Fotoverhaal van de week 17 : Paardebloem

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Macro is al jaren mijn favoriete bezigheid. Dit bloemhoofd van een paardebloem beweegt niet, en geeft je rustig de tijd om je foto te maken. Door de sterke vergroting bekom je een erg klein Depth-Of-Field, wat zo’n foto een beetje dromerig maakt.

Het grappige is dat ik deze foto heb gemaakt op een vrij verre verplaatsing, omdat het op dat ogenblik in me opkwam. In theorie kon dat ook gewoon in de tuin.

Een bijen- en vlindervriendelijke tuin

Sinds eind vorig jaar ben ik actief in ’t bestuur van Velt Tienen, de lokale velt-afdeling voor Tienen, Landen, Hoegaarden, Glabbeek, Boutersem en Zoutleeuw. We hebben dit jaar heel wat activiteiten op de agenda staan en voor enkele van die activiteiten ga ik de komende maanden ook schaamteloos reclame maken op deze blog.

Einde april is er een eerste activiteit die volgens mij een deel van mijn lezerspubliek kan interesseren:

Een bijen- en vlindervriendelijke tuin

We leren welke groenvormen in de tuin interessant zijn voor  vlinders en bijen,  zoals bloemenborders, bloemenweiden, akkerbloemen, soorten heesters enz. We besteden aandacht aan de biodiversiteit in natuurrijke tuinen wat zeker  ten goede komt aan vlinders en bijen.

Aandacht voor schuilmogelijkheden, overwintering, hulp door insectenhotels 
Tenslotte bekijken we een selectie van planten die in de bijen- en vlindertuin niet mogen ontbreken. Vooraf inschrijven verplicht : miet.paulissen@hotmail.com

28/04/2016 20h00 in vergaderzaal 1 en 2 van de Kruisboog, Tienen

Toegangsprijs 3 € voor velt-leden, 5 € voor niet-leden

Privé-tuinen nemen 8% van het grondoppervlak in Vlaanderen in. Dat is 3 x meer ruimte dan alle natuurreservaten (2,5%) en bijna evenveel als alle bossen (10%). Door onze tuinen aantrekkelijk te maken voor dieren kunnen we een steentje bijdragen aan de biodiversiteit…

 

Tulipa whittallii

Erg vroeg in het seizoen bloeien geeft een plant een competitief voordeel. Je wint zo makkelijk de aandacht van bestuivers. Maar wanneer je pakweg in het Turks hooggebergte wilt bloeien, heb je toch een probleem. ’s Nachts kan het nog vreselijk koud zijn, zodat bestuivers gewoon veranderen in ijsklompjes.

De tulp heeft daarom haar vorm aangepast , waarbij de bloemkelk helemaal sluit tijdens de nacht. Dit beschermt bestuivende insecten  van de koude van de nacht…

Zelf ben ik niet direct een grote tulpenfan. Maar enkele, meer ingetogen, botanische soorten zoals dit tulpje kan ik echt wel appreciëren.

 

Fotoverhaal van de week 16: Zwemmen!

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Mijn beide zonen hebben een aantal jaren gezwommen bij de lokale zwemclub. ’t Was al snel duidelijk dat geen van beide de nieuwe Michael Phelps was, maar dat maakte ons niet uit. Zwemmen is een erg leuke sport, gezonde beweging voor heel het lichaam. Zo nu en dan namen ze deel aan de obligate zwemwedstrijden. Eén keer per jaar namen ze deel aan een zwemtornooi in Bastogne.

Wat mij betreft een verademing in vergelijking met de Vlaamse wedstrijden. De wedstrijdleiding was er veel gemoedelijker . Een zwemwedstrijd vergt heel wat juryleden (voor een zwembad met 8 banen heb je eigenlijk bijna 30 officials nodig), en dus wordt de ouders gevraagd om op te treden als aankomstrechter, tijdsopnemer of keerpuntrechter. Na een kort examen ben je ‘klaar’ om op te treden als official, maar spijtig genoeg lijken een aantal mensen hun taak net iets te ernstig op te nemen en mensen uit te sluiten omdat ze twijfelden of ze geen fout hadden gezien – tenzij het kind in kwestie van hun club was natuurlijk. Vaak zorgt de zwemrechter( wedstrijdleiding) dan voor evenwicht, maar daar slagen ze niet allemaal in.

In Wallonië was de wedstrijdleiding veel lakser, en ’t publiek moest er ook niet in de tribune blijven zitten. Het zorgt voor een gemoedelijke sfeer. ’t Gaf mij de kans om er foto’s te maken van onze zwemmers, me vrij doorheen ’t zwembad bewegend, in plaats van een hele dag op de tribune te zitten (de reden waarom ik liever als official fungeerde, alles liever dan op die tribune te zitten).

Technisch helemaal niet zo eenvoudig, sportbeelden in uitermate slechte belichting, maar ’t leverde toch leuke actiebeelden op van de zwemmer(tje)s. Deze foto vind ik persoonlijk echt top, er gaat kracht van uit..

Meer

Langzaam wordt het ook in de tuin zichtbaar dat het lente is. De hosta lopen uit en de eerste planten staan in bloei. De eerste frisgroene blaadjes aan de bomen brengen nog extra levenslust  in de tuin.

Deze vaste judaspenning (Lunnaria rediviva) is er veel vroeger bij dan ik had verwacht. Ik prefereer deze boven de tweejarige (die hier ook staat).

Niet direct een teken dat het lente is, want eigenlijk is deze overblijvende ossentong gewoon niet gestopt met bloeien. Het plantje zaait zich wel redelijk flink uit, dus onder controle houden is geen luxe.

