Eerste Gezicht Jaargang 5 / Januari

Ondertussen starten we met jaargang 5 van deze fotoreeks. De foto’s van december heeft U niet op deze blog zien verschijnen, maar zijn wel degelijk gemaakt en toegevoegd aan de slideshows. Ik blijf dus volharden en ga ook in 2017 door met de serie. Sommige stukjes tuin beginnen er langzaam aan een beetje volwassen uit te zien, op heesters na die de komende jaren het uitzicht van de tuin toch nog flink zullen doen veranderen. Ik ga de foto’s in de winter wel niet blijven posten als er geen evolutie zichtbaar is …

Ik heb alle slideshows ook nog eens volledig bijgewerkt…

Voortuin.

Er zijn de voorbije weken wel enkele wijzigingen aangebracht in de voortuin, maar ik betwijfel of die in deze resolutie echt opvallen. Een klassiek winters beeld van onze voortuin maw.

Slideshow : Evolutie http://supermasj.zenfolio.com/p898793373/slideshow.

Nectartuin

De nectartuin is nu helemaal grauw. Vooraan links zie je een vorig jaar aangeplante vlinderstruik die me volgend jaar waarschijnlijk verplicht om de beeldhoek lichtjes te wijzigen.

ds1_1779

Slideshow : http://supermasj.zenfolio.com/p692170129/slideshow

Terras

ds1_1775

Rond het terras laat de winter duidelijk zijn sporen zien.

En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow

Tuin achter de woning
ds1_1778
Dit stukje tuin ziet er nog steeds saai groen & bruin uit.

http://supermasj.zenfolio.com/p964328696/slideshow

Schaduwtuin

ds1_1777

Ook hier geen sikkepit te beleven, alles is bruin van ’t gevallen blad dat ik dus niet opruim in de winter.

Voilà : http://supermasj.zenfolio.com/p574527728/slideshow

Pruimenhaag

ds1_1776

Ook hier weinig verschil, tenzij je aandachtig naa de blauwe den van de buren kijkt, waaruit een enorm grote tak gedonderd is bij een storm vorige maand
Met de bijhorende slideshow http://supermasj.zenfolio.com/p1045601173/slideshow

2016

2016 is bijna voorbij. Op geopolitiek vlak een jaar om snel te vergeten. Het jaar dat een schertsfiguut tot president gekozen werd van een wereldmacht, een jaar van veel vreselijke aanslagen (niet alleen in Europa), de horror in Aleppo, de Brexit,… Ik vrees dat 2017 niet beter gaat worden.

Ik probeer vooral te onthouden dat er ook mensen van goede wil op aarde leven. Ik heb dit jaar gezien hoe veel mensen zich belangeloos inzetten voor een betere wereld. Misschien is er toch nog hoop?

Op tuinvlak was het wel beter : na de natte lente kregen we een prachtige zomer, en dito najaar. De tuin die er trouwens steeds beter begint uit te zien. Dat zal me niet beletten om volgend jaar opnieuw veel dingen aan te passen.

Ik wens jullie allemaal ’t beste voor 2017, voorspoed, gezondheid whatever. En aan alle sluikstorters, azijnpissers en verzuurde medeburgers: veel jeuk en korte armpjes.

Het Vinne

De morgenstond heeft goud in de mond. Dat werd vandaag nog maar eens bewezen.Na de mist van gisterenavond en een koude nacht scheen vanmorgen een winterzonnetje over een berijmd Vlaanderen. Zoals ik hier al eerder aangaf, dit soort zonnige vriesdagen zijn waarschijnlijk de mooiste dagen van ’t jaar.

En neen, ik ga U weer niet lastig vallen met foto’s van berijmde planten uit mijn tuin, dat deed ik eerder dit jaar al, ook al  stonden enkele stukjes tuin er wondermooi bij.ds1_1704

Ik besliste een wandeling in het Vinne te maken. Het Vinne is het grootste natuurlijke binnenmeer van Vlaanderen. Dat is toch sedert enkele jaren opnieuw het geval, want dit meer werd in 1841 helemaal drooggelegd met het oog op landbouw. In 2004 werd beslist het gemaal uit te schakelen en het land terug te geven aan het water en de natuur. Zo werd het Provinciaal Domein “het Vinne” op enkele jaren tijd een prachtig natuurgebied, waar heel wat bijzondere watervogels kunnen ontdekt worden vanuit de vele vogelkijkhutten. Maar je kan er ook een wandeling rond en over het meer maken.

