Pluimveel (vervolg)

Gisteren dan toch maar een mini-ren gemaakt voor de kloek en haar jongen. Ik had nog behoorlijk wat hout liggen in de garage, uiteindelijk is de miniren misschien ook niet zó mini. Met dit weer is het hout ineens ook geïmpregneerd met mijn zweet.



Met deze ren ben ik in ieder geval gerust dat de roofvogel niet met de kuikentjes gaan vliegen. Een vos hebben we hier nog niet gezien, maar in de locale pers wordt gewag gemaakt van vossen in Oplinter en Oorbeek, allebei niet zo heel ver weg (< 5km). Dus heb ik ook onderaan de kooi gaas voorzien.
Ik ga ervan uit dat dat, samen met de klinkers, voldoende is.

Ondertussen zijn er 8 kuikentjes geboren. Twee kuikentjes die vandaag geboren zijn hebben hun eerste levensuren niet overleefd, de laatste van gisterenavond was ook niet helemaal in orde en is vanmiddag gestorven. De vijf andere diertjes zijn kerngezond. Er blijven ook nog 5 eieren over, maar ik vrees dat met de warmte van de voorbije dagen geen verdere kuikens meer zullen uitkomen (ik vermoed dat het ook de warmte is die die jongste kuikens de das heeft omgedaan).

Ik ben in ieder geval blij dat er maar één zilverbrakeltje tussen zit (Goudbrakel x zilverbrakel = zilverbrakel haantjes en goudbrakel hennen). Zoek niet op de foto, ’t beestje heeft zich vakkundig verstopt.

De hanen zullen op tafel eindigen (tenzij ik vrijwilligers vind om er te adopteren), maar dat zal niet onze tafel zijn. Zelfgekweekte dieren eet ik niet (ik weet het, ik ben een watje). Ik wil 2 (extra) hennen hier houden, zo kan Silvio zijn lusten botvieren op enkele extra dames. Indien er meer dan 2 hennen groot worden, zullen die elders logement krijgen.

De kinderen zijn nog tot vrijdag op scoutskamp. Ik vermoed dat ze dit week-end gaan kamperen in de kippenren.

Pluimveetjes!

Een hele tijd geleden heb ik eens iets geschreven over mijn pluimvee. Ik had échte kippen genomen, geen ondermaatse-kuikens-die-om-de-haverklap-broeds-zijn, ook wel eens ‘krielen’ genoemd.
Eén van de goudbrakels besliste er anders over. Zij begon een zestal weken geleden te broeden. Maar verliet redelijk vaak het nest. In het zicht van de eindmeet gaf ze het volledig op.

Met spijt in het hart dacht ik ‘Oef geen gedoe met kleine kuikentjes’, maar heimelijk hoopte ik op een andere broedse kip. Maar het was die zelfde goudbrakel die minder dan een week later opnieuw begon te broeden. Het exacte tijdstip was ons door allerlei omstandigheden niet opgevallen, en ondertussen vonden we dat het  toch verdomd lang duurde voor die kuikens uitkwamen. Ze bleef bij de tweede poging wel voortdurend op het nest.
Een aantal weggeven eieren hadden ondertussen bewijs geleverd van de vakkundige precisie die Elio, onze haan, aan de dag legt bij het bevruchten van zijn hennen: 100% bevruchting. Dus wachtten we nog wat af.

En vanavond hoorde ik gepiep uit het nest, en telde ik minstens drie kuikens. Laurette verdedigt, haar naam waardig, vol furie haar nest en jongen, dus laat ik ze maar even met rust. Over enkele dagen kan ik wel eens een correcte telling en een betere foto maken. Ze broedt op ongeveer 10 eieren  …

Hals over kop kuikenmeel en voederbakje in de winkel gaan halen, en daarna de kippenren kuikenklaar gemaakt. Maar terwijl ik de houtblokken in mijn kruiwagen stapelde (om het bruggetje over de draad te maken), hoorde ik een kuiken tjilpen boven mijn hoofd. Ik keek omhoog … er vloog zowaar een havik over. En het getjilp was afkomstig van een (nog levend) kuiken in zijn poten … Hij vloog over onze tuin naar de bomen van de buurman, en het getjilp stokte even later. De havik heeft daar dus waarschijnlijk zijn nest. Laat nu ook ons kippenhok net aan dat perceel grenzen. De moed zakte zowat in mijn schoenen. Na het drama met kitten ‘Tijger’ wil ik onze kinderen toch wel even sparen van de harde realiteit des levens.  ‘Onze’ kuikentjes zitten nu nog veilig in het hok, maar ik ben benieuwd of onze kippen de kuikens kunnen beschermen…

Misschien moet ik Laurette en haar kuikens maar een weekje of twee in de garage zetten, maar gaan de andere kippen (en Elio, de haan) ze nog wel accepteren?

