Oogst

Het valt me op dat het dit jaar wel een uitzonderlijke oogst van fruit lijkt te gaan worden.

Hierboven een foto van één van de blauwbessen die overladen zijn met bloesem (ik heb misschien niet voldoende gesnoeid).

De meeste perelaars dragen enorm veel vrucht
De aalbessen dragen rijker dan ooit te voren. Ook deze zou ik in theorie sterker moeten snoeien om grotere trossen te krijgen, but I don’t give a fuck.
De vijgelaars hebben al vrij grote vijgen op dit ogenblik, en veel, heel veel. Dit wordt een grote zomeroogst.
Ook de cassis-planten dragen zeer goed dit jaar
Verder zijn er ook heel wat kruisbessen in aantocht
Geen late vorst dit jaar, de kiwibessen hangen vol bloemknoppen.

Lente

Na de veel te warme herfst, de stevige winterprik in december (tot -10°C hier, en 7 dagen op een rij met nachten kouder dan -5°C), en de vrij natte maanden januari en maart, was ik bezorgd dat er veel planten in de tuin averij zouden oplopen. De vrij kille aprilmaand zorgde er voor dat heel wat dingen niet leken terug te komen…

In de schaduwtuin is het Robertskruid terug gekomen.

Wanneer ik nu begin mei de situatie bekijk, kan ik alleen maar zeggen dat die schade best wel meevalt. Ik ben amper planten verloren. In april werd ook nog enkele keren late nachtvorst aangekondigd, maar ook dat bleek geen probleem.

De bloempluktuin staat helemaal vol

De volledige siertuin heeft ondertussen zijn onderhoud gehad, dit week-end moet de fruittuin nog volgen, en ook het gazon dient een eerste keer voor een stuk gemaaid te worden.

In de voortuin start de Nepeta met bloeien. De Lavendel vervangen door deze Nepeta was een goede beslissing.

Maar de tuin ziet er dus wel goed uit, volgens mij beter dan ooit. Er zijn wel enkele stukken border opnieuw aangelegd, en dus niet zo mooi dichtgegroeid, maar dat lost zich deze zomer wel op.

De nectartuin, met vooraan het stukje ‘droogteminnende tuin’ dat ik vorig jaar aanlegde. Er zijn nog wel wat stukjes die de planten moeten opvullen door wat te groeien. De blote aarde wordt sowieso bedekt met een laagje compost.

Een levende tuin

We proberen met het Netwerk Milieu Tienen zoveel mogelijk inwoners van Tienen te stimuleren om hun tuin ecologischer en biodiverser in te richten.

Daar zijn heel wat goede redenen voor te vinden, die vooral gekoppeld zijn aan het ecologisch potentieel dat alle privétuinen in Vlaanderen hebben. We leven in een dichtbevolkte regio, met heel wat versnippering tussen de verschillende natuurgebieden. In totaal is er 7% van Vlaanderen “Oppervlakte met effectief natuurbeheer”, waarvan 1% natuurreservaten. Daar tegenover staat dat privétuinen 9% van het grondoppervlak van Vlaanderen innemen. Zowel op het vlak van biodiversiteit als op het vlak van klimaatadaptatie kunnen ze een belangrijker rol spelen. En de meeste maatregels die de biodiversiteit in je tuin stimuleren, zijn ook voor klimaatadaptatie van groot belang.

De vraag is, wat moet je nu doen om de natuur in je tuin uit te nodigen, en wat voor soort tuinen kunnen een steentje bijdragen? Dat was ook het onderwerp van een discussiecafé enkele weken geleden.

Over de laatste vraag kan ik zeer kort en bondig zijn : ook kleine tuinen en stadstuinen zijn belangrijk. Onderzoek toont aan dat een kleine tuin of een stadstuin even biodivers kan zijn dan een grote, landelijke tuin : per m² tref je in stadstuinen en kleine tuintjes – bij een vergelijkbaar beheer – evenveel ongewervelden aan. In een ommuurde stadstuin ga je geen everzwijnen of wolven aantreffen, maar dit betreft ongewervelden (slakken, insecten, spinnen, mijten, wormen, duizendpoten,…).

