Stom(me) Kieke(ns)

In de winter gaat de deur van de kippenren wijd open. Aangezien onze tuin helemaal omheind is, kunnen de dieren niet in de tuinen van de buren terecht komen of onder een auto lopen.
Door hun wandelingen doorheen de tuin dragen de kippen bij tot de biologische beheer in de tuin (ze wroeten dat het een lieve lust is in de mulch rondom de frambozen en kruisbessen).
Een extra voordeel is dat de kippen minder tijd doorbrengen in de kippenren zodat het groen daar opnieuw wat meer kan opschieten. 100m² kippenren is duidelijk onvoldoende met die vijf extra kuikens, en ik wil echt wel een groene ren….

Moeder kloek met kuikens op stap tussen de kruisbessen

Ze maken echt wel rommel, maar dat neem ik wel bij. Ook het occasionele plantje dat ze beschadigen kan volgens mij niet echt kwaad meer aangezien alle planten zich toch langzaam voorbereiden op de winter.

De mulch ligt na het gewroet van de kippen niet alleen in de bakken.

Eén ding had dit stom kieke wel over het hoofd gezien. Er stonden nog veenbessen in de tuin die ik nog moest oogsten. De plant(en) staat als bodembedekker tussen de blauwbessen, en zijn vorig zomer aangeplant in ingegraven metserskuipen met wat turf en compost. De planten zijn dit jaar zeer goed gegroeid.

Veenbes

Vorig jaar droegen de drie veenbesplanten exact 1 bes. Dit jaar had ik al heel wat meer veenbessen op de struikjes staan. Nog niet meteen een oogst om wild van te worden of confituur van te maken, maar toch…

De kippen dachten die besjes lekker te vinden. Die stomme kiekens hebben in zowat alle veenbessen gepikt, maar vonden ze dus duidelijk te zuur. Zo hou ik nog 3 rijpe veenbessen over…

Mijn veenbessenoogst van 2012

Volgend jaar blijven de kippen dus langer in de ren, totdat de veenbessen geplukt zijn.

Vlinders!

Na twee weken met miezerig weer is zo’n zonnig week-end gewoon één groot feest. Alsof de zomer die net afgelopen is toch nog eens heropflakkert.
De insekten gebruiken dit weer als een uitgelezen kans om nog wat energie op te doen voor het nog kouder wordt.
Nu de klimop in bloei staat, zie je geen bij meer op de andere bloemen, maar dit week-end des te meer vlinders. Een vijftal dagpauwogen, vier gehakkelde aurelia’s, één atalanta, één kleine vos en enkele grote koolwitjes heb ik geteld.

Eigenlijk al een iets oudere foto, koolwitjes hadden geen zin om te poseren
En terwijl de vlinders voornamelijk foerageren op Verbena bonariensis (ook al doen bovenstaande foto’s anders vermoeden), zaten de zweefvliegen met zijn allen verzameld op Aster ‘Little Carlow’, terwijl de vlinders daar van weg blijven.

Veilig werken in de tuin

Ook al klagen we als tuinier graag over het weer (ik zondig er ook wel eens aan), we hebben hier een fantastisch klimaat: de zomers niet té warm en té droog, de winters niet té koud. Door mijn interesse in hosta heb ik wat contact met tuiniers uit de USA. Terwijl de golfstroom een positive impact heeft op ons klimaat, is dat niet zo voor de USA. En dus klagen ze steen en been over polaire winters en droge, hete zomers .

En dat is niet het enigste voordeel hier. Je vindt in onze tuinen niet direct levensbedreigende dieren of planten, hooguit een vervelende wesp of wat storende brandnetels . Dat is elders in de wereld wel anders…

En dus vormen we zelf het grootste gevaar voor onze veiligheid in de tuin. We staan er niet altijd bij stil, maar er vallen ieder jaar vele (zwaar)gewonden bij het tuinieren. Zelf ken ik twee mensen met een litteken in hun gezicht ten gevolge een ongeval met een kettingzaag. Een oud-directeur van me is bij het plukken van fruit van de ladder gevallen. Hij heeft daarna nooit meer in zijn tuin gewerkt. Er is ieder jaar wel iemand die een dodelijke val maakt van een ladder of verpletterd wordt door een boom.