Gewapend met mijn camera trof ik er de volgende mooie plaatjes aan.

ds1_1722

 

ds1_1725

Het meer is niet zo diep, overal zie je riet verschijnen.

ds1_1736

Her en der staan bomen die door de verhoogde waterstand ten onder zijn gegaan. Deze grond werd midden vorige eeuw gebruikt voor bosbouw (om lucifers te maken).

DS1_1740.jpg

Bepaalde delen van de wandeling lopen over knuppelpaden over ’t water.

ds1_1739

ds1_1729_30_31_32_33_34_35_tonemapped

ds1_1745

Aan de andere kant van ’t meer vind je deze uit de kluiten gewassen oude hoogstamboomgaard terug.

ds1_1771

Vooral berkenbomen zien er bij dit weer geweldig uit.

ds1_1774

Een landschapsfoto in Zoutleeuw.

Fotoverhaal van de week 53 : Deur

De deur op de foto is dichtgemetst en voorzien van een lik kleurrijke verf. Met deze foto trek ik ook de deur van dit thema achter me dicht!

Met dank aan de eigenaar van het pand, zo’n beetje kleur op ’t straat kan voorwaar geen kwaad.

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Solitaire bijen

Deze “Field Guide to the Bees of Great Britain and Ireland” was één van mijn kerstcadeautjes. Ik begon vrijwel onmiddellijk de inleiding te lezen die me al direct een illusie armer maakte rond identificatie van de beestjes.

Niet alleen verschillen wijfjes van mannetjes, daarnaast bestaan er ook regionale verschillen , seizoensverschillen, verschillen in functie van de ouderdom en zijn sommige soorten gewoon variabel van uitzicht. Om een solitaire bij correct te identificeren moet je het beestje doden en onder meer ’t hoofd en de poten onder de microscoop bestuderen. Alleen zo kan je met zekerheid de juiste identificatie realiseren.

Laat het duidelijk wezen, geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om hier beestjes te gaan vermoorden om ze juist te kunnen identificeren. Eerlijk gezegd stoor ik me bij het lezen van dit boek aan de evidentie waarmee het lezers aanzet om dit te doen. In de determinatiesleutels bots je al redelijk snel op enkele kenmerken die je alleen kan bepalen door ’t beestje onder de microscoop te leggen.

Ik snap dat wetenschappers wel eens wat van die beestjes dienen te doden voor onderzoek. Maar wanneer iedereen die wat interesse heeft in insecten ze van kant begint te maken om ze perfect te identificeren, dan zijn we volgens mij verkeerd bezig.

Voor de rest is het een uitstekend boek, met prachtige foto’s en tekeningen van zowat alle solitaire bijen die in Engeland en Ierland leven. Op basis van die foto’s wil ik volgend jaar in ieder geval trachten nog wat meer soorten in de tuin te identificeren. Bovendien kan ik sommige kenmerken uit de determinatiesleutels bepalen uit mijn macro-opnames. Identificeren of het een mannetje of een vrouwtje is (eerste stap in de determinatiesleutel) doe je voor heel wat diertjes op basis van het aantal segmenten van het flagellum (een deel van de antenne) en dat lukt me toch op de meeste van mijn foto’s. En ik slaag er zelfs in om enkele van de dit jaar gefotografeerde bijen te determineren aan de hand van het boek. Door de handige determinatiekaarten kan ik via deze gids ook sneller en gerichter zoeken op de website http://www.wildebijen.nl/.

Voor volgend jaar bestaat mijn eerste uitdaging in het correct identificeren van alle hommels in de tuin. De foto’s en tekening van de hommels zijn namelijk zo duidelijk in de gids dat ik die makkelijk onder controle zou moeten krijgen.