Veel mensen hebben een idyllisch beeld van het platteland, maar vergeten even dat grootschalige monocultuur niet direct een stimulans voor de natuur is (ook al worden er nu op allerlei manieren stappen gezet om dat te verbeteren). Er zullen natuurlijk altijd lokale verschillen zijn, ik ben er vrij zeker van dat de grote (2-3 ha), redelijk verwilderde parktuin met hoogstamboomgaard en grasland van mijn buren een positieve impact hebben op de biodiversiteit in mijn tuin.

Maar de idee moet volgens mij toch zijn dat iedere tuin een positieve bijdrage kan leveren in een groot netwerk van tuinen die corridors vormen over het hele land.

Goed, nu dat dat duidelijk is dat iedere tuin kan helpen, is er natuurlijk de vraag, wat kan ik doen om mijn steentje bij te dragen?

  • Vermijd pesticiden. Het lijkt me nogal wiedes dat je geen extra biodiversiteit creëert door ze te vergiftigen.
  • Beperk de hoeveelheid verharding. Niet alleen omdat het niet goed is voor de biodiversiteit, maar ook omdat de toenemende verharding van Vlaanderen ons steeds kwetsbaarder maakt voor wateroverlast. Door de warmere zomers kan de lucht veel meer water ophouden (vandaar de langere droge periodes), en zijn regenbuien/onweersbuien in de zomer steeds feller.
    In steden zorgt de toenemende verharding ook voor een hitte-eiland effect (de temperatuur in de stad is tot 10°C hoger dan op het platteland). Ontharden dus. In steden is ongeveer 35% van de oppervlakte “tuin”, voor ontharding in steden en dorpskernen kunnen we niet alleen op de overheid rekenen.
  • Plant een boom (indien daar de plaats voor is). Je voegt daarmee een dimensie toe aan je tuin, en je creëert ook een enkele andere habitats (schors / schaduw). Bomen bieden ook beschutting voor bvb vlinders (die niet van open, winderige ruimtes houden. Volgens een veldstudie in Sheffield uit 2006 is dit de belangrijkste parameter voor meer leven in de tuin. Bomen zorgen in de zomer ook voor afkoeling (en dat is ook met het curieuzeneuzen-project nog eens bewezen) en zijn dus ook voor klimaatadaptatie van belang.
  • Ook een composthoop is een bron van leven in je tuin. In mijn composthoop leven padden, maar vooral veel ongewervelden, zo is de composthoop vergeven van de springstaarten. En die springstaarten vormen dan weer de basis van een hele voedselpiramide.
    Nog een voordeel van composteren : je bent ook circulair aan ’t tuinieren.
    In al die jaren dat ik hier tuinier is alle ‘tuinafval’ op de composthoop verwerkt.
  • In lang gras leven volgens onderzoek 50 x meer ongewervelde dieren (en 12 x meer soorten) dan in een kort gemaaid gazon. En neen, er hoeven volgens dat onderzoek niet per definitie bloemen in dat lange gras uitgezaaid te worden. Zaai die bloemen in omdat je ze mooi vindt of om de buren gerust te stellen, maar weet dat de meeste dieren die je in dat lange gras gaat lokken gewoon verlekkerd zijn op dat lange gras.
  • Een vijver doet ook de biodiversiteit in je tuin toenemen. Maar om het beste effect te halen, opteer je best voor een vijver zonder vissen, en met planten. Dat vijvertje hoeft niet groot te zijn, dat kan ook een wasteil zijn die je ingraaft.
  • Opgeruimd staat dan misschien netjes, maar is vanuit het standpunt van ecologisch tuinieren een verkeerde houding. Dood hout vormt een habitat voor kevers (en hun larven), leg dus laat wat dood hout liggen in je tuin of leg enkele stronken op een hoop. De strooisellaag van gevallen bladeren is een bron voor enorm veel leven van allerlei ongewervelden die organisch afval verwerken. En die ongewervelden staan dan zelf weer op het menu van heel wat andere beesten.
  • Je hoeft geen brandnetels of inheemse planten aan te planten om leven in je tuin te lokken. Veldstudies tonen geen significant verschil aan in biodiversiteit. Maar ze gaan die biodiversiteit ook niet verminderen. Doe dus wat je wilt. Zorg vooral voor voldoende bloemen (geen gevulde of steriele bloemen) in plaats van siergrassen en gazon. En plant enkele struiken of bomen die bessen opleveren voor vogels.
  • Kijk wat je buren doen. Indien er in alle tuinen rondom je al heel wat struiken en bomen staan, maar niemand een vijver heeft, dan is een vijver belangrijker dan wat bomen. Zo heb ik hier niet direct veel bessen dragende struiken gezet, omdat er bij de buren al een hele houtkant staat en ik ook enkele fruitstruikjes heb staan die al bessen opleveren. Je kan ook samenwerken met de buren, om bvb samen een vogelbosje te planten op de scheiding.
  • Geef een stukje controle op. Probeer niet teveel te denken in termen als schadelijke en nuttige dieren. De dieren die je tuin bezoeken, weten niet dat ze in jouw tuin vertoeven. Grijp alleen in wanneer je een echte plaag hebt. Maar zelf heb ik nog maar amper moeten ingrijpen in mijn tuin (eigenlijk alleen tegen woelmuizen, met wat vallen, en ook slakken probeer ik het leven wat lastig te maken). Er ontstaat altijd een natuurlijk evenwicht.

