’t Is voorbij

Zondagavond, iets voor zessen,  verliet de laatste bezoekster de tuin. “Je hebt vanmiddag niet gegeten” zei MadaMasj. Ik besefte niet dat het al zo laat was, de dag was letterlijk voorbij geraasd.

Heel de dag had  ik mensen begeleid doorheen de Fruitberg, en getracht hun vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. De top 3 van de meest gestelde vragen : “Wat doen jullie met al dat fruit?” “Hoeveel werk heb je niet aan deze tuin?” en “Waar koop je al die fruitrassen?

De bezoekers vonden een veelvoud aan gekke constructies terug in de tuin…

Zo telden we in totaal 99 bezoekers aan onze tuin, gespreid over de twee dagen. Eerlijk gezegd minder dan verwacht /gehoopt – zeker gezien het mooie weer – maar je hebt zo wél meer tijd voor de bezoekers. Ik leerde niet alleen een aantal leuke mensen kennen -waaronder een aantal collega-tuinbloggers die ik voor ’t eerst in levende lijve zag -maar ’t geeft je ook de mogelijkheid om enkele anderen nog eens terug te zien.

Voor veel bezoekers was de fruittuin de reden van het bezoek, maar ondanks het warme voorjaar was er nog geen fruit te proeven. Enkele honingbessen, één rijpe kruisbes, en heel wat bosaardbeitjes (die gretig werden geplukt door het jonge volk).

Nog meer van die constructies

Verder waren de Artisjok én de Verbena bonariensis de aandachttrekkers van ’t publiek. Met die laatste stel je vast dat een plant die een doorwinterde tuinier als ‘doodnormaal’ beschouwt voor veel anderen toch een ontdekking is. De ironie wil dat ik op voorhand had gepland om een hondertal P9 potjes te vullen (met bosaardbei, Verbena bonariensis of Salvia uliginosa), om alle bezoekers een cadeau mee te geven. Maar door tijdsgebrek liet ik dat idee varen. Het tuinschepje was nooit ver weg, zodat heel wat mensen toch met één of enkele zaailingen huiswaarts keerden. De mooie paarse bolletjes zullen dit jaar in heel wat extra tuinen de aandacht van vlinders lokken.

Op sommige plaatsen groeit de Verbena bonariensis, dankzij de warme winter tot 2 m hoog.

Zelf heb ik een goed gevoel bij deze tuindagen, en de veelal positieve reacties van het publiek doen mij vermoeden dat ook zij tevreden waren. Ik zou al die bezoekers ook nog willen bedanken voor hun bezoek, met een speciaal dankwoord voor de mensen die een leuk cadeautje voor me meebrachten. Laat gerust ook een reactie achter om je feedback te geven. Ik zal zeker in de toekomst opnieuw deelnemen, maar wel pas wanneer de tuin wat “gegroeid“ is (over 3-4 jaar vermoed ik). Zaterdagnamiddag  waren enkele medewerkes van de locale Velt-afdeling in de tuin om promotie te maken, maar net zaterdagnamiddag kwam er het minste volk over de vloer. Een beetje jammer voor die medewerkers (ik zou hen toch willen bedanken voor hun aanwezigheid). We maakten wel van de gelegeheid gebruik om plannen te smeden voor een fruitproefdag en/of een snoeicursus in de Fruitberg.

Maar toch wil ik vooral MadaMasj bedanken voor haar hulp. Zonder haar helpende hand werden deze eco-tuindagen een zootje. En zonder haar hulp zou de lekkere huisgemaakte speculoos zeker niet van de partij geweest.

Gezien de vele vragen betreffende de werklast ga ik in 2015 de tijd die ik spendeer in de fruittuin nauwgezet opvolgen en rapporteren. En binnenkort eens nauwgezet weergeven waar ik al mijn fruit heb gekocht, zodat ook die vraag van de baan is.

En toch is het ook een anti-climax. Ik heb de voorbije weken, mede dankzij het goede weer, flink doorgewerkt. Het to-do lijstje voor de tuin is volledig afgewerkt. Een anti-climax die ook een climax is, want vanaf nu kan ik ook genieten van de tuin zonder actief bezig te zijn, meer leven als Homo sapiens hangmaticus.

