Zeven jaar geleden plantte ik enkele siergrassen in de nectartuin, om wat structuur aan te brengen. Eén van die grassen was Carex pendula, een inheems wintergroen gras dat er heel goed uitzag op foto.
Ondanks het feit dat die plant zich vooral goed thuis zou voelen op kwelgronden, was hij ook duidelijk in zijn nopjes in de nectartuin. Een beetje te goed zelfs. De initieel aangeschafte plant nam ondertussen al bijna 2 m² in waarbij hij alle planten rondom verdrong. Op zich geen onoverkomelijk probleem, ik nam mijn spade en bracht de plant met het nodige spit en sleurwerk terug tot de helft van zijn volume.
Maar ik bedacht met dat dat nog geen oplossing was voor het andere probleem met deze plant: hij heeft last van eenzaamheid, en zorgde ieder jaar voor duizenden zaailingen. Zaailingen waarvan er steevast tientallen in het midden van de pollen van de omringende planten terecht kwamen. Grrrrrr.
Ik schat dat het wieden van de zaailingen van deze plant me twee jaar geleden ongeveer een dag werk kostte. Ik had toen beslist alle bloem-aren te verwijderen om zaailingen te vermijden, maar ook vorig en dit jaar ben ik nog minstens een halve dag bezig geweest met het wieden van zaailingen.
Eigenlijk had ik dus meer werk met deze plant dan met eender welke andere plant in mijn tuin, en zo belangrijk is hij toch ook niet. Ik nam de schop opnieuw vast en verwijderde de plant helemaal. Daar kwam redelijk wat overtuigingskracht bij van pas, maar zoals het spreekwoord zegt, de aanhouder wint (de eerlijkheid gebiedt me wel op te biechten dat ik nu met een peesontsteking van de latissimus dorsi binnen zit).
Eén aangekocht plantje in een P9 potje in 2013 was nu goed voor bijna 4 kruiwagens plantafval (enfin, de laatste – op de foto hierboven – was maar halfvol) .
Zo krijgen mijn mooie Phloxen (‘Utopia’) en een aantal Eupatoriums, die allemaal verdrongen werden door dit opdringerig baasje, terug wat meer plaats.
En de open plek werd ingevuld met een pol Miscanthis ‘Ghana’ die elders een beetje verloren stond, samen met twee exemplaren van Rudbeckia nitida ‘Sonnenrad’. Die laatste is eigenlijk een volstrekt onbekende voor me (ik vind ook maar één foto terug). Hij zou wat kleiner zijn dat Rudbeckia ‘Herbstsonne’ die hier eigenlijk veel te hoog werd. Ik had hem ook aangekocht om die te vervangen, maar die laatste is dus gered door de gong.
En ik spaar me minstens een halve dag werk uit volgend jaar.