Ziezo, dit is de boodschap die ik de komende weken ga verkondigen. Ik hoop op veel volgelingen.

Crocus

Toen we vorig jaar de bolbestellingen aan ’t klaarzetten waren bij velt Tienen, zette een bestuurslid van velt voor één persoon twee grote zakken met krokusbollen bij mekaar (2 x 500 bollen). Ik vertelde toen dat ik twee jaar geleden ook zo’n grote bestelling had geplaatst, en dat het toch een flinke karwei is om zoveel bollen in de grond te krijgen. En dat ik me dit jaar had ingehouden.

Crocus vernus in de fruittuin

Toen ik wat later mijn bestelling zocht kwam ik tot de conclusie dat mijn naam op die bestelbon stond… dus toch niet…

En zo heb ik me vorig jaar vijf uur geamuseerd met het aanplanten van 1000 bollen Crocus vernus. Want terwijl Crocus tommasinianus het uitstekend doet in de bloemborders (en overal uitzaait, zelf tussen de klinkers), doet ze het heel wat minder goed in ’t gazon. Ze zaait zich er amper uit, en ik zie ook niet direct groter wordende ‘pollen’ van Crocussen. De Crocus vernus doet het in het gras van de fruittuin een pak beter, en ik vind de bonte mengeling van kleuren ook gewoon veel leuker. Vandaar dus die extra bestelling.

De eerste Crocus tommasinianus die bloeit tussen de stenen…

De voorbije weken was ik wat bezorgd, omdat ik zeer weinig van die nieuwe bollen zag opkomen, maar daar is ondertussen toch verandering in gekomen. Het duurt nog zeker enkele jaren voor ze een echte impact gaan hebben in ’t gazon, maar deze bollen zullen nog jaren ons grasperk opfleuren in februari.

Speedpedelec

Ondertussen is mijn Stromer 5 jaar oud. Door onder meer COVID (thuiswerk) en een blessure heb ik de fiets in 2020, 2021 en 2022 niet zo veel gebruikt. Ik reed de afgelopen drie jaar in totaal maar iets meer dan 5000 km met mijn speedpedelec. Een groot contrast met de 16593 km van 2019.

Eind vorig jaar werd ook duidelijk dat de accu van mijn speedpedelec gewoon ‘op’ was. Na twee keer laadfouten waardoor ik met een niet volledig geladen accu moest vertrekken op ’t werk (één keer met 34%) overwoog ik om de speedpedelec te vervangen door een andere. Maar uiteindelijk heb ik beslist om toch maar een nieuwe accu aan te schaffen. Dat kostte trouwens ook al 1800 EUR… Ik ga deze fiets ‘oprijden’, en hoop toch 50.000 km te halen. Ik zal die 50.000 km dit jaar nog niet halen, maar ik wil toch opnieuw 10.000 km rijden dit jaar. De kop is eraf, ik ben vorige week voor ’t eerst sinds de accupanne terug met de speedpedelec naar ’t werk gereden en heb nu 400 km afgelegd. Volgende week hoop ik dat te verdubbelen (als het niet al te koud wordt ’s nachts, -2°C of -3°C is nog doenbaar maar bij -5°C ga ik toch afhaken).

