Geurende hosta

Als reactie op een vraag van Karl

Alle geurende Hosta stammen af van Hosta plantaginea. In tegenstelling tot de meeste andere hosta, is H. plantaginea een plant die afkomstig is uit China, niet uit Japan. Het is ook de Hosta die het meest zuidelijk verspreidingsgebied heeft, en dus het meest hittebestendig is. De plant groeit met zeer grote, witte bloemen (tot 15 cm lang), die een geur verspreiden die mij het meest doet denken aan Meiklokjes. De bloemen openen zich trouwens ook ’s avonds, in tegenstelling tot de meeste andere hosta die ’s morgens hun bloemen openen.

Hosta ‘Moonlight Sonata’

Zelf heb ik H. plantaginea  na twee jaar uit mijn verzameling verwijderd. De plant loopt vrij vroeg uit (dus gevoelig voor lentenachtvorst) en mist substantie (dik blad). Een slak moet nog maar kijken naar het blad van deze plant of het zit al vol gaten. De plant heeft ook een warme zomer nodig om te bloeien, maar door de dunne bladeren verbranden de bladranden vrij snel. De geur van de bloemen is wel veel meer aanwezig dan bij de cultivars van deze plant.

Hosta ‘Secret Ambition’

Het gebrek aan substantie is niet alleen een probleem voor H. plantaginea  maar ook voor een hele reeks nakomelingen van deze plant. Een hele reeks van deze cultivars werden hier gewogen en te licht bevonden, onder meer Hosta ‘Royal Standard’, Hosta ‘Fragrant Dream’, Hosta ‘Fragrant King’ en Hosta ‘Fragrant Bouquet’ werden hier na enkele jaren de deur gewezen, alsook Hosta ‘Guacamole’,  Hosta ‘Fried Green Tomatoes’ en Hosta ‘Fried Bananas’. Let wel, deze planten zijn goede tot zeer goede groeiers, die veel goedgeurende bloemen produceren maar in vergelijking met de meeste moderne Hosta te kort komen en dan met name door het dunne blad, dat er vrij snel slordig gaat uitzien (uitegedroogde bladranden en vol sporen van slakkenvraat).
Hosta ‘Secret Love’, een sport (mutatie) uit Hosta ‘Fragrant Blue’ had steviger blad, maar de geur was minder present, en dan heeft zo’n plant ook niet veel zin.

Hosta ‘Holy Mole’

Toch zijn er enkele geurende planten die een sterke geur combineren met stevig blad. Onder meer Hosta ‘Moonlight Sonata’, een zeer mooie blauwgroene hosta met gegolfde randen en stevig blad. Het is ook de eerst bloeiende geurende hosta van het seizoen. Ook Hosta ‘Lederhosen’ is een goede tuinplant met stevig blad. En Hosta ‘Irish Luck’ lijkt veelbelovend en met zijn blinkend, golvend blad in ieder geval een aparte verschijning. Ook Hosta ‘Diana Remembered’ houdt hier een plekje, ook al is deze plant qua substantie nog geen topper.

Hosta ‘Irish Luck’

Tenslotte is er nog de groep van tetraploïde, geurende hosta. Tetraploïde hosta zijn planten met dubbele chromosomen. Ze worden meestal iets kleiner, met steviger blad, stuggere bloemstelen, een bredere bladtekening (indien aanwezig) en grotere bloemen. Dat geldt ook voor de geurende tetraploïde hosta. De meeste zijn kunstmatig tetraploïde hosta en zijn uitstekende tuinplanten met stevig blad dat met zowat iedere niet-geurende hosta kan wedijveren. Hosta ‘Secret Ambition’ (uit Hosta ‘Secret Love’), Hosta ‘Holy Mole’ (uit Hosta ‘Guacamole’), Hosta ‘Fragrant Queen’ (uit Hosta ‘Fragrant King’), Hosta ‘Cathedral Windows’ en vooral Hosta ‘Essence Of Summer’. Deze laatste is een sport uit H. ‘Warwick Essence’, met leerachtig grijsgroen blad en bloemen die qua grootte en geur kunnen wedijveren met Hosta plantaginea.

