Van alle planten in de tuin is Astrantia één van mijn favorieten. Ze bloeien erg lang, zijn wonderschoon en het zijn de planten die worden bevlogen door de grootste verscheidenheid aan insecten. Het is de enige plant in de tuin die bevlogen wordt door maskerbijen, het leeuwendeel van dag vliegen die dan rond de bloem, om ’s avonds alsnog te eten.
De plant doet het uitstekend in de tuin (er komen spontaan heel wat zaailingen te voorschijn), wat volgens de commentaren tijdens de eco-tuindagen niet bij iedereen evident is.
Een maskerbij op de Astrantia.
Het voorbije jaar kocht ik heel wat bijkomende variëteiten aan, maar eerlijk gezegd is verschil tussen al deze cultivars niet zo duidelijk, véél minder dan op de foto’s in de catalogus. ’t Blijven wel allemaal mooie planten…
Astrantia ‘Star of Beauty’ zou paars zijn. Het verschil met Ruby Wedding is vrij beperktAstrantia ‘Ruby wedding’ zou rood zijn,, maar is uiteindelijk ook eerder paars dan rood, alleen de ontluikende bloemen zijn duidelijk donkerder…Mijn favoriet ‘Snowstar’ onderscheidt zich wel van alle andereAstrantia ‘Roma’ is ook anders (volledig roze). Een heel mooie variëteit (op de foto wel bijna uitgebloeid).Deze Astrantia ‘Buckland’ is veel lichter gekleurd dan de andere variëteiten.
Een solitaire ADHD-bij die volgens mij een erg goede bestuiver is…Oedemera nobilis, één van de vele kevers die van nectar of stuifmeel in de tuin leven.Ook verkrijgbaar in ’t groenVorig jaar zaten er hier enkele van deze minikevers op een aantal planten, ze hebben het duidelijk naar hun zin in de fruitberg want ik zie ze nu op véél plaatsen in de tuin verschijnen. op de voorgrond de museumkever, achteraan (niet scherp) een vogelnestkever, als ik me niet vergis.De onderkant van de pyamawants was me nog nooit opgevallen, geen streepjes maar bolletjes.Een solitaire wesp op AstrantiaDe penseelkever zie ik hier dit jaar ook véél vaker, ook deze vliegt voornamelijk op de Astrantia.Geen perfecte foto, maar ’t was op dat ogenblik een beetje bewolkt en er was niet voldoende licht voor de perfecte sluitertijd. Ik vermoed dat ik de komende maanden nog wel enkele kansen zal krijgen om deze kolibrivlinder wel correct in beeld te brengen.
Normaal zijn er de eerste weken van juli bessen te over om te plukken in de tuin. Door de ontbrekende winter heeft dat kleinfruit flink wat voorsprong genomen, en de hitte van de voorbije dagen zorgt voor een echte afrijpingsspurt.
Wel jammer dat dit allemaal één week te laat is voor de eco-tuindagen …
Enkele sfeerbeelden.
