Fruitbloesem

Fruitbloesem? Dat is toch al lang voorbij? Neen. Appels, peren, kersen en pruimen zijn nu uitgebloeid. Maar dat betekent niet dat je niet meer kan genieten van fruitbloesems. Genieten. Ik spreek dus niet over de nietszeggende frambozen- en blauwbesbloemen , maar wel over de braambessen en -bozen. De nog vrij jonge struiken staan overladen met witte bloemen.
Er zijn subtiele verschillen tussen de bloemen van de verschillende variëteiten, maar één ding hebben ze gemeen: ze worden allemaal druk bezocht door bestuivers van allerlei pluimage.
Braamboos ‘Taybes’
Braambes ‘Helen’
Braambes ‘Loch Tay’

‘Loch Maree’ bloeit niet dit jaar, omdat de plant nog herstelt van de laag-bij-de-grondse, of beter nog, ondergrondse aanval van een stelletje woelmuizen. En dat is jammer, want ‘Loch Maree’ bloemt lichtrose, met halfgevulde bloemen. Maar ik heb nog een jaartje geduld.

Gisteren heb ik in het stralende zonnetjes het leisysteem van de braambessen afgewerkt. Zwetend als een paard, maar dan eerder van de hitte als van de noeste arbeid. Net zoals de andere leisystemen bestaat het  uit staaldraad gespannen tussen kastanjepalen, waaraan de planten worden vastgebonden. Het grote voordeel van kastanjepalen, naast de weerstand aan verroting, is de natuurlijke look en het feit dat de palen niet recht zijn, je kan ze dus niet rechtzetten (maar volgens mijn zonen wel scheef zetten). Volgend jaar hangen deze draadwerken vol met bramentakken en dus ook overladen met bloemen einde mei.
Samen maken deze (toekomstige) bramenhagen een aparte tuinkamer waarin aalbessen en zwarte bessen geplant staan. Als de aalbessen volgend jaar iets hoger zijn, zaai ik er waarschijnlijk een bloemenmengsel in uit.

Betreft het aanbinden…één plant was op dat vlak een absolute marteling. Haar doornen prikten door mijn handschoenen,  maar vooral het opbinden van de plant tegen de wind in was niet zo’n goed idee.
Die Japanese wijnbes moet trouwens nog bloemen. Maar die plant met zijn dieprode stengels zowiezo een spektakel.

Japanese wijnbes

Fruit op komst

De bosaardbei uit mijn vorige tuin is natuurlijk mee verhuisd. De plant maakt enorm veel uitlopers en is volgens mij zowat de ideale bodembedekker : frisgroen blad (zelfs in de winter), heel mooie witte bloemen en daarna nog heerlijk fruit. Ze dienen als bodembedekking onder mijn fruithagen (dat is ongeveer 20m²)

Ik had gelezen dat er cultivars van de bosaardbei bestonden die iets minder uitlopers vormden maar veel meer vruchten gaven. Ik heb in de plaatselijke Aveve enkele gecultiveerde bosaardbeien aangekocht, om het wilde plantje een beetje bij te staan in het bodembedekken. Na 6 weken planten stel ik vast dat deze planten inderdaad veel minder uitlopers maken. Tot nu toe zelfs helemaal geen. Maar ook nog steeds geen enkele bloem. Wel veel blad…

Dan lijkt mijn wilde variëteit toch gewoon een stuk beter : dit kleine plantje is één van de wilde plantjes die ik een maand geleden heb geplant, het heeft ondertussen al vier nieuwe plantjes gemaakt op drie uitlopers en vindt de tijd om ook nog te bloeien…


Heel binnenkort kan ik mei-en junibessen eten.

Aangezien de de planten jong zijn, is de opbrengst nog heel beperkt. Ik vind de planten ook vanuit esthetisch standpunt meer dan verantwoord : mooie  blad en heel leuke bloemen in het voorjaar (je moet ze wel zoeken).