De dalende trend van arbeidsongevallen toont aan dat met wat extra aandacht veel leed kan voorkomen worden. Enkele voorzorgsmaatregelen die ook jouw veiligheid ten goede komen.
De basisregel bij alle werk is na te denken voor je eraan begint. Wat kan er mislopen? Heb ik de juiste beschermingsmaatregels genomen?  Beschik ik over de juiste vaardigheden om dat werkje uit te voeren?

  1. Val
    Ladders zijn eigenlijk alleen bestemd om hoogteverschillen te overbruggen. Ze mogen volgens het KB van 31 augustus 2005 ook gebruikt worden als werkpost voor korte klussen of wanneer het onmogelijk is om andere veiligheidsmiddelen in te zetten (arbeidswetgeving).
    Het gebruik van een ladder bij snoeiwerkzaamheden is niet zonder risico. De tuingrond is niet altijd stabiel, je ladder is waarschijnlijk niet conform met de huidige veiligheidsvoorschriften…
    Als je dan toch een ladder gebruikt, zorg dan dat ze stabiel staat. Hang ook niet de aap uit, boven in die ladder. En gebruik liever een snoeizaag met een lange steel.
  2. Snoeien
    Een goede snoeischaar is scherp. Voldoende scherp om snel een gapende wonde in je vingers te snijden. Draag geschikte handschoenen tijdens het (snoei)werk.
    Snoeizagen zijn vlijmscherp. Je wilt echt niet in je handen of onderarm zagen. Dus handschoenen en kledij met lange mouwen dragen.
    Stop je snoeischaar niet achteloos in je zakken, maar schaf je een holster aan om ze veilig in weg te bergen.
  3. Ogen
    Ogen zijn kwetsbaar. Ik zet voor een aantal werkzaamheden een veiligheidsbril op.  Vooral bij het snoeien en manipuleren van takken (composthoop omzetten) durft er wel eens een tak in je gezicht te veren. Zem heeft niet zolang geleden een stukje geschreven over het gevaar van steunstokken van planten en haar oplossing…
  4. Ik draag altijd veiligheidsschoenen wanneer ik met een spade werk. Ik heb ooit een riek in mijn schoen gestoken toen ik een jaar of 14 was, maar de pin van de riek is toen tussen de derde en vierde  teen beland. Ik heb toen geluk gehad.
  5. Dat toestellen als een kettingzaag en bosmaaier of gereedschap als een zeis, bijl en kapmes met de nodige voorzichtigheid moeten gehanteerd worden spreekt voor zich, maar deze tekst zou niet compleet zijn zonder het te vermelden. Berg die spullen ook veilig weg voor je kinderen (lees puntje vier nogmaals, ik mocht die riek eigenlijk niet gebruiken van mijn ouders).
  6. Werk nooit alleen wanneer je op een ladder werkt of wanneer je met een kettingzaag, bosmaaier,… werkt. Je gezelschap kan onmiddellijk hulp roepen als er iets misloopt
Voilà. Doe er mee wat je wil. Voorkomen is beter dan genezen. Ik ga nu stoppen met zeuren. Nu ga ik het gras afrijden. En dan draag ik mijn veiligheidsschoenen, gehoorbescherming, handschoenen en mijn veiligheidsbril.

Eerste Hulp bij Fruit uit Uw Tuin

Het is een luxe om fruit te kunnen plukken uit uw eigen tuin. Ik snap dus maar al te goed dat U er wilt aan beginnen.  Heeft U last van drempelvrees? Dan ga ik hier nu al uw twijfels proberen te ontkrachten.

Deze foto nog eens opnieuw opgerakeld… Bonte verzameling bessen uit de fruitberg in juli.

Fruit kweken is moeilijk

Neen, absoluut niet. Sommige fruitsoorten zijn veeleisend qua standplaats (voldoende zon, niet te nat, zuur of kalkrijke bodem,..) of vergen wat snoeiwerk om een uitbundige oogst op te leveren, maar in principe zijn de meeste fruitsoorten vrij eenvoudig te kweken, en dat snoeien is lang niet altijd even kritiek. Er is altijd wel een vrucht die het goed doet in jouw tuin of op jouw terras.