Esthetisch én qua smaak een topper, de Taybes. Deze hoort gewoon in je tuin te staan.De Boysenbes is ook lekker, maar de bessen van mijn plant ziet er vaak minder uit. Ik heb gemerkt dat de bloemen van deze Boysenbes bijna niet bevlogen worden door hommels, en dit in tegenstelling toto de Taybes en Loganbes die er naast staan. Aangezien de Boysenbes ruim een week vroeger start met bloeien, zijn de eerste vruchten wél OK. Er is ondertussen een nieuwe Boysenbes-plant aan ’t groeien, na de oogst gaat de oude plant op de composthoop.De eerste Loganbessen zijn ook getest en goedgekeurd, mooie vruchten en een goede smaak. Hier en daar lees je wel eens dat de smaak tegenvalt, iets wat ik moeilijk kan snappenDe zwarte framboos doet het dit jaar erg goed. Door de aangepaste snoei zijn de bessen ook véél groter. Nog drie weken en ook deze bessen zijn rijpBraambes ‘Loch Tay’ hangt overladen met fruit. Een uitzonderlijk lekkere braam: van alle bramen die ik al proefde is er geen enkele gecultiveerde braam die aan de smaak van deze plant kan tippen. Bovendien is de vrucht erg stevig, zodat plukken erg eenvoudig isAan de struik zijn deze braambessen echte juweeltjes. De vruchten van ‘Helen’ zijn bij rijpheid echter net iets te zacht om ze correct te kunnen plukken’t Is niet allemaal goed nieuws in de Fruitberg. De oogst van normale frambozen loopt nog altijd stroef.Gele frambozen zijn er dan weer te over (twee rassen), maar die kunnen me niet écht bekoren.Neen, geef me dan maar deze zalmkleurige Framboos ‘Valentina’. De lekkerste framboos uit de Fruitberg.De Worchesterbes (Ribes divericatum) is een andere soort als de kruisbes (Ribes uva-crispa). Deze kruisbesvariëteit heeft duidelijk Worchestergenen. Deze bessen moeten nog diepbruin kleuren alvorens ze rijp zijn,Ondertussen is Risulfa écht goed rijp. Een diepgele bes, met een uitmuntende smaakDeze Jostabes is een kruising tussen een zwarte bes en de kruisbes. Qua smaak is het een dikke zwarte bes. De plant groeit héél snel, en is enorm productief.Zo komen we naadloos bij de Zwarte bes. Niet iedereen is onvoorwaardelijke fan van de smaak, maar ik kan ze wel appreciëren als ze goed rijp zijn.Goed rijp zijn deze aalbessen wel. Tijd om te oogsten.De rode aalbessen worden alleen gebruikt voor confituur. Deze witte bessen zijn ook goed om uit de hand te eten.Maar deze roze aalbessen spelen in een aparte afdeling. Jammer dat ze niet wat productiever zijn.De Meibes (Lonicera edulis ‘Kamtschatica’) geeft nu lekkere vruchten.Lang genoeg laten hangen is hier de boodschap. Veel bezoekers dachten tijdens de eco-tuindagen dat het blauwe bessen betrof…De Junibes (Lonicera caerulae) is botanisch niet ver verwijderd van de Meibes. Deze bes zou ik wel niet als lekker omschrijven, ze smaakt vrij wrang en zuur.Dit is wel een blauwe bes, en bijna oogstrijp
Is dat alles qua fruit? Neen. De druiven staan in bloei, de Japanese wijnbes en de Dormanbes rijpen afgeschermd door bloemblaadjes, en de veenbessen staan nog volop in bloei.
Er zijn ook volop aardbeien nu, waar Lambada écht de kroon spant qua smaak. U ziet het, keuze te over in de Fruitberg.
En nu alleen hopen dat we vanavond een fikse regenbui krijgen zonder apocalyptische neigingen. Dus geen hagel, geen storm,… wel water, want de fruitberg is nu erg droog aan ’t worden.
De Lychnis flo-cuculi is ondertussen al een tijdje uitgebloeid. De bloemknoppen zijn nu zaaddozen, die werkelijk afgeladen vol zaad zittenAster radula ‘August Sky’ begint nu volop te bloeien. Een lage aster die fel groeit maar vooral bloeit terwijl de andere Asters nog maar pas bloemknoppen beginnen aanleggenRobertskruid (Geranium robertianum) duikt zowat overal op in de tuin.Deze Scabiosa caucasica ‘Stäfa’ was een logische keuze in het onderdeel ‘blauw’. Een aparte cultivar.
De bel gaat. Ik doe de deur open, en groet de bezoeker.
“Zullen we maar eens direct gaan kijken?” vraag ik.
“OK”
Ik loop samen met de bezoeker door de tuin, mijn hartslag stijgt van de spanning, benieuwd naar het verdict.