Enkele stekelbesrassen zetten ook een spurt in om alsnog als eerste vers fruit te leveren dit jaar. Vooral deze Invicta is bijna klaar.

Verder zijn de herfstframbozen al uitgebloeid, zodat ik over enkele weken ook frambozen kan gaan oogsten. De meeste zomerframbozen moeten nog beginnen bloeien.

Ik laat wel slechts een beperkt aantal stokken herfstframboos remonteren, om de herfstoogst niet teveel te beïnvloeden. Maar die eerste, verse framboos van het jaar wil ik zo vroeg mogelijk eten. Mijn kinderen ook trouwens…

Het koude en vochtige voorjaar heeft duidelijk invloed op de vruchtzetting van een aantal planten. Zo zie je duidelijk aan deze aalbes ‘Rovada’ dat de bevruchting alles behalve idaal was. Weinig mooie gevulde trossen, dat vormde vorig jaar geen probleem…

Het snoeien in snoer van de aalbessen werpt wel zijn vruchten af … Deze aalbes ‘Rotet’, die net iets later bloemde, heeft ook beter gevulde trossen

Vijgen ga ik dan toch niet eten dit voorjaar. De koude van de voorbije weken heeft alle embryonale vruchten doen afvallen. Dan maar hopen op een warme zomer en goede herfstoogst.

Flashback


2006. Na drie jaren in Parijs te hebben gewerkt, werd ik overgeplaatst naar een Belgische site. Zo was ik ’s avonds opnieuw thuis, en kon ik me bezig  houden met de tuin. Tuin is een groot woord, voor een ommuurde strook van 2,75 m breed op 25 m diep. Tot dan toe hadden we de tuinwerken beperkt tot het kappen van een reeks overjaarse coniferen en het aanleggen van echt gras in plaats van kunstgras.

Gezien de beperkte oppervlakte werd er beslist de gazonde uit de tuin te weren, en een zeer strakke tuin te ontwerpen, passend bij het mooie herenhuis. Enkele maanden later was de tuin een feit.

Ik ben nog altijd best trots op het ontwerp, het was volgens mij coherent. Let ook op het verzonken terras in het midden van de tuin dat dienst kon doen als voetenbad. Ja, er was veel verharding maar het totaal verharde oppervlak inclusief woning was kleiner dan de gemiddelde oprit. Rond het terras in het midden was een strakke haag voorzien om het tunneleffect helemaal te breken (maar dat zou nog wel even duren )

Op dat ogenblik was er geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om fruit in de tuin te kweken, wegens niet mooi. Eén druivelaar, vooraan aan het terras, meer niet, en dan nog vooral uit esthetische overwegingen. Maar die druivelaar was al een ‘vooruitgang’ ten opzichte van mijn eerste tuin. De grote, ouderlijke tuin vol fruitbomen en bessenstruiken was nog steeds ver weg.
In de strakke tuin groeide bosaardbei op de muren. Op één plaats in de tuin kwam het steeds weer opnieuw opzetten, en ik bedacht me dat dat plantje op die plaats geen kwaad kon, en besloot het daar te laten groeien als bodembedekker… nog lekker ook.
De beuken in de verhoogde bakken achter de zitmuurtjes bleken geen goed idee (te warm en te droog in een zuidelijk georiënteerde stadstuin). Ik besloot ze te vervangen door 4 verschillende perelaars.

