HagelHosta

Toen ik gisterenavond thuis kwam was het aan ’t hagelen. Korrelhagel, zag ik onmiddellijk. De voorspelde hagel zou mijn planten dus geen schade berokkenen. Toen ik wat later in de tuin aan ’t werken was begon het opnieuw te hagelen. Dit keer was de hagel een pak groter. Boerenerf (in vogelvlucht nog geen 10 km hier vandaan) plaatste een fotoverslag .

Een half uurtje later was ik opnieuw borders aan ’t ontgrassen, een rotwerkje, zeker als ’t zo nat is (als ’t hier wat droger is ga ik dat oplossen zoals mevrouw onderdeappelboom). Ik deed ook niet de moeite om te controleren of de hagel schade had berokkent.,

De hosta stonden er van ’t week-end redelijk goed bij. Ze zijn allemaal opgekomen, en worden ieder jaar groter zodat de collectie mooier wordt. Maar toen ik gisterennacht mijn dagelijkse slakkenronde uitvoerde stelde mijn lodderig oog vast dat er nu toch heel veel gaatjes in de bladeren zate vooral bij de grootbladige planten. Hagelschade dus.

Terwijl ik hier van ’t week-end nog wat fotokes maakte van enkele bontbladige planten, omdat de mooie kleurenschakeringen vast te leggen. Eigenlijk gaat mijn voorkeur uit naar grootbladige, monotone hosta. Maar die gaan de komende maanden net iets minder mooi zijn door al die gaten in de bladeren.

Andere bestuivers


Enkele weken geleden toonde ik hier al wat foto’s van mieren die aalbessen aan ’t bestuiven waren. Toen ik dit week-end langs de aardbeien kwam zag ik één van de sympathiekste bestuivers aan ’t werk.
Deze vogelnestkever is maar 5 mm lang en eet nectar en stuifmeel. Er zitten tientallen van deze kevertjes verspreid over de aardbeien.


Ze zijn familie van de museumkever, die ik de voorbije jaren terugvond  op de Astrantia

De mieren waren nu trouwens ook van de partij in de aardbeibloemen.

Dit kevertje is een onbekende (en vloog na twee foto’s al weer weg)

Bladluizen

Vooral de braamstruiken zitten dit jaar onder de bladluizen

De jaarlijkse opstoot van bladluizen is nu begonnen. Aardbeien, pruimelaars, braambessen, zwarte bessen,… overal verschijnen nu bladluizen.  Zelf maak ik me weinig zorgen over bladluizen (eigenlijk maak ik me alleen zorgen over de overdracht van virussen). Het is namelijk een typisch voorbeeld van een plaag waar je beter de natuur zijn gang laat gaan. Het bewijs dat zonder niet alleen gezonder is, maar ook écht werkt.

Er zijn meer dan voldoende natuurlijke vijanden voor deze diertjes. En dan spreek ik niet alleen over de lieveheersbeestjes die hier overal in de tuin van jetje liggen te geven, maar ook zweefvlieglarven, oorwormen, roofmijten, spinnen, gaasvlieglarven, vogels, …

Indien je bestrijdt met insekticides vernietig je ook al die natuurlijke vijanden, terwijl de bladluizen minder dan een week later terug aanwezig zijn en ongebreideld kunnen vermeerderen wegens gebrek aan die natuurlijke vijanden. Zo kom je in een vicieuze cirkel van gif spuiten terecht.

De balans slaat op enkele planten wel eens even door maar dat herstelt zich meestal vrij snel nadien. In ’t uiterste geval vang ik enkele lieveheersbeestjes (of hun larven) om ze uit te zetten op de desbetreffende plant. Ik kan mezelf niet herinneren ooit een plant verloren te hebben aan bladluizen.

Wat betreft de natuurlijke vijanden : dit jaar zitten er in vergelijking met vorig jaar erg veel aziatische lieveheersbeestjes. Vorig jaar waren de inheemse duidelijk in overwicht, dit jaar heb ik nog geen enkel 7-stippelig lieveheersbeestje gezien in de tuin.

De beste manier om bladluizen te beheren is preventie: planten die veel bemest worden groeien sneller, maar zijn meer onderhevig aan bladluizen: niet teveel bemesten dus, om de vegetatieve groei onder controle te houden.

Zomersnoei kruisbessen

Enfin. ’t Is eigenlijk geen zomer, en ook geen zomers weer. Maar op dit moment start ik met het snoeien van de kruisbessenhaag.

Zoals reeds eerder uitgelegd kweek ik mijn kruisbessen op als drietakkers. Dat betekent drie vertikale gesteltakken. Daar zijn we ondertussen twee jaar geleden al mee gestart. Iedere gesteltak wordt ondersteund door een bamboestok. De bedoeling is om op deze gesteltakken hout haaks op haagrichting te laten groeien (steeds weer hetzelfde verhaal : licht en lucht tot in het centrum van de plant laten komen)

Zoals je kan zien is deze plant al flink gegroeid de voorbije weken.