  • Er bestaan ook fruit dat in de schaduw redelijk goed gedijt. Vooral aalbessen,  kruisbessen, bramen, en frambozen doen het uitstekend met een beperkte hoeveelheid zonlicht.
  • De meeste fruitplanten (en dan vooral fruitbomen) houden absoluut niet van een drassige, waterzieke grond. Dat probleem moet je oplossen voor je gaat planten, anders ga je weinig plezier beleven aan die boompjes.
  • Exotische fruitsoorten vergen wat meer ervaring om ze de eerste jaren door de koude winters te loodsen. Ze stellen vaak ook hogere eisen aan hun standplaats (véél zon én beschutting).

En dat snoeien, dat is en blijft meestal vrij eenvoudig, het is alleen moeilijk om het eenvoudig uit te leggen op papier. Een korte praktische snoeicursus (die zowat overal te lande wordt georganiseerd door onder meer Velt) stelt je veel sneller in staat de basisregels te kennen. Iemand vertelde me ‘Het belangrijkste is dat je moet begrijpen dat bomen niet kunnen lezen. Ze groeien dus niet zoals de praktische tekening in het snoeihandboek. Je moet dus de snoeiprincipes leren kennen niet de tekening bekijken’

Nog een belangrijk aandachtspunt sommige planten zijn niet of niet altijd zelfbestuivend en vergen het aanplanten van bestuivers  (onder meer appel, peer, pruim, kers, okkernoten,…) maar daar bestaan eenvoudige bestuivingstabellen voor. Indien je toch twijfelt, kan de boomkweker je helpen. Kleinfruit is zowiezo zelfbestuivend (op kiwibessen na).

Veel werk

Vervang een stuk gazon door een pluktuin vol fruit, en je zult snel vaststellen dat een fruittuin minder tijd vergt dan het wekelijkse grasmaaien. Veel planten vergen minder dan een kwartier aandacht per jaar per plant (aalbes, blauwe bes, kruisbes, framboos), zonder het oogsten mee te tellen, maar dat is niet direct werk volgens mij.
Als je écht veel werk wilt hebben in jouw tuin, leg dan een moestuin aan. Als je wilt oogsten uit je tuin vanuit je luie zetel, plant dan fruit aan.

Lelijk fruit

Keert je maag om wanneer je terugdenkt aan de miezerige appels van nonkel Sjarel, vol schurftplekken en rotte plekken? Of heb je een trauma opgelopen toen je een wormpje in de frambozen van tante Jenny zag rondkruipen?
Vind je dat die blinkende appels uit de supermarkt er appetijtelijker uitzien? Je beseft toch dat boer Teun heel wat chemische bestrijdingsmiddelen aanwendt om die appels en peren zo te laten blinken? Wist je dat veel rassen ook op kleur en grootte worden geselecteerd, zodat je in de winkel appels krijgt voorgeschoteld alsof ze geproduceerd zijn op een draaibank en daarna keurig geverfd/gelakt? Dat garandeert nog geen goede smaak…

Het zijn vooral appels en peren die er minder steriel uitzien bij eigen kweek. Maar zelfs dat kan je ten dele  voorkomen door correct te snoeien en de juiste (ziekteresistente) rassen aan te wenden in je tuin. Als algemene regel moet je de appel- en perenrassen die je in de winkel vindt niet aanplanten. Die rassen zijn of wel niet geschikt voor ons klimaat of alleen in stand te houden door veelvoudig sproeien. Als je oude, ziekteresistente rassen aanschaft kan je ook zonder sproeien (redelijk) goed uitziend fruit bekomen.

Is dat wel even lekker als het fruit in de winkel?

Als je alleen mango, papaya en doerians lust, moet je geen fruit in je tuin zetten, maar je fruit blijven kopen in de supermarkt (of voor die Doerian naar Thailand vliegen).
Voor minder exotisch fruit geldt dat fruit dat bij volle rijping wordt geplukt op zijn best is. Vaak is het fruit dat je in de winkel aankoopt een ietsje vroeger geplukt en artificieel nagerijpt (met ethyleengas). Proef eens een verse pruim, rijp van de boom en stel uw oordeel bij.
Bij commercieel fruit zijn de houdbaarheid en transporteerbaarheid belangrijke criteria bij de rasselectie. In onze tuinen zijn vooral smaak en ziekteresistentie van tel. Je hoort mij niet klagen over mijn eerste appeloogst (drie rassen, die alle drie uitstekend smaken).