Hosta ‘Essence Of  Summer ‘ op een droge dag

Plagen

Enfin, dat zouden er zeven moeten zijn, ’t zijn er hier maar drie.

Enkele weken geleden vertelde ik hier reeds over mijn nachtelijke slakkenraids. Ik plaatste zelf een advertentie ter ondersteuning, en kon enkele dagen later met veel plezier aangeven dat ik een kandidaat had gevonden.

Van de egel is ondertussen al enkele weken geen spoor meer. ’t Was dus waarschijnlijk een mannetje, ik vermoed dat hij  – zo geïntimideerd door mijn goddellijk lichaam en mijn quasi oneindige efficiëntie bij het slakkenknippen  – het voor bekeken hield. Een vrouwelijke egel zou iedere nacht in bewondering wachten om een glimp van mij op te kunnen vangen.
Maar ook zonder egelassistentie is het slakkenprobleem hier onder controle. De kaalgevreten kiwi, kiwibessen en Echinacea’s staan terug in ’t blad. Mijn nachtelijke rondes gebeuren nu om de andere dag, zijn iedere nacht korter en beperken zich grotendeels tot grenscontroles met de buren, waar een aantal slakken het idee dat het gras altijd groener is aan de andere kant van de omheining met hun leven bekopen.
Dat wil niet zeggen dat alle planten volledig vrij zijn van slakkenvraat. Wel dat de schade beperkt is en onder controle blijft.

Ondertussen palmen de bladluizen een steeds groter deel van het plantgoed in, maar worden ook de lieveheersbeestjes en -larven met de dag talrijker. Niets om me zorgen over te maken.

Waar ik me wel zorgen over maak zijn de overal aanwezige sporen van woelmuizen. Overal zijn er gaten in de grond, een pas aangeplante beuk die gewoon ondergronds afgeknaagd is en een gang onder alle andere beuken in de haag, het zijn niet direct zaken waar een mens een goed gevoel bij krijgt.
Op de poezen die hier volgende week in dienst worden genomen (‘Tijger’ en ‘Muis’) ga ik niet rekenen. Er lopen hier al heel wat poezen van de buren door de tuin, en dat volstaat duidelijk niet. Waarschijnlijk ga ik me dit aanschaffen.

Onkruid? Ja dat tiert hier ook weelderig. Maar ik wied er af en toe eens flink op los, en voor de rest trek ik me  daar niet teveel van aan. Zo weinig dat MadamMasj me op dit moment verbiedt het ‘zonderisgezonder’ bordje uit te hangen.

Bijna …

Vorige week heb ik al gemeld dat de eerste mei-en junibessen rijp waren. Terwijl de meibes (Lonicera edulis, blauwe honingbes) best lekker is, is de junibes (Lonicera caerulea) erg zuur (zoals een kriek).

De eerste bosaardbeitjes zijn rijp. Veel stelt zo’n vruchtje niet voor, maar ’t is wel lekker.

Daarom heb ik deze week dan ook échte aardbeiplanten besteld. In totaal 54 plantjes van 9 verschillende rassen, geen flauw idee of dat ‘voldoende’ zal zijn. Ik ben niet van plan al die rassen te behouden, alleen de lekkerste en gezondst groeiende zullen op termijn een plaats in mijn tuin verdienen.Vanaf volgende week krijgen ze allemaal een kans om zichzelf te bewijzen.

Gisteren de eerste kruisbes van het seizoen gegeten. Ik ben absoluut fan van deze knapperige zure bessen, maar ook de mini-Masjes zijn er dol op.

Kruisbes ‘Risulfa’

Om het helemaal compleet te maken zowaar ook de eerste (herfst)framboos gegeten, ‘Joan J’.