In eerste instantie worden alle zijtakken onder de 40 cm weggenomen. Hier zijn verschillende redenen voor, niet alleen is de kwaliteit van ’t fruit er minder, ’t zou ook helpen bij de bestrijding van de bessenbladwesp.

Deze struik heeft ook een stevige nieuwe grondscheut. In theorie zou ik die kunnen opkweken als vervanger van één van de andere gesteltakken, maar die zijn allemaal nog vrij jong dus…

Nu verwijder ik alle zijscheuten die in het verlenge van de haag staan. Je ziet dat de hele plant daar echt luchtiger wordt.

Ook de overgebleven scheuten (die haaks staan op de haagrichting) dun ik nog wat uit. Alle kleine, traaggroeiende takjes snijdt ik zowiezo weg. Ik haal ook de concurrenten van de topscheut weg (bij deze plant was dat niet nodig).

Tenslotte bind ik de toppen van de gesteltakken nog aan aan de bamboestok. Afhangende toppen vertagen de groei.

Op de overgebleven zijtakken ga ik nu 2-3 jaar lang vruchthout verder kweken, waarna ik start met het verjongen van de scheuten, maar dat zien we dan de volgende jaren.

Vogelbestand

Dan doet ge al eens moeite om enkele nestkastjes op te hangen, en dan gaan de vogeltjes alsnog laten merken dat ons huis niet zo hermetisch dicht is. Deze boomkruipers broeden onder de kroonlijst van ’t dak.

6 m hoog in de boom heb ik dat boomkruipernest gehangen.

Gisteren zat er ééntje in huis, met de kat er vlakbij. Ik kon hem nog net redden. Hij vloog terug naar buiten, waar hij een uur lang tegen de notelaar bleef hangen. Daarna was hij weg. Ik hoop dat hij/zij dit overleefde. Vanmorgen zag ik in ieder geval nog steeds voedselbeleveringen voor het nest…

Dan doet ge trouwens ook moeite om 4 nestkastjes op te hangen, waarvan twee speciaal voor pimpelmezen. Maar die voldoen blijkbaar niet, en dus beslissen de pimpelmezen in ’t mussenhotel te nestelen.

Maar er is ook fijn nieuws. Gisteren zat ik in de tuin wat te wieden. Hoor ik gefladder naast me. Een mus! In onze tuin. Graszaden aan ’t eten. Voilà. De boycot is over.

Mandragora

Impatiens omeiana

Vorig jaar was me de stand van Madragora al opgevallen op Beervelde, met een mooie verzameling van schaduwplanten, waaronder heel wat salomonszegels. Aangezien ik de schaduwtuin één dezer ga beginnen aanleggen, was dit één van de standen die ik zeker wou bezoeken. Al snel bleek dat de kwekerij op minder dan 10 km van mijn woonst lag, en dat hij ook nog heel wat botanische pioenen had. Hij nodigde me uit voor de opendeurdagen dit week-end.

Daar ging ik erg graag op in. Bij aankomst bleek het een erg kleine kwekerij te zijn maar wel met bijzondere planten, de meesten bij mij onbekend. 

Ik kocht er Paeonioa delavayi (een boompioen) en Paeonia obovata ‘alba’, een pioen met bruinrood blad en witte bloemen die nu al uitgebloemd is. Verder nog twee Salomonszegels (waaronder Polygonatum cyrtonema, een plant die bijna 1,5 m hoog wordt).

Verder kocht ik nog enkele planten met speciale bladtekening of -kleur, waaronder ‘Impatiens omeiana‘ en Rheum ‘Ace of Hearts’.

Ondertussen staan er hier nu wel 40 planten in pot te wachten op een plaatsje in de tuin (de 200 hosta niet meegeteld). Ik hoop de volgende weken te kunnen starten met het uitplanten.

Plat

De muur zou ingenomen worden door Schizophragma hydrangeoides. Dat was in ieder geval het plan. Maar tijdens de warme lentedagen van de afgelopen weken viel me op hoe warm het ’s avonds wel was tegen die (westen)muur. Niet de ideale plek voor Schizophragma. En ook een beetje zonde om zo’n muur niet te gebruiken om lekker fruit tegen te laten groeien.

Zowat alle verschillende opties zijn de revue gepasseerd; van klimplanten tot leibomen, de keuze bleef moeilijk want ik heb van zowat alle soorten al een redelijk assortiment. En dus zocht ik ijverig naar iets dat nog niet in de tuin stond. Een leipeer of -appel tegen een muur vind ik erg mooi, maar ik heb ondertusse,n wel genoed appelaars en perelaars. Druiven ook. Vijgenbomen durven wel eens onfatsoendelijke dingen doen met funderingen van oude huizen. Een kerselaar of pruimelaar zie ik me nu niet direct leiden tegen een muur. Ik had ook de Nashiperen kunnen verzetten .

