaren ben ik toch wat redelijker geworden. Ik herinner me een tijd waarin ik alleen met lenzen met een vast brandpunt foto’s wou maken. En herinner me vooral een memorabele wandeling waar ik met 9 lenzen in de Hoge Venen op foto-uitstap ging.  Zo’n lens weegt ongeveer één kg, de camera 1,5 kg en de stevige fotorugzak , om al dat duur materiaal te beschermen,  nog eens 4 kg. Beladen met een rugzak van 15 kg een hele dag door de Hoge Venen, een belevenis, vooral voor je rug. Na verloop van tijd stop je gewoon met het uithalen van je fototoestel, laat staan lenzen wisselen.

De meeste van die lenzen zijn ondertussen ingewisseld. Enkele goede zoomlenzen vervangen ze. Maar toch durf ik wel eens op pad gaan met één lens met een vast brandpunt. Het beperkt je mogelijkheden, maar dwingt je om anders te denken, anders te fotograferen. Het vraagt meer werk, maar geeft ook meer plezier.

Dit is één van de foto’s van zo’n wandeling, op stap met een 85 mm lens. Geörganiseerd samen met enkele andere fotografen. De afspraak: iedereen neemt één lens met vast brandpunt mee.

Neen, het is geen waanzinnige foto, maar dit is het soort foto’s dat ik graag maak, geometrische patronen opzoeken, en weinig Scherpte-Diepte. Indien ik die dag met ander fotomateriaal op stap was, had ik deze foto nooit gemaakt.