De resultaten van de verloting van de drie planten H. Blushing Blue zal pas later plaatsvinden. De commissie, aangesteld om de verlotingsprocedure vast te leggen, heeft zich gisterenavond, na een vijf uur durend conclaaf, akkoord verklaard met de opdracht, een agenda opgestelc en mij voorstel voor zitpenningen over gemaakt. Vanavond zouden ze opnieuw bijeenkomen om de missie en de doelstellingen van de commissie beter te omschrijven. U ziet het, het verloopt allemaal er vlot.

Eerste Gezicht Jaargang 2 / Juni

Het is vandaag 1 Juni, het moment om jullie een nieuwe aflevering van het Eerste Zicht voor te schotelen, een stokje dat in 2012 in mei werd gegooid door Annetanne. Iedere eerste dag van de maand toonden meerdere bloggers een overzichtsfoto van hun tuin, om de evolutie van die tuin te laten zien. De meeste bloggers zijn er begin 2014 (of vroeger) mee gestopt, maar mijn doel is om dit enkele jaren vol te houden zodat er op termijn een leuke time-lapse van de ontwikkeling van de tuin overblijft. De foto’s worden per beeldhoek in een slideshow opgenomen.

Iedere foto is aanklikbaar, zodat je een groter exemplaar te zien krijgt indien je dat wenst.

Voortuin.

De voorbije weken is er heel wat in bloei gekomen in dit stukje tuin. De eerste Verbascum, Geranium Patricia maar ook de Verbena bonariensis staan nu in bloei. Vooraleer dit stukje er écht goed gaat uitzien zullen we wel in 2016 zijn, maar niets belet om al tevreden te zijn van het huidige resultaat.

Slideshow : Evolutie http://supermasj.zenfolio.com/p898793373/slideshow.

Nectartuin

Ook in de nectartuin wordt alles met de dag kleurrijker. Het stukje tegen de zijgevel aan ziet er al ongeveer volwassen uit, de rest van de tuin zit nog vol gaten, wachtend op het moment dat de planten dit dichtgroeien (evt na scheuren van mijnentwege).

> Slideshow : http://supermasj.zenfolio.com/p692170129/slideshow

Terras

Ook hier sijpelt er langzaamaan wat kleur in het groen.
En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow

Tuin achter de woning

De gele border lijkt wel te wachten op een startsignaal. Volgende maand zal deze plek haar naam verdienen, denk ik dan.

Hopla!: http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow

Schaduwtuin

Links onderaan je het spoor van vernieling dat de woelmuizen hier hebben aangericht (gat in de beplanting), de slachtoffers staan in potten aan de stam. Het mag écht wel eens regenen voor dit stukje tuin.
Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow

Pruimenhaag

Weinig verschil met vorige maaand

Met de bijhorende slideshow http://supermasj.zenfolio.com/p1045601173/slideshow

’t Is zover

Het is eigenlijk te gek voor woorden, maar er lopen nog altijd mensen rond die ervan overtuigd zijn dat tuinieren zonder gif niet mogelijk is. Mensen die niet geloven in een natuurlijk evenwicht. Die eigenlijk intrinsiek zeggen dat ze niet geloven dat mensen ecologisch kunnen tuinieren. 

Dit week-end stel ik, samen met bijna 200 andere tuiniers, mijn tuin open om te bewijzen dat dat wel kan.

Hieronder leg ik ik uit wat ik onder ‘ecologisch tuinieren’ versta.

 

‘Er staat wel veel klaver in je gazon”
“Ja” bevestig ik.
“Ge moet eens spuiten”
“Euh, waarom, ik vind dat mooi” kaats ik terug
“Dat is gevaarlijk, er zitten vaak bijen op die bloemen”.
Ik stuur het gesprek verder in die richting “En waarom is dat gevaarlijk?”, terwijl ik het antwoord dat gaat komen al perfect ken.
“Als de kinderen op hun blote voeten in de tuin spelen worden ze misschien gestoken” (hehe, dit was zó voorspelbaar)
Mijn antwoord was al klaar “En de kinderen op hun blote voeten door dat vergif laten lopen is wel OK? Ze moeten maar schoenen aantrekken”
De bezoeker reageert met een diepe zucht en schudt zijn hoofd. Ik heb hem volgens mij zelfs niet aan ’t denken gezet.