Nog niet overtuigd? Eén van mijn aardbeirassen (‘Lambada’) overtreft de courante commerciële rassen in smaaktesten bij het publiek. Maar de aardbeien zien er wat minder mooi uit qua vorm, zijn iets zachter en minder lang houdbaar. De planten zijn ook iets minder productief. Dus wordt dit ras weinig of niet geteeld in de commerciële tuinbouw, en zo kan je dus aardbeien kweken in je tuin die lekkerder zijn dan de aardbeien die je in de winkel vindt.


Geen plaats

Frambozen, blauwbessen en aardbeien kan je in een (ruime) pot kweken. Voor het meeste kleinfruit volstaat 1-2 m² per plant. Ik pluk nu al bijna twee maanden 300-500gr herfstframbozen per dag van een haag van 6 m frambozen. Een blauwbes levert per struik tot 5 kg blauwbessen per jaar. Een druivelaar kan je langs een paal of tegen een muur laten opklimmen en geeft je na enkele jaren 5-10 kg druiven . Je vindt dus waarschijnlijk wel een plaatsje. Zo heb ik mijn (laagstam)fruitbomen als haag aangeplant.
Een hoogstamboom vergt wat meer plaats. Maar is een sierboom nu echt zoveel mooier?

Is dat niet lelijk, net zoals een moestuin?

Een moestuin hoeft niet lelijk te zijn. Ze zijn vaak zelfs erg mooi, vooral tijdens het seizoen. Maar een fruittuin is zo goed als altijd mooi.
Schoonheid is subjectief, maar er zijn maar weinig bomen die de schoonheid van een fruitboom overtreffen: mooie bloesems in het voorjaar en ook het fruit is daarna een lust voor het oog. Ook een notelaar vormt op termijn een prachtige boom in uw tuin.
Blauwbessen vormen mooie struiken, met een opvallende bladverkleuring in de herfst (er bestaan ook enkele wintergroene rassen). Druiven, frambozen en  bramen zijn bij een correcte snoei ook als plant een lust voor het oog. Aalbessen, zwarte bessen en kruisbessen ogen minder mooi, maar kan je uit het zicht planten.

Braambes in bloei

Rot fruit is vuil en stinkt

Indien je het fruit niet plukt, valt het van de boom. En wanneer je het dan niet opruimt, gaat het rotten en stinken. En wespen aantrekken. Dus je moet wel een beetje discipline aan de dag leggen, en het niet laten rotten. Alhoewel, rottend fruit trekt niet alleen wespen, maar ook vlinders aan (vooral aurealia’s)

Niet zo lang geleden raadde iemand het aanplanten van een notelaar af omdat het een vuile boom is: de noten vallen zowaar op de grond, samen met rottende schillen. Ik maak daar geen probleem van: ik raap de noten op en rij nadien er met het grasmachine overheen. Weg vuil.
Fruitbomen verliezen hun bladeren, maar dat doen alle bomen. Als dat écht een probleem is kan je nog altijd opteren voor een plastieken palmboom. Maar vergeet niet dat de bomen van je buurman ook hun bladeren zullen blijven verliezen, en dat deze ook in jouw tuin zullen neerdwarrelen.

Is dat niet duur?

Neen. De meeste fruitplanten zijn niet duur. Vooral niet wanneer je ze niet in een pot aankoopt in het nabije tuincentrum maar bij een boomkweker of een specialist met blote wortel, zoals het eigenlijk hoort.
Kijk ook eens naar de prijs van kleinfruit in de winkel. Bij kleinfruit overtreft de winkelwaarde van de oogst van het tweede jaar na aanplanten al lang de aankoopprijs van je plantgoed.

Ga ik niet veel te veel fruit hebben?