Foto situatie 2010

Ondertussen nam ik geen genoegen met de totaal oneetbare druiven (Rembrandt). Ik had van deze sterk groeiende wijnstok op twee jaar tijd een prachtige leidruif gemaakt, maar de 20 liter druiven die we het jaar daarop oogstten eindigen allemaal in het compostvat … Ik moest dus op zoek naar een andere druif. Ik kwam – via google – terecht op de site van de proeftuin. Verbaasd door de keuze in de catalogus, zocht ik extra  plaats: ieder stukje muur werd benut om  kiwibessen, druivelaars en braamstruiken te leiden. Achteraan, naast de composthoop werden enkele planten geruimd om plaats te maken voor frambozen. En ik vond zowaar ook plek om 7 kruisbessnoeren te planten en sleurde niet minder dan 5 vijgenbomen in pot in de tuin (om schaduw te geven op het warme zonneterras). Ik had ondertussen ook nog twee blauwbessen in pot aangekocht.
Met ook nog een hondertal hosta in potten was de strakke tuin een pak minder strak (de foto hierboven was getrokken met het oog op de verkoop van onze woning, de potten waren (bijna) allemaal strategisch verwijderd.

Uiteindelijk hebben we 8 jaar gewoond in een héél mooi huis, in een zeer leuke en aangename straat maar met een tuin die – voor twee mensen die opgegroeid zijn in een huis met zéér grote tuin – véél te klein was. Tegen 2010 beslisten we op zoek te gaan naar een huis met een grotere tuin. En die zou vol staan met fruit, maar toch minder vol dan de vorige. Met kastanjes, okkernoten, hazelnoten, kersen, krieken, pruimen, rode en zwarte bessen, frambozen, peren en appels maar vooral …stekelbessen, net zoals de tuin van mijn ouders. En nog veel meer… Minder strak ook, natuurlijker.
De ontwikkeling van die tuin vertel ik op deze blog.

Werken 1

Volgende week start de aannemer met de verbouwing van ons huis. De oude veranda moet daarvoor afgebroken worden.

De oude veranda zal neergelegd worden, het huidig terras moet plaatsmaken voor een eetkamer en een stuk van de kiezels wordt salon. Minstens even belangrijk is dat zodra de werken klaar zijn de kiezel (400 m²) en de kassei (100m²) tuin worden, met grote bloemborders vol nectarplanten.

Maar voor het zover is moet er nog één en ander afgebroken worden. Dus moest de veranda (nu opslagruimte van bouwmateriaal) helemaal leeggehaald worden en de hostaverzameling verplaatst worden, (>200 potten , aardig wat werk). En ondertussen gaan de werken in de tuin moeten wijken voor doe-het-zelf-gedoe aan de uitbreiding.

De opmerkzame volgers van deze blog hebben natuurlijk al lang gezien dat de courgette- en pompoenplanten niet langer op de terrastafel staan (dat hebben ze zelfs gelezen). Maar de echt oplettende lezers zien nog een andere verandering aan de omgeving, ik ben benieuwd of iemand dat opmerkt (neen, niet de deur die openstaat)…

Buiten!

’t Is nu welletjes geweest. Vanaf nu moeten ze buiten maar verder groeien. Mijn levensmotto is niet voor niets ‘Having Cold is a State of Mind’. De zon schijnt iedere dag (ook al is dat vaak achter de wolken). Ik heb ze nu enkele weken in de watten gelegd op de vensterbank en voorbereid, nu moeten ze zich maar bewijzen in de echte wereld. De pompoenen en de courgettes zijn dus geplant. De eerste bloemknoppen zijn al zichtbaar. Eén pompoen van eetkwaliteit (‘Small sugar’) en drie soorten courgetten (‘Black Zucchini’, ‘Gele courgette’ en ‘Tondo de Nice), allemaal afkomstig van de nieuwe tuin. Steeds twee stuks aangeplant, we gaan hier dus heel wat pompoen- en courgettesoep eten.

Ik heb ook Pastinaak gezaaid. Rechtstreeks in volle grond. Zaaibed aangemaakt (menselijke frees gespeeld)  vlakbij de composthoop, waar vorig jaar de woelmuizen zo lelijk thuishielden bij de braambessen. De kans is dus groot dat we hier weinig pastinaak gaan eten. Maar ’t biedt me wel de mogelijkheid om de aanwezigheid van woelmuizen vast te stellen. En een val uit te zetten indien nodig.