De pruimen staan in bloei. Voor ’t eerst in vijf jaar is er bloesem op alle pruimenbomen, dat wordt een flinke oogst.

Narcissus ‘Thalia’ is een vrij late Narcis, wel een hele mooie.

Nu we een weekje verder zijn en de eerste fruitbomen en -struiken in bloei staan, hebben de solitaire bijen voldoende drachtplanten. Maar een weekje geleden stond er hier erg weinig in bloei. Toen was deze Ribes sanguineum de trekpleister voor de metselbijen. Deze Ribes is nochtans uitheems (Verenigde Staten). Insecten prefereren inheemse planten, hoor ik onder meer Natuurpunt rondbazuinen. Maar zowel vroeg op het seizoen (en ’t zelfde geld laat in ’t seizoen) zijn er nu éénmaal uitheemse planten die het beter doen .

 

Aaltjes

Sinds enkele jaren kan je nematoden kopen om slakken te bestrijden. Maar je zou die nematoden ook zelf kunnen kweken, zonder al teveel moeite.  De uitleg die de doorwinterde ecologische tuinier me enkele weken geleden gaf was erg eenvoudig: sommige slakken in onze tuinen zijn besmet met deze aaltjes, maar in onze tuin heb je een ecologisch evenwicht. Je moet dat evenwicht dus verstoren om en masse aaltjes te kweken.

‘Neem een emmer, vul die met een beetje water en voeg er wat keukenafval of tuinafval aan toe (voeder voor slakken). Ga dan ’s nachts op stap in je tuin en vang zoveel mogelijk slakken. Plaats een deksel op de emmer en wacht twee tot drie weken. Je gaat zien dat alle slakken in de emmer dood of besmet zijn met de nematoden. In de emmer heb je immers de ideale omstandigheden voor de aaltjes gecreëerd.

Leng het water in de emmer aan in een gieter en giet dat uit in je tuin. Hou een deel van het water over, voeg opnieuw de nodige keukenafval en verse slakken toe en twee weken later heb je opnieuw aaltjes bij de vleet’.

Vannacht ga ik op stap met een emmer, en niet met een schaartje. Slakken verzamelen. Ik heb een emmer van 20 l, daar kunnen veel slakken in. Ik hou jullie op de hoogte van de resultaten.

 

Schaalvergroting deel 2

Twee weken geleden schreef ik al over de nieuwe leembakjes die ik zou maken. Ondertussen is de leem uitgehard. Dit keer werden de bakjes gevuld met een mengsel van leem, fijn zand en kalk (4/4/1), een mengverhouding die ook in de bouw wordt aangehouden om constructies in leem te maken. Na dit alles flink te mengen en te bevochtigen werd de leemmortel in de bakjes gekieperd, lichtjes aangedrukt en voor enkele dagen te drogen gelegd.

Het resultaat is perfect: redelijk vast, maar toch voldoende broos zodat je met je vinger het zand kan verwijderen. De gaatjes die je in de wand ziet heb ik met een saté-stokje gemaakt.

Ik ben benieuwd hoe de solitaire bijen over deze bakjes gaan oordelen.

Zelf heb ik al één probleem gemerkt bij het ophangen: zo’n bakjes worden snel erg zwaar. Het grote bakje (foto hieronder) weegt meer dan 30 kg…

Om het helemaal compleet te maken ook nog een foto van één van de takkenbussels, die gewoon her en der verspreid in de nectartuin staan opgesteld.

 

Inventief

Het valt me steeds weer op hoe inventief planten en dieren zijn om te overleven in de natuur. Deze Succisella inflexa is een plant uit de familie van de Dipsacaceae, waar ook Scabiosa, Succisa, Knautia en Cephalaria toe behoren. De bloem lijkt sterk op die van de blauwe knoop.
Op de verschillende bloemstengels worden nieuwe kroontjes aangemaakt en deze zakken door tot op de bodem. Op de foto zie je in het centrum de oude plant, en 9’omgevallen stengels’. Een perfecte tactiek om stand te houden in een weide. De vijf plantjes die ik me vorig jaar in september heb aangekocht zijn enkele maanden later uitgegroeid tot minstens 30 plantjes.

Ijsberen

Een ieder jaar wederkerend ritueel, het “lentestaren”. Op een bepaald ogenblik begin ik iedere dag rond te lopen door de tuin, om te kijken of de planten al uitlopen. Vooral bij redelijk recent aangeplant plantgoed neemt dat hier soms hilarische proporties aan, maar ’t is sterker dan mezelf. ’t Is ook extra fijn wanneer je weer een extra plant ziet schieten. Dit week-end was dat de Nepeta kubanica, die ook duidelijk nog op zoek is naar doorgroeimogelijkheden. Indien een plant niet begint te groeien, durf ik wel eens wat grond weg te krabben, op zoek naar een teken van leven.

Ik vraag me dan af, ben ik de enige, of pleiten er nog andere tuinders schuldig aan het uit de grond kijken van de planten in de lente?

In de war

De natuur is duidelijk in de war na de warme winter en de iets koudere maand maart. Planten die voor die koude begonnen te groeien, zijn traag en gestaag blijven verder groeien. Planten die nog wat profiteerden van hun winterslaap, hebben die winterslaap met 3-4 weken verlengd. Een mooi voorbeeld in mijn voortuin. Paeonia ‘Abalone Pearl’ (foto boven) is altijd iets vroeger dan de andere pioenen. Maar dit jaar is het verschil werkelijk belachelijk groot.  Onderaan een foto van hoe de andere pioenen in ’t zelfde stukje tuin erbij staan.