Maar uiteindelijk kwam ik uit op een platte perzik. Die had ik nog niet, en had ik niet zo lang geleden te koop zien staan. Ik had ook maar twee perzikboompjes staan. Ter plaatse stond er ook een platte nectarine te koop. De boompjes staan nu naast mekaar tegen de muur.

Met deze impulsieve aankoop verlaat ik mijn comfortzone. Zowat alle fruitrassen zijn aangekocht op basis van zoektochten en advies van kwekers, om er zeker van te zijn dat ik goede rassen kocht, niet alleen qua kwaliteit van de vruchten maar ook, en vooral, qua ziekteresistentie. De twee andere perzikbomen in de tuin zijn volledig resistent  en goed resistent aan de krulziekte. De kans is groot dat de twee nieuwe boompjes volgend jaar flink last hebben van de krulziekte. Bovendien ken ik van geen van beide bomen de correcte rasnaam. Maar die kan me gestolen worden als de bomen redelijk krulziekteresistent zijn en lekkere vruchten opleveren.

Maar dat zien we volgend jaar wel. En indien dat het geval is, belet niets me de boompjes te rooien en alsnog de nashiperen tegen de muur te zetten, want dat was eigenlijk helemaal geen slecht idee. Zodra het enkele dagen droog en zonnig is krijgen de planten een eerste snoeibeurt. Waaierbomen zullen het worden.

Bloedmijt

Toen ik dinsdagavond mijn slakkenronde deed viel het me op dat de kippen niet in het nachthok zaten. Een duidelijk bewijs dat er iets mis is. Een zelfgemaakte bloedmijtenval bevestigde mijn vermoeden: er zit bloedmijt in ’t hok.

Deze grijze vekken wijzen duidelijk op de aanwezigheid van bloedmijt

Een vervelende parasiet, die in alle spleten en kieren kruipt en erg moeilijk te bestrijden is. Ook voor wat betreft de kippen staat ecologisch tuinieren hoog in ’t vaandel geschreven, dus zocht ik een natuurlijk bestrijdingsmethode. De chemische troep die wordt aangewend blijkt trouwens ook niet goed te werken, een reden te meer om er niet mee te beginnen.

Een bloedmijten’val’. De beestjes kruipen overdag tussen ’t karton…
zodat je ze gemakkelijk kan waarnemen

Na wat zoeken op internet vond ik vijf  ‘ecologische’ oplossingen:

  • Dutchy’s (roofmijten) maar daarvoor is de temperatuur nu te laag (min 15°C)
  • Finecto+ (een siliciumoplossing die de dieren mechanische uitdroogt) maar dat is blijkbaar niet zo vlot verkrijgbaar in België
  • Slaolie zou ook redelijk efficient zijn in de bestrijding van de bloedmijt. Ze zouden in het vettig goedje blijven kleven en bovendien stikken door het laagje olie dat ze over zich heen krijgen.
  • Stoomreiniger : de kleine smeerlapjes levend koken, dat kan niet anders dan effectief zijn. Maar ik hoor/lees niet overal even positieve ervaringen, ’t is moeilijk om overal alles voldoende op te warmen in alle spleten  
  • Verfstripper : iedere verbouwer heeft wel zo’n apparaat in huis. De meeste modellen produceren warme lucht tot 500-600° C.

Ik heb uiteindelijk geopteerd om met de verfstripper dood en vernieling te zaaien. En dat lukte vrij goed. Je kan de bloedluizen gewoon horen ‘ploffen’. Alle naden en kieren werden verhit tot 400°C. Na de hittekuur heb ik ook het hok grondig gereinigd en alle nestmateriaal vervangen.

Een behandeld oppervlak. De zwarte puntjes zijn verbrande bloedmijten

Snel het bloedluizenbestand décimeren, dat was het plan. Maar Ik zag gisterennacht, na de behandeling, nog heel wat bloedmijten rondlopen in ’t nachthok.

Ik stel het bloedmijt-onvriendelijk maken van mijn kippenhok nu al een jaar uit, ’t wordt nu écht tijd om er werk van te maken . Dit week-end ga ik het hele hok demonteren en alle spleten goed dichtkitten, en daarna alsnog heel het hok met slaolie behandelen. Ook daarmee zal de bloedmijt niet écht verdwijnen, ze kan hier dan nog maanden rondhangen en op éénder welk moment opnieuw de kop opduiken.

Na de behandeling sliep er gisterenavond één kip opnieuw in ’t hok, de rest zit nog buiten. Ik hoop dat de rest snel terug mee op stok gaat.