Dat hangt af van hoeveel je aanplant. En niets belet je om je overschotten in te vriezen, sap van te persen (of te laten persen), er confituur van te maken, de buurvrouw er een plezier mee te doen,… Desnoods bak je er een taart mee of geef je de overschot aan de kippen.
Mijn motto : liever teveel dan te weinig.

Wat raad je dan aan om te beginnen?

De hamvraag is natuurlijk, welk fruit lust je graag? Mijn pleidooi is net tonen dat een groot deel van het fruit niet zo moeilijk te kweken is. Maar als je nog twijfelt : om  te falen in de kweek van frambozen, bramen, aalbessen en kruisbessen moet je een speciaal talent hebben, de verzorging kost bovendien amper tijd. .
Informeer je alvorens plantgoed aan te schaffen, en koop je planten liever bij een boomkwekerij dan in een plantencentrum, zo heb je meer kans op vakkundig advies. Daar vind je ook de juiste, ziekteresistente rassen zodat je jaren van je plantgoed kan genieten.

Wil je nog wat meer info? Bezoek deze site, je vindt er een schat aan informatie over alle mogelijke fruitsoorten en de teelt.

Zelf heb ik het leeuwendeel van mijn fruitbomen hier gekocht en dit is een uitstekend adres voor kleinfruit. Beiden hebben ze een catalogus vol nuttig advies…. Zelf probeer ik op termijn zowel alle fruitboomrassen als  kleinfruitrassen te beschrijven, maar dat gaat nog wel even duren alvorens ik daar klaar mee ben). En zolang wil je toch niet wachten? De winter staat voor de deur. Het ideale moment om er mee van start te gaan.

Waarom nu deze tekst? ‘De meeste vaste bloglezers ga ik niet moeten overtuigen van het genot van fruit in de tuin. Maar er zijn hier ook wel wat toevallige passanten …Ik stel in mijn omgeving vaak vast dat heel wat mensen twijfelen aan het planten van fruit in hun tuin, omdat ze niet weten hoe dat moet, omdat het veel werk is,… Voilà

Herfst in de fruitberg

Het is herfst. Veel dieren en planten beginnen zich op te maken voor hun grote winterslaap.

De frambozenoogst van vandaag. Ik heb eens de moeite genomen om correct te belichten (met twee flitsers). Volgende keer ook nog eens tijd maken om dat fruit wat beter te presenteren ipv in zo’n lelijk bord

De oogst in de Fruitberg begint nu sterk terug te lopen. Ik pluk nu al een maand dagelijks 300 tot 500gr  herfstframbozen (van 6 meter frambozenhaag) en er hangen nog enkele blauwbessen aan de struiken (die nu mooi rood beginnen te kleuren (de bladeren, niet de bessen) ). Ik heb zonet de vruchten van mijn pruimelaar ‘Prune de prince’ geplukt, één van de laatste pruimenrassen (kleine zoete, droge vruchten). De zwaartekracht zorgt er voor dat we ook okkernoten kunnen beginnen rapen.

Wat ik de voorbije dagen ook ben beginnen eten… aalbessen. Eerlijk gezegd ben ik niet direct fan van rode aalbessen.  Maar aangezien de mini-masjkes zo enthousiast waren (“Die staan ook bij Oma en we vinden dat zo lekker”) plantte ik enkele planten in 2010. Op aanraden van de Proeftuin nam ik er ook een roze en witte aalbes bij, omdat die superieur zouden zijn op het vlak van smaak (wat zoeter).
Vorig jaar vielen die roze en witte aalbessen zó in de smaak bij de kinderen (en bij mij), dat ik de selectie deze winter gevoelig uitgebreide (na lang onderhandelen konden de mini-masjkes leven met vier witte én vier roze aalbesplanten). Daarmee bleven de rode bessen deze zomer quasi onaangetast hangen aan de struiken. Ik plukte zelf wel af en toe enkele trosjes, maar aangezien er steeds lekkerder fruit in de omgeving stond te lonken, bleef een behoorlijk deel van de oogst aan de planten hangen. En zoals al vaker aangegeven, we zijn niet direct ‘confituurmakers’.
Die resterende aalbessen kleuren nu dieprood, en zagen er nog steeds smakelijk uit. En dat zijn ze ook, smakelijker dan een maand of twee maand geleden, toen ze zogezegd rijp waren. Ik oogst de aalbessen in de toekomst dus wat later (tenzij de kinderen ze opnieuw ontdekken).