 

Ik heb het lang geleden al eens beschreven, in een ver tuinverleden gebruikte ik wel eens chemische bestrijdingsmiddelen, voor zover ik me herinner Round-Up en een middel tegen sterroetdauw op rozelaars. Ik sprong, zoals zovelen, achteloos om met deze producten, ze werden me aangeraden in een tuincentrum, en ik gebruikte ze. Noem het een jeugdzonde. Enkele jaren later kocht ik opnieuw een bestrijdingsmiddel (tegen perenpokken), maar toen ik de waarschuwingsfiche van het aangekochte product las, besliste ik het middel niet te gebruiken. Liever geen peren(bomen) dan dat product gebruiken, was mijn reflex. Zo besliste ik om ecologisch te tuinieren. Planten zouden het vanaf dan zonder chemische hulpmiddelen moeten redden in de tuin, om hun plaats in mijn tuin te verdienen.
Ik merkte dat mijn perelaars bleven leven ondanks de perenpokken, en er eigenlijk zelfs niet zoveel last van hadden… Het motto werd dus “Liever een vlekje of een gaatje in een blad dan een gifspuit in de tuinberging”. Alleen in uitzonderlijke situaties, zonder alternatief, zou ik nog gif overwegen.

Later besliste ik dat ‘biologische’ pesticides geen alternatief waren, omdat er wat mij betreft geen verschil is tussen een synthetisch bestrijdingsmiddel en een biologisch bestrijdingsmiddel dat uit een plant of dier wordt gewonnen. Waterstofcyanide (blauwzuur) en strychnine zijn ook biologische producten, maar zou ik niet direct met ecologisch tuinieren associëren. De ‘ecologische’ slakkenkorrels moesten wijken voor nachtelijke klopjachten. Voor andere problemen (taxuskever en bastaardrupsen) vond ik biologische bestrijdingsmiddelen (die ik nu ook al weer bijna twee jaar niet meer heb aangewend), zodat ik ondertussen al jaren tuinier zonder gebruik van pesticiden.

 

Beestjes
En over de jaren berust je ook meer in de dingen. Zo beschouw ik bladluizen als een belangrijke schakel in de voedselketen van mijn tuin, en dat gaat veel verder dan enkele lieveheersbeestjes. Ook gaasvlieg- en zweefvlieglarven lusten ze rauw. En de voorbije weken zag ik één van de broedende paartjes koolmezen op en af vliegen naar de rozelaars. De bladluizen verdwijnen niet helemaal, maar worden onder controle gehouden. De rozelaars blijven er gezond uit zien en groeien dat het een lieve lust is. Veel dieren varen wel bij dit evenwicht, alleen de bladluizen ondervinden aan den lijve dat het leven zwaar is onderaan de voedselketen. In een volledig ontluisde tuin zullen de predatoren van de bladluizen verdwijnen, zodat de bladluizen daarna écht vrij spel hebben. Vandaar ’t belang van een evenwicht. Dat is ook ’t probleem met chemische bestrijding : het is niet anders dan een boomerang wegwerpen die je daarna snoeihard in ’t gezicht krijgt.
Er zijn ieder jaar wel enkele planten die meer last hebben van bladluizen, dit jaar onder meer de perzikbomen en pruimelaar (lelijke, opkrullende bladeren), vorig jaar enkele braambessen. Maar de planten groeien door die schade, en mijn tuin is geen vitrinekast, enkele opgekrulde bladeren is écht niet het einde van de wereld.

Ik trek dit ook door naar de bloedblaarluis op de aalbessen, het blad van de planten oogt minder mooi, maar dat is voor mij geen reden om in te grijpen. Vaak lees je als ecologische tip om de aangetaste bladeren te verwijderen en te verbranden, ik ga ervan uit dat er op redelijk korte termijn een evenwicht ontstaat tussen deze luis en andere dieren.

Sommige planten hebben ook last van slakkenvraat, onder andere de hosta, maar ik heb de systematische, dubbele nachtelijke strooptochten op zoek naar slakken opgegeven. Af en toe stap ik rond 23h00 nog even langs planten die duidelijk lijden onder de slakkenvraat om de slakken door te knippen, maar enkele gaten in de planten vormen bij mij geen probleem. Toen ik twee jaar geleden nog dagelijks op slakkenjacht ging, was de schade miniem tot onbestaande, maar de soep is mij de kool niet waard. Al bij al zijn de slakken minder aanwezig dan vorig jaar, de kippen die hier heel de winter vrij mochten rondlopen en de lijsters en merels die iedere ochtend in de schaduwtuin vertoeven, zijn daar waarschijnlijk niet vreemd aan.

