De rozenbottels beginnen nu te verschijnen. Deze van roos ‘Roland Garos’zijn vrij groot en kleuren mooi oranje. Deze winter kunnen zij dienen als voedsel voor de vogels
Dit jaar post ik iedere maand 4 foto’s volgens het traditionele rijmpje ‘Something old, something new, something borrowed, something blue’.
Ook begin september is er nog keuze te over qua onderwerpen voor alle thema’s. ’t Maar bij ’t selecteren van de foto’s begin ik nu toch rekening te houden met wat ik volgende maand nog zal vinden.
Een nog niet zo gekende plantenfamilie, deze Vernonia. De plant komt uit de familie van de Asteracea en bloeit erg lang met kleine bloemetjes. Geschikt voor een plaatsje helemaal achteraan de border (wordt ongeveer 2 m hoog). Ik heb twee verschillende rassen in de tuin staan, en ’t zijn geen van beiden flinke groeiers. De bloem op de foto is van Vernonia crinita ‘Mammuth’Enerzijds een flink uitzaaiend, vervelend kruid, deze klaverzuring, maar toch ook oh zo mooi (en zelfs lekker). Op een aantal plaatsen in de nectartuin laat ik ze staanDe asters beginnen ook langzaam te bloeien. Deze ‘Blue Wonder’ kon ik perfect onder de categorie ‘blauw’
Ik heb al enkele keren verslag uitgebracht over mijn strijd tegen de woelmuizen in de tuin. Het geurbollenadvies was in ieder geval een absolute gouden tip. De woelactiviteit verplaatste zich in enkele dagen van de schaduwtuin naar andere plekken in de tuin. De Topcat-vallen vingen op deze nieuwe locaties meerdere woelmuizen en één woelrat. De vallen zijn nu niet langer in dienst, omdat ik geen woelmuizen meer vang. Wel stel ik vast dat onze kat nu eindelijk de woelmuizen heeft ontdekt. De afgelopen vakantieperiode ving ze er 2 tot 3 per week. Het kattenbelletje dat we haar aanbonden nadat ze met een vogel binnen kwam (een vuurgoudhaantje, dat we wonderwel nog konden redden), zorgt er voor dat Muis niet langer vogels vangt, maar ‘t hindert haar niet in haar strooptocht op woelmuizen.
Twee weken geleden merkte ik voor “t eerst opnieuw sporen van gewoel in de schaduwtuin, zodat een nieuwe lading geurbollen van BSI werd “verdeeld”. De woelsporen verdwenen opnieuw zo goed als onmiddellijk. Indien je zelf zo’n bolletjes wil gebruiken, raad ik je aan twee paar latex handschoenen aan te trekken. De geur is niet te harden en verdwijnt niet door je handen te wassen.
De vraatschade van de lente is trouwens grotendeels weggewerkt. Alle hosta die werden opgepot hebben opnieuw een weelderig wortelstelsel en zullen één dezer terug worden geplant. Eén plant, die volledig was weggevreten en waar één klein blaadje van overbleef, is ondertussen opnieuw flink gegroeid. Nogmaals een bewijs dat Hosta erg robuuste planten zijn, Amerikanen zeggen wel eens dat je ze gewoon op de oprit kan leggen en nog zouden groeien…. Hosta ‘Blue Mouse Ears’ is opnieuw helemaal uitgegroeid …
Echt victorie zal ik pas kraaien wanneer er volgend voorjaar geen schade is. Want gezien de grote aantallen woelmuizen dat Muis nu vangt, is het plausibel dat er nog altijd heel wat woelmuizen rondlopen, niet direct een geruststellende gedachte
…
Het is vandaag 1 september, het moment van terug naar school voor de kroost maar ook om jullie een nieuwe aflevering van het Eerste Zicht voor te schotelen, een stokje dat in 2012 in mei werd gegooid door Annetanne. Iedere eerste dag van de maand toonden meerdere bloggers een overzichtsfoto van hun tuin, om de evolutie van die tuin te laten zien. De meeste bloggers zijn er begin 2014 (of vroeger) mee gestopt, maar mijn doel is om dit enkele jaren vol te houden zodat er op termijn een leuke time-lapse van de ontwikkeling van de tuin overblijft. De foto’s worden per beeldhoek in een slideshow opgenomen.
Iedere foto is aanklikbaar, zodat je een groter exemplaar te zien krijgt indien je dat wenst.
Voortuin.
In de voortuin zijn de Anemone ‘Honorine Jobert’ volop aan ’t bloeien, en die trekken zo de meeste aandacht naar zich toe. Verder ligt de voortuin er, net zoals de rest van de tuin erg verwaaid bij.