En, met de speed-pedelec, is dat niet onveilig? Intrinsiek houdt aan 45 km/h op een fietspad rijden een risico in, maar je ben niet verplicht om overal 45 km/h te rijden. En ik probeer die fietspaden zoveel mogelijk te vermijden. In bebouwde kom en zone 50km/h mag ik ook gewoon op de weg rijden. En dat doe ik op plekken waar ik het fietspad te onveilig vind. Ik volg sowieso ook niet de kortste weg.

De afgelopen jaren ging ik één keer onderuit (tegen lage snelheid, in een bocht, op een slecht hersteld wegdek). Maar dat wil niet zeggen dat ik geen andere gevaarlijke situaties ben tegengekomen. Van agressief verkeersgedrag over onoplettende bestuurders, loslopende honden of zelfs overstekend wild. Het komt er op neer om de hele rit geconcentreerd te blijven en te anticiperen op autobestuurders, fietsers, voetgangers, honden,… die geen rekening met je houden en je snelheid ook onderschatten…

Maar het is en blijft toch vooral een geweldige manier om je te verplaatsen. ’s Morgens begeleid worden door fluitende merels en lijsters, door velden omwat door witte wieven fietsen, ’s ochtends de zonsopgang live kunnen volgen… Af en toe eens een ree(bok) of een uil die je pad kruist. Nergens last hebben van files. Maar de echte topper ’s nachts zijn muizen, die ik bijna iedere dag over het fietspad of de weg zie rennen, en echt heel snel wegschieten voor mijn verlichting.

Aankomen op ’t werk, een snelle douche nemen en vol energie aan je dag beginnen. Een perfecte training (drie uur per dag aan een hartslag van 135-145 bpm rijden) om mijn fysiek op peil te houden…

Qua voetafdruk is het verschil met de auto ook enorm groot: ik verbruik 2 kWh energie per dag, voor 100 km, met mijn Tesla (zowat de zuinigste EV op de markt) is dat 12-15 kWh… Zijn er dan geen nadelen? Ja. Ik spendeer iets meer dan een uur extra aan mijn transport. Maar ik moet dan thuis wel niet meer sporten…

Een levende tuin

Ik ben ergens vorig jaar ook voorzitter van het Tiens Netwerk Mileu geworden, de nieuwe naam voor wat voorheen de milieuadviesraad was.

Voor de mensen die het principe niet kennen: het is een adviesorgaan dat advies verstrekt aan het bestuur over grote projecten in de stad, maar daarnaast ook andere initiatieven onderneemt, om van Tienen een stad te maken die meer leefbaar is, met meer natuur en biodiversiteit.

Op 3 maart ga ik voor ’t eerst zelf een discussiecafé leiden in natuurpunt café De Gors, met als titel ‘De levende tuin’ .

Tuinen nemen ongeveer 10% van het oppervlak van Vlaanderen in, dat is meer oppervlakte dan er beschikbaar is voor beschermde natuur. Ze kunnen een belangrijke steun zijn in het behouden van de biodiversiteit en ook in klimaatadaptatie. Maar heeft dat ook zin in een kleine stadstuin? Helpt het gras laten groeien nu echt? Wat zijn de belangrijkste parameters? Open discussie, begeleid door een veldstudie en gevolgd door een korte quiz over ecologisch tuinieren.

Ik ga de komende weken enkele van die puntjes hier herhalen. Als Netwerk Milieu gaan we dit jaar de mensen proberen aan te sporen om hun tuin biodiverser te maken, en die tuin ook aan te passen om de gevolgen van de opwarming te temperen.

Geurbom

Deze Lonicera fragrantissima blijft wat mij betreft een absolute droom van een plant. De plant begint van november of december te bloeien, en doet dat tot ergens in maart. De bloemen geuren heerlijk, en op warme winterdagen is het een trekpleister voor hommelkoninginnen.

De struik is ondertussen volgroeid, en de geur is echt van meters afstand te merken. De struik is de rest van ’t jaar geen echte beauty, maar dat maakt hij dus helemaal goed door maandenlang een hemels aroma te verspreiden in de winter.

In vergelijking met de meeste andere winterbloeiers, is deze ook zo goed als immuun voor een stevige vorstprik, de plant stopt enkele dagen met bloeien, en zodra het terug warmer wordt kan het feestje opnieuw beginnen. De bloemen van bvb Chimonanthus praecox bevriezen bij een stevige vorstprik, en dat is de pret over voor die winter.

De struik staat langs het pad naar de tuin, zodat ik iedere keer ik er voorbij loop kan genieten van de geur.