En zeggen dat ik vandaag wat vroeger huiswaarts was gekeerd om het gras af te rijden. Want zaterdag was feestdag. En vrijdag was regendag.

The Good, The Bad or the Ugly and the Beauty?

Mooie mensen – zo lezen we wel eens in de krant – hebben het een stuk makkelijker in ’t leven. Ze maken meer carrière, hebben een beter loon,… Maar mensen beoordelen niet alleen mensen op hun uiterlijk.

 

In een gezonde tuin leven heel wat dieren. Ze spelen allemaal een ‘rol’ in de ecologie van de tuin. Voor de gemiddelde tuinier kan die rol schadelijk, nuttig of beiden zijn.
Zo is een lieveheersbeestje nuttig. En een bladzaagwesp, bladluis, hazelnootboorder of woelmuis worden als schadelijk omschreven. Maar vele dieren bevinden zich in een grijze zone. Ik denk dan aan een slak, opruimers van afval maar ook van onze geliefde planten. Of de mol, die schadelijke bodeminsecten eet maar daarvoor nogal ‘grondig’ te werk gaat. En ook de merel eet niet heel het jaar door kersen.
Volgens mij is de grijze zone nog een pak groter. Een bladluis ga ik niet direct als een nuttig dier omschrijven, maar ze spelen een belangrijke rol in de ecologische keten in de tuin, als voedingsbron van heel wat ‘nuttige’ dieren.
Vaak zie je mensen alles wat niet nuttig is bestrijden, maar ze zijn daar niet altijd consequent in. Er is naast het nut ook nog zoiets als de aaibaarheidsfactor.
Terwijl ik gisteren foto’s aan ’t maken was van de vlinders in de tuin, vroeg ik me af waarom we zo  enthousiast zijn bij het zien van een vlinder. Waarom we onze tuinen aanleggen om vlinders te lokken.  Nuttig zijn ze niet direct, soms is het zelfs een rondom schadelijk insect (koolwitje). Door hun schoonheid en het soms klunzig gefladder hebben vlinders een hoge aaibaarheidsfactor zodus…We verwelkomen ze omdat ze mooi zijn, niet omdat ze nuttig zijn.
Een snuitkever is ook schadelijk, maar oh zo grappig. Zo liet ik enkele jaren geleden de Taxuskevers ongebreideld voortplanten in mijn stadtuin, tot ik begreep dat het beestje enorm veel schade berokkende en ik dus wel moest ingrijpen…
Een meikever vreet de bladeren van de (haag)beukenhaag aan flarden en de engerlingen verrijken zich aan ons gazon, maar een meikever is nu eenmaal aaibaar.
Een eekhoorn is ‘schattig’. Ook al rooft hij vogelnesten en steelt hij noten en fruit. In onze buurt komen – sporadisch – nog hazelmuizen voor. Ik hoop op termijn er ééntje te mogen verwelkomen in de tuin, terwijl het beestje toch ook eerder in de donkergrijze zone hoort. En ook een konijn heeft iets aaibaars, maar is ook eetbaar en dus niet overal veilig.
Maar zelfs bij gebrek aan aaibaarheid kan je nuttig zijn en toch niet enthousiast onthaald worden. Als spin zal je maar iedere dag nuttig werk verzetten in de tuin, op veel respect moet ze niet rekenen. Net hetzelfde geldt voor de duizendpoot. Een enkele ‘lelijkaard’ wordt wel in de armen gesloten, zoals een pad, of een vleermuis.
Maar je zit dus pas echt in de gevarenzone wanneer je schadelijk bent en niet schattig. Hoe lager de ‘aaibaarheidsfactor’ hoe makkelijker we durven ingrijpen. Denk maar aan rupsen van een vlinder, niet altijd toonbeeld van schoonheid (dus lokken sommigen de vlinders en maar moorden ze hun kinderen uit). Hetzelfde met meikevers die we laten doen en leven, maar behandelen het gazon tegen engerlingen (ik niet hoor!). Of slakken. Een slijmerige naaktslak kan op veel minder sympathie rekenen dan een huisjesslak.
Ik moet zeggen dat ik zelf ook niet consequent ben. Een naaktslak dood ik zonder de minste moeite. Een mooie tijgerslak gaat me al wat minder af. En een segrijnslak, ook al maakt die meer schade, is nog wat sympathieker, en kost nog meer moeite.
Enkele weken geleden zat hier een woelmuis in de tuin. Ze in koelen bloede doden ging me niet af. Daarvoor is ze te donzig. Ze lafweg doden met een val lukt me blijkbaar wel. .  .
Enfin, dit alles om te zeggen dat ik gisteren fotokes aan ’t maken ben geweest van de eerste vlinders in de tuin en bedacht dat het grappig is dat we die beesten sympathiek vinden… De Koniginnepage, het (icarus?)blauwtje, Gammauiltje en de Gehakkelde Aurelia wensten niet op de foto. Die vind ik dus minder sympathiek.  Dagpauwoog en koolwitje wel (alhoewel die laatste niet al te enthousiast was)