We lopen naar de perenhaag. “Dat is hem“. De inspecteur van het Federaal Voedselagentschap bekijkt de boom aandachtig. De foto’s die ik eerder in de week had doorgestuurd hadden hem geen zekerheid gegeven, en daarom kwam hij de zaak ter plaatse beoordelen.
Hij wijst enkele aangetaste takken aan “Dat is al zeker geen probleem, die bladeren zijn veel te droog” zegt hij “maar deze tak hier…“. Hij monstert een takje met bruine bladeren nog wat nauwkeuriger. “Hoelang vertoont die boom deze verschijnselen al?”
“Enkele weken” antwoord ik (en ik begin écht ongerust te worden).
Hij breekt het takje af om het nog wat nauwkeuriger te bekijken. “Geen twijfel mogelijk” zegt hij. “Dit is duidelijk geen bacterievuur” zijn de verlossende woorden waarop ik had gerekend, en gehoopt.
De schade is dus waarschijnlijk allemaal te wijten aan de zware infectie met perenbladgalmijt (een behandeling dringt zich nu écht wel op).
We bekijken ook nog enkele andere perelaars en appelaars met herdersstafjes, maar ook deze vormen geen probleem (aantasting door zaagwesp). Blijkbaar zijn er haarden met bacterievuur op minder dan 10 km van de woning, dus is het toch opletten geblazen. Maar mijn boomgaardje is in ieder geval ‘safe’ voor ’t moment.
Indien je appel- of perenbomen in je tuin hebt staan, neem dan deze folder eens grondig door. Voor deze infectie bestaat er een meldingsplicht. Wanneer je de symptomen die in de folder staan beschreven opmerkt, neem dan contact op met het Federaal Voedsel Agentschap. Zij komen de situatie (gratis) ter plaatse controleren en je het nodige advies geven. Bacterievuur vormt een groot probleem in de fruitteelt.
“Waar koop je al die rassen?” was één van de meest gestelde vragen tijdens de eco-tuindagen. Daarom plaats ik hieronder een lijstje met de adressen waar ik mijn fruit heb aangekocht.
De Proeftuin, Zomergem. Een specialist in kleinfruit, zonder twijfel het grootste aanbod klassiek kleinfruit in België, maar de Proeftuin levert ook heel wat minder evidente fruitsoorten (Paw-paw, kaki, persimoen, …) met steeds weer meerdere cultivars per fruitsoort. De planten worden met goed advies afgeleverd (inclusief een plantenfiche om je op weg te helpen). Levert sinds twee jaar ook fruitbomen, van moderne resistente rassen, maar daar heb ik geen ervaring mee. De proeftuin heeft een uitstekende en duidelijke catalogus met per ras wat bijkomende informatie (smaak en ziekteresistentie). Wanneer ik zachtfruit/kleinfruit zoek, is mijn eerste reflex zoeken in de catalogus van de proeftuin.
Boomkwekerij De Linde, Heuvelland. De hofleverancier van de Fruitberg wanneer het op klassieke fruitbomen aankomt (appel, peer, pruim, kers, kriek, kastanje). Heeft wat betreft oude ziekteresistente rassen zowel de RGF (Gembloux) als de ENR (Lille)-rassen. De catalogus is zeer gedetailleerd, met erg veel informatie over de kwaliteit van de vruchten en de ziekteresistentie van de boom. Levert steevast zeer mooi plantgoed. De afstand vormt geen probleem, want De Linde levert in zowat heel ’t land.
Genker Plantencentrum, Genk: een groot tuincentrum met een vrij gevarieerd aanbod aan fruit (zowel kleinfruit als fruitbomen). Heeft vooral een brede raskeuze in abrikozen, perziken, nectarine, en ook heel wat moderne, ziekteresistente appelrassen.