Heb ik dan écht geen problemen in de tuin? Toch wel. Perenbladgalmijt. Hiervoor bestaat geen “ecologisch” controle-middel, en de schade op de bomen neemt jaar na jaar toe. Hier overweeg ik om volgend jaar toch met spuitzwavel een preventieve behandeling uit te voeren (middel toegelaten in biologische teelt) tijdens het uitlopen van de knoppen, het enige alternatief is het rooien van de bomen.
Verder zijn er natuurlijk ook de woelmuizen, die de schaduwtuin en de braambessen proberen te vergallen. De fruitbomen zijn allen beschermd met een mollennet, in de schaduwtuin probeer ik de beesten te verdrijven door geurbolletjes. Elders in de tuin gebruik ik mijn twee ‘Topcat’ woelmuisvallen. In theorie is onze kat ‘Muis’ ook aangeworven om woelmuizen te vangen, maar zij beperkt zich tot het vangen van vliegen en vlinders. En slapen.

Schimmels
Schimmels probeer ik zoveel mogelijk te vermijden door een correcte standplaats, snoei en raskeuze. Zo heb ik geen Buxus in de tuin aangeplant, Volutella buxi en Cylindrocladium buxicola.maken het quasi onmogelijk om zo’n plant duurzaam in de tuin te houden. Alle fruitrassen zijn geselecteerd op ziekteresistentie tegen meeldauw en schurft. Fruitbomen worden open gesnoeid, zodat de bladeren snel opdrogen. Enkele vaste planten worden ieder jaar aangetast door meeldauw (Scabiosa, Verbascum, Aster,…) maar ze komen ieder jaar opnieuw groter terug, ik lig er dus niet wakker van.
De krulziekte bij de perziken volg ik nauwgezet op, de schade was de voorbije twee jaren uitermate beperkt. Indien ik de krulziekte niet onder controle krijg zonder fungicides te gebruiken, zullen de boompjes snel gerooid worden.
Sterroetdauw op rozen zou onder controle blijven door ondergroeibeplanting, iets waar ik binnenkort werk ga van maken. Ook hier dezelfde regel: wanneer de rozen het niet redden zonder chemische troep, belanden ze op de composthoop. Maar enkele blaadjes met vlekken zijn bij mij geen reden om een plant te rooien. En tot nu toe doen ze het allemaal redelijk goed (op één rozelaar na).

Gazon
Net hetzelfde met het gazon: enkele putten en kuilen, een molshoop, wat ‘onkruid’ : allemaal geen probleem voor mij, een “perfect” grasgroene getrimde grasmat is geen fetisj voor mij. Over de onzin van het perfecte groene gazon heb ik lang geleden al eens een stuk gepleegd. Mij blijft het fascineren dat mensen selectieve onkruidverdelgers aanwenden….

Onkruid en Plantenkeuze
Ben ik dan de ultieme ecologische tuinier? Neen. Onkruid in ’t gazon accepteer/verwelkom ik, maar wat mijn borders betreft ben ik vrij klassiek,  die worden nu maniakaal gewied. De planten zijn nog klein en zouden anders overwoekerd worden door brandnetels, kweekgras en ganzevoetmelde. Ik wil ook de duizendknoop/kattestaart die hier sporadisch aan ’t oppervlak verschijnt onder controle houden. Ik vind wieden trouwens absoluut geen vervelend klusje. Op termijn zal het wieden in de borders drastisch minderen wanneer de planten volgroeid zijn. Maar ik zal blijven wieden in de bessenkamers en onder de fruitbomen om wortelconcurrentie te vermijden.
Maar er zijn ook plekken waar ik niet of nauwelijks ingrijp: achteraan, aan de composthoop ben ik heel wat toleranter voor ‘onkruid’ en laat ik alles veel meer ‘zijn gang’ gaan. Mijn ingrepen blijven beperkt tot het maaien wanneer het gras écht te hoog wordt (ik heb er dit jaar nog maar één keer gemaaid). En in de schaduwtuin krijgt de hondsdraf ook wat vrijheid.

