Op de Helenium, die hier weer prachtig bijstaat

Op de Helenium, die hier weer prachtig bijstaat

De nieuwe scheuten van de bamboe groeien met dit weer flink door. Ik zou het eens moeten nameten, maar sommige scheuten halen wel 50 cm per week.
Wanneer de nieuwe halmen zich ontdoen van de beschermende schutbladen, zijn ze op hun mooiste. Zoals op deze foto.
De halmen kleuren nadien, onder invloed van licht, veel dieper geel.
Foto’s van ’t blad van een appelaar en een perelaar in mijn tuin. Dit is zonder ’t gebruik van pesticiden, wel door ecologisch te tuinieren en een verstandige rassenselectie te maken.

Ja deze staat ook in mijn tuin. Echt mooi vind ik ze niet, maar op die plek (zanderige, kurkdroge grond en zowat de volle dag in de zon) zijn er niet zo heel veel alternatieven. Na de bloei blijft er een gras-achtige plant over.

Was dat hier geen blog over ‘Ecologisch fruit telen in de tuin’?
Zoals U hierboven kan zien op de foto : de eerste kruisbessen zijn rijp. Risulfa is een erg vroeg rijpende kruisbes, die meestal 2-3 weken rijp is voor de overige kruisbessen. Door de warme lente zijn de bessen veel vroeger dan andere jaren.









In de fruittuin staan een 10-tal venkelplanten. Het enige doel van die planten : rupsen van de koninginnepage voederen. Vorige winter gingen al mijn venkelplanten ten onder aan de winter en zag ik geen rupsen van koninginnepage, vandaag telde ik 5 stuks.

Met de aankomende zomerperiode verwacht ik later op ’t jaar nog veel meer van deze prachtige rupsen op mijn planten. Ze mogen ze helemaal kaal vreten.

Ik geef eerlijk toe, ik heb een slecht karakter.
Ik kocht me zaterdag nog wat zuurstofplantjes in een vijverwinkel (nogmaals dank aan de eenden die alles hebben opgegeten) en de verkoper wou me plantenmandjes mee verkopen.
“Neen, die gebruik ik niet”, antwoordde ik.
“Je moet die planten wel in een plantenmandje met substraat zetten” gaf hij aan.
“Ahh maar mijn plantjes staan rechtstreeks in de modder”, zei ik met een grote grijns. “Modder ?’ vroeg de verkoper.
“Ja, ik heb gewoon enkele tientallen kruiwagens tuingrond in de vijver gekapt” vertelde ik erg trots, wetende dat ik nog wat olie op ’t vuur aan ’t gooien was (en eigenlijk niet helemaal correct, ik heb geen teelaarde gebruikt maar aarde die meer dan 50 cm diep onder de grond zat).
De verkoper draaide met zijn ogen en schudde meewarig met zijn hoofd. En toen volgde de liturgie van algen, troebel water, en blablabla. Om van het gezeur af te zijn zeg ik dat ik een poel heb, zonder vis.
De foto bovenaan is gisterenochtend gemaakt. Na meer dan 6 weken is het water helder (wel een bruine schijn door de leem) en zie ik de bodem (95 cm diep). Er is wel een beperkte draadalgvorming. En dan zeggen dat ik geeneens één van die ab-so-luut noodzakelijke filters in die vijver heb staan.
Let wel, indien ik vissen zou toevoegen zou het een pak moeilijker worden om zo’n plas in evenwicht te houden.
Door dat helder water slaag ik er nog in redelijk OK foto’s te maken van de fauna op de bodem. Op dit ogenblik zwemmen er erg veel van deze ‘beestjes’ rond. Dit is volgens mij een larve van de geelgerande watertor.

Niet direct een lieverdje, de larve wordt 5-7 cm lang en is een geduchte rover die zelfs kikkers en jonge vissen opeet. Ze zijn enkele weken geleden meegekomen met een lading planten. Ook de volwassen tor is geen lieverd, maar wel één van de mooiste waterkevers. Er zwemt trouwens ook een volwassen exemplaar rond in de vijver. Veel mensen beginnen dan te panikeren, maar in mijn vijver is ’t beestje absoluut welkom. Ik vind het fascinerende dieren. Ik kan ervan genieten wanneer ’t beestje opduikt om te ademen, en dan weer voor ettelijke minuten onderduikt. Het diertje straalt gewoon macht uit.
Vlak voor die larve kruipt nog een ander diertje (gestreept) over de bodem (je ziet er nog zo één rechts onder), maar dat is voor mij een onbekende. Waarschijnlijk ook leven dat via planten de oversteek naar mijn vijver heeft gemaakt. Vanmorgen zal ik zelfs een dikkop rondzwemmen.
Eén dierensoort is hier de voorbije weken wel flink achtergegaan; op ongeveer één week waren vrijwel alle muggenlarven verdwenen. Je hebt dus blijkbar echt geen vissen nodig om muggenlarven te bestrijden.
Deze Trifolium ochroleucum is een dankbaar onderwerp voor een macro-opname. Deze klaver wordt een halve meter hoog, de bloemen zijn bijna 5 cm groot.

Om verder te gaan in het thema wit : Cornus kousa ‘Blue Shadows’ bloeit dit jaar voor ’t eerst echt uitbundig. Deze variëteit onderscheidt zich van andere cultivars door de diepgroene bladeren.

En nog meer wit : de Crambe cordifolia staat nu voor de eerste keer in bloei. Een wolk van kleine witte bloemetjes. Het duurde 3 jaar voor deze plant bloeide. Hier en daar lees ik dat de plant na het bloeien zou verdwijnen, maar ik zie dat mijn plant alvast enkele jonge scheuten heeft gevormd, zodat ik er goede hoop op heb dat ik de plant kan overhouden. De plant zou ook erg lekker zijn (daar zijn de slakken het iig over eens), maar staat hier als sierplant. En dit is niet onze inheemse Crambe maritima (zeekool) maar een kaukasisch familielid (Crambe cordifolia).

Een detail van de bloemetjes:

Een vreselijke naam heeft deze roos gekregen. Het lijkt wel de naam van één of andere toiletverfrisser. En eigenlijk moet ik roosje zeggen, want de bloemetjes van deze klimroos zijn niet veel groter dan 2 cm. En ik had ook klimroosje moeten schrijven, want de plant wordt maar 2 meter hoog.
Maar… die kleine bloemetjes ruiken echt onwaarschijnlijk sterk én lekker. In vergelijking met de andere rozen is het aroma overweldigend. En de plant zou zowat het hele jaar blijven doorbloeien en nieuwe bloemknoppen aanmaken. Ik ben blij dat ik begin dit jaar blindelings het advies van de rozenkweker volgde.
De rozen staan er hier trouwens allemaal erg mooi en gezond bij. Want de twee rozelaars die ieder jaar wat last hadden van roest heb ik simpelweg gerooid. Selectie heet dat proces, zoals al eerder aangegeven, op dat vlak ben ik nogal streng. Ik plantte nog één nieuwe, ziekteresistente roos, “The Lark Ascending”.

In mijn tuin vind je alleen kleinbloemige, enkele of halfgevulde variëteiten… De meest gevulde is de andere klimroos die ik me deze winter aankocht, ‘The Lady of The Lake’, waarvan de bloem op dit ogenblik helemaal niet helemaal lijkt op die van de catalogus, maar dat zal hopelijk nog veranderen.