Dit Duits adres heeft een onwaarschijnlijk lange lijst aan druivenrassen. Het leeuwendeel van mijn druivelaars zijn daar aangekocht. Het geleverde plantgoed is vrij jong, maar dat vormt geen probleem..
http://www.kweduivenvoorden.nl/: een online handel voor (diepvries)aardbeiplanten. De planten worden als wortels geleverd uit de koelcel, die je onmiddellijk moet uitplanten. Ongeveer 12 weken later heb je een volwaardige oogst. De kwaliteit van het geleverde plantgoed is niet te vergelijken met de kleine P9 potjes die in ’t lokale tuincentrum kan kopen (voor veel rassen zou het wortelstelsel helemaal niet in een P9 potje passen).
RW Walpole. De grootste Europese kwekerij van (onder meer) frambozen en bramen. Levert ook aan particulieren (maar met een toeslag).
Het aanbod aan vijgen in de reguliere handel is beperkt, daarom heb ik mijn vijgelaars grotendeels aangekocht als jonge stekken bij verzamelaars.
Orange Pippin is een Engelse fruitboomkwekerij met een enorm breed aanbod. Ik kocht er een abrikoos, goede service.
Maar er zijn nog andere handelaars in België met een ruim aanbod: De Bock, Calle, Pépinières d’Enghien,… Ik heb er geen of onvoldoende ervaring mee.
De aardbeibakken zijn van het merk Bato. Ze worden verkocht per pallet, ik heb via een tuinforum een groepsaankoop gestart (de bakken zijn an sich niet zo duur, ongeveer 2 EUR per stuk, maar je moet een hele pallet afnemen, ongeveer 300 stuks). De verdeler in België is Sanac
En als ik het dan nog niet heb gevonden? Google is Your Friend. Zeker als je weet hoe je moet zoeken. Als ik het druif van het ras ‘Arolanka’ wil kopen, probeer ik dat eerst in de Benelux: dus gebruik ik ‘Druif Arolanka prijs’ als zoekopdracht. Levert dat niets op, dan zoek ik simpelweg ‘Arolanka price’ of ‘Arolanka Preise’
Zondagavond, iets voor zessen, verliet de laatste bezoekster de tuin. “Je hebt vanmiddag niet gegeten” zei MadaMasj. Ik besefte niet dat het al zo laat was, de dag was letterlijk voorbij geraasd.
Heel de dag had ik mensen begeleid doorheen de Fruitberg, en getracht hun vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. De top 3 van de meest gestelde vragen : “Wat doen jullie met al dat fruit?” “Hoeveel werk heb je niet aan deze tuin?” en “Waar koop je al die fruitrassen?”
De bezoekers vonden een veelvoud aan gekke constructies terug in de tuin…
Zo telden we in totaal 99 bezoekers aan onze tuin, gespreid over de twee dagen. Eerlijk gezegd minder dan verwacht /gehoopt – zeker gezien het mooie weer – maar je hebt zo wél meer tijd voor de bezoekers. Ik leerde niet alleen een aantal leuke mensen kennen -waaronder een aantal collega-tuinbloggers die ik voor ’t eerst in levende lijve zag -maar ’t geeft je ook de mogelijkheid om enkele anderen nog eens terug te zien.
Voor veel bezoekers was de fruittuin de reden van het bezoek, maar ondanks het warme voorjaar was er nog geen fruit te proeven. Enkele honingbessen, één rijpe kruisbes, en heel wat bosaardbeitjes (die gretig werden geplukt door het jonge volk).
Nog meer van die constructies
Verder waren de Artisjok én de Verbena bonariensis de aandachttrekkers van ’t publiek. Met die laatste stel je vast dat een plant die een doorwinterde tuinier als ‘doodnormaal’ beschouwt voor veel anderen toch een ontdekking is. De ironie wil dat ik op voorhand had gepland om een hondertal P9 potjes te vullen (met bosaardbei, Verbena bonariensis of Salvia uliginosa), om alle bezoekers een cadeau mee te geven. Maar door tijdsgebrek liet ik dat idee varen. Het tuinschepje was nooit ver weg, zodat heel wat mensen toch met één of enkele zaailingen huiswaarts keerden. De mooie paarse bolletjes zullen dit jaar in heel wat extra tuinen de aandacht van vlinders lokken.