Druiven

Vandaag eindelijk de tijd vrijgemaakt om het liersysteem voor de druiven af te werken. Deze vrij recente manier van geleiding in de vorm van een V-haag werd geïntroduceerd in de druiventeelt, maar ondertussen zie je hier in de streek ook boomgaarden – zowel appels als peren – opgekweekt aan een liersysteem (lyre).

Zo’n opbouw zou een betere vruchtkwaliteit opleveren dan de klassieke, traditionele leisystemen. Voor druiventeelt is er nog een bijkomend voordeel: de druiventrossen hangen buiten de spandraden en worden dus niet gekwetst door de spandraden. Het was Fruitlent die me op deze teeltwijze wees, waarvoor dank.

Door het lezen van al die voordelen ben ik dus zelf ook aan de slag gegaan. In het vroege voorjaar had ik de houten constructie al gezet, maar voor het aanbrengen van de spankabels had ik nog geen tijd gehad.

Ik laat de druivelaars nu nog enkele weken groeien, daarna starten we met het snoeien.

Wat me opvalt is dat één rij van druivelaars een stuk minder gezond opgroeit. Ik heb de planten ondertussen bemest en ook wat kalium toegevoegd, maar de planten groeien beduidend minder dan de planten van de andere rij. Aangezien er in deze rij planten van drie leveranciers staan, is het vrij onwaarschijnlijk dat de oorzaak daar te zoeken valt.

 

Ik hoop dat de warmte van de komende weken de planten vlotter doet groeien. 
En dat door die warmte ook de kiwi en kiwibessen eindelijk beginnen te groeien, want die hebben dit jaar nog niet direct progressie gemaakt. Maar wat niet is kan nog komen… 

Kiwi en Kiwibessen pergola, weinig groei te bespeuren

En om helemaal stoutmoedig te zijn: misschien rijpen er nog wel wat vijgen af deze herfst.

Toch wel véél kabels zo

 

Muis

Enkele weken geleden werden twee kitten aangeworven om ons te helpen in het beheren van het woelmuizenbestand. Beide kitten waren afkomstig uit hetzelfde nest, van een verwilderde kat, en bleken besmet met de niesziekte.
Voor Tijger kwam alle hulp te laat, maar Muis is er ondertussen alweer bovenop en is ondertussen ook  ingeënt tegen deze ziekte.

Muis volgt ondertussen een intensief trainingskamp.

Ook al blijkt deze kitten een sterk aangeboren jachtinstinct te vertonen, de competitie gaat niet mals zijn. De aangekochte woelmuizenval toont zich immers erg doeltreffend. Ik heb op één maand tijd 6 woelmuizen gevangen. Natuurlijk weet ik niet hoeveel van die beestjes er hier nog ondergronds rondlopen…

Noten

De grote notelaar draagt dit jaar beduidend minder vruchten dan vorig jaar. Niet dat dat een wezenlijk probleem vormt, vorig jaar zijn we gestopt met noten rapen toen we 200 liter okkernoten hadden verzameld. De rest hebben we gewoon laten liggen.
Ondertussen hebben we gemerkt dat de noten van deze boom uitstekend bewaren. De laatste noten, slechts enkele weken geleden opgebruikt, waren nog van uitstekend kwaliteit, dus dit jaar gaan we zeker alle noten oprapen. Te meer omdat de eekhoorns zich toch te goed voelen om afgevallen (rijpe) vruchten te eten, zij klimmen liever in de boom op zoek naar lekkers.
Ik vermoed dat de oogst dit jaar de helft kleiner wordt. Bovendien vallen er vrij veel vruchten af. Ik heb wel de indruk dat de vruchten iets dikker zijn dan vorig jaar.
Ik vraag me af of dit het reguliere ‘beurtjarenfenomeen’ is, ofdat jullie ook een mindere oogst hebben dit jaar…