Dit stukje tuin ziet er redelijk kleurloos uit, maar niets is minder waar. Nu de zon schijnt na enkele weken regen gonst het terug van ’t leven. Rechts achteraan zie je de Salvia uliginosa. Had ik al eens niet gezegd dat dat een prachtige plant was?
Een beeld uit een andere hoek (3 weken geleden) wil ik je niet onthouden…
Veel kleur in dit stukje tuin. Vooraan springen vooral de oranje Ligularia, de Aster divaraticus en Gaura in beeld, verderop zie je nog enkele omgewaaide Rudbeckia en De Verbena bonariensis belemmert het zicht nog steeds.
En : http://supermasj.zenfolio.com/p627678542/slideshow
Tuin achter de woning
Nog heel wat geel in de gele border, en het gras is net kortgemaaid. De haagbeuk vertoont de eerste herstverschijnselen.
Rozen worden beschouwd als een erg ziektegevoelige plant. Veel mensen gaan er dan ook van uit dat rozen in de tuin houden onmogelijk is zonder fungi- en andere ciden. Alsof het kasplantjes zijn die een permanent infuus met chemicaliën nodig hebben.
‘Apfelbhlüte’ is een erg gezond groeiende , bodembedekkende roos. Het blad ziet er nog puntgaaf uit.
Maar niets is minder waar. Zo ken ik enkele tuiniers die prachtige rozelaars in hun tuin hebben staan zonder de gifspuit boven te halen. En sinds kort is er in Nederland een rozenkwekerij die zonder gif werkt.
Deze ‘Lavender dream’ was vorig jaar de laatste rozelaar die ik op mijn winkelkar plaatste. Ik twijfelde of ik de felle kleur wel zou kunnen inpassen in de tuin. Dat inpassen bleek op zich het minste van mijn zorgen , want de plant heeft voor de tweede keer dit jaar alle blad laten vallen. Als er volgend jaar geen beterschap is heb ik een plaatsje vrij voor andere planten.
Zoals voor veel andere planten is het aanplanten op de juiste standplaats een belangrijke voorwaarde om van de planten te genieten. En lang niet alle rozelaars zijn geschikt voor de natuurlijke tuin.
‘Roland Garros’ is een recente (2013) introductie van Casteels (Putte). De plant bloeit heel lang door en begint nu dikke rozebottels aan te maken. Het blad blijft onwaarschijnlijk gaaf, alsof het een plastieken plant betreft. Na 365 dagen in mijn tuin lijkt dit een absolute aanrader.
Vorig jaar plantte ik in 7 rozelaars aan, en dit voorjaar volgden nog 3 planten. Alleen de rozelaars die gezond groeien zullen een plekje houden in de tuin. Het leeuwendeel van deze planten voldoen aan die voorwaarde, en groeien uitstekend, zonder sporen van ziektes. Twee planten hebben erg veel last van sterroetdauw (en verloren dit jaar al hun blad tot twee keer toe). Om het verschil tussen een ziektegevoelige en een resistente plant eens in de verf te zetten, toon ik hier een foto van de slechtste plant en één van de best groeiende planten. Beide planten staan nog geen 10 meter van mekaar, op een perfect vergelijkbare standplaats (zowel wat de bodem als ’t zonlicht betreft). Het verschil is duidelijk.
Terwijl het eind juli te warm was om in de tuin te werken, houden de hemelsluizen vanaf begin augustus opendeurdagen. Werken in de Fruitberg is zo goed als onmogelijk, omdat het te nat is in de Fruitberg. Wieden op natte leemgrond is onbegonnen werk, snoeien doe ik alleen wanneer het droog is, het gras is te nat op af te rijden
Maar zoals één of andere Nederlandse bondscoach enkele jaren geleden zei ‘Ieder nadeel heb zijn voordeel’. En dus heb ik vorig week-end een reeks planten opgedeeld. Eerder een taak voor eind september of oktober, maar gezien de huidige meteorologische omstandigheden én de verwachtingen kan dat ook nu zonder probleem. Het grote voordeel is dat de opgedeelde planten nog meer dan een maand extra hebben om aan te slaan, en volgend jaar al wat forser zouden moeten zijn.
In tuinen kan je door delen ook vermenigvuldigen, raar maar waar. Onder andere deze Geum rivale werd dit week-end onder handen genomen
Als het de komende dagen een beetje droger is, ga ik volgend week-end een aantal borders herplanten, het is volgens mij ideaal plantweer.
