Fotoverhaal van de week 47 : Zebrahuis

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Na vorige week een stukje Bokrijk aan de Damse vaart te tonen, reizen we nu met onze teletijdsmachine terug naar het heden. Ik hou van moderne architectuur.  Dit ‘Huis van Roosmalen’ vind ik gewoon onwaarschijnlijk mooi. Het is een icoon van de Vlaamse architectuur, en doet me veel meer dan oude gebouwen in één of ander historisch centrum. Dit project won blijkbaar al een prijs voor het gebouwd was.

Het fotograferen an sich bleek moeilijker. Lelijke verskeersborden, wagens geparkeerd voor de gevel, een boom… het maakt een mooi plaatje er niet direct eenvoudig op. Om dan nog maar te zwijgen van de grijze lucht. Op een zonnige dag zou het resultaat al heel wat beter zijn.

Absoluut ontevreden van het resultaat keerde ik terug huiswaarts. Maar ’t is toch een mooi huis.

 

Fotoverhaal van de week 46 : Damme

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Een typisch Vlaams landschap. De kunstmatige ophoging rond de windmolen is waarschijnlijk het bealangrijkste reliëf in de omgeving. Het beeld heeft niet veel  om ’t lijf, maar dankzij het bijna windstil zijn, krijg ik ook een reflectie in ’t water. Indien ik nog iets dichter naar de over zou stappen, zou de reflectie van de molen volledig geweest zijn. Vraag me niet waarom ik dat niet deed, misschien lag ik dan wel in ’t water.

Plaats: Damse vaart

Fotoverhaal van de week 45 : kunst uit ’t Vlaams Parlement 2

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Een ander kunstwerk uit het Vlaams Parlement. De uitleg  ga ik hier niet meer herhalen. Maar ik toon hier nogmaals een werkje dat me echt kan bekoren. Een vakkundig geplooide ijzerdraad projecteert een stukje tekst tegen de muur. Conceptueel een prachtig kunstwerk.

Plannen

Ondertussen wonen we al 5,5 jaar in de Fruitberg. 4 jaar geleden startte ik met de aanleg van de nectartuin. Het plan voor de tuin was toen al een jaar ‘klaar’.

Dat plan is ondertussen toch flink bijgestuurd. Ten eerste omdat deze plek tot dan een parking vol kiezel was, waardoor ik geen flauw idee had van de vochtigheid van de grond. De fruitberg ligt op een helling en dus ging ik er verkeerdelijk vanuit dat mijn tuin eerder droog zou zijn.
Een deel van de nectartuin is in de winter doornat. Dat stukje tuin spitte ik na de eerste winter 2 spades diep om, in de hoop een ondoordringbare laag open te breken, maar dat zette geen zoden aan de dijk. Het bijsturen van mijn plan was dus noodzakelijk, maar ik maakte van die nood ook een deugd, want zo had ik meteen een ideaal plekje voor een boswilg (salix caprea)  en een reeks andere vochtminnende planten.
Daarnaast stuur ik ook bij uit andere overwegingen, blauwe borders die niet blauw genoeg zijn, planten die te makkelijk ziek worden, plantenkwekerijen die heel slordig zijn in hun plantenomschrijvingen wanneer blijkt dat een plant dubbel zo hoog wordt als aangegeven in de omschrijving of ook nog, één of andere gekke ingeving waarbij ik planten kocht op een plantenbeurs waarvoor ik eigenlijk geen plaats meer had,…..
Hoor je me nu klagen? Neen hoor! Dat aanpassen en bijsturen is één van de echte geneugten van het tuinieren. Wanneer ik écht tevreden zou zijn over de hele tuin, vraag ik me zelfs af of ik me nog zou interesseren in ’t tuinieren. Dan zou alles gedaan zijn….
Nu de dagen korten in ijltempo is het bedenken van nieuwe plannen, het uitzoeken van catalogi van verschillende plantenkwekers, het googlen om nog meer informatie over de winterhardheid, standplaats en groeikracht van een nieuwe plant op te zoeken,… een bijna verslavende bezigheid. Doorheen de winter veranderen tot vaak een kwart van de planten in de tuin virtueel van plaats. Wanneer de plannen echt vorm krijgen, neemt de rede het enigzins over van de waanzin, en zijn de ingrepen eerder cosmetisch (ahum).
En dus kan ik een hele avond twijfelen of ik nu een Asclepias incarnata of toch een Strobilanthes zou aanplanten op het plekje waar de Delphiniums voor ’t zoveelste jaar op rij werden opgepeuzeld door familie slak. Of zou ik toch nog één keer Delphiniums aanplanten?
In het huidige lijstje van nieuwe planten zitten er opnieuw planten die ik nog nooit zag. Veel van die mij totaal onbekende planten, soms aangekocht op goed geluk, blijken achteraf uitstekende planten, waarvan je jezelf afvraagt waarom ze niet overal courant verkrijgbaar zijn. En indien de planten toch tegenvallen, is ingrijpen niet direct een groot probleem. Op mijn composthoop is plaats genoeg voor underperformers.
Deze winter wil ik ook nog een structurele beslissing nemen, waarover ik nu al twee jaar twijfel: de aanleg van een poel (ten koste van een stukje bloemenweide) en de aanleg van een moestuin (in verhoogde bakken, achteraan in de tuin, gebruik makend van de grond, uitgegraven voor de vijver).
Maar ik twijfel nog steeds aan dat moestuinverhaal. Erg veel plaats heb ik niet voor die moestuin, en de plek waar ik ooit een serre voorzag is ondertussen al lang ingenomen. Bovendien ontbreekt mij de discipline en de tijd om te moestuiniern volgens mij. Een velt-lid die geen moestuin heeft, ik vermoed dat ik een unicum ben, op Ludo van de Muggenbeet na, die verder net als mij in een eeuwigdurende roes van tuinheraanleg leeft, voorwaar geen slechts gezelschap.
Daarom ben ik steeds meer geneigd om een Morus nigra aan te planten (zwarte moerbei) in dat stukje tuin, en het gras tuin verder te laten verwilderen tot een tweede bloemenweide.
Begin volgend voorjaar hak ik de knoop door! Misschien heb ik tegen dan nog een andere ingeving. Maar nu ga ik nog wat verder plannen.