Framboos ‘Joan J’

‘Joan J’ is één van de lekkerste rassen (van de acht)in mijn tuin. Deze vroege herfstframboos heeft bessen die ongeveer 30% groter zijn dan ‘Autumn Bliss’, ze zijn ook wat donkerder gekleurd. Het grote nadeel van ‘Joan J’ is dat de bessen erg snel overrijp worden aan de plant (je moet de plant dus quasi dagelijks plukken, maar dat vormt hier geen probleem).

Volgende week zijn ook de eerste aalbessen (rood/roze) en zwarte bessen rijp. Nu hangen ze nog, iets te flets gekleurd, aan de takken. De’ witte aalbessen laten nog wat langer op zich wachten.

Zwarte bes ‘Titania’ met zeer grote bessen
Roze aalbes ‘Gloire des Sablons’
Aalbes ‘Rotet’
Witte aalbes ‘Blanka’- nog lang niet rijp

Verder zijn de meeste braambessen en braambozen vruchten aan ’t vormen. Deze Taybes zal einde deze maand eetbaar zijn

In heel de lijst van plantgoed dat nu vruchten draagt is er ééntje die me nog nieuwsgierig maakt. De zwarte framboos. Groeit als een braambes, bloeit als een framboos, ook de vruchten zien er eerder uit als een framboos maar zouden dieppaars tot zwart zijn bij volledige rijping. Dit was de enige plant die vorig jaar geen vruchten heeft gedragen (en dit jaar zijn schade inhaalt).

Hostabloem

De eerste hostabloem is vandaag geopend. Vanuit esthetisch standpunt geen opwindend nieuws, want de meeste hosta hebben ronduit lelijke bloemen (zeker zodra ze beginnen verwelken). Geen wonder dat veel tuiniers de bloemstengels uitknippen.
Zelf doe ik dat niet. Er zijn ten eerste enkele uitzonderingen op de regel, met interessante bloemen, onder meer de hosta met spinvorminge bloemen, zoals H. ‘Rollercoaster Ride hieronder.
  .
Er bestaan ook enkele hosta met dieppaarse bloemen (ik heb zelf ook een reeks zaailingen in evaluatie die gekruist zijn met het oog op de kleur van de bloemen). En niet te vergeten, de hosta met geurende bloemen (vergelijkbaar met meiklokjesaroma). Geen haar op mijn hoofd dat er nog maar aan denkt die af te knippen.
Maar hosta zijn ook ideale hommel- en zweefvliegplanten. Geen wonder als je ziet hoeveel stuifmeel in iedere bloem aanwezig is. Aangezien de hondsdraf in het gazon ongeveer uitgebloeid is en er op de madeliefjes na nog geen bloemen in de tuin staan, is dit een welkome aanvulling op hun dieet.
Daarmee start het veredelingsseizoen opnieuw. Dat betekent dat ik voor dag en dauw zelf hommel speel om enkele gerichte kruisingen uit te voeren (voor de échte hommels wakker zijn), daarna de bloem correct merk (zodat we ons dat achteraf nog herinneren welke kruising we uitzaaien). Dat zaad zaai ik dan volgend jaar uit om het resultaat te evalueren in 2013 en 2014. Een mens heeft toch soms gekke hobby’s hoor ik u denken… Absoluut mee eens.

Poel et cetera

Sinds enkele maanden sukkel ik met een ontsteking in mijn rechterschouder. Ik kan geen hoek maken van 45° met mijn rechterarm zonder een flinke pijnsscheut. Zwemmen is ondertussen al 6 maand geleden, met de auto rijden is af en toe ook een marteling. Ook na een cortisone-infiltratie twee maand geleden. De diagnose enkele maanden geleden (na een echografie) was waarschijnlijk fout. Daarom had de specialist nu een MRI-scan voorgesteld, het enige alternatief voor een kijkoperatie.
Dit was mijn eerste onderzoek van dit type en ik hoop echt dat het ineens het laatste is. Ontdaan van alle overbodige kledij  – alleen onderbroek, T-shirt en sokken (die laatste om de verpleegsters niet onmiddellijk in katzwijm te doen vallen bij het aanschouwen van mijn lichaam) mocht ik op een bed plaatsnemen. Ik kreeg een hoofdtelefoon opgezet (gehoorbescherming). Van zodra ik correct plaats had genomen op dat bed, werd ik in de machine gevoerd, en voel me als een sardine in blik. Claustrofobie is een groot woord, maar ik voel me op zijn minst  niet op mijn gemak in zo’n kleine ruimte. Op de vraag hoe lang de scan zal duren krijg ik het antwoord “15 minuten”. Ik voel mijn hart in overdrive bonken..

