Nestkastjes

Vandaag de nectartuin nog eens een grondige wiedbeurt gegeven. De hele dag kon ik het aan- en afvliegen van papa en mama boomklever volgen. Wat me nu echt opvalt is dat er een beest leem tegen de dakrand heeft afgezet. Ik vraag me af wie dat gedaan heeft. De boomklever? Een insect?

De koolmeesjes zijn ondertussen uitgevlogen. In de bessenkamer broedt nog een stel pimpelmezen, maar deze stoppen met voederen van de jongen wanneer je op minder dan vijf meter van het nestkast komt.

Wanneer de beestjes uitgevlogen zijn ga ik dat dakje ook eens herstellen…

Fotoverhaal van de week 21 : Bergen verzetten

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Zolang onze kinderen nog met ons mee op vakantie gingen, was onze bestemming meestal een weekje bergen. Iedere dag één of meerder bergen temmen, de eeuwige sneeuw opzoeken, de kinderen trakteren op kaiserschmarrn in een berghut, zoeken naar marmotten of gemsen…

Geen berg te hoog indien ze dat hoorden. Meestal in de eerste week van augustus, het is er dan ook redelijk rustig. En liefst in een bergstation (dus ergens rond de 1500 m hoog). Want in zo’n bergen zoek je toch vooral de rust op. Ik krijg er ook steeds de idee dat de mensen ter plekke op een ander ritme leven, minder gejaagd, meer volgens de seizoenen.

Zolang het weer ter plaatse goed is, is het er wondermooi. Op één jaar na hebben we er steeds geluk gehad met het weer, het durfde er ’s avonds wel eens stevig te onweren, maar dan zaten wij al lang met onze benen onder tafel in ’t restaurant. En zelfs dat éne jaar dat het weer tegenviel, had zijn charme.

 

Veel meer dan in het vlakke Vlaanderen maken zo’n hoge bergen duidelijk dat je een nietig klein schepsel bent tov de machtige elementen…

Ecologisch tuinieren

Zoals ik al eerder aan heb gegeven:  ik doe dit jaar voor de tweede keer mee met de eco-tuindagen van velt.
Soms vragen mensen me wel eens waarom ik ecologisch tuinier. Mijn antwoord is steevast: ‘Waarom niet?’, gevolgd door een aantal argumenten die ik ook hier nog eens met plezier herhaal. Ik heb hier vroeger al eens een stukje over geschreven, hier nog een aanvulling – omdat mijn inzichten ook evolueren.

De eerste vraag is natuurlijk; ‘Wat is ecologisch tuinieren?’ Voor mij staat ecologisch tuinieren gelijk aan tuinieren met een beperkte voetafdruk én de natuur een plaats geven in je tuin. Jezelf niet beschouwen als een soort opperwezen dat een uniek gebruiksrecht heeft op je tuin, maar je tuin delen met de natuur.

Privé-tuinen nemen naar schatting 8,5% van het oppervlak van Vlaanderen in, dat is bijna 4 keer meer dan de ruimte die in Vlaanderen beschikbaar is voor natuurreservaten. Indien we met zijn allen ecologisch zouden tuinieren, zou dat een wezenlijk verschil maken voor de biodiversiteit in Vlaanderen. Dat is wat mij betreft de belangrijkste reden.