Ahh, nog een nadeel : ’t is natuurlijk een Engelstalig boek, an sich helemaal geen probleem, maar het vermeldt naast de wetenschappelijke naam natuurlijk alleen de Engelse naam. Dat betekent enkele dagen werk om er overal ook een Nederlandse naam bij te schrijven…

En tenslotte nog een interessant weetje: de plek in Engeland waar de grootste diversiteit in solitaire bijen werd aangetroffen, is geen natuurreservaat, maar wel een eerder formele tuin met een grote diversiteit aan bloemen (133 verschillende soorten).

 

 

Plant van de maand December : Euphorbia x martinii ‘ascot rainbow’

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat er op dit ogenblik  niet zoveel keuze is in de tuin qua blikvangers. Door de koudeprik van november zijn de winterbloeiers nog niet van de partij. Toch staat er één plant te schitteren, Euphorbia x martinii ‘ascot rainbow’.

Hij staat op een erg moeilijke plek (erg droog, veel zon) maar daar weet de plant zonder moeite raad mee. Ik kocht enkele exemplaren van deze plant bij de Vaste Planten Vereniging op de tuindagen van Beervelde, en heb me dat totaal niet beklaagd..

Het is een bontbladige variant van Euphorbia x martinii, een natuurlijke hybride die in Zuid-Frankrijk werd gevonden aan ’t einde van de 19de eeuw. Euphorbia x martinii is een kruising van Euphorbia amygdaloides en Euphorbia characias en heeft diepgroene bladeren die op zich ook meer dan de moeite zijn. E ‘Ascot Rainbow’ is niet erg stabiel, want op zowat alle plantjes lopen enkele takjes uit die niet bontbladig zijn. Die moeten dan tijdig verwijderd worden…

De tekening van het blad zorgt nu voor wat kleur, en de bloemen van de plant beginnen langzaamaan uit te lopen. De plant zou eigenlijk heel ’t jaar door aanspraak kunnen maken op deze titel, maar het blad valt toch vooral nu op .

De plant zou redelijk eenvoudig via stek te vermeerderen zijn, iets wat ik op dit eigenste ogenblik aan ’t uitproberen ben. Net zoals bij  alle andere planten van het geslacht Euphorbia moet je oppassen bij het snoeien. Het witte sap dat vrijkomt als je de plant snoeit kan voor fikse brandwonden zorgen. En net zoals heel wat andere winterharde Euphorbia worden ook deze plant na enkele jaren kaal onderaan, dus moet je ze op tijd en stond vervangen en verjongen.

 

Doornroosje

Drie jaar geleden plantte ik een rambler tegen de oostergevel van onze woning. Ramblers zijn klimrozen die zich kenmerken door een flinke groei. Ze groeien over alles heen, waarbij de doornen helpen om zich vast te haken aan andere planten. Het zijn beslist geen planten voor een kleine tuintje. Sommige variëteiten groeien tot 20 meter hoog in bomen  en kunnen op enkele jaren tijd je huis  laten lijken op ’t kasteel van Doornroosje. Mijn rambler, Rosa ‘Seagull’, is een rambler die 6 tot 8 meter hoog wordt.

Om de plant tegen de muur op te laten groeien had ik vorig jaar enkele staaldraden aan de gevel bevestigd, tot bijna 4 meter hoog. Maar in zijn derde jaar liet de rozelaar merken dat hij het naar zijn zin had. Groeischeuten van meer dan 4 meter lang en de venster van de dressing die helemaal dichtgegroeid waren, duidelijke signalen dat het tijd werd om in te grijpen. De foto hierboven dateert van juni, toen er nog licht door de venster van de vestiaire straalde.

Een fikse wintersnoei was noodzakelijk. Eerst bracht ik bijkomende staalkabels tot op 5 m hoogte aan (een waar plezier, werken tussen de doornen), daarna werd de plant stevig gesnoeid. Bij het snoeien stelde ik vast dat de plant niet alleen door de dakgoot was gegroeid, maar ook onder de dakrand zat en zelfs een poging deed om onder de polysterdakbedekking van ons plat dak te groeien. Het spreekt voor zich dat ik deze plant volgend jaar ook in de zomer manu militari betere manieren zal bijbrengen.