Winterslaap

Net zoals het voorbije jaar heb ik ook deze winter weer een erg lange winterslaap gehouden op de blog. Ik wil vermijden om dezelfde dingen ieder jaar opnieuw te schrijven, en deze winter is er eigenlijk niets gebeurd.

Vandaag heb ik voor ’t eerst deze winter in de tuin gewerkt. In totaal een 100-tal stekken genomen van een aantal heesters, en die allemaal keurig opgepot. Op de opentuindagen wil ik voor ’t eerst een plantenverkoop organiseren, de opbrengst van die verkoop is voor een buurttuin uit Tienen.

Ook de tuin komt uit zijn winterslaap. De eerste krokussen staan (bijna) in bloei, alle winterbloeiende heesters staan al een tijdje in volle glorie. Ook narcissen en Helleborus zijn al van de partij. Op de foto boven zie je enkele krokussen die in ’t gazon staan. Deze Crocus tommasinianus doet het zeer goed in de borders, in ’t gazon eigenlijk heel wat minder. Ik had eerst alleen deze crocus in ’t gazon ingeplant, maar vind het resultaat in de fruittuin, waar ik een bonte verzameling van crocussen heb aangeplant veel leuker. Ik heb in totaal nog eens 1000 crocussen in ’t gazon aangeplant, tot nu toe zie ik daar wel geen enkel spoor van. Ik hoop ze in in ieder geval snel te mogen verwelkomen.

Na twee periodes van vorst zie ik dat er in mijn tuin wel al enkele planten beginnen uit te lopen, maar de perzik, amandel en abrikoos staan in ieder geval nog niet in bloei. Ook de kiwibes is nog helemaal niet aan ’t uitlopen. Aangezien het de komende twee weken opnieuw gaat vriezen, ga ik misschien voor ’t eerst in ’t enkele jaren geen schade hebben van late nachtvorst aan de vroege fruitsoorten.

Het doet in ieder geval wel goed om zo nog eens in de tuin bezig te zijn. Ik ga ook terug wat actiever proberen te bloggen…

Nog wat fruit

Ook dit jaar heb ik weer flink wat Paw-paws. Probleem is dat ik ze zelf niet lust (een probleem met de textuur).

Verder rijpen er op de valreep nog net enkele vijgen af. Het is dit jaar een slecht jaar geweest wat betreft vijgenoogst. We hebben nog een vrij late vorstprik gehad in april (-3°C) en dat heeft zeker niet geholpen. Maar ik denk ook dat mijn selectie van rassen misschien niet perfect is.

Ik heb indertijd enkele planten weggeschonken, en wanneer ik de oogst van één van die rassen bij mijn zus zie, denk ik dat ik de beste vijg heb weggegeven. Deze winter ga ik behoorlijk wat stekken van die plant nemen, zodat ik die hier opnieuw kan aanplanten.

Asters

Zo laat op het seizoen is er steeds minder kleur in de tuin (toch wat bloemen betreft). Het zijn vooral de Asters die op dit ogenblik wat kleur brengen. Deze Aster ‘Treffpunkt’ is een nieuwe in mijn tuin, de plant sprong er echt uit in de kwekerij. Wordt ongeveer 80 cm hoog, en is een kruising van Aster novi-belgii x A. cordifolius.

Aster ‘Vasterival’, lichtroze en vrij hoog (140 cm) is ook nieuw voor me. Deze vervangt Aster umbellatus ‘Weisser Schirm’ die veel te fel woekerde en niet droogtebestand was. Deze plant zou ook sterk groeien, maar beheersbaar.
Deze is eigenlijk een vergissing. Ik had Aster novii-belgi ‘Weisses Wunder’ gekocht voor de pluktuin terwijl ik Aster novae-anglia ‘Herbstschnee’ moest hebben. Een sterk en gezond groeiende aster.
Aster thomsonii, samen met Aster frikarti x Mönch mijn favoriete aster : zeer lang bloeiend (al van juli) met grote bloemen. De planten worden mooier met de jaren.
Aster novae-angliae ‘Barr’s Pink’ staat er een beetje werkloos bij. Normaal is deze plant in het najaar een trekpleister voor dagpauwogen, maar door de ellendige droogte zijn die weer amper vindbaar
Aster turbinelles kleurt ieder jaar rood voor de plant in bloem komt.