Op sommige plaatsen groeit de Verbena bonariensis, dankzij de warme winter tot 2 m hoog.
Zelf heb ik een goed gevoel bij deze tuindagen, en de veelal positieve reacties van het publiek doen mij vermoeden dat ook zij tevreden waren. Ik zou al die bezoekers ook nog willen bedanken voor hun bezoek, met een speciaal dankwoord voor de mensen die een leuk cadeautje voor me meebrachten. Laat gerust ook een reactie achter om je feedback te geven. Ik zal zeker in de toekomst opnieuw deelnemen, maar wel pas wanneer de tuin wat “gegroeid“ is (over 3-4 jaar vermoed ik). Zaterdagnamiddag waren enkele medewerkes van de locale Velt-afdeling in de tuin om promotie te maken, maar net zaterdagnamiddag kwam er het minste volk over de vloer. Een beetje jammer voor die medewerkers (ik zou hen toch willen bedanken voor hun aanwezigheid). We maakten wel van de gelegeheid gebruik om plannen te smeden voor een fruitproefdag en/of een snoeicursus in de Fruitberg.
Maar toch wil ik vooral MadaMasj bedanken voor haar hulp. Zonder haar helpende hand werden deze eco-tuindagen een zootje. En zonder haar hulp zou de lekkere huisgemaakte speculoos zeker niet van de partij geweest.
Gezien de vele vragen betreffende de werklast ga ik in 2015 de tijd die ik spendeer in de fruittuin nauwgezet opvolgen en rapporteren. En binnenkort eens nauwgezet weergeven waar ik al mijn fruit heb gekocht, zodat ook die vraag van de baan is.
En toch is het ook een anti-climax. Ik heb de voorbije weken, mede dankzij het goede weer, flink doorgewerkt. Het to-do lijstje voor de tuin is volledig afgewerkt. Een anti-climax die ook een climax is, want vanaf nu kan ik ook genieten van de tuin zonder actief bezig te zijn, meer leven als Homo sapiens hangmaticus.
De resultaten van de verloting van de drie planten H. Blushing Blue zal pas later plaatsvinden. De commissie, aangesteld om de verlotingsprocedure vast te leggen, heeft zich gisterenavond, na een vijf uur durend conclaaf, akkoord verklaard met de opdracht, een agenda opgestelc en mij voorstel voor zitpenningen over gemaakt. Vanavond zouden ze opnieuw bijeenkomen om de missie en de doelstellingen van de commissie beter te omschrijven. U ziet het, het verloopt allemaal er vlot.
Het is vandaag 1 Juni, het moment om jullie een nieuwe aflevering van het Eerste Zicht voor te schotelen, een stokje dat in 2012 in mei werd gegooid door Annetanne. Iedere eerste dag van de maand toonden meerdere bloggers een overzichtsfoto van hun tuin, om de evolutie van die tuin te laten zien. De meeste bloggers zijn er begin 2014 (of vroeger) mee gestopt, maar mijn doel is om dit enkele jaren vol te houden zodat er op termijn een leuke time-lapse van de ontwikkeling van de tuin overblijft. De foto’s worden per beeldhoek in een slideshow opgenomen.
Iedere foto is aanklikbaar, zodat je een groter exemplaar te zien krijgt indien je dat wenst.
Voortuin.
De voorbije weken is er heel wat in bloei gekomen in dit stukje tuin. De eerste Verbascum, Geranium Patricia maar ook de Verbena bonariensis staan nu in bloei. Vooraleer dit stukje er écht goed gaat uitzien zullen we wel in 2016 zijn, maar niets belet om al tevreden te zijn van het huidige resultaat.
Ook in de nectartuin wordt alles met de dag kleurrijker. Het stukje tegen de zijgevel aan ziet er al ongeveer volwassen uit, de rest van de tuin zit nog vol gaten, wachtend op het moment dat de planten dit dichtgroeien (evt na scheuren van mijnentwege).