Een tijd geleden vroeg iemand me of ik geen netten over mijn planten hing. Neen dus, voor één of andere redenen mijden de vogels mijn tuin (of toch de bessen-etende vogels). Die aalbessen hangen dus nog steeds aan de struiken en zijn dus niet leeggeroofd. Ik hoop over enkele jaren wel verplicht te zijn een net te hangen (als de bomen wat groter worden in mijn tuin?)

In ieder geval is er ten opzichte van de voorbije maanden sprake van een duidelijke verschraling van het aanbod. Maar dat zou alleen dit jaar zo mogen zijn. Vanaf volgend jaar oogst ik rond deze tijd ook braambessen en druiven. De twee doordragende aardbeirassen zullen ons tot eind september voorzien van aardbeien. En de vijgen zullen volgend jaar hopelijk opnieuw van de partij zijn. Voor kiwibessen, paw-paws en kaki’s zullen we nog enkele jaren geduld moeten oefenen.

Roodkleurende blauwbes (wordt uiteindelijk vuurrood)

Vanaf volgend jaar oogst ik ook peren en appels in herfst. Maar deze passen niet direct in mijn concept ‘snoeptuin’.

Niet dat ik nu uitkijk naar de herfst van 2013, maar ik zal dan in ieder geval langer meer kunnen oogsten in de tuin.

Maar ook dan eind oktober de oogst zowat stilvallen. Vanaf dan zal ik, zolang het niet vriest nog wat herfstframbozen plukken en ook late braambessen (vorig jaar tot midden december vruchten geplukt). Om dan na die eerste vorst weer helemaal vol goede moed aan een nieuw seizoen te kunnen starten…

Himbotop-fabriek in volle productie. Als het weer meezit heb ik nog minstens twee maanden vruchten op deze plant.

Verkiezingen

Toen een collega van me iets meer dan 10 jaar geleden een secretaris zocht voor een telbureau bij de verkiezingen in Diest deed ik dat met plezier. Toen ik het jaar daarna opnieuw opgeroepen werd door de gemeente, vond ik dat ook geen probleem.  

Ik verhuisde van Scherpenheuvel-Zichem naar Tienen, en werd bij de eerstvolgende verkiezingen opnieuw opgeroepen, als secretaris in een telbureau. Bij de volgende verkiezing werd ik zowaar opgeroepen als voorzitter van een stemopnemingsbureau. Wauw! Promotie!
Ik deed mijn werk duidelijk goed ben ik sindsdien voor alle verkiezingen opgeroepen. Federale Verkiezing? Check. Europese? Check! Vlaamse? Check! Provinciale? Check? Gemeentelijke verkiezingen? Check!

Zo was ik al van de partij in 1999,2000, 2004, 2006, 2009 en 2010. Alhoewel ik langzaamaan hoopte dat men me niet langer zou oproepen, was het tot en met 2009 steeds een redelijk prettige ervaring. Ik leerde ook enkele interessante mensen kennen, wat veel belangrijker is om te onthouden dan de zeurpieten die komen klagen over de stemplicht en de ‘zakkenvullers in de politiek’, alsof ik in hun gezanik geïnteresseerd zou zijn.Mijn bodylanguage was nochtans duidelijk, dacht ik. 

In 2010 werd ik opnieuw opgeroepen als voorzitter van een stemopnemingsbureau. Dat is me toen tegengevallen. Het niveau van de bijzitters was bedroevend laag, in tegenstelling tot de vorige verkiezingen : een naam opzoeken in een alfabetisch gerangschikte lijst was onbegonnen werk en uiteindelijk heb ik alle stembiljetten zelf moeten natellen (bij de eerste telling ontbraken er zomaar eventjes 30 stembrieven). Indien ik geen beroep had gedaan op mijn schoonbroer als secretaris had ik wel een week nodig gehad om de fouten van de bijzitters recht te zetten. 

Vorige week ontving ik opnieuw een brief van de Vrederechter. Hij verkondigde het blijde nieuws! Ik mag opnieuw optreden als voorzitter, dit keer van een telbureau. Ik hoop dat mijn bijzitters hier wél kunnen tellen, anders wordt het moeilijk.