Onze hazelaars zijn nog jonge planten (aangeplant in de winter 2010-2011). Door de koude maand februari was ik er zeker van dat we nog een jaartje moesten wachten op de eerste vruchten, maar we gaan toch al van een handvol noten kunnen genieten (van in totaal vier struiken). Niet veel, maar dat laat in ieder geval al toe om al een eerste idee te krijgen van de kwaliteit van de aangeplante rassen. De noten zwellen in ieder geval op tot een zéér groot formaat.


Ook de vorig jaar aangeplante kastanjelaars hebben de voorbije weken uitbundig gebloeid. Nu alleen nog wachten op het stekelige resultaat. 

Rubus en Ribes

Terwijl de frambozen stilaan een korte pauze inlassen, komen steeds meer braamstruiken en verwanten in productie.

Zo zijn de eerste bessen van de Japanese wijnbes rijp. De plant behoort tot het geslacht Rubus (net zoals de framboos en de braambes), maar de bes onderscheidt zich door de lekkere, zurige smaak van de helderrode bessen. De struik moet nog volop in productie geraken, maar zoals steeds smaakt de eerste bes van het jaar zovéél beter dan alle bessen die volgen.

De vruchtjes lossen zelf van de vruchtbodem wanneer ze rijp zijn, wat plukken zeer makkelijk maakt.

De combinatie van de mooie, rode stengels, het diepgroene blad, de mooie vruchbolsters én de lekkere bessen maken dit één van mijn favorieten in het Rubus-geslacht. Maar net zoals mijn andere Rubus-favoriet (Taybes), staat de plant vol met vervelende, vrij pijnlijke doorntjes.

Deze week ook de eerste rijpe bessen geplukt van de braambes ‘Helen’.In tegenstelling tot de beschrijving zijn de vruchten vrij zacht bij volle rijpheid, zodat ze bij het oogsten snel tot braambessensmurrie worden herleid. De smaak is echter geweldig en maakt alles goed. De plant zou ook wat flinker mogen groeien…

‘Loch Tay’, de braambes waarvan ik nu al twee weken vruchten oogst, smaakt ook lekker, met een zuurdere ondertoon, maar kan toch niet tippen aan de volle smaak van ‘Helen’. De vruchten zijn wel steviger, dus makkelijker te plukken..

De laatste kruisbes (Ribes) is ondertussen verteerd. Mijn goed voornemen voor de komende week : alle bessen mooi opleiden als drietakker, met behulp van bamboestokken. De staaldraad alleen volstaat  niet om de takken mooi recht naar boven te leiden (waardoor de planten hoger uitgroeien (tot 200 cm hoog?). Door de regen ben ik dit week-end niet verder geraakt dan twee planten…
Maar enkele kruisbesplanten zijn ook ten dele verteerd,
Ik heb de verdachten/schuldigen nog niet geïdentificeerd, wel al op de gevoelige plaat vastgelegd.

Aardbeien

Eigenlijk best wel mooi, zo’n aardbei. Zelfs als ze nog groen is…

Aardbei ‘Evie2’

Enkele weken geleden toonde ik al eens een foto van de aangekochte aardbeiplanten.

Ondertussen zijn de planten al flink gegroeid, ik hoop ze einde deze maand in speciaal daar voor bestelde bakken aan te planten.

Ik ga dit jaar nog heel wat aardbeien kunnen oogsten van deze planten, dat geeft me misschien ook al de kans om een eerste selectie te maken uit de aangekochte rassen.

Enkele maanden geleden schreef ik hier ook iets over mijn wilde bosaardbei, en vooral over de gecultiveerde bosaardbei die geen vruchten gaf. Dat was dus totale onzin, die gecultiveerde variëteit levert niet alleen meer fruit, maar ook grotere bessen. En qua smaak goede vergelijkbaar.

Deze gecultiveerde planten breiden zich  nu ook gestaag uit via zeer korte uitlopers, en zijn dus ook als bodembedekker bruikbaar. Ik heb gisteren dan ook een vijftigtal uitlopers opgepot, in de hoop nog dit jaar onder alle fruitbomen gecultiveerde bosaardbeien aan te planten.