Links onderaan je het spoor van vernieling dat de woelmuizen hier hebben aangericht (gat in de beplanting), de slachtoffers staan in potten aan de stam. Het mag écht wel eens regenen voor dit stukje tuin.
Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow
Het is eigenlijk te gek voor woorden, maar er lopen nog altijd mensen rond die ervan overtuigd zijn dat tuinieren zonder gif niet mogelijk is. Mensen die niet geloven in een natuurlijk evenwicht. Die eigenlijk intrinsiek zeggen dat ze niet geloven dat mensen ecologisch kunnen tuinieren.
Dit week-end stel ik, samen met bijna 200 andere tuiniers, mijn tuin open om te bewijzen dat dat wel kan.
Hieronder leg ik ik uit wat ik onder ‘ecologisch tuinieren’ versta.
‘Er staat wel veel klaver in je gazon” “Ja” bevestig ik. “Ge moet eens spuiten” “Euh, waarom, ik vind dat mooi” kaats ik terug “Dat is gevaarlijk, er zitten vaak bijen op die bloemen”. Ik stuur het gesprek verder in die richting “En waarom is dat gevaarlijk?”, terwijl ik het antwoord dat gaat komen al perfect ken. “Als de kinderen op hun blote voeten in de tuin spelen worden ze misschien gestoken” (hehe, dit was zó voorspelbaar) Mijn antwoord was al klaar “En de kinderen op hun blote voeten door dat vergif laten lopen is wel OK? Ze moeten maar schoenen aantrekken” De bezoeker reageert met een diepe zucht en schudt zijn hoofd. Ik heb hem volgens mij zelfs niet aan ’t denken gezet.
Ik heb het lang geleden al eens beschreven, in een ver tuinverleden gebruikte ik wel eens chemische bestrijdingsmiddelen, voor zover ik me herinner Round-Up en een middel tegen sterroetdauw op rozelaars. Ik sprong, zoals zovelen, achteloos om met deze producten, ze werden me aangeraden in een tuincentrum, en ik gebruikte ze. Noem het een jeugdzonde. Enkele jaren later kocht ik opnieuw een bestrijdingsmiddel (tegen perenpokken), maar toen ik de waarschuwingsfiche van het aangekochte product las, besliste ik het middel niet te gebruiken. Liever geen peren(bomen) dan dat product gebruiken, was mijn reflex. Zo besliste ik om ecologisch te tuinieren. Planten zouden het vanaf dan zonder chemische hulpmiddelen moeten redden in de tuin, om hun plaats in mijn tuin te verdienen.
Ik merkte dat mijn perelaars bleven leven ondanks de perenpokken, en er eigenlijk zelfs niet zoveel last van hadden… Het motto werd dus “Liever een vlekje of een gaatje in een blad dan een gifspuit in de tuinberging”. Alleen in uitzonderlijke situaties, zonder alternatief, zou ik nog gif overwegen.
Later besliste ik dat ‘biologische’ pesticides geen alternatief waren, omdat er wat mij betreft geen verschil is tussen een synthetisch bestrijdingsmiddel en een biologisch bestrijdingsmiddel dat uit een plant of dier wordt gewonnen. Waterstofcyanide (blauwzuur) en strychnine zijn ook biologische producten, maar zou ik niet direct met ecologisch tuinieren associëren. De ‘ecologische’ slakkenkorrels moesten wijken voor nachtelijke klopjachten. Voor andere problemen (taxuskever en bastaardrupsen) vond ik biologische bestrijdingsmiddelen (die ik nu ook al weer bijna twee jaar niet meer heb aangewend), zodat ik ondertussen al jaren tuinier zonder gebruik van pesticiden.