Er wordt me vriendelijk gevraagd niet te bewegen. Oei. Ik ben een beetje een ADHD-er avant-la-lettre. Stilzitten is voor mij een straf. Ook ’s nachts transformeer ik in een soort woelmuis… Mijn eerste reactie is dan ook “15 minuten, hoe overbrug ik dat”. Ik sluit mijn ogen en begin te tellen maar bedenk me dat tot 900 tellen wel erg lang gaat duren.
Ik begin – heel rustig – met mijn  tenen te bewegen – die zittten zowiezo niet in de machine. En ik wandel door mijn virtuele tuin. Ik ben een dromer. Ik zie niet zozeer de situatie zoals ze is, maar meer de situatie zoals ze gaat worden. En dus heb ik vanmiddag, zo rond een uur of 13h00, beslist dat er och een vijver in de tuin past. En ook waar ik de bestelde aardbeien ga planten.

Over aardbeien gesproken…

De gecultiveerde bosaardbeien zijn nu wel in gang geschoten, en dragen rijkelijk bloemen. Ik was dus iets te snel met mijn conclusies. Te meer omdat de meeste gecultiveerde bosaardbeien ook nog eens doordragen.

De Meibes/Junibes vallen tegen. Misschien pluk ik de vruchten te onrijp, ze smaken in ieder geval als een héél zure kriek, en helemaal niet als een blauwe bes. Afwachten.

De meeste blauwbessen doen het goed. Ik denk dit jaar al enkele kg te kunnen oogsten.

De druivelaars mogen dit jaar nog geen vruchten dragen (eerst dikte kweken), op twee planten na. Eén daarvan is Kodrianka, de plant is voldoende groot om al een trosje te dragen, of zeg misschien toch maar beter ‘tros’.

Dit is trouwens een echte aanrader, stond ook in mijn vorige tuin. Ziekteresistent, en grote, lekkere blauwe bessen volgens de beschrijving. Dat heb ik twee jaar gelden al kunnen vaststellen.
Foto van een tros in de vorige tuin

Trossen tot 1,5 kg… daar twijfelde ik toch aan. Maar dat lijkt dus wél te kloppen.

Nog beter… de Pastinaakzaden zijn vrij goed gekiemd. De jonge zaailingen steken fier hun hoofd boven de grond… Eten zal ik ze wel niet, want mijnheer en mevrouw woelmuis zijn nog steeds op bezoek. Eén van de beuken in een haagje is afgestorven, volledig doorgeknaagd. Ik ga de bestrijding nu toch wat opdrijven. En waarschijnlijk ook een Topcat kopen (woelmuizenval van Oostenrijkse makelij).. Want chemische middelen, daar doen we niet aan mee. En aangezien ik vanmorgen een pakketje van Velt binnen heb gekregen, met mijn zonder is gezonder bordje, zullen de buren dat ook weten na dit week-end.