Als ultieme ecologische tuinier zou ik ook alleen maar inheemse planten gebruiken. Maar op dat vlak ben ik teveel een plantengek, dat is me echt een brug te ver. Planten die op de zwarte lijst van invasieve exoten staan, worden zowiezo geweerd, er staan wel enkele planten in mijn tuin op de bewakingslijst, maar bij deze neem ik systematisch alle uitgebloeide bloemen weg.

Energieverbuik
Tuinverlichting zal je niet aantreffen, wel enkele spots om het terras te verlichten. Dat is een bewuste keuze. Water geven probeer ik te beperken tot de planten in potten en net aangeplant plantgoed in periodes van droogte. In ’t begin van dit jaar werden er heel veel planten verzet en aangeplant, zodat er dit voorjaar wel een fiks volume water uit de regenput is gesproeid. Maar dat water geven dooft uit, één tot twee maanden na ’t aanplanten.
En ’t gazon water geven? Toen ik een stukje pas had ingezaaid. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om ’t gazon water te geven. Die groeit zo al snel genoeg. En de klaver in mijn gazon blijft bovendien mooi groen, ook zonder sproeien 🙂

Ik ben sinds gisterennamiddag klaar met de voorbereidingen. De deur van de Fruitberg staat dit week-end wagenwijd open, onder een blauwe hemel en een stralende zon. Iedereen welkom.

Deze pijl geeft de juiste richting aan

 

Anemone ‘Wild Swan’

Dit plantje staat sinds de herfst in mijn tuin, en begint nu te bloeien. Deze anemoon is een vrij nieuwe introductie en werd in 2011 na een afwijking van de reguliere stemprocedure uitgekozen tot Chelsea Flower Show 2011 Plant of The Year. Het betreft een toevallige zaailing die Elizabeth McGregor rond de eeuwwisseling was opgevallen in haar kwekerij.

De plant heeft veel weg van de klassieke herfstanemonen, maar blijft kleiner en zou niet woekeren. De witte bloemen hebben paarse strepen op de achterzijde van de bloemblaadjes en sluiten zich bij zonsondergang. Maar de eigenschap die deze plant écht speciaal maakt is de bloeiduur van de plant : van mei tot november. Die lange bloeitijd kan ik nog niet bevestigen, de schoonheid van de plant wél.
En ik geloof best dat de plant niet woekert, want het is helemaal geen eenvoudig kleinood. Ik heb in totaal 10 verschillende planten gekocht, en houd er slechts twee over. De plant kan duidelijk geen droogte verdragen, en wil dus niet veel zonlicht.

Hij werd vorig jaar al door meerdere handelaars aangeboden tijdens de tuindagen van Beervelde. Het zou me verbazen dat deze plant over enkele jaren een algemeen verspreide tuinplant wordt, een soort Rozanne der anemonen, want ik denk dat de plant daarvoor een beetje te moeilijk groeit. De prijzen van Rozanne maakt hij zich wel eigen, vorig jaar op Beervelde bedroegen die tot 5 EUR voor een plantje in een P9-potje…

Compostzeef V2: alles kan beter

Begin vorig jaar toonde ik hier mijn zelfgebouwde compostzeef. Het ding bleek heel handig te zijn, maar de vogeldraad was een beetje te zwak en begon vrij snel gevaarlijk door te buigen.

Daarom, onder het motto “Alles kan beter” (zelfs wanneer ik iets heb gemaakt), werden enkele kleine bijsturingen aan het initiële ontwerp gemaakt, zodat dat euvel nu ook verholpen is. Het betonijzer steunt op de houten planken onderaan, en ondersteunt op zich de vogeldraad.

 

Nog meer kleur

De voorbije periode keek ik iedere dag na hoe bepaalde planten gevorderd zijn, zouden ze al in bloei staan tijdens de eco-tuindagen? Sommige hoekjes zijn nu nog erg groen, en een beetje kleur zou hen niet slecht staan.