Dit zijn mijn allereerste moestuinexperimenten, ik ben als het ware een Moestuinmaagd. Het heeft me tot voor kort nooit geïnteresseerd (en dit in tegenstelling tot tuinieren en fruit kweken)… Ook nog wat met de grondboor geworsteld om de palen van de nog aan te leggen bramenleisystemen wat dieper in de grond te zetten (zitten nu 95 cm diep).

Dit is tot nu toe in ieder geval een fantastisch week-end, eindelijk tuinieren in het warme zonnetje. Met zo’n weer wil ik ook gewoon buiten zijn. Insecten zijin ook ineens massaal aanwezig. Niet minder dan 5 verschillende lieveheersbeestjes gespot (2-stippig, 4-stippig, 7-stippig, citroenkleurig en roomkleurig lieveheersbeestje).
Waar kan ik hetzelfde weer  bestellen voor volgend week-end?

Pluimvee

Achteraan in de tuin wonen de kippen, ‘de dames’ zegt mevrouw SuperMasj . Ik wou absoluut een ras uit de ‘levend erfgoed’ lijst hebben, maar ik wou er niet mee kweken. Dus zocht ik een goed beschikbaar ras zodat ik me niet moreel verplicht zou voelen om er toch mee te kweken. En échte kippen, geen krielen, omdat ik ook niet iedere twee weken met broedse hennen opgezadeld zou zitten. Zo kwam ik uit op brakels.

Ze zijn met zijn vijven. Sylvio, Joëlle, Laurette, Trinny en Susannah. Eén goudbrakelhaan, 2 goudbrakelhennen en 2 zilverbrakelhennen.

Sylvio was de reservehaan bij een kweker van brakels. Hij zat in een ren zonder hennen, terwijl alle andere hanen wel drie hennen toegewezen kregen. Hij mocht vanop de tribune toekijken… Zijn enige hoop: een andere haan die niet vruchtbaar was. Maar aangezien ze allemaal vruchtbaar waren, mocht de haan weg en zo vond hij een onderdak in de Fruitberg. Dat onderdak had een veel grotere ren (met gras) en één hen meer dan de toompjes bij de kweker. Wie laatst lacht best lacht zeggen ze dan, en hij probeert zijn schade hier serieus in te halen. Initieel was de naam ‘Elio’  voorzien, maar ‘Sylvio’ bleek beter te passen bij deze testosteronbom om twee poten.

Joëlle en Laurette (goudbrakelhennen) gedragen zich helemaal anders dan Trinny en Susannah (zilverbrakelhennen). Ze zijn vrij schuchter en gaan ook bijna een uur  vroeger op stok. Trinny en Susannah zijn veel brutaler en komen uit de hand eten. Hun naam (ik had eerder Monica en Annemie in gedachte) hebben ze te danken aan onze jongste, want ze kakelen net even hard..

De kriekelaar en kerselaars zijn in de kippenren geplant met het oog op biologische bestrijding van de kersenvlieg. Maar één van de zilverbrakels lust blijkbaar wel een fris kersenblaadje…

De ren is opgetrokken uit kastanjehouten hekken, en daar heb ik eigenlijk al wat spijt van: het is wel mooi, maar je kan de kippen amper zien. 150 cm hoogte blijkt hier te volstaan om de (gekortwiekte) dieren binnen te houden.

Waar ik uitermate tevreden van ben is het nachthok. Dat staat op poten van kastanjehout (palen van 160 cm die 100 cm in de grond geslagen zijn). Het hok poetsen is een makkie: deur openmaken, kruiwagen eronder zetten en alle bodembedekking in de kruiwagen trekken met een aftrekker. Bij regen schuilen de kippen onder het dak, en er kan ook geen ongedierte onder het hok leven.