Het gaat vooruit…

De verbouwingwerken gaan hier vlot vooruit. Ik zal blij zijn als de verbouwing achter de rug is …
Dinsdagavond
Woensdagavond
Afbraak achter de rug, fundering uitgegraven
Donderdagavond
Bekisting klaar, betonmatten gelegd
Vrijdagavond
Beton gegoten
Zaterdagavond
Eerste steen in Ytong gezet, vochtwering gelegd
Dinsdagavond
Skelet klaar
Woensdagavond
Dakskelet klaar, eerste OSB platen tegen de wand, wandisolatie aangevangen
Donderdagavond
Dak dicht, Celit aangebracht aan buitenzijde
Zaterdagavond
EPDM folie op het dak

Deze uitbouw wordt eetkamer en salon, de achtermuur op het gelijkvloers moet er, zodra het buitenschrijnwerk er is, nog (grotendeels) uitgehaald worden

Vakantiegevoelen

Na dit lange en warme week-end voelt het vanavond net alsof dit de laatste dag van een lange zomervakantie is. Nog enkele uurtjes met weemoed genieten van de laatste zonnestralen in de tuin voor het slapengaan en werken.

Vanmorgen onkruid gewied tussen de kiezels in de voortuin, het werd echt te erg. Na een heroische strijd met grassen, paardebloemen, distels en kruisjeskruid – in volle zon – werd het pleit na drie uur in mijn voordeel beslecht. De ontwortelde planten werden achtergelaten in de middagzon; die het geamputeerde groen in een mum van tijd veranderde in stro. Daarom is wieden bij dit weer een plezier, door de warme zon wordt schoffelen enorm efficiënt. Ik hoop trouwens over drie maanden eindelijk vaarwel te kunnen zeggen aan die lelijke en onpraktische kiezels.

Daarna gepauzeerd onder de notelaar. Bij veel mensen is de tuin bij het intrekken van de woning niet meer dan een wei. Onze huidige woning werd in 1936 gebouwd, en dus was er ook al een tuin. Weinig echt bruikbare elementen, maar één van de twee oude bomen in de tuin, een prachtige notelaar, was een echte troef.

Zonder deze boom zou het ontwerp van de tuin er waarschijnlijk helemaal anders uitgezien hebben. Ik heb nog enkele hoogstambomen aangeplant (2 kastanjes en een notelaar) en er zal deze winter nog één hoogstam volgen (Appel ‘Reinette Dubois’), maar de notenboom zal altijd de landmark in mijn tuin blijven.

Zonder deze notenboom was het vanmiddag waarschijnlijk te warm in de tuin te zitten… Dank u notenboom!

Vandaag ook nog een eerste zomersnoei toegepast op de laagstuimfruitbomen. Op 35 aangeplante boompjes is er ééntje die het laat afweten, maar dat was een DOA. Door hun goede groei krijgen de fruithagen nu ook vorm. Zij zullen in de toekomst mee het beeld van de tuin bepalen.
Appelhaag
Pruimenhaag
En nu morgen gaan werken. Positief : terwijl wij gaan werken komt de aannemer onze uitbreiding verder bouwen. Einde deze week zou dat moeten klaar zijn.

Fruitbloesem

Fruitbloesem? Dat is toch al lang voorbij? Neen. Appels, peren, kersen en pruimen zijn nu uitgebloeid. Maar dat betekent niet dat je niet meer kan genieten van fruitbloesems. Genieten. Ik spreek dus niet over de nietszeggende frambozen- en blauwbesbloemen , maar wel over de braambessen en -bozen. De nog vrij jonge struiken staan overladen met witte bloemen.
Er zijn subtiele verschillen tussen de bloemen van de verschillende variëteiten, maar één ding hebben ze gemeen: ze worden allemaal druk bezocht door bestuivers van allerlei pluimage.
Braamboos ‘Taybes’
Braambes ‘Helen’
Braambes ‘Loch Tay’

‘Loch Maree’ bloeit niet dit jaar, omdat de plant nog herstelt van de laag-bij-de-grondse, of beter nog, ondergrondse aanval van een stelletje woelmuizen. En dat is jammer, want ‘Loch Maree’ bloemt lichtrose, met halfgevulde bloemen. Maar ik heb nog een jaartje geduld.