Pesticiden.
Ik maak uit principe geen gebruik van pesticiden. Ik weiger ze trouwens gewasbeschermingsmiddelen te noemen zoals de sector dat nu doet. Het is en blijft vergif voor mij. De meeste van deze middelen hebben schadelijke neveneffecten.
Voor een aantal producten bestaan er twijfels over de impact op onze gezondheid. Zo erkent Frankrijk de ziekte van Parkinson als beroepsziekte voor landbouwers die meer dan 10 jaar aan gewasbeschermingsmiddelen zijn blootgesteld.
Veel producten hebben een rechtstreekse impact op de biodiversiteit. Zo is de impact van neo-nicotinoïden op hommels en bijen ondertussen wetenschappelijk bewezen in veldstudies maar er zijn nog heel wat andere producten die een impact hebben op bijvoorbeeld vissen en amfibieën.
Deze stoffen zijn overal terug te vinden in ons milieu: zo blijkt 35% van het bodemwater in Vlaanderen gecontamineerd door pesticiden (in 2000 was dat slechts 20%) en worden bij alle metingen van het oppervlaktewater in Vlaanderen pesticiden aangetroffen, op sommige plaatsen meer dan 40 verschillende actieve stoffen. De impact van de mix van die producten op onze gezondheid is niet gekend of onderzocht. De drinkwatermaatschappijen hebben de voorbije jaren significante investeringen moeten doen om het drinkwater te blijven zuiveren van deze pesticiden, iets waarbij het principe “de vervuiler betaalt” niet opgaat want die prijs zit gewoon verrekend in onze drinkwaterfactuur.

Maar we worden ook op andere manieren blootgesteld aan deze producten, denk maar aan de recente onderzoek waaruit blijkt dat er glyfosaat zat in de urine van alle 47 Europese parlementsleden die hun urine lieten testen. Of de te hoge concentraties aan glyfosaat in Duitse bieren en, ja U leest dit goed, Canadese inlegkruisjes en tampons.

Maar de belangrijkste reden waarom ik geen pesticiden gebruik heb ik nog niet gemeld: je kan ook zonder. Vooral wanneer je de moeite doet om ziekteresistente planten aan te kopen en je leert leven met bepaalde ‘onkruiden’ in je tuin en in je gazon.  “If you can’t beat them, join them”, dat is bijvoorbeeld mijn houding ten opzichte van Hondsdraf (ook al ben ik dat plantje vrij snel gaan appreciëren na mijn intrede in de woning, de eerste maanden heb ik een heroïsche strijd met dit plantje geleverd). Het is niet altijd evident (ik heb hier ook enkele plekjes waar Heermoes groeit, waar akkerwinde en zelfs zwanenblad groeit), maar met systematisch verwijderen hou ik ook die planten in bedwang.

De tuindagen kaderen dit jaar in het thema 2020pesticidenvrij, een actie die ik ten volle steun.

Kunstmest
Recent Frans onderzoek toont aan dat luizen, schimmels en virussen planten verkiezen die meer stikstof opnemen dan ze verwerken tot eiwitten. Dit kan gebeuren door overbemesting met stikstof of als gevolg van droogte, koude, te weinig licht of zuurstof, gebrek aan sporenelementen en bestrijdingsmiddelen.
Daarom bemest ik alleen met eigen compost en een beperkte gift van andere ecologische meststoffen (bv gedroogde koemest). Het zorgt bovendien ook voor een natuurlijk evenwicht tussen nuttige en schadelijke bodemorganismes.

Afval
Dat wil ook zeggen dat alle tuinafval in de tuin verwerkt wordt in vier flinke compostbakken. Daar kruipt behoorlijk wat tijd in maar ik vind dat composteren veel aangenamer dan het aanschuiven aan het containerpark met mijn groenafval. Op het taxussnoeisel na, dat ik naar het containerpark breng om medicijnen mee te maken, wordt alle ‘tuinafval’ beschouwd als grondstof voor compost.

Water
De eerste maanden na het aanplanten kan een plant rekenen op water van me. Nadien moet de plant zich zelf behelpen. Ook al heb ik een regenwatervat van 15000 liter….De enige uitzondering die ik maak zijn planten die in potten zijn aangeplant. Door planten aan te planten op de juiste plek zijn ze veel minder vatbaar voor ziektes, en groeien ze beter.
Ik ben ook afgestapt van de idee om mijn bodem aan te passen aan de planten, alhoewel ik hier en daar in de tuin nog wel eens een truc gebruik om een plant aan te planten (blauwbessen in metserskuipen in de grond)…

Verharding
Ik heb geprobeerd om de verharding in de tuin tot een minimum te beperken. Hoe meer verharding hoe minder leven en hoe meer moeite om die verharding vrij te houden van pioniersplanten… De tuinpaadjes bestaan uit houtschilfers of gras in mijn tuin.