Compost

Heel het lange week-end was het geweldig tuinweer. Geen wonder dat je me vooral in de tuin kon aantreffen. Zo kon ik het voorbije week-end overal nog eens flink wieden, iets wat begin november de voorbije jaren niet meer lukte (grond te nat). Vooral het straat-, kweekgras en de kruipende boterbloemen kregen een voorkeursbehandeling.

DS1_1615.jpg

Het was ook een aangenaam weertje om compost te oogsten. In eerste instantie voorzie ik rozen, pioenen, kerstrozen, heesters en fruitaanplant van een laag(je) compost. Indien er nadien nog compost over is, strooi ik het uit in de borders. Tegen het einde van ’t jaar wil ik alle compost geoogst hebben, want in ’t voorjaar heb ik de plaats in de compostbakken  nodig om het snoeiafval van ’t (klein)fruit en ’t afval van de lentekuis uit de bloemenborders in  op te slaan.

Voor dit grovere werk gebruik ik tegenwoordig wel een eenvoudigere zeef dan het model dat ik hier vroeger toonde. Een grote metserskuip (200 l) met kippengaas erover.

DS1_1611.jpg

Indien je het compost er langzaam overheen strooit, valt het  compost door het gaas, en blijven de meeste takken op het gaas liggen. Enkele keren schudden met het gaas volstaat wanneer er hoopjes blijven liggen op het gaas.

DS1_1612.jpg

De takken die op ’t gaas blijven liggen worden verzameld en allemaal door de hakselaar gegooid. In het gezeefde compost zitten nog wel wat kleine takjes, maar die storen mij hoegenaamd niet (resultaat = foto bovenaan). Op minder dan 10 minuten heb je een kruiwagen compost, klaar voor gebruik.

Op termijn hoop ik door het systematisch aanwenden van de hakselaar het zeven van compost voltooid verleden tijd gaat worden, behalve wanneer ik  compost aanwend als potaarde voor de aardbeibakken.

Grassen

De bovenste foto is een beetje fout. Hij dateert van enkele weken geleden. Terwijl vandaag de grassen van het geslacht Miscanthus de aandacht opeisen, was die plaats vorige maand weggelegd voor de grassen uit het geslacht Panicum (op de bovenste foto Panicum virgatum ‘Rothstralbush’, met de eerste aanzet van roodverkleuring).

