In het vorige berichtje gaf ik aan dat er nog hele waslijst moeten afgevinkt worden in de tuin voor de eco-tuindagen.
Met het mooie weer van vandaag is er al vast één taak die uitgevoerd is. Naast het scherm aan de Westergevel is er nu ook een scherm opgetrokken aan de Oostergevel.
Dit scherm zorgt voor beschutting tegen de koude noorderwind in de bessenkamer (en voor de vijgelaars die er voor geplant zijn). Verder zorgt het ook voor wat privacy én houdt het ook het geluid een beetje uit de tuin.
Wat een rommel tijdens de werken! Het scherm staat op 5 paalhouders, elke pin is zelf vastgezet met 2 zakken turbobeton.
Het scherm aan de westerzijde heb ik ongeveer een jaar geleden gezet, op mijn eentje, en het was toen erg koud en regenachtig.
Klaar (op het opruimen na). Voor dit scherm staan gele frambozen (en drie (jonge) vijgelaars, waarvan twee zichtbaar op de foto). Na het nemen van de foto werd de werf nog helemaal opgeruimd 😉
Dit scherm is geplaatst onder de stralende zon, met assistentie van de kinderen. Dat maakt het werk véél aangenamer (en ’t gaat ook heel wat sneller vooruit, nooit gedacht dat ik dat op één (korte) dag zou gefikst krijgen).
De stapel is ondertussen nog wat kleiner geworden…
De Veltlesgever – die controleert of je tuin in aanmerking komt voor de ecotuindagen – was erg positief over mijn tuin tijdens zijn bezoek. Hij had me aangegeven dat de Fruitberg zonder twijfel in aanmerking kwam voor het gebeuren. Eergisteren heb ik een officiële bevestigingsmail ontvangen van de Velt-coördinator: ‘de Fruitberg’ is opgenomen in het programma voor 2014. Dat betekent tevens dat ik écht moet doorzetten met de laatste werkjes (die ik absoluut wil klaar hebben voor die eco-tuindagen).
Terwijl ik zelf nog altijd vind dat de tuin erg jong is om bezoek te ontvangen, stel ik vast dat ik de voorbije maanden meerdere keren ben aangesproken door passanten, mensen die meer informatie over mijn tuin wensten, die me vragen stelden over bepaalde planten, die me aanspreken over het Velt-bordje aan de ingang… De tuin trekt dus toch de aandacht van toevallige voorbijgangers.
Maar toch twijfel. Mensen die naar de Fruitberg afzakken gaan misschien toch denken ‘Was het dat maar?’. Ze gaan geen tot in de puntjes afgewerkte tuin bezoeken (zoals die van Ludo vorig jaar), maar een tuin-in-wording, zoals ook duidelijk blijkt uit de Eerste Gezicht-reeks. Ik hoop dat ik dan ook geen – of toch niet te veel – bezoekers ga ontgoochelen… Ik kan in ieder geval terugvallen op de twee kleinfruitkamers die zeker toonbaar zijn en er staan her en der nog wat interessante planten in de tuin (alhoewel einde mei nu niet direct de meest interessante tuinperiode is). In ieder geval geeft de omschrijving in de folder duidelijk aan dat het een jonge tuin betreft (en legt de nadruk op het fruitgedeelte).
Verder vraag ik me af hoe ik alles vlot ga laten verlopen, maar Velt voorziet nog een infodag rond dat thema. Ik vraag me ook af hoeveel promotie ik ga maken, ik wil absoluut niet alles op alles zetten om zoveel mogelijk bezoekers te ontmoeten, dat is niet de bedoeling. Ik zou niet weten hoe ik de volkstoeloop van bij Ludo zou moeten in goede banen leiden.
Maar toch nodig ik jullie allemaal van harte uit 30 mei en 1 juni 2014. Je bent absoluut welkom. Ik heb in ieder geval vastgesteld dat Onze-Heer-Hemelvaart op donderdag 28 mei valt, ik zal dus zeker de tijd hebben om de tuin op orde te zetten voor de tuindagen. Nu alleen nog goed weer. En jullie bezoek.
Bij het begin van de herfst is het allemaal nog redelijk leuk. De herfstbloeiers komen opzetten, en er kan volop geoogst worden in de tuin. Er is ook de jaarlijkse kleurenpracht. Maar met het verschijnen van die kleurenpracht lijkt ook alle leven uit de tuin weg te ebben. Enkele koude winternachten maken komaf met de laatste kleur en leven in de tuin. Het wordt steeds vroeger donker. De rest van ’t seizoen, en de hele winter, staan zowat in het teken van de dood.
Het lijkt erop dat de vogels aan de voedertafel het enige overblijvende leven in de tuin vormen. Op een mooie dag kan je nog wat schoonheid in ’t verval vinden, maar op een druilige donkere dag is er niet te beleven aan de tuin, de overvloedige regenval maakt werken in de tuin zo goed als onmogelijk, en eigenlijk heb ik er dan ook geen zin in.
Een periode van weemoedig naar buiten kijken door de vensters breekt nu aan. Een periode die zoals altijd veel te lang duurt.
Het dieptepunt van deze periode is vandaag, we beleven immers de kortste dag van ’t jaar. Tussen zonsopkomst en -ondergang tellen we slechts 8 uren zonlicht. Terwijl de vroegste zonsondergang al twee weken geleden werd opgetekend, moeten we nog twee weken wachten op de laatste zonsopkomst. En terwijl de winter aanzet, kunnen we ons in ieder geval al opwarmen aan de gedachte dat de dagen al langzaamaan beginnen te lengen, en over een maand de dagen opnieuw lengen met 3 minuten per dag. En dat de eerste winterbloeiers dan in de startblokken zullen staan…
Waar is de Fast Forward knop?