Gazon
Het maaien van een groot gazon is een heus karwei, tot twee keer per week. Maar ook de rest van ’t jaar zijn veel tuiniers bezig om hun gazon zo groen mogelijk te houden: selectieve onkruidverdelgers, mosbestrijders, gazonmeststoffen, water geven,… Allemaal maatregelen die veel tijd vergen en die lijnrecht ingaan tegen de principes van ecologisch tuinieren. Het is vechten tegen de bierkaai want ‘onkruiden’ vestigen zich in het gazon als een stap van het natuurlijke proces van successie.

Mijn gazon krijgt om de twee jaar wat compost. Ik maai het alleen indien het echt nodig is (daar zit soms tot twee weken tijd tussen, vorig jaar zelfs eens drie maand in de zomer). En ik stoor me hoegenaamd niet aan madeliefjes, klaver en ander ‘onkruid’ in ’t gazon. In de zomer krijgt mijn gazon ook geen water. Zo heb ik minder werk, verbruik ik minder energie en krijg ik meer natuur in de plaats. Door alleen gazon in te zaaien op een plek waar gras goed groeit; is mijn gazon na 5 jaar nog steeds volledig vrij van mos. Ik vind wel mos terug in de graspaadjes in de fruittuin, omdat die plek veel minder geschikt is voor een gazon (schaduw, intensieve betreding).

Verderop in de tuin zaaide ik een vaste bloemenweide in. Die maai nu nog twee keer per jaar, maar op termijn zal dat maaien zich beperken tot één keer per jaar. Zo’n bloemenweide brengt niet alleen extra leven in de brouwerij, ze evolueert van jaar tot jaar, het resultaat is ieder jaar anders, ‘t is minder werk, mooier en beter voor de biodiversiteit. Politici zouden spreken van een en-en verhaal.

Voor de bezoekers van de tuin : achteraan in de tuin, vlak bij de kippenren, ligt er nog een stuk gazon dat nog een bestemming moet/zal krijgen. Waarschijnlijk wordt het een moestuin, maar ‘t zou ook kunnen dat ik het laat evolueren tot een bijkomende bloemenweide met poel. Rome wasn’t build in a day 😉

Onkruiden
Ook een ecologisch tuinier kan wel eens kampen met pionierskruiden. Zelf wied ik die planten, maar niet altijd. Ecologische tuinen zijn dus niet per definitie een ‘wildernis’, alhoewel ik dat toch enigszins als een compliment beschouw, want een wildernis = veel leven.

Enkele van de mooiste tuinen die ik bezocht zijn ecologische tuinen. Lees mijn verslag van de ecotuindagen van vorig jaar er maar eens op na. Mijn tuin is nog steeds niet af, maar ik loop de voorbije dagen toch met een redelijk tevreden gevoel door de tuin.

Je krijgt ook zoveel terug voor deze manier van tuinieren. Dit jaar heb ik al twee nesten van koolmezen, twee nesten pimpelmezen, een nest van een boomkruiper, een boomklever en een zwartkop ‘geregistreerd’. Ik zie de diversiteit in insecten in mijn tuin gestaag toenemen over de laatste jaren, zo zag ik vorige week voor de eerste keer een sint-jacobsvlinder in mijn tuin. Dat effect is geen gevolg van mijn klein lapje grond alleen, maar ook van een aantal evoluties in de omgeving. Als we allemaal die weg zouden inslaan, zouden we echt een verschil maken. 

Foto bovenaan : de familie pimpelmees en koolmees bezoeken voortdurend de rozelaars, op zoek naar bladluizen.

Damastbloem

Nog een inheemse plant die het hier héél goed doet. De plant heeft ondertussen enkele m² ingenomen en zaait zich nu uit over de volledige nectartuin, zodat ook deze me dwingt om sommige nakomelingen tot de orde te roepen.