Duidelijk in vorm : de rozen
Penstemon ‘Sour Grapes’ heeft de winter (haha) probleemloos doorstaan, en zal nu bloeien tot ’t einde van ’t jaar
Pastinaak is een onwaarschijnlijke insectenlokker. De plant zit vol met pyamawantsen, zweefvliegen, museumkevertjes, bladluizen en lieveheersbeestjes …
Astrantia ‘Snow star’ staat nu ook in bloem. Ook een erg goede insectenlokker
Een in de categorie “Doet ie het of doet ie het niet”, deze Hypericum
Ondertussen is Geum chiloense nog steeds de enige plant die kleur brengt in de gele border
Deze bodembedekkende roos heeft op minder dan een jaar 1 m² oppervlak ingenomen, max 30 cm hoog. De aanvangst van de bloei is perfect getimed, want de eerste bloemen zijn sinds vrijdag open
Deze Campanula ‘Pink Octopus’ is een heel speciale, ik ben er niet zeker van dat hij volgend week-end al in bloei zal staan
Ook deze Campanula lactiflora ‘Prichard’s Variety’ zal haast moeten maken als ze wil opvallen volgende week.
Deze Campanula ‘Kent Belle’ is er wél net op tijd aan begonnen. En nu niet omwaaien morgen, tijdens het zware regenbuien morgen
Vorig jaar kocht ik Salvia ‘Mainacht’, maar vooral Salvia ‘Caradonna’. De ‘Mainacht’ is mi véél mooier. dat wordt stekken.
Deze Lupinus ‘Gallery Blue’ heeft mijn vierendeling goed doorstaan en start nu te bloeien
Veronica longifolia zal volgende week ook van de partij zijn…
Deze Acanthus begint ook net te bloeien. Zou een uitstekende hommelplant zijn…
De Phlox zal een week te laat zijn denk ik
Ook deze Aster radula ‘August Sky’ zal nog net niet in bloei staan
Maar vooral jammer : mijn volledige verzameling Thalictrum zal ook niet in bloei staan, daar had ik écht wel op gerekend (ze stonden vorig jaar wel in bloei bij Ludo). Ook de Veronicastrums zijn helemaal nog niet op de afspraak
Wél op de afspraak, en eigenlijk belachelijk vroeg, is deze Gaura lindheimerii ‘Whirling Butterflies’. Meer dan een maand te vroeg
Deze Ligularia zal ook iets te laat zijn. Op dit ogenblik niet direct een schoonheid
Nog in de categorie ‘Belachelijk vroeg’, is deze Verbena bonariensis. De planten zijn allen probleemloos de winter doorgekomen en staan nu in volle bloei. Ze groeien ook opmerkelijk bossig en hoog.
Magnolia virginiana ‘Satellite’ is er ook bijna klaar voor. Volg de geur volgende week!
Vorige week dacht ik nog dat deze Verbascum chaixii te laat zou zijn, maar deze planten hebben nu een echte groeispurt ingezet en beginnen te bloeien. Zo maken ze de voortuin een beetje fleuriger
Geranium ‘Patricia’, mijn ab-so-lu-te Queen in het rijk van de ooievaarsbekken.
De Silene armeria die ik in de winter zaaide laat nu ook wat kleur zien
Een Thalictrum in kleur? Jawel, en wel omdt ik vals heb gespeeld. Deze Thalictrum kiusianum werd gisteren gekocht tijdens de opendeurdagen van kwekerij Mandragora. Het plantje wordt ongeveer 20 cm hoog.
Bij Polygonatum denken we onmiddellijk aan witte bloemen. Maar deze Polygonatum cirrhifolium heeft zachtroze bloemetjes en erg dunne blaadjes. Een andere, Polygonatum kingianum (zonder foto) heeft veel weg van deze plant maar wordt bijna 2 meter hoog.
Dit is hem! Hij staat in mijn tuin. Echt waar! Deze Hacquetia epipactis ‘Thor’ zag ik enkele weken geleden in BBC Gardener’s World en moest en zou ik hebben. De bloemen die vroeg in ’t jaar verschijnen zijn onwaarschijnlijk (bont , net zoals het blad)
Deze foto verschijnt waarschijnlijk in ‘Rondom Tienen’, maar dus in première op deze site. Er is ook nog een foto van de fruitkamers doorgesturud, maar die toon ik hier niet 🙂

 

Fruit

Was dat hier geen blog over fruit???