En als het dan volgens de voorspellingen in toch nog écht droog zou worden, heb ik nog wel wat regenwater als reserve. Want geloof me of niet, mijn regenputten zitten tjokvol. En dat zeg ik zonder nakijken, gewoon ‘gut feeling’
Terwijl vlinders voornamelijk van nectar leven, vinden solitaire) bijen en hommels twee voedselbronnen in een bloem : nectar én stuifmeel. De nectar wordt omgezet in honing, als voedselreserve, en het stuifmeel dient ook als voedsel (ook voor de jongen) maar wordt ook verzameld in raten.
Een bij op Geraiunml ‘Rozanne’. Ook al is deze plant steriel, toch zie je hoe de bloem gemaakt is om de bij te ‘dwingen’ zich in hoeken en bochten te plooien om aan de nectar te geraken
Bloemen lokken bestuivers met nectar, geuren of met felle kleuren (niet altijd in het kleurenspectrum dat de homo sapiens sapiens kan waarnemen), en de bijtjes vliegen van bloem tot bloem, en bestuiven zo de bloemen, zo werd ons vroeger geleerd.
Maar bloemen lokken niet alleen bijen via kleuren en geuren. Er komen ook elektrische velden aan te pas. Een bij die rondvliegt laadt statisch op (positief), en bloemen zorgen ervoor dat ze negatief geladen zijn, zodat het pollen (dat de bloem naar een andere bloem wilt overbrengen) makkelijker aan de bij blijft ‘kleven’. Dat pollen laadt tijdens de vlucht ook positief op zodat het makkelijker aan de volgende bloem blijft kleven.
Door het bezoek van de bij is de elektrostatische lading van de bloem geneutraliseerd. Een bloem laadt zich daarna opnieuw met nectar en zal enkele minuten later opnieuw het initiële negatieve elektrostatische veld aanmaken. Onderzoekers gaan er van uit dat bijen deze elektrische handtekening kunnen ‘lezen’ en zo alleen bloemen, voorzien van nectar, bezoeken… Zo verliest de bij geen kostbare tijd bij het zoeken naar geschikte bloemen en slaagt een honingbij erin om niet minder dan 2000 bloemen op één dag te bezoeken. Dit zijn allemaal resultaten van incrementele stappen in een erg lange evolutie naar perfectie.
Lythrum virgatum ‘Dropmore purple’
Het is net dankzij de bestuivers dat de wereld er zo kleurrijk uitziet. Zonder bestuivende insecten zouden bloemen geen zin hebben en zou de wereld één grote, groene massa zijn. Maar dankzij de evolutie zijn bloemen wat ze nu zijn. En het is net door de bestuiving door insecten dat die evolutie verder gaat. In de natuur blijven alleen die planten met bloemen die er in slagen bestuivers te lokken. I
In de tuin cultiveren mensen planten die het nooit zouden redden in de grote boze wereld. Denk maar aan dubbele bloemen, maar ook heel wat andere cultivars die helemaal niet aantrekkelijk zijn voor insecten. Steriele planten verliezen geen energie aan zaad zetten, en bloeien dus langer. Bovendien zaaien ze zich niet uit, wat zowel voor de tuinier (minder wieden) als voor de veredelaar (niet te vermeerderen via zaad) als een voordeel kan gezien worden.
Zo staan Gaura lindheimeri en Lythrum virgatum in alle lijstjes aangestipt als uitmuntende nectar- en stuifmeelplanten. De engelstalige naam van Gaura is zelfs ‘Bee blossom’. Maar bestuivers zie je niet op mijn Gaure lindheimeri ‘Whirling Butterfies’, op een verloren gevlogen zweefvlieg na.
Garua lindheimeri ‘Whirling Butterflies’
In ’t geval van de Lythrum virgatum ‘Dropmore purple’ is ’t verhaal ietsje anders. Kattestaart is een vrij invasief plantje , en de soorten die in de handel verkocht worden zijn steriele rassen die zich niet uitzaaien. En blijkbaar veel minder interessant voor bijen en hommels, wat ze worden hier niet zo frequent bezocht.