Hier en daar een grasje in de border, het brengt wat rust in het geheel. In de winter zorgen de uitgebloeide bloemaren voor een beetje structuur. In tegenstelling tot bamboe woekeren deze grassen niet, maar enkele grassen zaaien zich hier wel erg vlot uit (Carex pendula, Stipa tenuissima, en nog een derde gras waarvan ik de naam zoek ben). Maar dan nog zijn ze veel minder vervelend dan het ellendige straatgras of kweekgras dat doorheen de borders tiert.

Rechtsbovenaan Miscanthus ‘Ghana’, een trage groeier (op ’t zelfde ogenblik aangeplant als Miscanthus ‘Morning Light’ linksboven. Het gras is bruingekleurd in lente en zomer, en verkleurt nu naar dieprood. Nog een andere, erg leuke Miscanthus is Miscanthus ‘Purple Fall’, die een tijdje geleden al ten berde werd gebracht

Links onder nog een Panicum, ‘Cloud 9’.

Fotoverhaal van de week 44 : Bergen verzetten

Ik vertel iedere week ’t verhaal achter één van mijn foto’s, een idee van Thomas Pannenkoek. Af en toe zullen dat echt goede foto’s zijn, soms ook wat minder geslaagde exemplaren, maar met een verhaal, dat is de rode lijn. Hier vind je meer info.

Een blik op enkele bergtoppen in de omgeving van Imst. Zo hoort vakantie voor mij te zijn. Mezelf met familie of vrienden alleen op de wereld. Geen drukke stranden, lawaaierige binnensteden etc.

Geef mij maar een wandelpaadje in de bergen, een rustig optrekje ergens ver weg .

Plant van de Maand Oktober 2016 : Helianthus ‘Lemon Queen’

Ik ga dit jaar gewoon verder met het thema “Plant van de maand”, want het is niet zo dat er iedere maand maar één plant is die hier opvalt.

In oktober wordt de keuze al wat minder. Ik had natuurlijk een plant met hersftverkleuring kunnen kiezen, maar wou hier toch een bloeiende plant neerzetten. Vandaar de keuze voor Helianthus ‘Lemon Queen’, die nog steeds in bloei staat, maar wel iets minder dan op de foto hieronder (de foto dateert van ’t begin van de maand).

ds1_1449

Deze plant is een echte reus (tot 250 cm hoog hier in de Fruitberg) en die het hier zowel in de schaduw als volop in de zon uitstekend doet. Het blad is wel niet zo mooi, dus best ergens achteraan in de border aan te planten, maar de plant wordt ook een ietsje te groot om hem helemaal vooraan in de border te zetten volgens mij… De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de plant in de halfschaduw en schaduw last heeft van slakkenvraat, terwijl dat in de volle zon een pak minder het geval is..

Het is een uitstekende drachtplant voor solitaire bijen, hommels en bijen. Ook vlinders zie ik sporadisch passeren. Door de late bloei (vooral wanneer de plant niet in volle zon staat) is het ook één van die planten die laat in de herfst voor voedsel zorgt voor bestuivers.

Ratelaar

De bloemenweide leek dit jaar al iets meer op een bloemenweide dan op een bloemenakker. Voor volgend jaar wil ik ook ratelaar inzaaien.

Ratelaar is een geslacht van planten die parasiteren op grassen en klavers.  Mijn grond is misschien nog iets te vruchtbaar voor ratelaar, maar we starten toch nu al met een eerste poging om hem in te zaaien. Ratelaars zouden de groei van grassen in de bloemenweide onderdrukken…

De introductie van ratelaar is een oefening die niet zo eenvoudig blijkt. Onder meer Annetanne had heel wat jaartjes nodig om succes te boeken.

In een uitzending van Gardeners’ world besteedde Monty Don een maand geleden ook aandacht aan ’t inzaaien van ratelaar. Zijn techniek bestond er in het gras erg kort terug te maaien, daarna het zaad uit te zaaien en alles goed aan te stampen. Omdat het contact van ’t zaad met de grond van groot belang blijkt te zijn.

Ik dacht toen al onmiddellijk terug aan ’t logje van AnneTanne, en ’t succes rond de wandelpaadjes… Ik heb hier in ieder geval een stukje bloemenweide erg kort afgemaaid en na het inzaaien nog even flink over dat stukje bloemenweide gelopen.

Nu hopen op succes.