Een aantal bomen moeten opgroeien in leivorm, onder andere deze amandel. Maar door het zachte weer hangen er nu volop vruchten aan deze bomen, en de snoeiwerken uitvoeren zou gelijk staan aan het grotendeels verwijderen van de jonge vruchten. Zowaar een dilemma, want het kan best weer enkele jaren duren alvorens er nog eens zo goed kan geoogst worden. Zaterdag hak ik de knoop door .
Iets om me zorgen over te maken… de stam van één van de appelaars is flink toegetakeld door (vermoedelijk) een specht. Bart Dequidt (boomkwekerij De Linde) bezorgde me in een mum van tijd een geruststellend antwoord: dit zou kunnen genezen, geen nood om het boompje te rooien, met de nodige uitleg om het probleem aan te pakken.

 

Creatief met ‘Tulameen’. De stokken van deze zomerframboos zijn ongeveer 3 m hoog, om ze te beschermen tegen windstoten heb ik ze keurig in bogen vastgeknoopt. De ironie wil dat diezelfde nacht meerder stokken van de framboos ernaast afbraken door de wind
De kiwibessen bekomen van de late, koude winternachten die heel wat schade berokkenden aan ’t jonge blad. De mannelijke kiwibes ‘Weima’ vormt dit jaar al enkele bloemknoppen, maar de zes vrouwelijke planten laten het nog afweten. Misschien volgend jaar beter, dames?
De mei-en junibessen vormen ondertussen al kleine struiken en dragen dit jaar enorm veel fruit in vergelijking met de voorbije jaren . De bessen van de Meibes zijn veel groter dan vorig jaar, de eerste rijpe bessen worden, bij gebrek aan ander fruit, met mondjesmaat opgegeten. De smaak heeft iets weg van een kriek. Op rijpe junibessen is het nog even wachten.
En terwijl de eerste aardbei bijna rijp is (bosaardbeitjes zijn er wel al)…
Zijn er wel al enkele rijpe, gele herfstframbozen
Ik sprak enkele weken geleden over de flinke kleinfruitoogst in ’t verschiet bij blauwe bessen, kruisbessen en aalbessen. De braambessen doen duidelijk niet onder en hangen dit jaar afgeladen vol met bloesem. Er zal flink wat confituur van gemaakt kunnen worden, denk ik dan.
Ook de zwarte framboos geeft erg veel fruit dit jaar, misschien omdat er beter gesnoeid werd?
De Japanese wijnbes is ook in bloei, de bloemen zijn zoals de vruchten : klein maar fijn.
Twee braamhybriden werden vorig jaar vervangen (Taybess Medana en Boysonberry), door een Loganbes en een nieuwe plant van Boysonberry. Tot mijn grote tevredenheid geven beide jonge planten al fruit, zodat ik al dit jaar de planten kan evalueren. Ik ben vooral benieuwd naar de smaak van de loganbes, waarover ik veel tegenstrijdige berichten lees.
Nog een week, maximaal twee wkeen  en de eerste kruisbessen zijn rijp. Risulfa is een gele kruisbes die erg vroeg afrijpt.

Het seizoen is begonnen.

De Moestuin van de Fruitberg

Een moestuin? Niet echt. Zoals de voorbije jaren plant ik wel weer pompoen en courgette aan.

Mijn eigen credo (“Safety in Numbers”) wordt ook dit jaar niet verloochend, alhoewel het courgettebestand dit jaar nog wat verder werd teruggeschroefd naar een schamele drie planten (Black Beauty, Gold, Ronde de Nice).

Dat wordt wel ruimschoots goed gemaakt door het aanplanten van 4 pompoen: een Hubbard, een Butternut, een Spaghettipompoen én een Marinia do Giochhai.

Gaan die rekken wel stevig genoeg zijn hoor ik U denken? Ik denk met U mee 🙂

De courgettes wil ik dit jaar aanbinden, voor de pompoenen vroeg ik mijn twee zonen hun sjorkunsten te tonen met enkele bamboestokken. Na het eerste rek besloten ze mij te leren hoe je kan sjorren.

Het resultaat mag er zijn. De pompoenen zullen elk één kant van zo’n rek kunnen beklimmen. Volgend jaar plant ik de pompoenen dan aan de andere kant van de rekken. De komende jaren ga ik waarschijnlijk stap per stap een stukje van het grasland achteraan ombouwen tot moestuin, waar dan de pompoenen worden gezet. Het vrijgemaakte stukje zou dan via het wisselteeltschema voor iets anders gebruikt worden.