Gisteren heb ik in het stralende zonnetjes het leisysteem van de braambessen afgewerkt. Zwetend als een paard, maar dan eerder van de hitte als van de noeste arbeid. Net zoals de andere leisystemen bestaat het  uit staaldraad gespannen tussen kastanjepalen, waaraan de planten worden vastgebonden. Het grote voordeel van kastanjepalen, naast de weerstand aan verroting, is de natuurlijke look en het feit dat de palen niet recht zijn, je kan ze dus niet rechtzetten (maar volgens mijn zonen wel scheef zetten). Volgend jaar hangen deze draadwerken vol met bramentakken en dus ook overladen met bloemen einde mei.
Samen maken deze (toekomstige) bramenhagen een aparte tuinkamer waarin aalbessen en zwarte bessen geplant staan. Als de aalbessen volgend jaar iets hoger zijn, zaai ik er waarschijnlijk een bloemenmengsel in uit.

Betreft het aanbinden…één plant was op dat vlak een absolute marteling. Haar doornen prikten door mijn handschoenen,  maar vooral het opbinden van de plant tegen de wind in was niet zo’n goed idee.
Die Japanese wijnbes moet trouwens nog bloemen. Maar die plant met zijn dieprode stengels zowiezo een spektakel.

Japanese wijnbes

Fruit op komst

De bosaardbei uit mijn vorige tuin is natuurlijk mee verhuisd. De plant maakt enorm veel uitlopers en is volgens mij zowat de ideale bodembedekker : frisgroen blad (zelfs in de winter), heel mooie witte bloemen en daarna nog heerlijk fruit. Ze dienen als bodembedekking onder mijn fruithagen (dat is ongeveer 20m²)

Ik had gelezen dat er cultivars van de bosaardbei bestonden die iets minder uitlopers vormden maar veel meer vruchten gaven. Ik heb in de plaatselijke Aveve enkele gecultiveerde bosaardbeien aangekocht, om het wilde plantje een beetje bij te staan in het bodembedekken. Na 6 weken planten stel ik vast dat deze planten inderdaad veel minder uitlopers maken. Tot nu toe zelfs helemaal geen. Maar ook nog steeds geen enkele bloem. Wel veel blad…

Dan lijkt mijn wilde variëteit toch gewoon een stuk beter : dit kleine plantje is één van de wilde plantjes die ik een maand geleden heb geplant, het heeft ondertussen al vier nieuwe plantjes gemaakt op drie uitlopers en vindt de tijd om ook nog te bloeien…


Heel binnenkort kan ik mei-en junibessen eten.

Aangezien de de planten jong zijn, is de opbrengst nog heel beperkt. Ik vind de planten ook vanuit esthetisch standpunt meer dan verantwoord : mooie  blad en heel leuke bloemen in het voorjaar (je moet ze wel zoeken).

Enkele stekelbesrassen zetten ook een spurt in om alsnog als eerste vers fruit te leveren dit jaar. Vooral deze Invicta is bijna klaar.

Verder zijn de herfstframbozen al uitgebloeid, zodat ik over enkele weken ook frambozen kan gaan oogsten. De meeste zomerframbozen moeten nog beginnen bloeien.

Ik laat wel slechts een beperkt aantal stokken herfstframboos remonteren, om de herfstoogst niet teveel te beïnvloeden. Maar die eerste, verse framboos van het jaar wil ik zo vroeg mogelijk eten. Mijn kinderen ook trouwens…

Het koude en vochtige voorjaar heeft duidelijk invloed op de vruchtzetting van een aantal planten. Zo zie je duidelijk aan deze aalbes ‘Rovada’ dat de bevruchting alles behalve idaal was. Weinig mooie gevulde trossen, dat vormde vorig jaar geen probleem…

Het snoeien in snoer van de aalbessen werpt wel zijn vruchten af … Deze aalbes ‘Rotet’, die net iets later bloemde, heeft ook beter gevulde trossen

Vijgen ga ik dan toch niet eten dit voorjaar. De koude van de voorbije weken heeft alle embryonale vruchten doen afvallen. Dan maar hopen op een warme zomer en goede herfstoogst.