Ik plantte oorspronkelijk twee planten Hesperis matronalis en twee planten Hesperis matronalis ‘Alba’. Terwijl de witte vorm in het wild uiterst zeldzaam is, zaait vooral deze witte vorm zich vlot uit.

Is dat alleen in mijn tuin het geval, of zijn er nog andere mensen die hetzelfde is opgevallen?

Verder merk ik dit jaar, en dat is voor ’t eerst, enkele lichtroze planten op.

Hesperis matronalis is een waardplant voor koolwitjes en een drachtplant voor heel wat nachtvlinders. De bloemen ruiken vooral ’s avonds erg lekker en zijn prima snijbloemen.

 

Akeleitijd

In de nectartuin staat een akelei-bordertje van 2-3 m² groot. Ik plantte er twee jaar geleden een twintigtal verschillende akeleien aan. Ondertussen beginnen deze zich vrolijk uit te zaaien doorheen de tuin. En omdat ze zo leuk zijn, en omdat iedere zaailing weer een andere kleurencombinatie kan zijn en omdat ze ook niet direct andere planten wegdrummen, laat ik ze zo goed als overal hun gang gaan.

Blikvangers

De eerste pioenen bloeien nu in de tuin. Toen ik vrijdag in de tuin werkte zag ik enkele passanten de bloemen aanwijzen.

De bloemen van Paeonia ‘Abalone Pearl’ zijn niet direct subtiel. Ze zijn vrij groot in een nogal redelijk opzichtig roze. Net niet té voor mijn smaak. Zo na enkele donkere wintermaanden is een mens al wat toleranter.

De kleuren van Paeonia ‘Early Glow’ zijn dan heel wat meer ingetogen. Deze crème-witte pioen bloeit dit jaar voor ’t eerst met enkele bloemen. Beide pioenrassen staan gekend als erg vroegbloeiende variëteiten. Het spektakel duurt één maximaal twee weken, maar daar kan ik mee leven. Over twee weken staan de andere pioenen in de voortuin in bloei.

Ecotuindagen 2016

Ik doe dit jaar voor de tweede keer mee aan de eco-tuindagen. Mijn tuin zal zowel zaterdag als zondag open zijn voor bezoek van 10h00-18h00. Ik nodig jullie allen van harte uit om mijn tuin een bezoekje te brengen, volledig gratis natuurlijk. Je kan de tuin vrij bezoeken, maar ik geef ook doorlopend rondleidingen.

Alle bezoekers maken een kans om een leuk fruitplantje te winnen (roze aalbes) zolang de voorraad strekt. Indien je een bezoek aan mijn tuin plant, zou ik je -vrijblijvend- willen vragen om via deze link je komst aan te melden, zodat ik een idee heb van hoeveel volk ik mag verwachten.

Voor vele bloglezers is mijn tuin een flink pak rijden. Geen probleem, er is waarschijnlijk ook een tuin in je buurt die deelneemt (op volgers uit Spanje en Siberië na). Het volledige overzicht van de deelnemers vind je hier, met een handige zoekmachine en een korte omschrijving van de tuin. Hier in de omgeving zijn ook nog enkele andere tuinen te bezichtigen. Andere combinatiemogelijkheden: een bezoekje aan het Vinne (Zoutleeuw, natuurreservaat, het grootste binnenmeer van Vlaanderen), de dagen van duurzaamheid in Hoegaarden , de tuinen van Hoegaarden,…

Ondertussen probeer ik de komende weken de laatste hoekjes van de tuin helemaal in orde te krijgen. De tuin is nog altijd jong, een aantal stukjes tuin zijn dit jaar heraangelegd zodat er nog steeds enkele kale plekjes zullen zijn. Ook de woelmuizen hebben dit jaar weer extra hun best gedaan in een deel van de schaduwtuin. Maar er zullen ook heel wat leuke dingen te zien zijn en zoals het er nu naar uitziet gaat er heel wat in bloem staan in het week-end van 4 en 5 juni.

Dus … misschien tot over drie weken.