Toch bevalt de plant met zo sterk dat ik aan de voorgevel nog twee klimrozen wil plaatsen. Om in de voortuin te mogen groeien moet je als plant wel een hele resem adelbrieven kunnen voorleggen. Minder groeikrachtig dan ‘Seagull’ : de voorgevel is namelijk voorzien van een voordeur en het is onze intentie om die in de toekomst te  blijven gebruiken.

Daarnaast wou ik een rozelaar die passanten laat genieten van een heerlijk rozenaroma. Maar met alleen geur en groeikracht was ik niet tevreden. Rosa ‘Seagull’ is een typische rambler met een overvloed aan bloemen op een periode van 6 weken (zie de foto hierboven). In de voortuin wil ik doorbloeiende rassen die tot laat in de herfst bloeien. Verder moeten de rozen – uiteraard – ziektebestendig zijn én mocht de rozelaar niet voorzien zijn van gevulde bloemen. Laat het duidelijk zijn, ik ben snel tevreden.

Ik startte een zoektocht op internet, maar plantenomschrijvingen zijn niet altijd even nauwkeurig. Handelaars en veredelaars durven planten wel eens kwaliteiten toedichten waarover ze niet beschikken. Rozenhandelaars blijken niet onder te doen op dit vlak. Wanneer je meerdere online shops vergelijkt, spreken de verschillende sites mekaar tegen, vooral op het vlak van geur; bloeitijd en uiteindelijke groeihoogte. Kiezen wordt dan wel heel erg moeilijk .

DS1_1693.jpg

Bij het online zoeken kwam ik tot de vaststelling dat er hier vlakbij een rozenkwekerij is met een erg ruime catalogus. En terwijl on-line shoppen leuk is, verkies ik toch nog altijd directe verkoop voor plantgoed. De rozenkwekerij bleek over een uit de kluiten gewassen rozentuin te beschikken waar tientallen klimrozen groeien. Eén van de planten die ik op basis van mijn zoektocht op internet had uitgekozen, liet ik wijselijk staan nadat de zaakvoerder mij een twee jaar geleden aangeplant exemplaar in zijn tuin toonde. De plant  had een uit de kluiten gewassen prieel overgroeid en was ondertussen al bezig met het innemen van een schuur.

Ook mijn andere opties bleken te groeikrachtig, niet winterhard of onvoldoende ziektebestendig. Daarop stelde hij me een resem alternatieven voor, waarbij één van de planten volgens hem perfect aan mijn lastenboek voldeed (Rosa ‘Brise Parfum’ (syn ‘Parfum d’Evita’).  Een roos die ik inj geen enkele andere on-line catalogus was tegengekomen. Ik kocht de plant op goed vertrouwen, en Google leerde me na mijn bezoek dat dit vertrouwen gegrond was.

De andere plant op mijn lijstje (Rosa ‘Lady of the Lake’, David Austin) was volgens de kweker wel een goede keuze.  Nooit gedacht dat ik een English Rose zou aanschaffen, maar de trend naar bij-vriendelijk tuinieren zorgt dat zelf David Austin natuurlijkere rozen introduceert. De twee rozen werden vandaag aangeplant, voorzien van een flinke geut compost. Laat ze nu maar groeien.

Speedbike

Sinds gisteren beschik ik over een nieuw transportmiddel. Een elektrische fiets, meer bepaald een ‘high speed pedelec’. Een fiets die trapondersteuning geeft tot 45 km/uur.

Veel mensen zien elektrische fietsen als iets voor ouderen en invaliden, maar ik ben het daar niet mee eens. Het potentieel is veel groter. Ook al ben ik dit jaar opnieuw enkele keren met de fiets naar mijn werk gereden, de afstand (55 km enkele rit) is te ver om die verplaatsing geregeld te rijden.