Ik vrees dat ik mij nog een tijdje zal moeten vrijmaken. In 2009 vertelde ik twee, wat oudere voorzitters  dat het de vierde of vijfde keer was dat ik opgeroepen werd voor de verkiezingen, en dat ik hoopte dat het nu wel ongeveer zou gedaan zijn met die oproepen. 
Ze begonnen beiden te lachen. “Hier in Tienen ben je voorzitter ‘ad vitam’.


Appel

Enkele jaren geleden werd ik overgeplaatst naar Chatelet, om er een project op te starten. Eén lid van mijn projectteam was Fernanda. Een Braziliaanse ingenieur die tijdens een stage verliefd was geworden op een Franse collega, waarmee ze daarna getrouwd was. Ze trok lang niet alleen de aandacht door haar ravissante verschijning, maar ook door haar zuiders temperament én haar trots voor het Brazilaanse Vaderland. Zo vertelde ze over een typisch braziliaanse gerecht dat ze zowat omschreef alsof ze het recept van God de Vader hemzelve hadden ontfutseld (het was ‘trop bien’). Groot was dan ook ons enthousiasme toen ze ons dat gerecht voorschotelde.  De onluistering was groot.

Van zo’n wedervaren begint een mens al wat meer op zijn hoede te zijn voor superlatieven, smaak is immers een persoonlijk iets.

Cwastresse Double wordt omschreven als één van de best smakende  RGF rassen van Gembloux. Ik was dus meer dan een beetje nieuwsgierig of ik de appel écht lekker zou vinden.
Want als deze zou tegenvallen, hoe zouden dan die andere Gembloux-appels dan smaken? Zou ik dan van alle aangeplante appelaars  alleen maar moes en sap kunnen maken? Zo’n vaart zou het toch niet lopen?

Tuurlijk niet. De appel is overheerlijk. Knapperig, overheerlijk aroma en lekker zurig. Jammer dat er dit jaar nog maar enkele appels aanhingen. Zelfs de kinderen waren enthousiast. Volgend jaar meer!

‘Cwastresse Double’ is een triploïd ras en maakt geen stuifmeel aan. Je hebt een andere appelaar nodig om hem te bestuiven en zelf gaat hij géén andere bomen bestuiven. De bloemen zijn een stuk groter dan op de andere appelaars.

En toch nog even zeggen dat de rest van de braziliaanse keuken die ik geproefd heb overheerlijk is.

Alien Flower

In een hoekje van mijn tuin groeide enkele maanden geleden een leuk bodembedekkend (on)kruid. Zo leuk dat ik besliste het te verplanten, om het dan later in het tuinontwerp te integreren. De naam van dat plantje uitzoeken zou ik wel later doen, wanneer bewezen was dat het plantje écht bruikbaar was in de tuin. Deze luiheid werd enkele weken later beloond door Zem, die op haar blog een berichtje schreef over Muurleeuwenbek. Dat was hem dus.
De plant doet het hier uitstekend. Deze twee bloemetjes lijken wel twee gezichtjes .

Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album)

Ik geef toe, lang niet de beste foto’s, maar ik ben gewoon tevreden eindelijk ook deze in mijn tuin te kunnen vastleggen. Op één waarneming in de lente was dit zowat de laatste ‘courante’ vlinder in Vlaanderen die ik nog niet had waargenomen in de fruitberg. Bovendien zit hij ook nog op de Echinacea. Het valt me op dat ik alleen op Echinacea var magnus insecten zitten, niet op de cultivars.

 

Fan² – Als ge’m niet opeet, is’t zonde dat ge’m hebt gekweekt

Opdeboerderij maakte mij – samen met hun andere bezoekers – dit week-end warm voor een nieuw programma op Vier, de moestuin.
Vandaag stootte ik bij toeval op een tweede trailer van hetzelfde programma. Als dat programma dit niveau zelfs maar af en toe haalt, is er een nieuw cultprogramma is de maak. Bartel en Groenland zijn OK, maar dit format lijkt me zoveel leuker. Oordeel zelf nog een tweede keer, als opdeboerderij je al niet had overtuigd.