Dit stukje gras werd ook hier verwijderd met het afplagding, dat ook hier behoorlijk handig uit de hoek kwam.

De courgette. Iets te dicht bij mekaar, denk ik nu ik dit zo zie.

In de herfst zal er pompoensoep op het menu staan ten huize de Fruitberg.

Die maand in de Fruitberg – Mei 2014

Vanaf dit jaar start ik met een nieuw thema, waarbij ik iedere maand 4 foto’s probeer te plaatsen volgens het traditionele rijmpje ‘Something old, something new, something borrowed, something blue’.

De uitleg vind je hier terug.

“Pioenen?” vroeg één van mijn collega’s . “Maar die planten zijn maximaal twee weken mooi per jaar”. Ikzelf ben wél absoluut fan. De manier van uitlopen heeft iets magisch, het blad is erg mooi, de bloemknoppen an sich zijn mooier dan véél andere bloemen. Daarna volgt de korte apotheose maar de zaaddozen zijn ook erg mooi.
Gillenia trifolata is een vaste plant uit de categorie ‘Onbekend is onbemind”. De plant heeft zeer mooi blad en prachtige bloemen. Bovendien is het een erg makkelijke plant die vrij snel in formaat toeneemt. Ik ga die hier elk jaar opnieuw blijven posten tot jullie hem allemaal in de tuin hebben staan 🙂
Ook deze maand was er weer keuze te over in de categorie ‘inheems’. Mocht ik hier geuren kunnen posten, zou ik zonder twijfel voor de echte Valeriaan zijn gegaan. Maar de foto van een stukje gras achteraan de tuin wou ik jullie toch niet onthouden. Er staat heel wat kruipende boterbloem in dit stukje tuin. Indien het me zou storen zou ik het wieden, maar ik vind het best mooi.
Amsonia tabernaemontana : deze zag ik op heel wat standen in Beervelde opduiken, terwijl hij me er vorig jaar niet was opgevallen. Zelf heb ik midden vorig jaar enkele planten aangeplant die nu bescheiden bloeien. Het zijn vaste planten afkomstig uit Noord-Amerika die er geboekstaafd staan als uitstekende vlinderlokkers. De plantjes zijn nu nog véél te klein om daar iets zinnigs over te vertellen, maar ik vind het wel een mooie plant. Elders in de tuin staat ook Amsonia hubrechtii , die een vergelijkbare bloei met fijner blad combineert en ook garant staat voor erg mooie herfstkleuren, eerder uitzonderlijk voor vaste planten (hij schopte het tot Vaste Plant van het Jaar in de USA in 2011).

Heggenschaar

Veel kleinfruit heeft niet graag wortelconcurrentie, en hebben bovendien een hekel aan het wieden aan de voet van de plant (vanwege het oppervlakkig wortelgestel). Daarom legde ik twee jaar geleden mulchbakken aan in de grote bessenkamer. Deze mulchbakken worden met compost en gras uit de grasmaaider gevuld, om zo onkruidvorming tegen te gaan.

Na het oneigenlijk gebruik van de heggenschaar

 

Tot nu toe lukt dat aardig, maar het gras afrijden rondom deze mulchbakken is een probleem: de grasmachine reikt vlak langs de houten panelen, maar er blijft altijd een streepje gras over tegen de mulchbakken. Dat staat na verloop van tijd een beetje slordig, en dat gras kan ondertussen lustig uitbreiden richting binnenzijde mulchbakken.

Het vergt iedere keer opnieuw (twee tot drie keer per jaar) het handmatig bijknippen en wieden van de kanten van de mulchbakken . Ik zocht al een tijdje naar een goed alternatief voor de buxusschaar die ik hier voor aanwend (de accu-graskantenmaaier van gardena is hopeloos).

Aangezien mijn buxusschaar zoek was, werd de zoektocht naar een alternatief prangend, en probeerde ik de kanten bij te knippen met de heggenschaar, wat buiten alle verwachtingen om enorm vlot verliep. In minder dan een uur alles bijgewerkt, iets wat met anders véél meer tijd vergde… Als je dus een kantenschaar nodig hebt, is een heggenschaar misschien geen slechte aankoop.