Ik kan de trajecttijd wel beperken tot 1 uur en 45 min, maar dan kom ik bezweet aan op’t werk. Dan moet ik eerst nog douchen en zo ben ik minstens 2 uur kwijt. Daarom spreid ik zo’n tochten over twee dagen.

Indien ik mijn gemiddelde van 30 km/uur naar 36 km/uur zou kunnen opdrijven, zou ik de reistijd kunnen beperken tot 1 uur en 30 minuten, slechts een half uur langer dan de rit in de auto. Maar met mijn huidige trainingskilometers heb ik de indruk dat een gemidddelde van 30 km/uur toch bijna mijn plafond is met een koersfiets. Meer trainen  lukt niet want ik zit iedere dag na negen tot tien uur op kantoor ook nog eens twee  uur in de auto, en meer naar ’t werk fietsen is moeilijk omdat dat zoveel tijd in beslag neemt.

En zo komt de snelle elektrische fiets in beeld. Een geoefend fietser haalt vlot 35-40 km per uur op zo’n fiets.  En zo groeide het volgende wilde idee: ’s morgens gebruik maken van de ondersteuning en rustig fietsen zodat ik zonder me te douchen kan beginnen werken. En ’s avonds doorfietsen en optimaal gebruik maken van de ondersteuning om de reistijd zo veel mogelijk in te korten. Doel is om beide verplaatsingen samen op drie uur en twintig minuten af te leggen. Dan ben ik wel bijna anderhalf uur langer onderweg naar mijn werk dan met de auto , maar heb ik wel meer dan drie beweging, waarvan bijna anderhalf uur intensief sporten.

Elektrische fietsen hebben een autonomie die  – afhankelijk van de trapondersteuning – schommelt tussen de 30 en 100 km. Maar die autonomie hangt niet alleen af van de trapondersteuning, ook de fiets speelt een belangrijke rol. Veel elektrische fietsen zijn mountainbikes, vaak nog met dikke banden en veringen. Absoluut comfortabel om mee rond te rijden, maar bij een snelheid van 45 km per uur wegen die keuzes zwaar door in de autonomie van de fiets:  om met zo’n fiets die snelheid aan te houden heb je ongeveer 30% meer energie nodig.

Mijn aankoop, een Haibike Xduro Race, is een vreemde eend in de bijt, want het ontwerp baseert zich op de lay-out van een koersfiets. Het comfort op deze fiets is beperkt (geen spatborden, geen bagagerek,..)  maar de fiets is zoveel efficiënter op hoge snelheden dat ik bijna 10 km/uur sneller kan rijden met dezelfde batterijinhoud. Volgens enkele simulaties (ik kan het niet laten, ik ben ingenieur), zou een reistijd van 3 uur mogelijk moeten zijn.

Volgens mij is dit soort fietsen een ideale oplossing voor het woon/werkverkeer van velen onder ons. Een vriend van me is met zijn fiets iedere dag sneller in Brussel dan wanneer hij met zijn auto in de file aanschuift (Tienen-Brussel, 45 km)..

Ik kan me best voorstellen dat sommige lezers beginnen te grommelen. “Onverantwoord, een fiets die 45 km per uur kan”. Gek dat niemand dat zegt van mijn wagen (topsnelheid 240 km/uur).

Ik wacht wel nog tot de dagen wat lengen op deze fiets te gebruiken. Want 3 uur per dag in het donker op de fiets zitten, dat zie ik niet zitten. Ik kan niet wachten tot het lente is.

 

Fotoverhaal van de week 52 : Licht

Een kunstwerk van Jan Fabre in Blankenberge, enkele jaren geleden. Eén van de eerste foto’s met een Nikon (tot dan gebruikte ik steevast mijn Canon). De compositie is absoluut geen hoogvlieger, het licht is dat wel. Ik had toen niet de tijd om werk te maken van een betere compositie, maar wou toch dat licht vastleggen.

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

 

Fotoverhaal van de week 51 : Portret

Nog een portret van me. Enfin, gemaakt door me. Ik hou van een extreem kleine scherpte-diepte, zoals ook op deze foto. Het trekt de aandacht naar de ogen.

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.