Op één jaar tijd vormt de aangeplante plantjes Gaura ‘Whirling butterflies’ een mooie pol. Deze winter zullen ze onder zachte dwang gevraagd worden de Fruitberg te verlaten om plaats te maken voor Gaura lindheimeri
Maar dat steriel zou gelijk staan als niet interessant voor bestuivers, daar had ik niet op gerekend. Want Geranium ‘Rozanne’ is ook steriel maar blijft wel bestuivers lokken, zoals de bovenste fotos duidelijk aantonen…
Indien je een lijstje met nuttige insectenplanten gebruikt, besef dan dat veredelde planten niet altijd even goed zijn…
Geranium ‘Pink Penny’ pas tin het rijtje van de moderne hybride Geraniumcultivars met lange bloeiperiodeDeze Lysimachia ephemerum vind ik persoonlijk veel mooier dan de Lysimachia clethroides, met lange stijve bloemaren.Deze Cephalanthus occidentalis doet het niet zo goed in de tuin, maar heeft ook dit jaar rijkelijk gebloeid. Deze heester lokt heel wat insectenOm te onderstrepen dat de seizoenen in de war zijn: de herfstanemonen bloeien hier al bijna 3 wekenDeze Aster divaricatus heeft iets akelig, hoe alle takken net even lang lijken. Het komt eigenlijk niet zo natuurlijk over, zeker niet wanneer je zo’n plant naast een Gaura neerzetDe Telekia speciosa staat bescheiden in bloei. Op termijn wordt dit een erg grote plantDeze Geranium ‘Bob’s blunder’ bloeit met zachtroze bloemetjes op bruin blad. Pas dit jaar aangeplant en een stevige groeier.Nog een echte ‘jumbo’plant-in-wording, deze Hemerocallis altissima, die tot net geen 2 meter hoog zou worden. De bloemen van deze planten geuren heerlijkLigularia dentata ‘Othello’ heeft oranje bloemen, deze plant staat vooral in de tuin vanwege het prachtige hoefvormige en wat bruingroene blad.Deze Persicaria amplexicaule ‘Fat Domino‘is een prachtige plant die veel aantrekkingskracht uitoefent op wespen en bijen. je vind er heel de dag door wel enkele wespen op de bloemen. Op de Persicara bistorta ‘Superba’ zie ik alleen bijen
Determinatie van zweefvliegen en solitaire bijen, ik blijf het leuk maar moeiijk vinden.
Een Bandzweefvlieg, maar correcte determinatie lukt me nietDeze Volucella zonatia (stadsreus) zat ook vorig jaar (af en toe) in de tuin. Nu zie ik het dier vrij regelmatigDeze foto geeft een goed idee over de grootte van de Stadsreus (Volucella) in vergelijking met de vlieg in de achtergrondEen grote bladsnijder op de CephalariaBijvlieg (Eristalis) op Herfstanemeoon
Een doodskopzeefvlieg (Myathropa florae)Bijvlieg (Eristalis ) op E. cannabinumEen bijvlieg op E. cannabinumDeze kleine solitaire bij zie ik op Helenium en Rudbeckia vliegen, maar niet op andere bloemen in de tuin.Blinde bij (Eristalis tenax) op E. cannabinumDeze solitaire bij zie ik alleen op Eupatorium cannabinum
De eerste amandelen splijten open. Bij verdere controle kan je pit die erin zitten makkelijk openen (je handen hangen dan wel vol slijm) waarna je een zachte pit kan oogsten. Ik vermoed dat ik die daarna moet laten drogen?Ik vermoed dat ook deze Nashi-peer bijna rijp is. Geen idee eigenlijk. Binnenkort eens uittestenDe kweeperen zijn nog lang niet rijp. het zijn erg leuke, pluizige vruchtenDe echte peren zijn wel bijna rijp, en ze gaan in ieder geval niet naar Rusland.
Wanneer je een kind vraagt een bloem te tekenen is de kans groot dat het een margriet tekent. Maar het prototype van de bloem is geen bloem, ’t zijn héél veel bloemen die samen op een bloemhoofd staan, met straalbloemen of lintbloemen die lijken op kelkblaadjes.
Een techniek die duidelijk haar vruchten afwerpt, want dit geslacht is één van de grootste in ’t plantenrijk. Een bestuiver die landt op een composietbloemige, kan van tientallen kleine bloempjes nectar en of stuifmeel oogsten…
De bloem van deze Echinacea is bijna uitgebloemd. Je ziet duidelijk een cirkel met kleine bloempjes, bovenaan het bloemhoofd.
Heel wat populaire tuinplanten maken déél uit van dit plantengeslacht: Achillea, Aster, Echinops, Echinacea, Helenium, Helianthus, Rudbeckia, … , en zoals al hoger aangegeven allemaal planten die erg in trek zijn bij onze bestuivers.
Als je érg goed kijkt, kan je bij enkele van deze planten duidelijk de aparte bloemetjes ontdekken : enkele foto’s…
Nog wat meer uitvergroot, deze bloemetjesEen Rucbeckia, die net gestart is met bloeien.Ook bij deze Helenium zie je duidelijk de individuele bloemen, waar deze honingbij zich gretig op stort