Drie jaar geleden schreef ik voor ’t eerst over deze boom. Ik schreef toen “Hij bloeit in juni met kleine witte, hangende bloemen die heerlijk zouden ruiken en zeer veel nectar en pollen bevatten. Bovendien verkleurt hij in het najaar geel, oranje of rood, afhankelijk van de grondsamenstelling”
Ondertussen staat de plant in bloei. En ja, die bloei is mooi, en de geur is best wel lekker, maar amper waarneembaar van op afstand… Je moet echt met je neus in de bloemen gaan hangen om de geur waar te nemen.
Plant die het dan weer wel uitstekend doet en wel waarneembaar aroma verspreidt – terwijl ik vreesde dat ik de plant kwijt was door de felle winterprik deze winter – is Abelia triflora. De plant staat nu afgeladen vol met bloemen, die geuren naar Velpon of Amaretto.
Donderdag was een feestdag, en vrijdag maakte ik de brug. Ik spendeerde de voorbije 4 dagen zo goed als volledig in de tuin. Daarmee ben ik zo goed als klaar met de lentewerkzaamheden in de tuin.
Ik heb in theorie nog 5 dagen verlof ingepland tot aan de eco-tuindagen, die ga ik dus niet meer nodig hebben… maar ik zal wel iets vinden om me mee bezig te houden, denk ik. Ik ben grotendeels tevreden van hoe alles eruit ziet, ondanks de vele werken het voorbije jaar.
Wat me ook opvalt is hoe de taxusrups in de vlindertuin/nectartuin eindelijk structuur begint te brengen in het geheel.
Ratelaars zijn halfparasieten, die parasiteren op grassen. De planten hebben dus wel bladgroen, maar parasiteren op een gastheer voor wat betreft het opnemen van water (en mineralen).
Ratelaar wordt uitgezaaid in bloemenweides omdat het de groeikracht van die grassen in bloemenweides zou verminderen, zodat andere bloemende planten meer kans op succes zouden hebben. Maar ik vind het ook gewoon een erg mooie plant.
Ik had al eens een poging gedaan om de plant uit te zaaien, maar zonder succes. Het zaad van deze plant blijft niet zo heel lang kiemkrachtig, je moet dus op het juiste moment zaaien.
Een heel groepje ratelaar
Een collega-bestuurlid van velt heeft een bloemenweide die helemaal vol met kleine ratelaar staat, en zo kreeg ik vorig jaar flink wat zaad mee. Ik vreesde dat ook dit experiment zou falen door de grote droogte, en was er eigenlijk al een beetje van uitgegaan dat het experiment mislukt was. Toen ik gisterenavond na het werk even door de tuin liep, zag ik een plantje met gele bloempjes in de bloemenweide dat ik niet direct kon thuisbrengen. Naarmate ik naderde werd het duidelijk dat dat ratelaar was. En toen ik dan rondkeek, vond ik al snel een honderdtal ratelaars in mijn bloemenweide.
Door nu correct te maaien, zou ik er moeten voor kunnen zorgen dat deze plant sterk uitbreidt in mijn bloemenweide
Over deze Buglossoides purpurocaerulea schreef ik al eens eerder. Ik vond het een erg mooi plantje, maar in de zon leek het wel heel erg fel te woekeren.
Wel, dat woekeren valt al bij al best mee. Het plantje groeit als een bezetene, maar is erg makkelijk te wieden. Plant + wortels komen zo los wanneer je een plant uit de grond probeert te trekken. En dus stoort dat woekergedrag niet, maar maakt dat de plant alleen maar een goede bodembedekker… Om snel te groeien dient de plant wel zon te hebben, want in de schaduw groeit het plantje niet of amper.
De bloei start al in april, en de bloemen trekken heel wat aandacht van onder meer hommels.
Paeonia ‘Early Windflower’ (foto boven) heb ik al eerder besproken. Het is een kruising van twee botanische pioenen, Paeonia emodi en Paeonia veitchii. Ik heb na wat zoeken beide ouderrassen kunnen aanschaffen, en die ook een plaatsje gegeven in de tuin.
Een van die ouderrassen, Paeonia emodi, bloeit nu voor de eerste keer. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik weinig verschil zie tussen beide planten, maar dat zal me misschien wel duidelijker worden indien ook deze P. emodi volgroeid is. De kleine pioen links op de foto van P. emodi is P. veitchii.
Voor P. emodi (rechts vooraan op de foto) staat nog een derde botanische pioen, Paeonia obovata var alba. De plant , die ondertussen al enkele jaren in mijn tuin staat, is het voorbije jaar eindelijk flink gegroeid. Ik hoop de plant volgend jaar aan de bloei te krijgen. De foto’s op internet scheppen alvast de indruk dat het een echte schoonheid is.
Eén van mijn ergernissen tijdens de eco-tuindagen is de nonchalance van sommige bezoekers. Mensen lopen inde nectartuin gewoon over de lange randbegroeiing.
Vorig jaar had ik een stukje – waar mensen keer na keer doorheen liepen – beschermd met een wilgentenenconstructie.