Beestjes
En over de jaren berust je ook meer in de dingen. Zo beschouw ik bladluizen als een belangrijke schakel in de voedselketen van mijn tuin, en dat gaat veel verder dan enkele lieveheersbeestjes. Ook gaasvlieg- en zweefvlieglarven lusten ze rauw. En de voorbije weken zag ik één van de broedende paartjes koolmezen op en af vliegen naar de rozelaars. De bladluizen verdwijnen niet helemaal, maar worden onder controle gehouden. De rozelaars blijven er gezond uit zien en groeien dat het een lieve lust is. Veel dieren varen wel bij dit evenwicht, alleen de bladluizen ondervinden aan den lijve dat het leven zwaar is onderaan de voedselketen. In een volledig ontluisde tuin zullen de predatoren van de bladluizen verdwijnen, zodat de bladluizen daarna écht vrij spel hebben. Vandaar ’t belang van een evenwicht. Dat is ook ’t probleem met chemische bestrijding : het is niet anders dan een boomerang wegwerpen die je daarna snoeihard in ’t gezicht krijgt.
Er zijn ieder jaar wel enkele planten die meer last hebben van bladluizen, dit jaar onder meer de perzikbomen en pruimelaar (lelijke, opkrullende bladeren), vorig jaar enkele braambessen. Maar de planten groeien door die schade, en mijn tuin is geen vitrinekast, enkele opgekrulde bladeren is écht niet het einde van de wereld.
Ik trek dit ook door naar de bloedblaarluis op de aalbessen, het blad van de planten oogt minder mooi, maar dat is voor mij geen reden om in te grijpen. Vaak lees je als ecologische tip om de aangetaste bladeren te verwijderen en te verbranden, ik ga ervan uit dat er op redelijk korte termijn een evenwicht ontstaat tussen deze luis en andere dieren.
Sommige planten hebben ook last van slakkenvraat, onder andere de hosta, maar ik heb de systematische, dubbele nachtelijke strooptochten op zoek naar slakken opgegeven. Af en toe stap ik rond 23h00 nog even langs planten die duidelijk lijden onder de slakkenvraat om de slakken door te knippen, maar enkele gaten in de planten vormen bij mij geen probleem. Toen ik twee jaar geleden nog dagelijks op slakkenjacht ging, was de schade miniem tot onbestaande, maar de soep is mij de kool niet waard. Al bij al zijn de slakken minder aanwezig dan vorig jaar, de kippen die hier heel de winter vrij mochten rondlopen en de lijsters en merels die iedere ochtend in de schaduwtuin vertoeven, zijn daar waarschijnlijk niet vreemd aan.
Heb ik dan écht geen problemen in de tuin? Toch wel. Perenbladgalmijt. Hiervoor bestaat geen “ecologisch” controle-middel, en de schade op de bomen neemt jaar na jaar toe. Hier overweeg ik om volgend jaar toch met spuitzwavel een preventieve behandeling uit te voeren (middel toegelaten in biologische teelt) tijdens het uitlopen van de knoppen, het enige alternatief is het rooien van de bomen.
Verder zijn er natuurlijk ook de woelmuizen, die de schaduwtuin en de braambessen proberen te vergallen. De fruitbomen zijn allen beschermd met een mollennet, in de schaduwtuin probeer ik de beesten te verdrijven door geurbolletjes. Elders in de tuin gebruik ik mijn twee ‘Topcat’ woelmuisvallen. In theorie is onze kat ‘Muis’ ook aangeworven om woelmuizen te vangen, maar zij beperkt zich tot het vangen van vliegen en vlinders. En slapen.
Schimmels
Schimmels probeer ik zoveel mogelijk te vermijden door een correcte standplaats, snoei en raskeuze. Zo heb ik geen Buxus in de tuin aangeplant, Volutella buxi en Cylindrocladium buxicola.maken het quasi onmogelijk om zo’n plant duurzaam in de tuin te houden. Alle fruitrassen zijn geselecteerd op ziekteresistentie tegen meeldauw en schurft. Fruitbomen worden open gesnoeid, zodat de bladeren snel opdrogen. Enkele vaste planten worden ieder jaar aangetast door meeldauw (Scabiosa, Verbascum, Aster,…) maar ze komen ieder jaar opnieuw groter terug, ik lig er dus niet wakker van.