Verder is de VSB (automatische kippenhokopener) een luxe,  werkt hier nu al 3 maanden foutloos. Maar daar kan je hier meer over lezen.

Eieren? Bijna twintig per week, en dat is eigenlijk (veel) meer dan voldoende voor eigen gebruik. Verder verwerken ze aardig wat keukenafval, verrijken ze mijn compost en zijn ze een onderdeel van het biologisch beheer van de tuin. Want zo af en toe mogen ze heel de tuin rondwandelen, op zoek naar slakken en andere.

Zonder is gezonder

Het welgekende bordje komt hier waarschijnlijk binnenkort aan de deur. Ik weet niet of jullie dit bericht al gelezen hebben, maar deze studie lijkt de mythe van onschadelijke herbicides te doorprikken.


Glycofosfaat (basiselement Round-Up) wordt  gelinkt met de Ziekte van Parkinson, of beter gezegd deze studie bevestigt een ouder vermoeden. Ook even aangeven dat dit geen berichtje is op een website van een aantal geitenwollensokkenalternatievo’s, maar op de website van het ‘National Center for Biotechnology Information‘, onderdeel van het Ministerie van Gezondheid van de Verenigde Staten. Een iets meer leesbare variant vind je hier


Een goed overzicht van de problemen rond round-up vind je hier. I rest my case

Gezocht (vervolg)

Na het publiceren van mijn verslagje over Beervelde was  mijn werk nog niet afgelopen. Met schaar en nieuwe hoofzaklamp (cadeautje van mevrouw Supermasj) trok ik vol goede moed de tuin in om een nieuwe nachtelijke klopjacht in te zetten. “Siddert en beeft, gij slijmerige slakken, Supermasj komt jullie in de pan hakken”. Na de controle van de hosta en de kiwibessen, nam ik me voor om alle grenzen met de buren nog eens te controleren. Het is vooral daar dat ik nog kingsize naaktslakken aantref.  Maar tot mijn grote verbazing stond ik plotseling oog in oog met … een egel. Hij/zij was duidelijk nog meer geschrokken dan ik. Wel efficiënt zo’n personeelsadvertentie op blogger…

Alle gekheid op een stokje, ik vraag me af hoe die egel in mijn tuin is verzeild. De volledige tuin is omheind. Ik loop hier nu al enkele weken elke nacht heel mijn tuin af, en dit is de eerste keer dat ik het diertje zie, ik vermoed dat hij heel recent in mijn tuin terecht is gekomen…

Hij is in ieder geval meer dan welkom, en we gaan dan ook zo snel mogelijk een geschikte woning maken, zodat we hem kunnen overtuigen dat het in onze tuin aangenamer is dan in de tuinen rondom. Houden egels van een zwembad? Of zou ik hem dan toch beter een bedrijfswagen aanbieden?

De kinderen zullen morgen ook door het dak gaan, een egel in de tuin…

Beervelde

Dit week-end waren het de tuindagen van Beervelde. Sinds enkele jaren probeer ik op de afspraak te zijn. Dus na het (niet noodzakelijk in die volgorde) weghalen van de winterbescherming van de planten in de tuin, het terug buitenzetten van de uit voorzorg binnengezette minder winterharde planten, het afhalen van de obligate pistolets op moederkesdag en het nuttigen van een stevig ontbijt koers gezet naar Beervelde, met een omweg om Mama SuperMasj op te halen, die graag mee van de partij is.

Je vindt op zo’n plantenbeurzen een heleboel gespecialiseerde kwekers, mensen die zich echt toegelegd hebben op één plantensoort, en daar dan een breed gamma van aanbieden. Het geeft je véél meer keuze, en dan niet alleen qua kleur, vaak zijn de ‘standaardcultivars’ uit het tuincentrum redelijk gedateerd ten opzichte van modernere soorten die de naambekendheid missen. Dat soort kwekers heeft ook nog iets anders gemeen: passie voor de planten die ze aan de man brengen, en een enorme kennis terzake.