Ik doe vaak heel wat moeite om een bepaalde selectie van een plant vast te krijgen, zowel in de siertuin als in de fruittuin. Sommige mensen reageren dan wel met “Een framboos is toch een framboos” maar de waarheid is heel wat ingewikkelder. In de winkel liggen ‘Granny Smith’, ‘Jonagold’ en ‘Pink Lady’ toch ook apart, terwijl dat allemaal appels zijn? Er zijn vaak belangrijke verschillen, zowel qua vruchten als qua groei. Ik mag dan 8 verschillende rode frambozenrassen en 10 braamrassen in de tuin hebben staan, ik denk dat ik het merendeel herken op zicht en smaak.
Wanneer je planten aankoopt, vertrouw je erop dat de leverancier je het juiste plantgoed aflevert. En dat is niet altijd een sinecure, want we weten allemaal dat het heel wat organisatie vraagt om de verschillende variëteiten doorheen heel het proces te scheiden.
Wanneer Boomkwekerij ‘De Linde’ hier indertijd 40 laagstamfruitbomen afleverde, elke boom voorzien van een etiketje met de naam, kon ik niet anders doen dan vertrouwen dat die etiketten correct waren aangebracht en erop vertrouwen dat de kwekerij ook van het juiste plantgoed vertrokken is, net de reden waarom je zo’n plantgoed bij een kwekerij met goede naam aanschaft.
Zelf registreer ik onmiddellijk waar ik welke plant heb neergezet (op een tuinplan), dat is meer betrouwbaar dan etiketten in de tuin die toch verdwijnen of onleesbaar worden.
Toen ik gisteren mijn bestelling bij de proeftuin ging afhalen, vroeg ik terloops nog wat info over de Boysenbes. Ik heb zelf een stekelloze Boysenbes met vruchten die er niet altijd even mooi uitzien, en ik had ergens gelezen dat de variant met stekels dat probleem niet zou hebben. Een variant met stekels kon hij me niet leveren, hij zou zelfs niet beschreven zijn in Europa, maar hij verzekerde me dat hij zelf dat probleem niet had: zijn Boysenbes leverde mooie, lekkere kleine vruchten op. Volgens hem kunnen er kleine verschillen bestaan tussen de planten die aangeboden worden op verschillende plaatsen. Zo heeft mijn Boysenbes enkele kleine (maar venijnige) doorntjes aan de takken, terwijl de takken van de Bosyenbes van de proeftuin perfect glad zijn…
Er is dus duidelijk een beetje verschil tussen beide clonen van dezelfde bes. De plant is verder goed vergelijkbaar: lange slappen roodverkleurende twijgen. Ook het blad ziet er vergelijkbaar uit). ’t Zou dus ook perfect kunnen dat de vruchtkwaliteit anders is.
Een tak van mijn huidige BoysenbesEen tak van de Boysenbes die ik kocht bij de proeftuin
Ik heb een exemplaar van de proeftuin aangekocht en aangeplant naast de oude versie. Indien het fruit beter is, weet ik alvast wat te doen volgend jaar. Maar dat zou dan ook betkenen dat alle andere fruit in de tuin misschien niet helemaal raszuiver is….
Bladsteel van de huidige Boysen besBladsteel van de Boysenbes uit de Proeftuin
Sinds enkele weken werk ik op een andere site. Eentje waar ik 17 jaar geleden mijn arbeidscontract tekende en sinds 2001 slecht sporadisch vertoefde. Ik rijd nu iedere dag over de N80 van Sint-Truiden naar Hasselt (en omgekeerd), een weg waar ik me steeds opnieuw over erger. Wanneer ik gedurende enige tijd een weg neem, weet ik meestal hoe ik moet rijden om te vermijden dat ik voor alle verkeerslichten moet stoppen. Of ken ik de takttijden van de verkeerslichten zodat ik kan anticiperen.
Op de N80 tussen Hasselt en Sint-Truiden lukt me dat niet. Ik kom ik niet minder dan 6 verkeerslichten tegen. Van enige synchronisatie is geen sprake. Enkele staan net na een bocht, anticiperen is dus ook niet mogelijk. Dat betekent dus dagelijks meermaals afremmen (gisteren 4 keer). Op dit stukje weg (bijna 15 km) ligt mijn gemiddeld verbruik (en dat van alle anderen) 1-2 l/100 km hoger door dat gerem. Wanneer er iedere dag 10 000 wagens dit stuk weg gebruiken, levert al dit nodeloos afremmen een jaarlijks extra verbruik van 0,75 miljoen liter brandstof, of zo’n slordige 1850 ton CO2 per jaar. Voor een stukje weg van 15 km.
De oplossing is nochtans simpel: ik vermoed dat synchronisatie van de lichten op dit stuk weg redelijk moeilijk is (grote verschillen in afstanden tussen de verkeerslichten), maar niets belet de overheid om een paneel te zetten aan de kant van de weg waarop een geadviseerde minimum- en maximumsnelheid staan om bij het volgende verkeerslicht groen licht te treffen.
De technologie zou ook nogop andere wegen kunnen ingezet worden, en het verbruik zou ook er ook daar een pak mee verlagen. Ik vermoed zelfs dat het verkeer door zo’n maatregel rustiger zou rijden, en dat dit de veiligheid nog ten goede zou komen. De kost van dit alles zou al bij al niet zo hoog liggen…
Voilà, een idee van SuperMasj, zo maar gratis ter beschikking van de overheid. Met plezier, trouwens.