Aan de mussenkolonie uit Langveld.
Kan iemand me uitleggen waarom jullie mijn tuin mijden als de pest? Al meer dan een jaar hoor ik jullie getjilp bij de achterburen. Al meer dan een jaar zie ik jullie niet in mijn tuin. Nooit. Terwijl ik hier héél de winter eten heb voorzien. Niet minder dan 60 kg vogelvoer is hier uitgestrooid deze winter. Vinken, merels, kepen, boomkruipers, boomklevers, spechten, houtduiven, tortels, groenvinken, koolmezen, pimpelmezen, staartmezen, roodborst, zanglijster en spreeuwen. Allemaal vonden ze de weg naar mijn tuin. Allemaal. behalve jullie. Geen enkele bezoekje, zelfs niet één dag.
Toch hing ik hier een mussenhotel op, om jullie te lokken. Ik vind jullie namelijk onwaarschijnlijk sympathiek en gezellig. Is er misschien iets mis met het hotel? Hangt het te hoog? Te laag? Ik vermoed niet dat jullie me daar op kunnen antwoorden, want om dat hotel te beoordelen moet he eerst in mijn tuin komen.
Als jullie alsnog geïnteresseerd zijn in die nestplaatsen, gaan jullie ze wel moeten delen met de koolmezenfamilie die één van de nestkastjes heeft ingepalmd.
Ondertussen begon ik al te denken dat ik me jullie getjilp alleen maar inbeeldde. Dat jullie hier verdwenen zijn. Zoals op zoveel plaatsen in Vlaanderen. Toen ik vorige week naar de bank stapte, hoorde ik jullie zowat overal tjilpen, dus toch mussen, dacht ik.
Gisteren werd duidelijk dat ik me jullie nabije aanwezigheid niet heb ingebeeld. Ik zag één koppeltje mussen stoeien in de tuin van de achterbuur. Van de éne naar de andere struik vlogen jullie. Op een boogscheut van mijn tuin (neen ik heb geen boog en ga geen pijlen op jullie afvuren). 5 meter. Meer niet. Maar nogmaals en opnieuw : op geen enkel moment in mijn tuin.
Dit begint op regelrechte provocatie te lijken!