Daarnaast zijn er nog een heleboel kwekerijen met een breed gamma aanwezig, die toch wel allemaal ongeveer dezelfde planten aanbieden, vaak redelijk duur maar meestal wel grote planten. Ik heb daar de laatste jaren ook wel enkele planten gekocht, maar de echte bezoeksreden van de tuindagen zijn voor mij toch die specialisten…

Het heeft ook een nadeel : de verleiding is nog een stuk groter, en zo heb ik dus weerom heel wat planten aangeschaft. Mijn excuus: ik heb dan ook nog heel wat tuin aan te leggen dit najaar. De Hosta zijn bijna allemaal XL-hosta, waarvan ik er niet zoveel in mijn collectie had tot nu toe – XL-hosta in een klein stadstuintje zijn nu eenmaal geen goed idee. Verder ook nog enkele (wintergroene) geraniumsoorten, een niet zó winterharde maar prachtige Salvia (maar die me onder de verkeerde naam is verkocht, dat stoort me) en enkele Akeleitjes. Ook de laatste druivelaars die nog in de fruittuin moesten geplant zijn van de partij.

Qua trends is er één ding dat me opvalt :  hoeveel standen houtig kleinfruit aanbieden. Vooral kruisbessen stonden op zowat iedere stand.
Het weer zat vandaag mee. Door de aanhoudende regen van de voorbije weken was de parking  – onder het motto “gebruik eens een eufemisme” zompig –  properder wordt je auto niet van zo’n parkeerbeurt, maar aangezien mijn wagen moeilijk nóg vuiler kon worden, was dat geen probleem voor mij. .

Toch nog een boodschap aan de andere bezoekers van Beervelde : het is echt niet origineel om tegen iemand met een afgeladen volle kar te zeggen ‘Jij gaat nog veel werk hebben vandaag’ of ‘Wat je over hebt mag je in mijn tuin komen planten’. De eerste keer kan zo’n opmerkingen grappig zijn, maar na verloop van tijd …

Ook (voor de eerste keer) gebruik gemaakt van de plantencreche, zo worden je planten naar de ingang gevoerd en kan je ze daar met de wagen ophalen. Handig.

Spurt

Door de aanhoudende lage temperaturen van april groeiden veel planten ondermaats. Die planten leken wel standbeelden,bevroren door de koude adem van april.

De zwoele warmte van gisteren zorgde voor ommezwaai, die bij een aantal planten echt indrukwekkend is: herfstasters, Echinacea en Salvia lijken wel verdubbeld in grootte. Ook een aantal hosta lijken hun bladvolume op een dag verdubbeld te hebben.
Maar de grootste verandering is zichtbaar bij de vijgencollectie. De ondermaatse vijgenblaadjes zijn gisteren en vandaag uitgegroeid tot een geschikt formaat voor Adam en Eva.
Ook de pompoen en courgettezaailingen zijn in een hogere versnelling geschakeld. Het wordt nu echt tijd om de plantjes af te harden, zodat ze volgende week de deur kunnen gewezen worden. Het zaad (van de nieuwe tuin) was veel kiemkrachtiger dan ik had verwacht, en de vensterbank gaat nu snel te klein worden voor het twintigal  pompoen-en courgetteplanten die hier nu groeien.

De druivelaars aarzelen. Alsof ze weten dat het dit week-end nog vrij koud gaat zijn. De vruchtbeginsels staan nog steeds niet in bloei. Ik vermoed dat de druivenoogst dit jaar wel eens flink zou kunnen tegenvallen. Maar aangezien ik met mijn druiven alleen maar takdikte, maak ik me daar geen zorgen over.
Ik maak me wel zorgen voor de nacht van zaterdag op zondag. Laten we hopen dat de aangekondigde nachtvorst  een slechte grap blijkt… Ik kijk er echt tegen op alle planten te beschermen tegen de koude…