Dit jaar heb ik dat in de nectartuin gewoon veralgemeend, alles is afgezet met wilgentenen. Ik vraag me af of er nu geen mensen zijn die hierover gaan struikelen, op ook dit gaan plattrappen, we zullen wel zien.
Mensen vragen me wel eens advies voor de tuin. Een vaak wederkerende vraag is die voor een goede bodembedekker. Indien het een zonnige plek betreft, is Salvia officinalis zowat mijn standaard antwoord. De plant is wintergroen, bedekt de bodem perfect en bloeit ook nog eens mooi.
Dat laatste op voorwaarde dat je niet één van die amper bloeiende cultivars uitkiest (die meestal ook wat sterker smakende bladeren hebben). Ik gebruik zelf Salvia officinalis ‘Mittenwalt’. Hierboven een foto van mijn stukje Salvia.
Ik ben mettertijd steeds meer van Epimedium gaan houden. Het zijn mooie, probleemloze planten die echt wel een plaatsje in de tuin verdienen. Het duurt even voor de planten aanslaan, maar dat geduld wordt beloond.
Deze Epimedium stellulatum ‘Wudang Star’ plantte ik twee jaar geleden aan. Dit jaar bloeien ze voor ’t eerst met een wolk van kleine witte bloemetjes boven het blad. Van alle Epimedium in mijn tuin is dit de meest opvallende qua bloei.
Ik gebruik gewoon schaamteloos dezelfde foto als maandag voor dit logje.
Net zoals de voorbije jaren doe ik ook dit jaar weer mee aan de eco-tuindagen. Op zaterdag 3 juni (09h00-17h00) en 4 juni (09h00-13h00) is iedereen welkom in mijn tuin, de Fruitberg, Sint-Truidense Steenweg 394, 3300 Hakendover (Tienen).
Ik ga mijn tuin hier nu niet in detail voorstellen, ik denk dat de lezers van mijn blog mijn tuin wel kennen. Wat ik wel ga vertellen : wat je kan verwachten tijdens de eco-tuindagen?
Ik organiseer de hele tijd door rondleidingen, maar je kan ook de uitgestippelde route – met infobordjes – volgen. Ik probeer je ook op al je (tuingerelateerde) vragen een antwoord te bezorgen. Ik leg de nadruk op biodiversiteit en water in de tuin (droogteresistent tuinieren).
Er is een boekenstand van velt
Ik verkoop plantjes ten voordele van ‘Onzen hof’, een leuk project hier in de buurt, waar ik graag een steentje aan bijdraag. Verwacht geen honderden plantensoorten, maar ik heb wel enkele leuke plantjes aan democratische prijsjes in de aanbieding. Het is en blijft wel een kleinschalig project.
Je kan ook op het terras wat nagenieten van de tuin bij een koffie en een stukje zelfgebakken speculaas.
De tuin is makkelijk te bereiken, er is een bushalte op een steenworp van de tuin (lijn 313, Halte “Hakendover dorp”) met rechtstreekse connectie naar het station, en parking is er in theorie ook meer dan voldoende in onze straat.
De voorbije week hadden zowat alle planten een immense groeispurt, eindelijk wat warmte, en een vochtige bodem…
De akeleien komen in bloei. Vorig jaar verplantte ik een dertigtal akeleien naar een akeleienbordertje van 3-4 m². Je leest hier en daar op internet dat akeleien zeer moeilijk te verplanten zijn, ik verloor welgeteld één exemplaar. Dat moeilijk verplanten valt dus wel mee, zou ik zo zeggen. Zo’n bonte mengeling van akeleien is een perfecte portie vrolijkheid in de lente.
Geranium phaeum is een andere vroege vaste plant. De plant doet het ook vrij goed op beschaduwde plekken en is een echte magneet voor hommels.
Hans Kramer van kwekerij Hessenhof vertelde me vorige week nog dat hij deze plant niet aan de man krijgt, terwijl het zo’n mooie plant zou zijn. Ik heb me vorig jaar 8 exemplaren aangekocht voor de droge border, de Jurinea cyanoïdes zou bloeien met bloemen die lijken op een mini-versie van artisjok bloemen. Alle planten maken nu al bloemknoppen aan, ik kijk benieuwd uit.
De Camassia’s blijven jaar na jaar trouw terugkomen. Het zijn eigenlijk zeer leuke bolgewassen.
Een aanwinst vanuit het Hessenhof, deze Dodecatheon ‘Aphrodite’ (twaalfgodenkruid). Ik ben benieuwd of ik deze volgend jaar nog terug zie komen.
Het kruipend zenegroen (Ajuga reptans) was hier ooit bijna verdwenen, maar doet het de laatste jaren erg goed, en palmt nu een steeds groter stukje tuin in.
De eerste bloeiende pioen dit jaar, Paeonia Lutea. De struik is ondertussen bijna 1.5 m hoog.
Dit wolfsmelkje zaait zich overal uit, zonder ooit te storen. Het is een perfecte weefplant, ik moet jullie wel de naam schuldig blijven.