Geranium phaeum ‘Blauwvoet’

Er begint hier nu heel wat te bloeien. Deze Geranium phaeum ‘Blauwvoet’ staat al iets meer dan een week in bloei. Geranium phaeum staat niet altijd in de lijst van goed bodembedekkers, maar is door zijn vlot uitzaaien en zijn dicht bladerdek een uitmuntende bodembedekker. En ook al wordt de plant meestal als schaduwplant omschreven, hij doet het ook in volle zonlicht (op mijn leemgrond).

Er bestaan heel wat verschillende kleurenvariëteiten van deze plant, deze ‘Blauwvoet’ is mijn persoonlijke favoriet.

Geranium phaeum bloeit van april tot juni, beduidend minder lang dan de moderne Geraniumvariëteiten. De bloemetjes zijn ook beduidend kleiner, maar erg fotogeniek. Door na de bloei alle blad weg te knippen kan je nog een tweede bloei forceren, maar dat doet ik niet.  De plant staat gekend als een uitmuntende bijenplant, erg rijk aan nectar en stuifmeel.

Week van Eigen Kweek 5/4

Binnenkort is de Fruitberg te bezoeken in ’t kader van de eco-tuindagen. Met nog 4 weken voor de boeg wordt het een ritueel om iedere dag te kijken wat er in bloei gaat staan. Met de warmtepiek van de voorbije week zijn er hier heel wat planten stevig gegroeid, en gaat er heel wat kleur te zien zijn in de borders. dat wil natuurlijk ook zeggen dat andere dingen al over hun hoogtepunt heen gaan izjn.

Deze plant wordt naar alle waarschijnlijkheid de blikvanger van de vlindertuin. Drie jaar geleden kocht ik me 2 echte valerianen aan. De planten bloeiden het jaar nadien voor ’t eerst. Ik liet de uitgebloeide bloemschermen staan (zo mooi) om nadien vast te stellen dat echt overal doorheen de nectartuin zaailingen opschoten. Ik heb zonder twijfel duizenden zaailingen verwijderd, maar in één hoek mag deze inheemse schoonheid haar zin doen. Tientallen planten maken zich nu klaar om te bloeien. Net zoals vorig jaar zullen de uitgebloeide bloemschermen direct na de bloei verwijderd worden.

De planten gaan waarschijnlijk op hun hoogtepunt zijn qua bloei begin juni. Het is hem ook niet zozeer om de mooie bloemen te doen, wel om de geur die op warme dagen van ver te ruiken is. Vroeger werd er van deze plant zelf parfum gemaakt…

Fotoverhaal van de week 20: Afzien

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar meestal met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Samen met een koppel vrienden en de kinderen op fietstocht in Frankrijk. Niet langs de Loire, we wilden wel iets uitdagender, 7 dagen Fietsen in de Ardêche was onze keuze. Omdat we geen zin hadden om onze fietsen mee te sleuren tot in de Rhone-vallei, huurden we onze fietsen ter plekke. Het concept: om de twee dagen met de fiets naar een ander stadje te fietsen, de dag nadien een plaatselijke fietslus afleggen en dan weer verder trekken. De bagage volgde ons met de taxi. De fietspaden zijn door het reisagentschap uitgestippeld.

Dit mooie wegje ligt op de kam van de hoogste ‘berg’ die we tijdens onze zesdaagse tocht moesten beklimmen, een hoogte verschil van 600 m op 10 km. Een uitdaging, als je dat moet doen onder de brandende zon, op een gewone klassieke fiets. Zeker wanneer je ook nog eens de proviand en drank mee omhoog moet zeulen (samen met het fotomateriaal > 10 kg extra ballast).

Achteraf bekeken hadden we toen beter wél onze fietsen meegenomen. Thuis rijd ik met gemak tochten van 100 km, op de huurfiets en dit soort terrein was het na 50 km genoeg geweest. Maar ’t was wel een leuke reis, met mooie fietstochten. En mooie landschappen, zoals ook op deze foto.