Flashback


2006. Na drie jaren in Parijs te hebben gewerkt, werd ik overgeplaatst naar een Belgische site. Zo was ik ’s avonds opnieuw thuis, en kon ik me bezig  houden met de tuin. Tuin is een groot woord, voor een ommuurde strook van 2,75 m breed op 25 m diep. Tot dan toe hadden we de tuinwerken beperkt tot het kappen van een reeks overjaarse coniferen en het aanleggen van echt gras in plaats van kunstgras.

Gezien de beperkte oppervlakte werd er beslist de gazonde uit de tuin te weren, en een zeer strakke tuin te ontwerpen, passend bij het mooie herenhuis. Enkele maanden later was de tuin een feit.

Ik ben nog altijd best trots op het ontwerp, het was volgens mij coherent. Let ook op het verzonken terras in het midden van de tuin dat dienst kon doen als voetenbad. Ja, er was veel verharding maar het totaal verharde oppervlak inclusief woning was kleiner dan de gemiddelde oprit. Rond het terras in het midden was een strakke haag voorzien om het tunneleffect helemaal te breken (maar dat zou nog wel even duren )

Op dat ogenblik was er geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om fruit in de tuin te kweken, wegens niet mooi. Eén druivelaar, vooraan aan het terras, meer niet, en dan nog vooral uit esthetische overwegingen. Maar die druivelaar was al een ‘vooruitgang’ ten opzichte van mijn eerste tuin. De grote, ouderlijke tuin vol fruitbomen en bessenstruiken was nog steeds ver weg.
In de strakke tuin groeide bosaardbei op de muren. Op één plaats in de tuin kwam het steeds weer opnieuw opzetten, en ik bedacht me dat dat plantje op die plaats geen kwaad kon, en besloot het daar te laten groeien als bodembedekker… nog lekker ook.
De beuken in de verhoogde bakken achter de zitmuurtjes bleken geen goed idee (te warm en te droog in een zuidelijk georiënteerde stadstuin). Ik besloot ze te vervangen door 4 verschillende perelaars.

Foto situatie 2010

Ondertussen nam ik geen genoegen met de totaal oneetbare druiven (Rembrandt). Ik had van deze sterk groeiende wijnstok op twee jaar tijd een prachtige leidruif gemaakt, maar de 20 liter druiven die we het jaar daarop oogstten eindigen allemaal in het compostvat … Ik moest dus op zoek naar een andere druif. Ik kwam – via google – terecht op de site van de proeftuin. Verbaasd door de keuze in de catalogus, zocht ik extra  plaats: ieder stukje muur werd benut om  kiwibessen, druivelaars en braamstruiken te leiden. Achteraan, naast de composthoop werden enkele planten geruimd om plaats te maken voor frambozen. En ik vond zowaar ook plek om 7 kruisbessnoeren te planten en sleurde niet minder dan 5 vijgenbomen in pot in de tuin (om schaduw te geven op het warme zonneterras). Ik had ondertussen ook nog twee blauwbessen in pot aangekocht.
Met ook nog een hondertal hosta in potten was de strakke tuin een pak minder strak (de foto hierboven was getrokken met het oog op de verkoop van onze woning, de potten waren (bijna) allemaal strategisch verwijderd.

Uiteindelijk hebben we 8 jaar gewoond in een héél mooi huis, in een zeer leuke en aangename straat maar met een tuin die – voor twee mensen die opgegroeid zijn in een huis met zéér grote tuin – véél te klein was. Tegen 2010 beslisten we op zoek te gaan naar een huis met een grotere tuin. En die zou vol staan met fruit, maar toch minder vol dan de vorige. Met kastanjes, okkernoten, hazelnoten, kersen, krieken, pruimen, rode en zwarte bessen, frambozen, peren en appels maar vooral …stekelbessen, net zoals de tuin van mijn ouders. En nog veel meer… Minder strak ook, natuurlijker.
De ontwikkeling van die tuin vertel ik op deze blog.