De krulziekte bij de perziken volg ik nauwgezet op, de schade was de voorbije twee jaren uitermate beperkt. Indien ik de krulziekte niet onder controle krijg zonder fungicides te gebruiken, zullen de boompjes snel gerooid worden.
Sterroetdauw op rozen zou onder controle blijven door ondergroeibeplanting, iets waar ik binnenkort werk ga van maken. Ook hier dezelfde regel: wanneer de rozen het niet redden zonder chemische troep, belanden ze op de composthoop. Maar enkele blaadjes met vlekken zijn bij mij geen reden om een plant te rooien. En tot nu toe doen ze het allemaal redelijk goed (op één rozelaar na).
Gazon
Net hetzelfde met het gazon: enkele putten en kuilen, een molshoop, wat ‘onkruid’ : allemaal geen probleem voor mij, een “perfect” grasgroene getrimde grasmat is geen fetisj voor mij. Over de onzin van het perfecte groene gazon heb ik lang geleden al eens een stuk gepleegd. Mij blijft het fascineren dat mensen selectieve onkruidverdelgers aanwenden….
Onkruid en Plantenkeuze
Ben ik dan de ultieme ecologische tuinier? Neen. Onkruid in ’t gazon accepteer/verwelkom ik, maar wat mijn borders betreft ben ik vrij klassiek, die worden nu maniakaal gewied. De planten zijn nog klein en zouden anders overwoekerd worden door brandnetels, kweekgras en ganzevoetmelde. Ik wil ook de duizendknoop/kattestaart die hier sporadisch aan ’t oppervlak verschijnt onder controle houden. Ik vind wieden trouwens absoluut geen vervelend klusje. Op termijn zal het wieden in de borders drastisch minderen wanneer de planten volgroeid zijn. Maar ik zal blijven wieden in de bessenkamers en onder de fruitbomen om wortelconcurrentie te vermijden.
Maar er zijn ook plekken waar ik niet of nauwelijks ingrijp: achteraan, aan de composthoop ben ik heel wat toleranter voor ‘onkruid’ en laat ik alles veel meer ‘zijn gang’ gaan. Mijn ingrepen blijven beperkt tot het maaien wanneer het gras écht te hoog wordt (ik heb er dit jaar nog maar één keer gemaaid). En in de schaduwtuin krijgt de hondsdraf ook wat vrijheid.
Als ultieme ecologische tuinier zou ik ook alleen maar inheemse planten gebruiken. Maar op dat vlak ben ik teveel een plantengek, dat is me echt een brug te ver. Planten die op de zwarte lijst van invasieve exoten staan, worden zowiezo geweerd, er staan wel enkele planten in mijn tuin op de bewakingslijst, maar bij deze neem ik systematisch alle uitgebloeide bloemen weg.
Energieverbuik
Tuinverlichting zal je niet aantreffen, wel enkele spots om het terras te verlichten. Dat is een bewuste keuze. Water geven probeer ik te beperken tot de planten in potten en net aangeplant plantgoed in periodes van droogte. In ’t begin van dit jaar werden er heel veel planten verzet en aangeplant, zodat er dit voorjaar wel een fiks volume water uit de regenput is gesproeid. Maar dat water geven dooft uit, één tot twee maanden na ’t aanplanten.
En ’t gazon water geven? Toen ik een stukje pas had ingezaaid. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om ’t gazon water te geven. Die groeit zo al snel genoeg. En de klaver in mijn gazon blijft bovendien mooi groen, ook zonder sproeien 🙂
Ik ben sinds gisterennamiddag klaar met de voorbereidingen. De deur van de Fruitberg staat dit week-end wagenwijd open, onder een blauwe hemel en een stralende zon. Iedereen welkom.